Overeenkomst & aansprakelijkheid
Soorten verbintenissen
Een klassieke verbintenis is een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking: tussen 2 (of meer)
bepaalde personen waarbij de een tot een bepaalde prestatie is gerechtigd waartoe de
ander verplicht is
Een verbintenis is altijd opeisbaar, behalve bij de natuurlijke verbintenis (art 6:3 BW). Je hebt
verschillende soorten verbintenissen:
Klassieke verbintenis Rechtsbetrekking tussen 2 of meer personen
waarbij een prestatie gerechtigd is. Wel
opeisbaar.
Natuurlijke verbintenis (art 6:3 BW) Een verplichting die niet afdwingbaar is bij de
rechter. De nakoming is wel geldig als iemand
vrijwillig presteert.
Kale verplichting Is een situatie waarin iemand wel een
verplichting heeft, maar waarbij geen juridisch
afdwingbaar recht tegenover die verplichting
staat. Hierbij heb je dus ook geen
vorderingsrecht om de verplichting af te
dwingen bij de rechter.
Verbintenissen kunnen op verschillende manieren tot stand komen,
vaak is het uit de wet. Je hebt de volgende soorten:
Overeenkomsten
Een overeenkomst (art 6:213 lid 1 BW) is een afspraak tussen twee of meer partijen, waarbij
zij zich verbinden tot het verrichten van een of meerdere prestaties.
Om een overeenkomst tot stand te laten komen zijn er 2 eisen (art 6:217
BW)
1. Een aanbod
2. Aanvaarding ervan
Bij beide zijn wil en verklaring nodig
Het vereiste ‘aanbod’ heeft nog bepaalde voorwaarden:
1. Het aanbod moet bepaalbaar zijn (art 6:227 BW):
o Essentiele elementen waarbij ook de rol van de acceptant een rol speelt
o Onvolledig aanbod = uitnodiging tot het doen van een aanbod
2. Aanbod kan worden herroepen (art 6:219 BW)
o Indien er een rechtshandeling is kan je kijken of deze herroepen kan worden (art 6:219
BW)
o Let op: intrekken (art 3:37 lid 5 BW): verklaring trek je in waardoor geen rechtshandeling
tot stand komt
,Rechtshandeling
Een rechtshandeling is een handeling die gericht is op het tot stand brengenen van een
juridisch gevolg (art 3:33 BW). Voor een rechtsgevolg heb je 2 vereisten (art 3:37 BW):
1. Wil
2. Verklaring
Er kan sprake zijn van een discrepantie van de wil en verklaring, je
hebt 2 versies hiervan:
1. Wil en verklaring stemmen niet met elkaar overeen
2. Wil en verklaring stemmen op het moment van sluiten wel overeen maar
dat komt door een geestelijke stoornis
Discrepantie wil en verklaring
Wanneer de wil niet gelijk is aan de verklaring (discrepantie) is de rechtshandeling nietig, je
hebt verschillende soorten:
1. De wil is niet gelijk aan de rechtshandeling:
1) Inhoud van verklaring berust op verspreking
2) Inhoud wordt onjuist overgebracht
3) Inhoud van de verklaring wordt door partijen verschillend opgevat (misverstand), arrest:
HR bunde/ erckens + criteria
4) Verklaring richt zich op een verkeerd persoon (afdwaling)
Hierbij is de rechtshandeling nietig, tenzij de wederpartij een beroep kan doen
op art 3:35 BW (gerechtvaardigd vertrouwen)
2. Geestelijke stoornis (art 3:34 BW):
1) Bestaan geestelijke stoornis
2) Verband tussen de stoornis en de verklaring
Stoornis belette een redelijke waardering van de belangen, of
De verklaring is onder invloed van de stoornis gedaan
o Nadeel dat te voorzien was
Gevolg van een overeenkomst sluiten met een geestelijke stoornis is dat de
rechtshandeling vernietigbaar is (let op: art 3:35 BW, gerechtvaardigd
vertrouwen)
Gerechtvaardigd vertrouwen
De wederpartij kan zich soms beroepen op gerechtvaardigd vertrouwen (art 3:35 BW),
hiervoor zijn een aantal voorwaarden:
1. Er is schijn gewekt (gedragingen laten het lijken)
2. Er is subjectief vertrouwen van wederpartij (art 3:35 BW)
3. Het is objectief (gerechtvaardigd) vertrouwen (art 3:11 BW)
Bij twijfel of groot nadeel voor de ander, dan is er onderzoek plicht. Anders
ben je niet te goeder trouw (3:11 BW) en kan je geen beroep doen op art 3:35
BW
In sommige gevallen is beroep op art 3:35 BW niet mogelijk, dit is in de volgende gevallen:
1. Je bent niet te goeder trouw (art 3:11 BW)
Onderzoek plicht
2. Een beroep op art 3:35 BW is in strijd met de redelijkheid en billijkheid
Geestelijke stoornis +
Geen nadeel tegenover ernstige gevolgen (arrest HR Westhoff/ Spronsen)
, Volmacht
Volmacht houdt in: de bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander (de
gevolmachtigde) om:
o In zijn naam
o Rechtshandelingen te verrichten (art 3:60 lid 1 BW)
Hiermee handelt de gevolmachtigde in de naam van zijn principaal
(de volmachtgever)
Om te kijken wanneer de gevolmachtigde in naam van principaal of
voor zichzelf handelt kijken we naar het Kribbebijtarrest: hierbij
kijken we naar hetgeen partijen jegens elkaar hebben verklaard
over en weer en uit elkaars gedragingen hebben afgeleid en
mochten afleiden
Bij volmacht is handelingsonbekwaamheid van de gevolmachtigde
NIET relevant (art 3:63 BW)
Je kan onderscheid maken tussen binnen- en buitengrenzen van volmacht handelen:
1. Binnen grenzen van volmacht:
o Principaal is gebonden en gevolmachtigde is geen partij bij de overeenkomst (art
3:66 lid 1 BW), als erbuiten wordt gehandeld dan is de principaal niet gebonden
2. Buiten grenzen van volmacht (onbevoegde vertegenwoordiging):
o Er is geen volmacht
o Volmacht is beperkt en gevolmachtigde gaat buiten grens van bevoegdheid
Principaal is niet gebonden, TENZIJ:
Principaal zelf schijn heeft gewekt bij de wederpartij dat gevolmachtigde
bevoegd was namens hem rechtshandelingen te verrichten (art 3:61 lid 2
BW: opgewerkt vertrouwen en toedoen)
Bekrachtiging van onbevoegde rechtshandeling door principaal (art 3:69
BW)
Onbevoegde vertegenwoordiging
Bij onbevoegde vertegenwoordiging (iemand die zich voordoet als vertegenwoordiger maar
niet is) ligt de aansprakelijkheid ook anders (art 3:70 BW):
De handelende staat in voor de volmacht in dit geval
Tenzij de wederpartij wist of behoorde te weten dat volmacht ontoereikend was
Er wordt bij onbevoegde vertegenwoordiging schadevergoeding
richting de wederpartij gerekend. Hierbij houden we rekening met
de toestand die erbij bevoegdheid geweest zou zijn (met eventueel
voordeel)
Soorten verbintenissen
Een klassieke verbintenis is een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking: tussen 2 (of meer)
bepaalde personen waarbij de een tot een bepaalde prestatie is gerechtigd waartoe de
ander verplicht is
Een verbintenis is altijd opeisbaar, behalve bij de natuurlijke verbintenis (art 6:3 BW). Je hebt
verschillende soorten verbintenissen:
Klassieke verbintenis Rechtsbetrekking tussen 2 of meer personen
waarbij een prestatie gerechtigd is. Wel
opeisbaar.
Natuurlijke verbintenis (art 6:3 BW) Een verplichting die niet afdwingbaar is bij de
rechter. De nakoming is wel geldig als iemand
vrijwillig presteert.
Kale verplichting Is een situatie waarin iemand wel een
verplichting heeft, maar waarbij geen juridisch
afdwingbaar recht tegenover die verplichting
staat. Hierbij heb je dus ook geen
vorderingsrecht om de verplichting af te
dwingen bij de rechter.
Verbintenissen kunnen op verschillende manieren tot stand komen,
vaak is het uit de wet. Je hebt de volgende soorten:
Overeenkomsten
Een overeenkomst (art 6:213 lid 1 BW) is een afspraak tussen twee of meer partijen, waarbij
zij zich verbinden tot het verrichten van een of meerdere prestaties.
Om een overeenkomst tot stand te laten komen zijn er 2 eisen (art 6:217
BW)
1. Een aanbod
2. Aanvaarding ervan
Bij beide zijn wil en verklaring nodig
Het vereiste ‘aanbod’ heeft nog bepaalde voorwaarden:
1. Het aanbod moet bepaalbaar zijn (art 6:227 BW):
o Essentiele elementen waarbij ook de rol van de acceptant een rol speelt
o Onvolledig aanbod = uitnodiging tot het doen van een aanbod
2. Aanbod kan worden herroepen (art 6:219 BW)
o Indien er een rechtshandeling is kan je kijken of deze herroepen kan worden (art 6:219
BW)
o Let op: intrekken (art 3:37 lid 5 BW): verklaring trek je in waardoor geen rechtshandeling
tot stand komt
,Rechtshandeling
Een rechtshandeling is een handeling die gericht is op het tot stand brengenen van een
juridisch gevolg (art 3:33 BW). Voor een rechtsgevolg heb je 2 vereisten (art 3:37 BW):
1. Wil
2. Verklaring
Er kan sprake zijn van een discrepantie van de wil en verklaring, je
hebt 2 versies hiervan:
1. Wil en verklaring stemmen niet met elkaar overeen
2. Wil en verklaring stemmen op het moment van sluiten wel overeen maar
dat komt door een geestelijke stoornis
Discrepantie wil en verklaring
Wanneer de wil niet gelijk is aan de verklaring (discrepantie) is de rechtshandeling nietig, je
hebt verschillende soorten:
1. De wil is niet gelijk aan de rechtshandeling:
1) Inhoud van verklaring berust op verspreking
2) Inhoud wordt onjuist overgebracht
3) Inhoud van de verklaring wordt door partijen verschillend opgevat (misverstand), arrest:
HR bunde/ erckens + criteria
4) Verklaring richt zich op een verkeerd persoon (afdwaling)
Hierbij is de rechtshandeling nietig, tenzij de wederpartij een beroep kan doen
op art 3:35 BW (gerechtvaardigd vertrouwen)
2. Geestelijke stoornis (art 3:34 BW):
1) Bestaan geestelijke stoornis
2) Verband tussen de stoornis en de verklaring
Stoornis belette een redelijke waardering van de belangen, of
De verklaring is onder invloed van de stoornis gedaan
o Nadeel dat te voorzien was
Gevolg van een overeenkomst sluiten met een geestelijke stoornis is dat de
rechtshandeling vernietigbaar is (let op: art 3:35 BW, gerechtvaardigd
vertrouwen)
Gerechtvaardigd vertrouwen
De wederpartij kan zich soms beroepen op gerechtvaardigd vertrouwen (art 3:35 BW),
hiervoor zijn een aantal voorwaarden:
1. Er is schijn gewekt (gedragingen laten het lijken)
2. Er is subjectief vertrouwen van wederpartij (art 3:35 BW)
3. Het is objectief (gerechtvaardigd) vertrouwen (art 3:11 BW)
Bij twijfel of groot nadeel voor de ander, dan is er onderzoek plicht. Anders
ben je niet te goeder trouw (3:11 BW) en kan je geen beroep doen op art 3:35
BW
In sommige gevallen is beroep op art 3:35 BW niet mogelijk, dit is in de volgende gevallen:
1. Je bent niet te goeder trouw (art 3:11 BW)
Onderzoek plicht
2. Een beroep op art 3:35 BW is in strijd met de redelijkheid en billijkheid
Geestelijke stoornis +
Geen nadeel tegenover ernstige gevolgen (arrest HR Westhoff/ Spronsen)
, Volmacht
Volmacht houdt in: de bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander (de
gevolmachtigde) om:
o In zijn naam
o Rechtshandelingen te verrichten (art 3:60 lid 1 BW)
Hiermee handelt de gevolmachtigde in de naam van zijn principaal
(de volmachtgever)
Om te kijken wanneer de gevolmachtigde in naam van principaal of
voor zichzelf handelt kijken we naar het Kribbebijtarrest: hierbij
kijken we naar hetgeen partijen jegens elkaar hebben verklaard
over en weer en uit elkaars gedragingen hebben afgeleid en
mochten afleiden
Bij volmacht is handelingsonbekwaamheid van de gevolmachtigde
NIET relevant (art 3:63 BW)
Je kan onderscheid maken tussen binnen- en buitengrenzen van volmacht handelen:
1. Binnen grenzen van volmacht:
o Principaal is gebonden en gevolmachtigde is geen partij bij de overeenkomst (art
3:66 lid 1 BW), als erbuiten wordt gehandeld dan is de principaal niet gebonden
2. Buiten grenzen van volmacht (onbevoegde vertegenwoordiging):
o Er is geen volmacht
o Volmacht is beperkt en gevolmachtigde gaat buiten grens van bevoegdheid
Principaal is niet gebonden, TENZIJ:
Principaal zelf schijn heeft gewekt bij de wederpartij dat gevolmachtigde
bevoegd was namens hem rechtshandelingen te verrichten (art 3:61 lid 2
BW: opgewerkt vertrouwen en toedoen)
Bekrachtiging van onbevoegde rechtshandeling door principaal (art 3:69
BW)
Onbevoegde vertegenwoordiging
Bij onbevoegde vertegenwoordiging (iemand die zich voordoet als vertegenwoordiger maar
niet is) ligt de aansprakelijkheid ook anders (art 3:70 BW):
De handelende staat in voor de volmacht in dit geval
Tenzij de wederpartij wist of behoorde te weten dat volmacht ontoereikend was
Er wordt bij onbevoegde vertegenwoordiging schadevergoeding
richting de wederpartij gerekend. Hierbij houden we rekening met
de toestand die erbij bevoegdheid geweest zou zijn (met eventueel
voordeel)