100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting algemene fysiologie (ook practica)

Rating
-
Sold
-
Pages
40
Uploaded on
19-01-2026
Written in
2023/2024

Samenvatting van het vak algemene fysiologie (practica inbegrepen) uit de eerste bachelor biomedische wetenschappen aan UGent.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 19, 2026
Number of pages
40
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Fysiologie samenvatting
Hoofdstuk 2: de celmembraan

Celmembraan = permeabel voor O2 , CO2 en NH3 ​
​ ​ = impermeabel voor grote moleculen, geladen ionen, waterhoudende moleculen, suikers, …
​ ​ = assymetrisch waardoor de buigbaarheid en vloeibaarheid ervan variëren
​ ​ = negatiever aan de binnenste zijde, dan aan de buitenste zijde

Bouw:
-​ Fosfolipiden
●​ Amfipatisch: hydrofiele kop en hydrofobe vetzuurstaarten​
- vormen bilayer waarbij de koppen naar buiten liggen en de vetzuurstaarten naar elkaar toe​
- bij te lage concentratie vormen ze een micel waarbij FL in een cirkel liggen met koppen
naar buiten
●​ Soorten: verschillende soorten koppen/staarten (vb. fosfatidylserine, sphingomyeline, …)​
- staart: verzadigd/ onverzadigd -> beïnvloedt vloeibaarheid, dikte en structuur van CM
●​ Temperatuursgevoelig: gel- en solstate (gel = vaster, sol = vloeibaarder)​
- bepaalde transitietemperatuur Tm kan overgang van sol naar gel bepalen (en andersom)​
lage Tm = korte onverzadigde vetzuren = sterke interactie = vast (gel)​
hoge Tm = lange verzadigde vetzuren = zwakke interactie = vloeibaar (sol)​
- zwakke packing = scheuren en gaten in het membraan = meer permeabel (sol)
●​ Beweging: ​
1. Laterale diffusie = beweging van FL in eigen monolayer (snel bij hoge T, traag bij lage T)​
2. Rotatie = draaibeweging van FL rond hun eigen as​
3. Flexie = beweging van de vetzuurstaarten van FL​
4. Flip-flop = beweging van FL naar andere monolayer door enzymen flipase en flopase​
-> flipase = van buitenste naar binnenste monolayer​
-> flopase = van binnenste naar buitenste monolayer​
-> scramblase = werken in beide richtingen en hebben geen energie nodig​
=> flipase en flopase gebeurt maar zelden, want hoge energiebarrière ​
(cholesterol kan wel gemakkelijke flippen of floppen)​

-​ Cholesterol
●​ Ligging: tussen de vetzuurstaarten in
●​ Hoeveelheid: cholesterol bepaalt mee de vloeibaarheid van het membraan​
veel cholesterol = stijver membraan (meer permeabel; afstand tss VZ groter), ​
weinig cholesterol = vloeibaarder membraan (minder permeabel; afstand tss VZ kleiner)​

-​ Membraanproteïnen
●​ Integraal: hebben een transmembranair segment (lipide-ankers)​
- kunnen meerdere (α-helix) segmenten hebben​
- kunnen aan PL gelinkt zijn via suikerketens
●​ Perifeer: hangen vast aan een integraal eiwit (oplosbaarder)
●​ Multispanning: veel α-helices is veel multispanning, waardoor de proteines stabieler zijn​
- complexen hebben ook meer functies: ze hebben een N-terminus EC en een C-terminus IC​
waaraan liganden kunnen binden
●​ Functies: ​
Integrale eiwitten: ​
1. Receptor: ligand-geactiveerd​
2. Adhesiemolecule: cel-matrix en cel-cel adhesie (integrines en cadherines)​
3. Transport: poriën, kanalen, carriers, pompen​

, 4. Enzymen: GPI-linked proteïns​
5. Intracellulaire signalering​

Perifere eiwitten:​
1. Intracellulaire signalering​
2. Vorming submembranair cytoskelet ​

-​ Lipid rafts/ microdomeinen
●​ Verdikkingen in het CM die meer cholesterol en sphingolipiden bevatten
●​ Functie = signaaltransductie : leaflet-leaflet interacties tussen de PL variëren

Hoofdstuk 3: signaaltransductie

1. Juxtraciene communicatie
​ = directe cel-cel communicatie
​ = voornamelijk via gap junctions (nexus)
​ - 1 gapjunction = 2 hemikanalen van verschillende cellen die tegen elkaar komen te zitten​
​ - 1 hemikanaal wordt ook een connexon genoemd en is opgebouwd uit 6 connexines (hexameer)​
​ - gap junction = chemisch en elektrisch contact (permeabel voor moleculen en lage weerstand)

2. Communicatie via chemische signalen​
​ a. Endocriene signalering​
​ = signaaltransductie via de bloedbaan (over lange afstanden; via hormonen)​
​ b. Paracriene signalering​
​ = signaaltransductie via synaptische signalering (vb. Ach/ neurotransmitter) aan naburige cellen​
​ c. Autocriene signalering​
​ = signaaltransductie waarbij de afzender en de ontvanger van het signaal dezelfde cel zijn

⇨​ Signaleringsproces:​
1. Herkenning van het signaal via receptoren.​
2. Transductie van het signaal naar IC (al dan niet via 2nd messengers)​
3. Transmissie van het signaal naar de juiste effector.​
4. Modulatie van de effector.​
5. Antwoord van de effector/ van de cel. (effect)​
6. Feedback/terugkoppelingsmechanismen.​

=> herkenningsproces (stap 1) van een bi-moleculaire reactie​
= grootte van het effect is afhankelijk van de dissociatieconstante (Kd) en de dosis ([X])​
= hoe hoger het Hill-nummer, hoe steiler de Hill-curve, hoe sneller de concentratie van een​
ligand van 0% naar 100% effect gaat (1ste ligand gaat trager, 2de iets beter, 3de nog sneller,
…)​
=> Hill functie = verhouding tussen dosis/ effect​
=> hoe hoger de Kd, hoe kleiner het effect​
=> Hill-nummer = graad in coöperativiteit tussen ligandbindingsplaatsen

⇨​ Multi-point effect:​
= 1 ligand kan meerdere receptoren binden en dus verschillende effecten initiëren​
vb. epinephrine kan het hartritme doen toenemen, maar ook glycogeenafbraak doen toenemen

⇨​ Receptoren​
1. Ionotrope receptoren = ligand-geactiveerde kanalen (5 subeenheden) met EC bindingsplaats​
2. Metabotrope receptoren = activeren via second messenger een ionkanaal (zelf geen kanaal)​

, => G-proteine gekoppelde receptoren (GPCR’s)​
=> Algemene bouw: 7 transmembraansegmenten,
monomeer, G-proteinebindingsplaats​
tussen S5-S6 (IC), N-terminus
betrokken bij ligandbinding (EC)​
=> GPCR-proces:​





1. Herkenning: ligand bindt aan receptor​
2. Transductie: GDP wordt GTP aan G-proteine​
3. Transmissie: G-proteine dissocieert van receptor​
4. Modulatie: G-proteine dissocieert in α- en βγ-unit​
5. Respons: subunits binden op de effectoren​
6. Feedback: GTP wordt terug GDP en G-proteine​
units komen terug samen




=> soorten van α -subunits in een G-proteine​
- Gs: activatie adenylyl cyclase waardoor cAMP-aanmaak gestimuleerd wordt​
- Gi: inhibitie adenylyl cyclase waardoor cAMP-aanmaak geïnhibeerd wordt​
- Gq: activatie phospholipase waardoor hydrolyse van PIP2 tot DAG/IP3 gestimuleerd wordt​

=> modulatie mechanismen​
1. Adenylyl cyclase: ATP wordt omgezet naar cAMP
-> cAMP beïnvloedt de werking van enzymen en kanalen (vb. HCN kanaal)
-> cAMP kan enzymen activeren zoals PKA die activiteit van receptoren beïnvloeden​
(PKA = fosforylatie van kanalen, receptoren en enzymen)​
Regulatie PKA: via regulatoire subeenheden die aan de katalytische delen zitten​

2. Phosphodiesterase: afbraak van cGMP tot GMP​
-> ligand = licht (cGMP-dependend kanalen in het oog aanwezig)​

3. Phospholipase: afbraak van phospholipiden (PIP2 IP3 + DAG)​
-> IP3 gaat naar celmembraan en zorgt dat er meer Ca2+ in het cytosol komt​
= meer spiercontractie, invloed op doelproteïnen via Ca2+/CAM​
-> DAG activeert PKC wat voor fosforylatie zorgt of vormt arachidonzuur (AA)​

=> Second messengers​
- signalen versterken: meerdere 2nd messengers per geactiveerde receptor​
- integratie signalen: meerdere receptoren matchen met meerdere effectoren​
- basistypes: hydrofobe moleculen (DAG), hydrofiele moleculen (cAMP), gassen​
- eigenschappen:​
-> vrijgegeven en gesynthetiseerd in specifieke reacties​
-> opgeslagen in speciale organellen​
​ -> lokalisatie van productie, vrijgave en vernietiging kan: cel kan signaalactiviteit regelen

, 3. Katalytische receptoren = transmembranaire proteinen met enzymatische activiteit aan IC zijde​
=> 5 klassen
Guanylyl cyclase
-​ Liganden = kleine peptides (ANP, BNP, CNP)
-​ Ligandbinding = dimerisatie = activatie van guanylyl cyclase
-​ Activatie guanylyl cyclase = hogere concentratie aan cGMP
-​ cGMP activeert PKG (fosforylatie van proteinen)




Serine/threonine kinase
-​ Liganden = TGF-β (Transforming Growth Factor β)
-​ Type 2 bindt met een ligand
-​ Type 2 receptor interreageert met type 1 receptor
-​ Type 1 receptor wordt gefosforyleerd aan Ser of Thr
-​ Fosforylatie van type 1 receptor = kinase activiteit




Tyrosine kinase (RTK)
-​ Liganden = NGF (Nerve Growth Factor)
-​ Vorming van receptor-signaal complex

Reactie:
1.​ Ligandbinding = dimerisatie = activatie RTK
2.​ Geactiveerd RTK fosforyleert zichzelf
3.​ GRB2 bindt aan RTK en recruteert SOS
4.​ SOS activeert Ras (GDP naar GTP omzetten)
5.​ Ras fosforyleert MAPKKK tot MAPKK tot MAPK
6.​ MAPK gaat als transcriptiefactor naar de nucleus

Receptor associated tyrosine kinase
-​ Liganden = cytokines, groeifactoren in cel
-​ Activeren ‘loosly-non)covalent’ geassocieerde tyrosine
kinases (Src en JAK)
-​ Ligandbinding = dimerisatie = activatie kinases
-​ Kinases fosforyleren elkaar en de receptor
-​ Gefosforyleerde fosfotyrosines zijn bindingsplaatsen voor
proteines
$8.47
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
biomedischeUGent
4.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
biomedischeUGent Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
8
Member since
8 months
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
19 hours ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions