BLAD
Functies
→ Veel uiteenlopende functies
• Fotosynthese
• Evapotranspiratie → verdamping van water
• Voorraad, bescherming, steun, aantrekking bestuivers …
Inplantingswijze bladeren
• Verspreid, afwisselend, kruisgewijs, kransgewijs, rozet
• Reeks van Fibonacci (1/2, 1/3, 2/5, 3/8, 5/13, 8/21, 13/34) → (Aantal
omwentelingen rond de stengel)/ (aantal bladeren bij de ene omwenteling
tegengekomen -1)
Delen van een blad
Bladschede
• Vlakke onderste deel aan stengel → soms schijnstengel (grassen, banaan)
• Steunblaadjes → soms gemetamorfoseerd tot kokertje/tuitje (ocrea) of tongetje
of doornen
• Tongetje → herkenning grassen
• Oortjes → herkenning grassen
Blade = bladschijf
Margin = bladrand
Vein = nerf
Petiole = bladsteel
Stipule = steunblaadje
Tongetje = centraal vliezige structuur → Belet dat er
water in de bladschede terecht komt.
Oortje → rond de bladschede gewikkeld (niet bij alle
soorten aanwezig)
1
, Bladsteel
• = petiolus
• Meestal aan rand, uitzonderlijk in midden
• Als afwezig: zittend blad
• Soms omgevormd tot bladachtige structuur (fyllodium) → bladsteel groter dan
blad zelf
Bladschijf
• Nerven (hierin zitten vaatbundels in) + bladmoes
• Belangrijke kenmerken bij determinatie:
o Vorm
o Nervatuur
o Insnijdingen
• Samengestelde bladeren met hoofdnerf (rachis)
• Tweetallig, drietallig, viertallig, handvorming, (on)even geveerd, …
• Deelblaadjes → insnijdingen tussen de nerven zo diep dat we spreken van
verschillende deelblaadjes = samengestelde bladeren
2
Functies
→ Veel uiteenlopende functies
• Fotosynthese
• Evapotranspiratie → verdamping van water
• Voorraad, bescherming, steun, aantrekking bestuivers …
Inplantingswijze bladeren
• Verspreid, afwisselend, kruisgewijs, kransgewijs, rozet
• Reeks van Fibonacci (1/2, 1/3, 2/5, 3/8, 5/13, 8/21, 13/34) → (Aantal
omwentelingen rond de stengel)/ (aantal bladeren bij de ene omwenteling
tegengekomen -1)
Delen van een blad
Bladschede
• Vlakke onderste deel aan stengel → soms schijnstengel (grassen, banaan)
• Steunblaadjes → soms gemetamorfoseerd tot kokertje/tuitje (ocrea) of tongetje
of doornen
• Tongetje → herkenning grassen
• Oortjes → herkenning grassen
Blade = bladschijf
Margin = bladrand
Vein = nerf
Petiole = bladsteel
Stipule = steunblaadje
Tongetje = centraal vliezige structuur → Belet dat er
water in de bladschede terecht komt.
Oortje → rond de bladschede gewikkeld (niet bij alle
soorten aanwezig)
1
, Bladsteel
• = petiolus
• Meestal aan rand, uitzonderlijk in midden
• Als afwezig: zittend blad
• Soms omgevormd tot bladachtige structuur (fyllodium) → bladsteel groter dan
blad zelf
Bladschijf
• Nerven (hierin zitten vaatbundels in) + bladmoes
• Belangrijke kenmerken bij determinatie:
o Vorm
o Nervatuur
o Insnijdingen
• Samengestelde bladeren met hoofdnerf (rachis)
• Tweetallig, drietallig, viertallig, handvorming, (on)even geveerd, …
• Deelblaadjes → insnijdingen tussen de nerven zo diep dat we spreken van
verschillende deelblaadjes = samengestelde bladeren
2