HOOFDSTUK 2: DE PLANTENCEL
Algemene beschrijving van de plantencel
Hoe planten verschillen van dierencellen/schimmels
De chloroplast is het subtype van plastiden, zorgt voor de groene kleur, zorgt dat de
plant aan fotosynthese kan doen.
De plantencel bestaat uit:
• Cytoplasma (inclusief organellen)
• Nucleus
• Celwand
Cytosol: cytoplasma zonder organellen (celsap dat in de cel aanwezig is)
Protoplast: alle levende onderdelen (verbinding alle levende onderdelen van de cel)
Apoplast: celwand en intercellulairen (dode onderdelen van de cel)
1
,Plastiden
= ovale organellen die diverse functies kunnen vervullen.
• Omgeven door een dubbel membraan (dubbele fosfolipide laag)
• Plastiden worden enkel in planten- en algencellen teruggevonden.
• Staan in voor de fotosynthese (chloroplast, groene kleur), stockage, aanmaak en
verwerking van moleculen
• Zijn semi-autonome modellen, hebben eigen cirkelvormig DNA → kunnen delen
onafhankelijk de deling van de cel.
• Replicatie plastiden mogelijk, tot 50 per cel
• Ontstaan uit proplastiden
• Plastiden hebben de flexibiliteit om te differentiëren en dedifferentiëren (o.a. o.i.v.
licht/donker)
proplastiden wordt omgezet naar chloroplast d.m.v. zonlicht.
proplastiden → alle typen plastiden
kunnen ontstaan
o Chloroplast (groen)
o Chromoplast (anders gekleurd)
→ rood/oranje
o Leukoplast (kleurloos) →
amyloplast is hier een speciaal
subtype van → zit zetmeel in
2
, • Planten binnengekomen (endosymbionten) → leven aan de binnenkant van de
cel, leven samen, allebei voordeel
• Stromules:
o Extensies van plastiden (uitstulpingen)
o Associatie met mitochondriën, kern en elkaar (bv voor fotosynthese)
Chloroplasten
→ Type plastide
→ Groene kleur door chlorofielen → ontstaan onder invloed van licht
• Betrokken bij de fotosynthese
• 20-50 per cel in bladeren
• 500 000 chloroplasten per mm2 blad
• Ontstaan onder invloed van licht (bv zaden → kiemplant)
• Etioplasten: lichtgebrek (donker) → geel pigment protochlorofylliden) (zoals
witloof → in donker geteerd, chloroplast heeft zonlicht nodig om te blijven
bestaan.
• Thylacoïde membraanstructuur → binnenkant chloroplast
Binnenkant chloroplast:
• Matrix (stroma)
• Primaire thylacoïden
• Secundaire thylacoïden (grana)
Op de thylacoïden zit chlorofyl.
3
Algemene beschrijving van de plantencel
Hoe planten verschillen van dierencellen/schimmels
De chloroplast is het subtype van plastiden, zorgt voor de groene kleur, zorgt dat de
plant aan fotosynthese kan doen.
De plantencel bestaat uit:
• Cytoplasma (inclusief organellen)
• Nucleus
• Celwand
Cytosol: cytoplasma zonder organellen (celsap dat in de cel aanwezig is)
Protoplast: alle levende onderdelen (verbinding alle levende onderdelen van de cel)
Apoplast: celwand en intercellulairen (dode onderdelen van de cel)
1
,Plastiden
= ovale organellen die diverse functies kunnen vervullen.
• Omgeven door een dubbel membraan (dubbele fosfolipide laag)
• Plastiden worden enkel in planten- en algencellen teruggevonden.
• Staan in voor de fotosynthese (chloroplast, groene kleur), stockage, aanmaak en
verwerking van moleculen
• Zijn semi-autonome modellen, hebben eigen cirkelvormig DNA → kunnen delen
onafhankelijk de deling van de cel.
• Replicatie plastiden mogelijk, tot 50 per cel
• Ontstaan uit proplastiden
• Plastiden hebben de flexibiliteit om te differentiëren en dedifferentiëren (o.a. o.i.v.
licht/donker)
proplastiden wordt omgezet naar chloroplast d.m.v. zonlicht.
proplastiden → alle typen plastiden
kunnen ontstaan
o Chloroplast (groen)
o Chromoplast (anders gekleurd)
→ rood/oranje
o Leukoplast (kleurloos) →
amyloplast is hier een speciaal
subtype van → zit zetmeel in
2
, • Planten binnengekomen (endosymbionten) → leven aan de binnenkant van de
cel, leven samen, allebei voordeel
• Stromules:
o Extensies van plastiden (uitstulpingen)
o Associatie met mitochondriën, kern en elkaar (bv voor fotosynthese)
Chloroplasten
→ Type plastide
→ Groene kleur door chlorofielen → ontstaan onder invloed van licht
• Betrokken bij de fotosynthese
• 20-50 per cel in bladeren
• 500 000 chloroplasten per mm2 blad
• Ontstaan onder invloed van licht (bv zaden → kiemplant)
• Etioplasten: lichtgebrek (donker) → geel pigment protochlorofylliden) (zoals
witloof → in donker geteerd, chloroplast heeft zonlicht nodig om te blijven
bestaan.
• Thylacoïde membraanstructuur → binnenkant chloroplast
Binnenkant chloroplast:
• Matrix (stroma)
• Primaire thylacoïden
• Secundaire thylacoïden (grana)
Op de thylacoïden zit chlorofyl.
3