Samenvatting kennistoets 2.2
Gezondheidsbevordering & Preventie en Technologie
Gezondheidsbevordering & Preventie
Les 2.1:
Verwoorden wat de gezondheidsdeterminant leefstijl en gedrag inhoudt:
De gezondheidsdeterminant leefstijl & gedrag omvat allerlei gedragingen die een positieve
of negatieve invloed hebben op de gezondheid en/of een gezondheidsprobleem. Zoals
gezondheidsvaardigheden en de BRAVV(O)-factoren. Gedrag, gezondheidsgedragingen en
vooral gedragsveranderingen zijn een belangrijk middel om de gezondheid van mensen te
verbeteren en gezondheidsproblemen te verminderen.
Aanpak van gezondheidsprobleem:
- Welke gedragingen kunnen van invloed zijn?
- Relevante gedragingen inventariseren
- Welke gedragingen hebben een relatie met gezondheid en het
gezondheidsprobleem?
- Is het betreffende gedrag overmatig? Hierdoor kan negatieve gezondheidseffecten
ontstaan.
Gezondheidsvaardigheden:
Complexe vaardigheden die bepalen of mensen hun ‘weg kunnen vinden’ in de zorg.
Gezondheidsvaardigheden worden ingezet om informatie te verwerven. Niet alleen
verwerven van informatie is belangrijk, maar ook dat mensen de informatie begrijpen,
beoordelen en gebruiken.
Toelichten hoe leefstijlfactoren en gedragingen invloed hebben op de gezondheid van de
mens:
BRAVVO-factoren
Bewegen lichamelijke activiteit is een leefstijlfactor die belangrijke gezondheidsvoordelen
kan opleveren. Voor volwassenen geldt een minimum van 2,5 uur per week aan matig
intensief sporten. Voor kinderen een uur per dag. Matig intensieve, regelmatig uitgevoerde
fysieke activiteiten verbetert de fysiek fitheid en de conditie van hart en longen en minder
risico op cardiovasculaire risicofactoren. Gz-problemen die verband houden met lichamelijke
inactiviteit zijn coronaire hartziekten, diabetes type 2, osteoporose, dikke darmkanker,
COPD, beroerte, depressiviteit, borstkanker, chronische gewrichtsreuma.
1
,Roken draagt bij aan het ontstaan van belangrijke gz-problemen en is verreweg de
belangrijkste oorzaak van sterfte en ziekte. Roken is verantwoordelijk voor:
- Longkanker
- COPD (belangrijkste exogene gezondheidsdeterminant)
- Aantal vormen van kanker in het hoofdhalsgebied
- Incidentie van hart-en vaatziekten.
Alcohol negatieve invloed op gezondheid. Kan leiden tot:
- Farmacologische verslaving
- Psychische verslaving (gevoelens van schaamte en schuld)
- Sociale verslaving (conflicten, isolement, stigmatisering)
- Risico op (verkeer)ongevallen
- Chronische ziekten (levercirrose, hartziekten en kanker)
- Immuunsysteem kan verstoord raken
- Verhoogde bloeddruk
- Stemmings- en angststoornissen
Voeding zowel primair als secundair gerelateerd
Voeding en gz-problemen hebben een duidelijk primair verband overgewicht, DM, hart-
en vaatziekten. Bij een secundair verband zijn de gz-problemen primair voeding gerelateerd,
maar spelen daarnaast andere gezondheidsdeterminanten een rol. Bijvoorbeeld bij
darmkanker: een te lage consumptie van groenten en fruit als risicofactor, maar is er een
secundair verband met ernstig overgewicht en lichamelijke inactiviteit.
Vrijen seksueel gedrag staat in verband met gezondheidsproblemen zoals, soa’s, HIV,
ongewenste zwangerschappen en urineweginfecties. Jonge mensen zijn kwetsbaar voor
soa’s.
Ontspanning niet ontspannen zijn kan leiden tot hypertensie, stress, burn-out/angst,
vermoeidheid
Uitleggen welke taak de verpleegkundige heeft bij de gezondheidsdeterminant leefstijl en
gedrag:
VPK hebben belangrijke taken m.b.t. gezondheidsdeterminant leefstijl en gedrag. Veel
preventieve en curatieve taken van VPK hebben te maken met het aanzetten van patiënten
tot ander, gezonder gedrag
Gezondheidsvoorlichting en patiëntenvoorlichting:
Veranderen van gedrag dat ongewenst is omdat het de gezondheid schaadt. Vaak gaat het
hierbij om het bevorderen van zelfmanagement van patiënten zodat zij beter in staat zijn te
leven met hun gezondheidsprobleem.
Gezondheidsbevordering:
- Gericht op het bevorderen van gezond voedingsgedrag en veilige voeding.
Bij veilige voedsel gaat het om het bevorderen en bewaken van de veiligheid
tijdens de samenstelling, het bewaren en het bereiden van voedselproducten.
Bij gezond voedingsgedrag gaat het om de volgende asceten:
o Voorkomen van (welvaart)ziekten
o Voorzien in de behoefte aan essentiële voedingsstoffen
o Bevorderen van de kwaliteit en duur van leven bij patiënten met een
voeding gerelateerde ziekte
o Bevorderen borstvoeding
o Voorkomen van nadelige gevolgen van voedselovergevoeligheid
2
, - Gericht op terugdringen van consumptie van verzadigd vet of zout of het bevorderen
van de groente- en fruitconsumptie.
- Gericht zijn op verantwoord alcoholgebruik.
- Gericht op optimaliseren van het bewegingsgedrag. Aangrijpingspunten zijn:
Geringe kennis over de risico’s
Negatieve houding t.o.v. bewegen
Geringe eigeneffectiviteit
De verpleegkundige heeft kennis van:
- Zelfmanagement, leefstijl en gedrag
- Gezondheids- en gedragsdeterminanten
- Gezond gedrag
Vaardigheden en attitudes:
- Kennis Nederlandse taal
- Lezen
- Prioriteiten stellen
- Verantwoordelijk
- Uitvoeren interventies (individueel en collectief)
Les 2.2
Uitleggen wat de endogene, persoonsgebonden gezondheidsdeterminant inhoudt:
Bij de endogene determinant gaat het zowel om fysiologische als psychische factoren die
zich ín de mens afspelen en invloed hebben op gezondheid of gezondheidsprobleem. Heet
ook wel de persoonsgebonden determinant. Wordt onderverdeeld in genetisch, erfelijk en
verworven eigenschappen.
Genetische factoren: (aangeboren) afwijkingen in de genen/chromosomen, multifactoriële
gezondheidsproblemen, aanleg voor gezondheidsproblemen
Verworven eigenschappen = hoge bloeddruk, afwijking in immuunsysteem, hoog
cholesterolgehalte, wisselende glucosespiegel, gewicht, persoonlijkheidskenmerken
Uitleggen welke taken de verpleegkundig heeft bij de endogene, persoonsgebonden
gezondheidsdeterminant:
VPK heeft de taak om:
- Dergelijke problemen te signaleren
- Noodzakelijke zorg te bieden
- Mensen zo goed mogelijk bij staan en begeleiden in het leren accepteren van en
omgaan met hun beperkingen
- Waar mogelijk verergering van klachten voorkomen
Kernelementen relatie zorgvrager, VPK
- Partnerschap
- Kennisdelen
- Vertrouwen
- Respect
Centraal staat:
- Gezamenlijke besluitvorming
- Regie van de zorgvrager
- Uitgang: levensdoelen van de zorgvrager
3
Gezondheidsbevordering & Preventie en Technologie
Gezondheidsbevordering & Preventie
Les 2.1:
Verwoorden wat de gezondheidsdeterminant leefstijl en gedrag inhoudt:
De gezondheidsdeterminant leefstijl & gedrag omvat allerlei gedragingen die een positieve
of negatieve invloed hebben op de gezondheid en/of een gezondheidsprobleem. Zoals
gezondheidsvaardigheden en de BRAVV(O)-factoren. Gedrag, gezondheidsgedragingen en
vooral gedragsveranderingen zijn een belangrijk middel om de gezondheid van mensen te
verbeteren en gezondheidsproblemen te verminderen.
Aanpak van gezondheidsprobleem:
- Welke gedragingen kunnen van invloed zijn?
- Relevante gedragingen inventariseren
- Welke gedragingen hebben een relatie met gezondheid en het
gezondheidsprobleem?
- Is het betreffende gedrag overmatig? Hierdoor kan negatieve gezondheidseffecten
ontstaan.
Gezondheidsvaardigheden:
Complexe vaardigheden die bepalen of mensen hun ‘weg kunnen vinden’ in de zorg.
Gezondheidsvaardigheden worden ingezet om informatie te verwerven. Niet alleen
verwerven van informatie is belangrijk, maar ook dat mensen de informatie begrijpen,
beoordelen en gebruiken.
Toelichten hoe leefstijlfactoren en gedragingen invloed hebben op de gezondheid van de
mens:
BRAVVO-factoren
Bewegen lichamelijke activiteit is een leefstijlfactor die belangrijke gezondheidsvoordelen
kan opleveren. Voor volwassenen geldt een minimum van 2,5 uur per week aan matig
intensief sporten. Voor kinderen een uur per dag. Matig intensieve, regelmatig uitgevoerde
fysieke activiteiten verbetert de fysiek fitheid en de conditie van hart en longen en minder
risico op cardiovasculaire risicofactoren. Gz-problemen die verband houden met lichamelijke
inactiviteit zijn coronaire hartziekten, diabetes type 2, osteoporose, dikke darmkanker,
COPD, beroerte, depressiviteit, borstkanker, chronische gewrichtsreuma.
1
,Roken draagt bij aan het ontstaan van belangrijke gz-problemen en is verreweg de
belangrijkste oorzaak van sterfte en ziekte. Roken is verantwoordelijk voor:
- Longkanker
- COPD (belangrijkste exogene gezondheidsdeterminant)
- Aantal vormen van kanker in het hoofdhalsgebied
- Incidentie van hart-en vaatziekten.
Alcohol negatieve invloed op gezondheid. Kan leiden tot:
- Farmacologische verslaving
- Psychische verslaving (gevoelens van schaamte en schuld)
- Sociale verslaving (conflicten, isolement, stigmatisering)
- Risico op (verkeer)ongevallen
- Chronische ziekten (levercirrose, hartziekten en kanker)
- Immuunsysteem kan verstoord raken
- Verhoogde bloeddruk
- Stemmings- en angststoornissen
Voeding zowel primair als secundair gerelateerd
Voeding en gz-problemen hebben een duidelijk primair verband overgewicht, DM, hart-
en vaatziekten. Bij een secundair verband zijn de gz-problemen primair voeding gerelateerd,
maar spelen daarnaast andere gezondheidsdeterminanten een rol. Bijvoorbeeld bij
darmkanker: een te lage consumptie van groenten en fruit als risicofactor, maar is er een
secundair verband met ernstig overgewicht en lichamelijke inactiviteit.
Vrijen seksueel gedrag staat in verband met gezondheidsproblemen zoals, soa’s, HIV,
ongewenste zwangerschappen en urineweginfecties. Jonge mensen zijn kwetsbaar voor
soa’s.
Ontspanning niet ontspannen zijn kan leiden tot hypertensie, stress, burn-out/angst,
vermoeidheid
Uitleggen welke taak de verpleegkundige heeft bij de gezondheidsdeterminant leefstijl en
gedrag:
VPK hebben belangrijke taken m.b.t. gezondheidsdeterminant leefstijl en gedrag. Veel
preventieve en curatieve taken van VPK hebben te maken met het aanzetten van patiënten
tot ander, gezonder gedrag
Gezondheidsvoorlichting en patiëntenvoorlichting:
Veranderen van gedrag dat ongewenst is omdat het de gezondheid schaadt. Vaak gaat het
hierbij om het bevorderen van zelfmanagement van patiënten zodat zij beter in staat zijn te
leven met hun gezondheidsprobleem.
Gezondheidsbevordering:
- Gericht op het bevorderen van gezond voedingsgedrag en veilige voeding.
Bij veilige voedsel gaat het om het bevorderen en bewaken van de veiligheid
tijdens de samenstelling, het bewaren en het bereiden van voedselproducten.
Bij gezond voedingsgedrag gaat het om de volgende asceten:
o Voorkomen van (welvaart)ziekten
o Voorzien in de behoefte aan essentiële voedingsstoffen
o Bevorderen van de kwaliteit en duur van leven bij patiënten met een
voeding gerelateerde ziekte
o Bevorderen borstvoeding
o Voorkomen van nadelige gevolgen van voedselovergevoeligheid
2
, - Gericht op terugdringen van consumptie van verzadigd vet of zout of het bevorderen
van de groente- en fruitconsumptie.
- Gericht zijn op verantwoord alcoholgebruik.
- Gericht op optimaliseren van het bewegingsgedrag. Aangrijpingspunten zijn:
Geringe kennis over de risico’s
Negatieve houding t.o.v. bewegen
Geringe eigeneffectiviteit
De verpleegkundige heeft kennis van:
- Zelfmanagement, leefstijl en gedrag
- Gezondheids- en gedragsdeterminanten
- Gezond gedrag
Vaardigheden en attitudes:
- Kennis Nederlandse taal
- Lezen
- Prioriteiten stellen
- Verantwoordelijk
- Uitvoeren interventies (individueel en collectief)
Les 2.2
Uitleggen wat de endogene, persoonsgebonden gezondheidsdeterminant inhoudt:
Bij de endogene determinant gaat het zowel om fysiologische als psychische factoren die
zich ín de mens afspelen en invloed hebben op gezondheid of gezondheidsprobleem. Heet
ook wel de persoonsgebonden determinant. Wordt onderverdeeld in genetisch, erfelijk en
verworven eigenschappen.
Genetische factoren: (aangeboren) afwijkingen in de genen/chromosomen, multifactoriële
gezondheidsproblemen, aanleg voor gezondheidsproblemen
Verworven eigenschappen = hoge bloeddruk, afwijking in immuunsysteem, hoog
cholesterolgehalte, wisselende glucosespiegel, gewicht, persoonlijkheidskenmerken
Uitleggen welke taken de verpleegkundig heeft bij de endogene, persoonsgebonden
gezondheidsdeterminant:
VPK heeft de taak om:
- Dergelijke problemen te signaleren
- Noodzakelijke zorg te bieden
- Mensen zo goed mogelijk bij staan en begeleiden in het leren accepteren van en
omgaan met hun beperkingen
- Waar mogelijk verergering van klachten voorkomen
Kernelementen relatie zorgvrager, VPK
- Partnerschap
- Kennisdelen
- Vertrouwen
- Respect
Centraal staat:
- Gezamenlijke besluitvorming
- Regie van de zorgvrager
- Uitgang: levensdoelen van de zorgvrager
3