Literatuuronderzoek naar de
ASSwijzer.
Student : Susanne van den Born
Studentnummer : 1095491
Docent : Ilona Verhagen
Cursus : Onderzoekend Vermogen 1
Datum : Juni 2025
,Inhoudsopgave
Inhoudsopgave..................................................................................................................1
Hoofdstuk 1
1.1 Beschrijving praktijksituatie..............................................................................2-3
1.2 Onderzoeksvragen...........................................................................................3
1.3 Kerntaken.........................................................................................................3
Hoofdstuk 2
2.1 Bevindingen......................................................................................................4-5
2.2 Conclusie..........................................................................................................5
Bronnenlijst.............................................................................................................6
Bijlage
Zoekformulier
1
, Hoofdstuk 1
1.1 Beschrijving praktijksituatie
Organisatie: Philadelphia Zorg, Jeugd, Werk en Ontwikkeling.
Methode: De ASSwijzer.
Doelgroep: Volwassenen met ASS (autismespectrumstoornis) en enkelen in combinatie met
LVB (licht verstandelijke beperking).
Praktijksituatie:
Een groep van 27 mannen tussen de 18 en 45 jaar met een ASS-diagnose (en enkelen ook
met LVB) op hun dagbestedingsplek.
Deze volwassenen met een ASS-diagnose lopen tegen verschillende problemen aan bij een
reguliere werkplek. Als gevolg daarvan hebben zij een indicatie voor dagbesteding
gekregen. De problemen zijn divers, maar de meest voorkomende problemen zijn: niet
kunnen omgaan met onvoorspelbaarheid, niet afgebakende taken, verschillende taken
tegelijkertijd uitvoeren en wisselende gezichten qua collega's en leidinggevenden. Door de
oplopende spanning die zij ervaren bij deze situaties, raken zij overprikkelt en lopen ze vast.
Het is per persoon verschillend hoe zich dit uit.
Microniveau: ze wonen begeleid omdat de ASS hen belemmerd zelfstandig te functioneren.
Ze hebben een indicatie voor dagbesteding, omdat ze door hun problematiek vast zijn
gelopen op een reguliere werkplek. Ze hebben behoefte aan vaste gezichten, 1 duidelijke
taak, kunnen moeilijk schakelen tussen verschillende taken en hebben een vaste
structuur/voorspelbaarheid nodig.
Mesoniveau: ze hebben een ASS-diagnose nodig. Voor wie is het een probleem: cliënt
(loopt steeds verder vast op verschillende vlakken zoals, relaties en werk), ouders (hoe gaan
we om met ons kind en hoe kunnen we zo goed mogelijk samenwerken met andere
professionals) en begeleiding (hoe kunnen we de cliënt het beste begeleiden zodat hij zo
goed mogelijk functioneert).
Macroniveau: de overheid heeft bepaald dat als er wel kenmerken van ASS, maar er geen
diagnose is, voor deze personen geen indicatie mag worden afgegeven.
Wie zijn betrokken bij het probleem: cliënt (hoe ga ik om met mijn beperking), ouders (hoe
gaan we om met ons kind met een beperking en hoe werken we samen met professionals),
begeleiding (hoe begeleiden we deze cliënten), zorgorganisatie (welke handelswijzen bieden
we aan voor deze doelgroep), gedragsdeskundige (observeren cliënten en adviseren
begeleiding), psychiater (stellen van de diagnose). Alle disciplines werken met elkaar en met
de cliënt.
ASSwijzer.
Student : Susanne van den Born
Studentnummer : 1095491
Docent : Ilona Verhagen
Cursus : Onderzoekend Vermogen 1
Datum : Juni 2025
,Inhoudsopgave
Inhoudsopgave..................................................................................................................1
Hoofdstuk 1
1.1 Beschrijving praktijksituatie..............................................................................2-3
1.2 Onderzoeksvragen...........................................................................................3
1.3 Kerntaken.........................................................................................................3
Hoofdstuk 2
2.1 Bevindingen......................................................................................................4-5
2.2 Conclusie..........................................................................................................5
Bronnenlijst.............................................................................................................6
Bijlage
Zoekformulier
1
, Hoofdstuk 1
1.1 Beschrijving praktijksituatie
Organisatie: Philadelphia Zorg, Jeugd, Werk en Ontwikkeling.
Methode: De ASSwijzer.
Doelgroep: Volwassenen met ASS (autismespectrumstoornis) en enkelen in combinatie met
LVB (licht verstandelijke beperking).
Praktijksituatie:
Een groep van 27 mannen tussen de 18 en 45 jaar met een ASS-diagnose (en enkelen ook
met LVB) op hun dagbestedingsplek.
Deze volwassenen met een ASS-diagnose lopen tegen verschillende problemen aan bij een
reguliere werkplek. Als gevolg daarvan hebben zij een indicatie voor dagbesteding
gekregen. De problemen zijn divers, maar de meest voorkomende problemen zijn: niet
kunnen omgaan met onvoorspelbaarheid, niet afgebakende taken, verschillende taken
tegelijkertijd uitvoeren en wisselende gezichten qua collega's en leidinggevenden. Door de
oplopende spanning die zij ervaren bij deze situaties, raken zij overprikkelt en lopen ze vast.
Het is per persoon verschillend hoe zich dit uit.
Microniveau: ze wonen begeleid omdat de ASS hen belemmerd zelfstandig te functioneren.
Ze hebben een indicatie voor dagbesteding, omdat ze door hun problematiek vast zijn
gelopen op een reguliere werkplek. Ze hebben behoefte aan vaste gezichten, 1 duidelijke
taak, kunnen moeilijk schakelen tussen verschillende taken en hebben een vaste
structuur/voorspelbaarheid nodig.
Mesoniveau: ze hebben een ASS-diagnose nodig. Voor wie is het een probleem: cliënt
(loopt steeds verder vast op verschillende vlakken zoals, relaties en werk), ouders (hoe gaan
we om met ons kind en hoe kunnen we zo goed mogelijk samenwerken met andere
professionals) en begeleiding (hoe kunnen we de cliënt het beste begeleiden zodat hij zo
goed mogelijk functioneert).
Macroniveau: de overheid heeft bepaald dat als er wel kenmerken van ASS, maar er geen
diagnose is, voor deze personen geen indicatie mag worden afgegeven.
Wie zijn betrokken bij het probleem: cliënt (hoe ga ik om met mijn beperking), ouders (hoe
gaan we om met ons kind met een beperking en hoe werken we samen met professionals),
begeleiding (hoe begeleiden we deze cliënten), zorgorganisatie (welke handelswijzen bieden
we aan voor deze doelgroep), gedragsdeskundige (observeren cliënten en adviseren
begeleiding), psychiater (stellen van de diagnose). Alle disciplines werken met elkaar en met
de cliënt.