Genomica = verkrijgen van genetische info + vervolgens analyseren
1. het omzetten van genomen in klonen, en klonen in genomen
genomen: te groot om zo te bestuderen (3 milj basenparen)
--> moeten in kleinere stukken gemaakt worden
we maken een restriction map van een genoom
= kaart van de chromosomen met de plaatsen van genen, promotors,
DNA basenparen….
kloonvector= een kunstmatig geconstrueerde DNA-molecule die in staat is te
repliceren in een gastheerorganisme zoals een bacterie
DNA KLONEN
Stappen:
1. Isoleer DNA van een organisme
2. - knip het DNA in stukken met een restrictie-enzym
- en voeg elk stuk individueel in een kloonvector met hetzelfde restrictie-
enzym om een recombinant DNA-molecuul te maken
- in vitro DNA molecule = opgebouwd uit sequenties van 2 of meer
verschillende DNA moleculen
3. Introduceer recombinante DNA-moleculen in gastheercel
Replicatie van recombinante DNA-molecule
als gastheercel reproduceert recombinante DNA --> alle nakomelingen
o Restrictie enzym= enzym dat specifiek DNA sequentie herkent en doorsnijdt
splitst DNA in
- Blunt ends= symmetrische sequentie wordt in het midden gesplitst
- 5’ sticky ends= overhang bij de 5’ kant
- 3’ sticky ends= overhang bij de 3’ kant
voordeel: verschillende DNA strengen die gekloond werden
in even grote stukken geknipt
soms wordt er aan ‘partial digest’ gedaan niet alles wordt
geknipt stukken van verschillende lengte
o Algemene eigenschappen:
o
functie:
- groep DNA-fragmenten produceren die gekloond knn worden
- positie restrictieplaatsen in stuk gekloond DNA of in
DNA-segment in genoom analyseren
voordeel: verschillende DNA-strengen die gekloond
worden in verschillende even grote stukken geknipt
o frequentie van voorkomen van restrictieplaatsen in DNA
frequentie van kort basenpaar zal groter zijn dan frequentie lang basenpaar
BV. enzym dat 4-nucleotide paar sequentie herkent zal een DNA molecule
veel frequenter knippen dan een 6-nucleotide paar sequentie
, Voorbeeld:
DNA met 50% GC AT zal ook 50% voorkomen
alle 4 nucleotiden evenveel kans
HpaII: 5’ GGCC 3’ 1e paar: G kans = 1/4 3e paar: C kans = 1/4
3’ CCGG 5’ C G
2e paar: G kans = 1/4 4e paar: C kans = 1/4
C G
Kans HpaII: ¼ . ¼ . ¼ . ¼ = 1/256 G
HpaII komt elke 265 basenparen voor
G
o restrictieplaatsen en creeëren van recombinante DNA moleculen
sommige restrictie enzymen (Sma I) binden beide strengen op zelfde
plaats
sommigen (BamH I) knippen symmetrisch sticky ends ontstaan
(5’ overhand ends)
sommige (Pst I) knippen symmetrisch sticky ends ontstaan
(3’ overhand ends)
gebruikt in kloning omdat ze dezelfde sequentie hebben op de
overhanding ends
KLOONVECTORS EN DNA KLONEN
om sequentie van genoom te bepalen
--> genoom in fragmenten breken en elk fragment klonen om meerdere
kopieën te produceren
o Plasmide klonen vectoren
Plasmide DNA = dubbelstrengig en circulair
--> bevat een origin sequence --> nodig voor replicatie van plasmide
E. coli plasmide klonen vector moet 3 kenmerken bevatten
1) een ‘origin of DNA replication’ (ori) sequentie
2) een ‘selectable marker’ = vaak antibiotica
= een gen waarmee we knn bepalen of een cel de
kloonvector wel of niet bevat
3) een unieke restrictie-enzymen knop plaatsen
dient om stukje DNA in en vector te kunnen brengen
Fig: plasmid cloning vector pBLuescript II