Examenvragen Personen met
een beperking Graduaat
orthopedagogische begeleider
24-25
/6
Begrip handicap – Rechten van personen met een beperking
Benoem en beschrijf kort 2 verschillen die er zijn tussen trap 1 (BOB) en trap /4
2 (PVB) bij meerderjarigen met een beperking.
Leg uit waarom we vandaag de dag kiezen voor de term “personen met een /2
beperking/handicap”. Wat zegt deze term over onze tijdsgeest en visie?
Personen met een visuele beperking /6
Juist of fout /2
De blinde of slechtziende cliënt die gebruik maakt van het verbale koord
heeft een slecht zelfbeeld waardoor hij graag veel aandacht krijgt. De cliënt
veel aandacht schenken is daarom belangrijk.
Exploratiedrang is bij kinderen met een visuele beperking bedreigd.
A. Leg uit wat blindismen zijn /4
B. waarvoor ze dienen
C. geef een voorbeeld
Personen met een auditieve beperking /6
“De dovenpedagogiek wordt reeds jaren gekenmerkt door een /4
"strijd" tussen twee verschillende visies.”
Benoem de twee visies en leg kort uit wat de visies inhouden.
Geef twee aandachtspunten waarop we moeten letten als we communiceren /2
met dove mensen
, Personen met een fysieke beperking /12
Juist of fout /3
Zuurstofgebrek kan zowel een perinatale als een postnatale oorzaak van een fysieke
beperking zijn.
Aangeleerde hulpeloosheid betekent dat ouders hun kind met een fysieke
beperking aanleren om bewust een hulpvraag te formuleren.
Een monoparese is een volledige verlamming van één ledemaat.
Lange en intense medische afhankelijkheid kan aanleiding geven tot dualisme bij /3
personen met een fysieke beperking. Wat wordt hier met dualisme bedoeld?
een beperking Graduaat
orthopedagogische begeleider
24-25
/6
Begrip handicap – Rechten van personen met een beperking
Benoem en beschrijf kort 2 verschillen die er zijn tussen trap 1 (BOB) en trap /4
2 (PVB) bij meerderjarigen met een beperking.
Leg uit waarom we vandaag de dag kiezen voor de term “personen met een /2
beperking/handicap”. Wat zegt deze term over onze tijdsgeest en visie?
Personen met een visuele beperking /6
Juist of fout /2
De blinde of slechtziende cliënt die gebruik maakt van het verbale koord
heeft een slecht zelfbeeld waardoor hij graag veel aandacht krijgt. De cliënt
veel aandacht schenken is daarom belangrijk.
Exploratiedrang is bij kinderen met een visuele beperking bedreigd.
A. Leg uit wat blindismen zijn /4
B. waarvoor ze dienen
C. geef een voorbeeld
Personen met een auditieve beperking /6
“De dovenpedagogiek wordt reeds jaren gekenmerkt door een /4
"strijd" tussen twee verschillende visies.”
Benoem de twee visies en leg kort uit wat de visies inhouden.
Geef twee aandachtspunten waarop we moeten letten als we communiceren /2
met dove mensen
, Personen met een fysieke beperking /12
Juist of fout /3
Zuurstofgebrek kan zowel een perinatale als een postnatale oorzaak van een fysieke
beperking zijn.
Aangeleerde hulpeloosheid betekent dat ouders hun kind met een fysieke
beperking aanleren om bewust een hulpvraag te formuleren.
Een monoparese is een volledige verlamming van één ledemaat.
Lange en intense medische afhankelijkheid kan aanleiding geven tot dualisme bij /3
personen met een fysieke beperking. Wat wordt hier met dualisme bedoeld?