INGE FOURNEAU – VAATHEELKUNDE
PERIFEER OCCLUSIEF LIJDEN (ARTERIEEL LIJDEN)
CHRONISCHE ARTERIELE INSUFFICIENTIE VAN DE ONDERSTE LEDEMATEN 101-130
arteriele insuffincientie vd OL = PAV = PAOD
oorzaak = atherosclerose / atheromatose
prevalentie ↑ met leeftijd, M>V (door historisch nicotinegebruik en hormonale bescherming
gedurende vruchtbare periode); vanaf 70 jaar M = V
risicofactoren: analoog aan atherosclerose (roken en diabetes >> hypertensie en hyperlipidemie,
hypercholesterolemie) mogelijkheid tot preventie:
deze preventieve maatregelen zijn eigenlijk wanneer al PAD aanwezig en men het verder evolueren
van vasculair lijden wilt vermijden, maar zelfde maatregelen als wat je preventief kan doen
verwachte ↑ incidentie door ↑ levensverwachting en ↑ incidentie diabetes
pathogenese atherosclerose : vnl waar endotheel beschadigd door mechanische of chemische
krachten mechanisch op plaatsen met hoge schuifkrachten OL hoge druk en thv splitsingen
natuurlijke evolutie: meestal klachten zelflimiterend, stabiel verloop of verbetering van klachten
slechts bij 2% evolutie naar kritische ischemie en interventie noodzakelijk
,atherosclerose = systeemziekte : aantasting van perifere slagaders, coronaire en cerebrovasculair
systeem
als atheromateus PAD dan grote kans op ook atheromatose in andere gebieden:
hogere mortaliteit door cardiovasculaire en cerebrovasculaire incidenten risico neemt evenredig
toe met ernst van vaatlijden.
, symptomatologie : ernst bepaald door lokalisatie van letsel, ernst van stenose, aanwezigheid
collaterale circulatie en aantal aangetast niveaus
Fontaine-classificatie = indeling ernst in 4 stadia:
- stadium I : asymptomatisch
- stadium II : claudicatio (klachten bij inspanning)
o stadium IIA : klachten optredend na een wandelafstand >250m = niet-invaliderend
o stadium IIB : klachten optredend na een wandelafstand <250 = invaliderend
- stadium III : rustpijn (klachten in rust)
- stadium IV : niet-helende wonden of gangreen
Rutherford-Becker-classificatie :
- 0 : asymptomatisch
- 1 : milde claudicatio
- 2 : matige claudicatio
- 3 : ernstige claudicatio
- 4 : rustpijn
- 5 : beperkte necrose, ulcera (beperkt weefselverlies vb teen)
- 6 : uitgebreide necrose (majeur weefselverlies, proximaler letsel)
ASYMPTOMATISCH VAATLIJDEN (RUTHERFORD 0; FONTAINE 1)
toevallige vondst of na behandeling klachtenvrij geworden
stenosen thv slagaders slechts symptomen indien stenose hemodynamisch significant wordt =
minimaal een diameterreductie van 50%, oppervlaktereductie van 75%
aanwezigheid van uitgebreide collaterale circulatie kan asymptomatische patient geven terwijl wel
vernauwing aanwezig
geen invasieve behandeling maar wel verdere progressie proberen te vermijden
CLAUDICATIO – KLACHTEN BIJ INSPANNING (RUTHERFORD 1-3, FONTAINE IIA-B)
spierarbeid thv OL onvoldoende bloedvoorziening waardoor verhoogde metabole nood spieren
ischemie thv spieren = zwakte- of moeheidsgevoel, spanningsgevoel, pijn of krampen
typische kenmerken:
- relatie met inspanning; sneller klachten bij intensievere inspanning
- dringen pt tot stoppen met inspanning, stilstaan voldoende om klachten te reduceren
- = etalageziekte
- vaste spiergroep : vb kuitclaudicatio
- syndroom van Leriche = bilaterale claudicatio, afwezige liespulsaties en impotentie
PERIFEER OCCLUSIEF LIJDEN (ARTERIEEL LIJDEN)
CHRONISCHE ARTERIELE INSUFFICIENTIE VAN DE ONDERSTE LEDEMATEN 101-130
arteriele insuffincientie vd OL = PAV = PAOD
oorzaak = atherosclerose / atheromatose
prevalentie ↑ met leeftijd, M>V (door historisch nicotinegebruik en hormonale bescherming
gedurende vruchtbare periode); vanaf 70 jaar M = V
risicofactoren: analoog aan atherosclerose (roken en diabetes >> hypertensie en hyperlipidemie,
hypercholesterolemie) mogelijkheid tot preventie:
deze preventieve maatregelen zijn eigenlijk wanneer al PAD aanwezig en men het verder evolueren
van vasculair lijden wilt vermijden, maar zelfde maatregelen als wat je preventief kan doen
verwachte ↑ incidentie door ↑ levensverwachting en ↑ incidentie diabetes
pathogenese atherosclerose : vnl waar endotheel beschadigd door mechanische of chemische
krachten mechanisch op plaatsen met hoge schuifkrachten OL hoge druk en thv splitsingen
natuurlijke evolutie: meestal klachten zelflimiterend, stabiel verloop of verbetering van klachten
slechts bij 2% evolutie naar kritische ischemie en interventie noodzakelijk
,atherosclerose = systeemziekte : aantasting van perifere slagaders, coronaire en cerebrovasculair
systeem
als atheromateus PAD dan grote kans op ook atheromatose in andere gebieden:
hogere mortaliteit door cardiovasculaire en cerebrovasculaire incidenten risico neemt evenredig
toe met ernst van vaatlijden.
, symptomatologie : ernst bepaald door lokalisatie van letsel, ernst van stenose, aanwezigheid
collaterale circulatie en aantal aangetast niveaus
Fontaine-classificatie = indeling ernst in 4 stadia:
- stadium I : asymptomatisch
- stadium II : claudicatio (klachten bij inspanning)
o stadium IIA : klachten optredend na een wandelafstand >250m = niet-invaliderend
o stadium IIB : klachten optredend na een wandelafstand <250 = invaliderend
- stadium III : rustpijn (klachten in rust)
- stadium IV : niet-helende wonden of gangreen
Rutherford-Becker-classificatie :
- 0 : asymptomatisch
- 1 : milde claudicatio
- 2 : matige claudicatio
- 3 : ernstige claudicatio
- 4 : rustpijn
- 5 : beperkte necrose, ulcera (beperkt weefselverlies vb teen)
- 6 : uitgebreide necrose (majeur weefselverlies, proximaler letsel)
ASYMPTOMATISCH VAATLIJDEN (RUTHERFORD 0; FONTAINE 1)
toevallige vondst of na behandeling klachtenvrij geworden
stenosen thv slagaders slechts symptomen indien stenose hemodynamisch significant wordt =
minimaal een diameterreductie van 50%, oppervlaktereductie van 75%
aanwezigheid van uitgebreide collaterale circulatie kan asymptomatische patient geven terwijl wel
vernauwing aanwezig
geen invasieve behandeling maar wel verdere progressie proberen te vermijden
CLAUDICATIO – KLACHTEN BIJ INSPANNING (RUTHERFORD 1-3, FONTAINE IIA-B)
spierarbeid thv OL onvoldoende bloedvoorziening waardoor verhoogde metabole nood spieren
ischemie thv spieren = zwakte- of moeheidsgevoel, spanningsgevoel, pijn of krampen
typische kenmerken:
- relatie met inspanning; sneller klachten bij intensievere inspanning
- dringen pt tot stoppen met inspanning, stilstaan voldoende om klachten te reduceren
- = etalageziekte
- vaste spiergroep : vb kuitclaudicatio
- syndroom van Leriche = bilaterale claudicatio, afwezige liespulsaties en impotentie