Table of Contents
OPVOEDVRAAGSTUKKEN...................................................................................................1
HOORCOLLEGE 1:......................................................................................................................... 1
WEEK 1: WAT IS PEDAGOGIEK?....................................................................................................... 4
WEEK 2: GESCHIEDENIS VAN HET GEZIN, "HET GEZIN" & GEHECHTHEID...................................................5
HOORCOLLEGE 2:....................................................................................................................... 14
HOORCOLLEGE 2: ONLINE..............................................................................................................21
WERKGROEP 2............................................................................................................................ 25
WEEK 3: OPVOEDING & GEZIN ALS SYSTEEM....................................................................................28
HOORCOLLEGE 3......................................................................................................................... 33
WERKGROEP 3............................................................................................................................ 40
WEEK 4 : OPGROEIEN, OPVOEDING EN HET NAVIGEREN VAN DISCRIMINATIE..........................................43
HOORCOLLEGE 4: DISCRIMINATIE....................................................................................................45
WERKGROEP 4............................................................................................................................ 48
WEEK 5: DE ONTWIKKELING EN SOCIALISATIE VAN ETNISCH-RACIALE VOOROORDELEN...............................50
HOORCOLLEGE 5......................................................................................................................... 53
WERKGROEP 5............................................................................................................................ 57
WEEK 6: DE ONTWIKKELING EN SOCIALISATIE VAN ETNISCH-RACIALE IDENTITEIT.......................................60
HOORCOLLEGE 6......................................................................................................................... 65
WEEK 7: CULTUUR EN OPVOEDING..................................................................................................72
HOORCOLLEGE 7......................................................................................................................... 77
WERKGROEP 7............................................................................................................................ 81
HOORCOLLEGE 8......................................................................................................................... 84
WEEK 8: PREVENTIE EN INTERVENTIE...............................................................................................89
HOORCOLLEGE 9.........................................................................................................................98
LITERATUUR 9: KINDEROPVANG....................................................................................................104
WERKGROEP 9.......................................................................................................................... 110
WEEK 10: OPVOEDEN EN OPGROEIEN IN DE CONTEXT VAN ARMOEDE..................................................113
HOORCOLLEGE 10..................................................................................................................... 116
HOORCOLLEGE 1:
De pedagogische wettenschappen bestuderen de opvoeding,
onderwijs en de hulpverlening aan kinderen en jeugdigen, met het oog op
verbetering van de praktijk
empirisch-analystische wetenschap
normatieve, handelingsgerichte wetenschap
verbindende en transdisciplinaire wetenschap
Deelgebieden binnen pedagogische wetenschap:
, Algemene pedagodiek: “normale” ontwikkeling van
kinderen/jongeren in verschillende opvoedcontexten (deze minor)
Orthopedagogiek: opvoeding in problematische situaties, bv
beperking, leerproblemen
Onderwijswetenschappen: leren, onderwijsprocessen en
leeromgevingen.
Waartoe voeden we op?
- Baby’s zijn in alles afhankelijk van hun opvoeders
- Adoleschenten willen in alles onafhankelijk zijn van hun opvoeders
Nabijheid= grotere overlevingskans
Konrad Lorenz kuikens volgens eerste bewegende voorwerp dat ze
zien. Maxiamle gevoeligheid: 13e tot 16e uur na verlaten ei.
Imprinting= bescherming!
Harry Harlow= voeding of liefde? Conclusie: comfort is belangrijker dan
voeding.
Resultaat: de aapjes brachten veel meer tijd door bij de zachte moeder,
ook al gaf die geen melk.
Conclusie: Hechting draait niet alleen om voeding, maar vooral om
warmte, troost en veiligheid (contactcomfort). Dit bevestigde Bowlby’s
idee dat gehechtheid evolutionair en emotioneel is, niet puur biologisch-
voedingsgericht.
Gehechtheid: aangeboren neiging van kinderen om nabijheid en contact
te zoeken met ouder, vooral bij angst, ziekte of moeheid.
‘Voorgeprogrammeerd’ tot zoeken bescherming.
Gehechtheidstheorie: stelt dat kinderen een emotionele band
ontwikkelen met hun primaire verzorgers (meestal de ouders), die cruciaal
is voor hun gevoel van veiligheid en hun latere sociaal-emotionele
ontwikkeling. (Aangeboren)
Ecological Systems Theory:
Bronfenbrenner
Verschillende systemen en de afstand van het
kind tot dat systeem.
- Microsysteem: Indirecte invloed.
Bijvoorbeeld: family, school, religie etc,
mesosysteem: de interactie tussen 2
microsystemen
- Exosysteem: Wel van invloed maar
indirect. Bijv: media, politiek,
- Macrosysteem: ideologisch en culturele
context. Bijv: economische structuur,
wetten,
,Risicofactoren: omstandigheden of kenmerken die de kans op
ongunstige ontwikkeling vergroten.
Voorbeeld microsysteem: slechte familieband, slechte relatie ouders,
gepest worden op school (leeftijdsgenoten of het klimaat op school die dit
ondersteund). Voorbeeld macroniveau: Armoede en economische
ongelijkheid in de samenleving.Wanneer gezinnen in een maatschappij
onder de armoedegrens leven, kan dit leiden tot stress, beperkte toegang
tot goede gezondheidszorg en onderwijs, wat de opvoeding bemoeilijkt
Beschermende factoren: een omstandigheid die negatieve invloeden
kan opvangen of de kans op problemen verkleint, zelfs als er risico’s
aanwezig zijn. Werken dus als buffer
Microniveau (directe omgeving van het kind): Een warme,
ondersteunende ouder-kind relatie. Zelfs als er financiële problemen of
andere stressoren zijn, kan een veilige hechtingsrelatie het kind
beschermen tegen negatieve effecten. Macroniveau (maatschappelijk
niveau):Toegankelijke en betaalbare kinderopvang en onderwijs. Dit
ondersteunt ouders in de opvoeding en zorgt dat kinderen in een
stimulerende omgeving terechtkomen, ook als er thuis risicofactoren
aanwezig zijn.
Procesmodel van Belsksy:
Opvoedingvaardigheden centraal.
Het procesmodel van Belsky (1984) gaat over de factoren die samen
bepalen hoe ouderschap en opvoeding tot stand komen. Het is
een ecologisch model (geïnspireerd door Bronfenbrenner) en benadrukt
dat opvoeding wordt beïnvloed door meerdere niveaus:
1. Ouderlijke kenmerken
o Persoonlijkheid, psychische gezondheid, copingstijl.
o Bijvoorbeeld: een
ouder met veel
stress kan minder
sensitief
opvoeden.
2. Kenmerken van het
kind
o Temperament,
gedrag,
gezondheid.
o Bijvoorbeeld: een
makkelijk
temperament
maakt het opvoeden minder stressvol.
3. Contextuele en maatschappelijke factoren
o Relatie met partner, steun van familie/vrienden, werk, cultuur,
sociaal beleid.
, o Bijvoorbeeld: sociale steun kan de negatieve invloed van
stress verminderen.
Het model laat zien dat opvoeding een dynamisch proces is waarbij
risico- en beschermende factoren op verschillende niveaus met elkaar
interacteren.
Transactioneel model van Sameroff:
Het transactiemodel benadrukt dat de ontwikkeling van een kind niet
eenzijdig bepaald wordt door óf het kind óf de omgeving, maar door
een wederzijdse, dynamische interactie (transactie) tussen beide.
Basisidee:
o Kind → beïnvloedt de ouder (bijv. een moeilijk temperament
vraagt meer van de ouder).
o Ouder → beïnvloedt het kind (bijv. meer
of minder sensitief reageren).
o Dit proces herhaalt zich continu en
vormt een soort feedbacklus.
Voorbeeld:
o Een baby die vaak huilt (kindfactor) kan
stress veroorzaken bij de ouders.
o Gestreste ouders reageren mogelijk
minder sensitief.
o Hierdoor gaat de baby nóg meer huilen → negatieve spiraal.
o Maar: met goede ondersteuning kan dit doorbroken worden →
positieve spiraal.
Het model laat zien dat ontwikkeling niet vastligt, maar verandert
afhankelijk van de voortdurende transacties tussen kind en omgeving.
Sensitiviteit: het vermogen van de ouder om open te staan voor de signalen
van het kind en hierop snel en adequaat te reageren. Hoge sensitiviteit:
(zelf) vertrouwen, hulp geven als het kind er om vraagt, rustig en
geduldig, complimenten geven. Lage sensitiviteit: afwezig (ernaast zitten
maar niet met het kind bemoeien), ongeïnteresseerd, vijandig,
geen/weinig ondersteuning.
WEEK 1: WAT IS PEDAGOGIEK?
Risicofactor Niveau Beschermende Niveau
Darlin Bronfenbrenner factoren Bronfenbrenn
er
Slechte Microniveau Een warme, Microniveau
Gezondheid ondersteunende
moeder ouder-kind relatie
Armoede en Macroniveau
economische
ongelijkheid