1. Analyse van DNA- polymorfismen
DNA is polymorf, vele sequenties van individu tot individu
DNA-polymorfisme= plaats in genoom met 2 of meer allelische varianten, die elk relatief
frequent 1%) voorkomen in een populatie: deze laatste beperking sluit zeldzame mutaties in
DNA-moleculen uit, omdat deze niet bruikbaar zijn in genetische analyses
meestal geen fenotypisch effect
DNA- merkers = polymorfismen waarvan men de exacte positie in het genoom kent, ze
kunnen worden gebruikt voor het opmaken van fysische en genetische kaarten
gebruikt voor fysische en genetische kaarten
GEBRUIK VAN DNA-POLYMORFISMEN IN GENETISCHE ANALYSE
tot nu toe: genen als merkers voor genetische analyse
genen hebben verschillende allelen die verschillende fenotypes produceren die in
kruisingen gevolgd kunnen worden
bv. om een beeld te vormen vande rangschikking van genen in het genoom —> een
genetische kaart, er worden kruisingen gemaakt tussen
ouders die verschillen in allelen van 2 of meer genen en de fractie van recombinante
fenotypes onder het nageslacht wordt bepaald
resultaten genetische mappingskruisingen
‣ locatie aangeven op het chromosoom = de locus (voor elk gen dat in kaart is
gebracht)
KLASSEN van DNA-POLYMORFISMEN
SNP’s: Single nucleotide polymorfismen
STR’s Short Tandem Repeats = microsatellieten
VNTRs: Variable number of tandem repeats = minisatellieten
SNP’s
kunnen worden gebruikt voor genomische karakterisering & mapping
Twee varianten (allelen): base substitutie
SNPs die knipplaats veroorzaken: Restriction Fragment Length Polymorfism (RFLP)
een klein deel van de SNP’s is van invloed op restrictiesites door ze te creëren of
te elimineren, derfelijke SNP’s kunnen worden gedetecteerd m.b.v. restrictie-enzym
voor de plaats en ofwel Southern blot-analyse of, meer typisch tegenwoordig, door
PCR
—> de verschillende patronen van restrictieplaatsen in verschillende genomen
resulteren in restrictiefragmentlengtepolymorfismen (= RFLP’s)
Meeste veranderingen (SNP’s) echter niet in knipplaats: detectie via SNP-chip
RFLP
, zijn door restrictie-enzymen gegenereerde fragmenten van verschillende lengtes
aan de hand van het bandenpatroon kan je het genotype van een individu afleiden
Analyse RFLP
Southern blotting
PCR (sneller, maar wordt niet meer gebruikt)
RFLP: detectie
SNPs met verandering in knipplaats: Southern blot
fig: theoretisch segment van 7kb in genoom met paar SNP-allelen
Een stuk van 7 kb van het chromosoom heeft Ban-sites aan elk
uiteinde. SNP-allel 1 (boven) heeft een Bambl-site 2b vanaf
het linkeruiteinde, terwijl SNP-allel 2 (onder) een C-C-basenpaar
heeft in plaats van een 7-A-basenpaar, zodat de Bamll-site
verloren is gegaan. Basilicum-digestie met DNA-monsters van
individuen met verschillende SNP-genotypes, gevolgd door
Southern Not-analyse met behulp van de getoonde sonde,
geeft de DNA- bandpatronen aan de onderkant
SNPs verandering in knipplaats: PCR
fig: Een deel v/h chromosoom van 2000 bp heeft SNP-allelen
op 500 bp van het linkeruiteinde. De verandering van TA naar
CG van SNP allel 1 (boven) naar SNP allel 2 le 2 (onder) verandert
een Bantil-plaats in een sequentie die niet wordt herkend door
een restrictie-enzym. PCR van DNA-monsters van individuen met
verschillende SNP-allelgenotypes met behulp van de getoonde linker
en rechter primers, gevolgd door Bamt-digestie, geeft het
DNA-bandpatroon onderaan