100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Communicatiewetenschap

Rating
-
Sold
-
Pages
67
Uploaded on
19-01-2026
Written in
2024/2025

met deze samenvatting was ik erdoor in de eerste zit. samenvatting van les, slides en boek.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 19, 2026
Number of pages
67
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

COMMUNICATIEWETENSCHAPPEN
INLEIDING
- Iedereen is continu bezig met communiceren -> niet alleen mensen maar ook
bloem die bloeien, die communiceren naar de bijtjes dat ze mogen nectar
verzamelen ook ruimtes communiceren zoals een klaslokaal waarvan je weet dat
als je zit dat je moet zwijgen.
- Communicatiewetenschappen onderzoekt hoe mensen ideeën uitwisselen en
betekenis geven. We focussen op de impact van media (=kranten, films, sociale
media,…) die gebruikt word in de samenleving.
- Communicatiewetenschappen is een jonge discipline, uit de jaren 70, met veel sub
disciplines (vb. health communication, mobile communication,… )
- Na corona is er een shift in alle sociale media, gestegen -> gebruik van media
heeft impact op studies maar zorgt ook voor verslavingen.
- We hebben continu informatie door de media

HOOFDSTUK 1: BOUWSTENEN VAN EEN DISCIPLINE EN EEN PRAKTIJK


1.1 INLEIDING: COMMUNICATIE IS MEER DAN COMMUNICEREN
- Communicatie is een complexe samengaan van verschillende sociale, culturele,
gedragsmatige en cognitieve aspecten het omvat ook gevoelens, rituelen, emoties
en sociaal handelen.


1.2.1 HET TEKEN ALS BASIS VOOR BETEKENISVOL COMMUNICEREN
- Semiotiek = wetenschappelijk veld rond teken, betekenis en taal/ de leer van
tekens
 Bestudeert de wijze waarop tekens functioneren en hoe ze betekenis doen
ontstaan.
 Communicatie begint bij betekenis vb. 2006 -> voor mij betekenis maar niet
voor anderen
- 3 centrale domeinen:
1. De tekens zelf en hun indeling in soorten.
2. De codes en systemen waarbinnen de tekens georganiseerd zijn.
3. De bredere cultuur waarbinnen de tekens en codes opereren.
- Semiotiek -> sub disciplines
 Fonologie = de studie van klanken en de kleinste eenheden.
 Syntaxis = de linguïstische studie van taalconventies en betekenisvolle
patronen.
 Pragmatiek = studie van de relaties tussen betekenis en de gebruiker van het
teken.
 Semantiek = studie van de relatie tussen teken en de betekenis die een teken
toegekend krijgt.


1.2.2 TEKEN TEKENSYSTEMEN EN TEKENINDELING

1.2.2.0 BASISCONCEPTEN
- Teken = kleinste eenheid van communicatie

, o Voorbeeld: het woord ‘banaan’ is het teken dat iedereen weet waarover je het
hebt ook al is het er niet => een teken is iets beschrijven wat er niet is .
o Heel de wereld bestaat uit tekens en tekens begrijpen.
- Een teken bestaat uit een
1. Intensie = uitleg (hoe ziet een banaan er uit)
2. Extensie = klasse van zaken (alle bananen)
3. De betekenaar/ signifiant = verwijst naar de fysieke verschijningsvorm
4. De betekende/ signifié = het mentale concept waar de materiële
tekenvorm naar verwijst
Voorbeeld: signifiant = rechter, stokje met
bolletje = een tekening
signifié = muzieknoot




 Het object waar naar verwezen wordt is niet altijd hetzelfde als de betekende
vb. hond -> ontvanger kan een ander ras in zijn/haar hoofd hebben.
5. Referent = fysieke object
 Gezien de functie van de betekende kan een teken al betekenisvol zijn en
betekenisvolle communicatie tussen 2 personen mogelijk maken zonder de
referent.
6. Significatie = volledige betekenis
Vb. primaire significatie bij ferrari is een automerk
Om een significatie van een teken te bepalen -> denotatie en connotatie
 Denotatie (primair betekenisniveau) = letterlijke of objectieve betekenis
van het teken (sociale consensus) vb rood licht = stoppen
 Connotatie ( secondair betekenisniveau) = de figuurlijke of subjectieve
betekenis van het woord. Vb. ‘verdomme, ik sta weer voor het rood licht’
=> kan gesplitst worden -> evaluatieve lading = verwijst naar iets goed,
slechts, neutraal
->referentiële lading = waar we het mee
linken in ons hoofd

1.2.2.1 TEKENSYSTEMEN
(!!! Zonder dia’s gemaakt nog eens checken )

Er zijn veel tekensystemen maar wij focussen ons op 2 meest elementaire van de
grondleggers van de semiotiek: Charles Sander Peirce en Ferdinand de Saussure. Hoe
bestuderen we een complexe communicatie?

- Peirce ontwikkelde zijn tekensysteem aan de hand van 3 componenten:
1. Het representamen/ de tekenvorm => teken dat
gebruikt word.
2. Object => waar het teken naar verwijst.
3. De interpretant => betekenis die aan het teken
gegeven word. -> word bepaald door persoonlijke
ervaringen van de gebruiker vb. goede tijd op
school gehad -> ‘school’ zal een positief gevoel
opwekken.
o In peirce zijn systeem is de relatie tussen het teken en het materiële object het
meest determinerende component voor het ontstaan van betekenis (relatie =
dynamisch, open en tijdelijk)

, - De Saussure meer geïnteresseerd in onderlinge relaties tussen tekens.
 De betekenis van een teken komt vooral tot stand uit de verhouding van een
teken tot een andere tekens en dus niet zozeer uit de verhouding tot het
object zoals bij Peirce.
 Betekenis van een teken ligt in zijn tegengestelde. Vb. teken ‘koud’ en
‘warm’.
 In zijn tekensysteem word de betekende van teken telkens een betekenaar
(betekenisdrager) .
 2 soorten relaties tussen tekens
1. Syntagma = betekenisvolle combinatie of keten van tekeneenheden
volgens een bepaalde volgorde, de betekenis van een teken word bepaald
door de zin met andere tekens
Vb. ik eet zalm -> andere zalm in gedacht dan gewoon het woord ‘zalm’
2. Paradigma/ paradigmatisch = een teken heeft een betekenis omdat die
staat ten opzichte van een andere betekenis.
 Cirkel = teken
 Signifiant (bovenaan) = woord, signifie (beneden) zit erin vervat en dat
verhoud zich tot het object
 Geen objecten nodig om het teken te vertellen zijn er andere tekens nodig,
een teken word bepaald door andere tekens in het systeem. Vb. appel heeft
een betekenis omdat er ook andere fruiten bestaan.
 Maar 1 teken per taal = nutteloos


1.2.2.2 TEKENINDELINGEN
- peirce = op basis van telkens andere relaties tussen het teken en het object
identificeert hij 3 soort tekens
1. Icoon = een teken dat op visueel, auditief of zelfs op olfactorisch vlak een
gelijkenis vertoont met het object waar het naar verwijst. Vb. afbeelding
2. Index = een indicatie = een teken met een rechtstreeks, existentieel of natuurlijk
verband met een object.
3. Symbool = een teken dat een betekenis heeft op basis van een conventie of
afspraak.

 Peters = tekens worden onderscheiden tussen
natuurlijk en kunstmatig Arbitrair en conventioneel -
> woorden en letters
 Gemotiveerd -> icoon = lijkt er op (associatie)
->symbool = er is een bepaalde
motivatie achter vb. kruis in de kerk


1.3 ELEMENTEN VAN HET COMMUNICATIEPROCES

1.3.1 COMMUNICATOR/ ZENDER
- Startpunt communicatie -> al dan niet bewust een boodschap
met informatie, in de zin van een georganiseerd geheel van
data en feiten over een bepaald onderwerp).
- Actor (iemand die iets doet) = zend boodschap uit
- Als info niet verzonden word = bron
- Onbewust vb. zweten -> je hebt het warm
- De communicator kan een individu zijn of een krantenuitgeverij

, - Verschillende vormen van communicatie
1. Interpersoonlijke communicatie
2. Massacommunicatie =
- Tussen individuen is er ruimte voor feedback = de manier waarop de
communicator beïnvloed wordt door de eigenlijke reactie van de ontvanger op de
boodschap -> (non) -verbaal
- Feedforward = anticiperen op de volgende reactie van de ontvanger
- Selectie = je kan niet alles vertellen
- Zender aanwezig of niet => copresence
- Er zijn mensen die voor mensen communiceren -> bekende mensen die niet zelf
hun sociale media bedienen


1.3.2 BOODSCHAP
- Doel communiceren -> boodschap overbrengen
- Boodschap of bewustzijnsinhoud kan een idee, ervaring, … zijn die de zender
kenbaar wil maken
- Externaliseren = boodschap omzetten naar gecodeerde tekens, dragers van de
betekenis
- Niet altijd ontvanger vb. dagboek => zelf ontvanger?
- Boodschap hoeft niet in woorden vb. smileys
- 4 verschillende aspecten
1. Het referentiële of inhoudelijke aspect
 Verwijst naar de zakelijke inhoud van een boodschap
 Boodschap omvat tekens en symbolen die verwijzen naar iets anders dan het
teken zelf
 De taal is in groet mate representationeel = verwijst naar een bepaald begrip
of kan ook referentieel zijn = teken verwijst naar iets in de omringende
werkelijkheid.
2. Het expressieve of vormelijke aspect
 Gaat eerder om beïnvloeding -> de vorm van een boodschap heeft immers
veel invloed op de verwerking van inhoudelijke aspecten. (lay-out, tonaliteit,
intonatie, …)
 Pure neutrale taal kan ook
3. Het relationele en appellerende aspect
 Met een boodschap geeft de zender altijd mee hoe hij/zij de relaties of het
contact met de ontvanger zit/wenst.


1.3.3 ENCODEREN EN DECODEREN
- Kernelement van het communicatieproces
- Bij het communiceren gebruiken we een vooraf afgesproken code (onze taal)
- Code = de manier waarop een set van tekens systematisch georganiseerd is in
een syteem
- Code = eenheden (letters) +patronen (grammatica)
1. Digitale code/ conventionele code = geen nuancering of gradatie in
betekenisintensiteit, aangeleerd. (gecodeerd in symbolen)
2. Analoge code/ natuurlijke code = wel nuancering en gradatie, situatie
gebonden (natuurlijke manier van communiceren)
- Encoderen = coderen door zender / decoderen = coderen door ontvanger
- Interpretatie = syntactisch (specifieke code die zender gebruikt) + semantisch
(interpreteren van boodschap)
- Verschillende vormen van decoderen
$9.79
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
vdlotte

Get to know the seller

Seller avatar
vdlotte Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
5
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions