,H1:Introductie Lean................................................................................................................ 3
H2: Lean Cultuur.................................................................................................................... 6
H3: Define............................................................................................................................ 10
H4: Measure......................................................................................................................... 16
H5: Analyse.......................................................................................................................... 25
H6: Improve.......................................................................................................................... 29
H7: Control........................................................................................................................... 42
Woordenlijst:......................................................................................................................... 46
Literatuurlijst:........................................................................................................................ 53
,H1:Introductie Lean
1.1 Lean als business strategie:
Lean betekent slank werken: met minder middelen meer waarde creëren voor de klant. De
focus ligt op het verbeteren van de kwaliteit en het verkorten van de doorlooptijd door
processen efficiënter te maken en verspilling te voorkomen. Standaardprocessen en
werkwijzen, ontwikkeld door medewerkers, zorgen ervoor dat werk sneller kan worden
gedaan en er tijd is om continu te verbeteren. Lean is geen kortetermijnmethode, maar een
strategie voor de hele organisatie, en een succesvolle implementatie duurt meestal
ongeveer tien jaar.
1.2 Historie:
Frederick Taylor – Scientific Management:
Taylor bedacht het Scientific Management, waarbij een duidelijk onderscheid wordt
gemaakt tussen denken en doen. Hij introduceerde massaproductie in fabrieken, waarbij
werknemers gestandaardiseerde werkzaamheden uitvoeren.
Henry Ford: Ford introduceerde de lopende band, waardoor een continue stroom
(continuous flow) ontstond. Het nadeel was dat er weinig variatie mogelijk was en er
standaardauto’s werden geproduceerd. Een Jobshop omgeving daarentegen is flexibel,
produceert verschillende producten in kleine series, maar heeft hogere kosten en lagere
volumes.
Kiichiro Toyoda & Taiichi Ohno – Toyota:
Taiichi Ohno had de grootste impact en bedacht de term Muda, wat verspilling betekent. Hij
introduceerde het Toyota Production System (TPS), waarmee Toyota een grotere variëteit
aan auto’s kon produceren. Belangrijke kernwaarden zijn respect voor mensen en continu
verbeteren.
Edward Deming:
Deming introduceerde de PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act) om kwaliteit continu te
verbeteren.
Jim Womack & Dan Jones:
Zij formuleerden de vijf pijlers die cruciaal zijn voor Lean: value, value stream, flow, pull en
perfection. Bij Lean draait het vooral om hoe je kijkt en denkt, niet alleen om wat je doet.
1.3 Toyota:
Taiichi Ohno ontwikkelde het Toyota Production System (TPS) door inzichten van
verschillende bedrijven te bundelen, met als doel flexibel produceren met beperkte
middelen. Kernwaarden zijn respect voor mensen en continu verbeteren (Kaizen),
waarbij alle medewerkers betrokken zijn. Het doel is waarde voor de klant leveren door
verspillingen te elimineren en processen efficiënter te maken.
, Toyota hanteert 14 managementprincipes die leidend zijn binnen de organisatie. Deze zijn
verdeeld over 4 P's:
Philosophy – Formuleer een lange termijn strategie
1. Baseer beslissingen op de strategie voor de lange termijn. Zorg dat deze inspirerend
en motiverend is voor de medewerkers.
Process – Verwijder alle verspillingen uit het proces
2. Creëer flow in het proces (doorstroming zonder allerlei tussenvoorraden en
wachttijden) door verspillingen te elimineren.
3. Pull en JIT: produceer alleen als de klant erom vraagt (pull) en op het moment
waarop de klant erom vraagt (JIT: just in time).
4. Heijunka: Balanceer het werk zo, zodat mens en machine niet overbelast worden.
5. Jidoka: stop het proces indien er afwijkingen in de productie optreden, zodat je direct
in één keer de juiste kwaliteit levert.
6. Standaardiseer het proces zodat de uitkomsten voorspelbaar worden. Dit is
noodzakelijk voor stap 3.
7. Visueel management: zorg dat mensen in het proces makkelijk kunnen zien of het
werk volgens plan verloopt. Houdt rapportages kort en bondig.
8. Gebruik alleen betrouwbare technologie die de mensen dient.
People – Laat mensen excelleren
9. Ontwikkel leiders die de filosofie uitdragen.
10. Werk in teams en stimuleer persoonlijke ontwikkeling. Zorg ervoor dat werknemers
verantwoordelijkheid kunnen nemen (empowerment).
11. Ontwikkel en onderhoud goede relaties met je leveranciers (en andere stakeholders).
Problem Solving – Los problemen op door de grondoorzaak weg te nemen
12. Genchi Genbutsu: managers observeren op de werkvloer, zodat ze met eigen ogen
kunnen zien wat er daadwerkelijk gebeurt.
13. Beslis weloverwogen en op basis van consensus.
14. Zelfreflectie (Hansei) en continu verbeteren (Kaizen): zorg voor een lerende
organisatie waarin van en met elkaar geleerd wordt.
House of Toyota: