(ZUIGELING) DE BABY: (0-1 JAAR)
Eerste 8 levensweken = Neonatus → Neonatale levensfase
Erikson Fase: Vertrouwen & Wantrouwen – Omgevingsaspect:
Geborgenheid, hechte relatie → moeder
Piaget Fase: Sensomotorische fase – 0-2jr – Kind reageert met
bewegingen op zintuigelijke prikkels
Kohlberg fase: Pre-conventioneel niveau
Ontwikkelingsdomein:
1. Lichamelijke ontwikkeling:
1.2 Zuiver lichamelijk:
- Slaapt 16/u per dag voor groei en ontwikkeling
- Lichaamsverhouding – Lengte & gewicht enorme groei
MO: Deels
1.3 Motorische ontwikkeling:
erfelijk.
- Kan lichaam nog niet goed beheersen Beïnvloed
- Ongecontroleerd & onbewust bewegen: Persoonlijkhei
dsontw.
- Bestendige Reflexen: (Reflexen die heel het leven blijven)
Hartslag, ademhaling, slikreflex, spijsvertering,
hoestreflex en hikreflex
- Archaïsche Reflex: (Tijdelijke reflexen)
Grijpreflex: Vinger van anderen grijpen
Voetzoolreflex: Is gevoelig bij baby’s, met vingers over de voetzool
wrijven → tenen krullen omhoog en open
Loopreflex: Baby heeft de neiging om stappen te zetten als de
voeten recht op de grond staan
Zoek/snuffelreflex: Aanraking wang – baby draait hoofdje naar die
richting
Zuigreflex: Baby voedt zich door in aanraking te komen met mama’s
tepel
Schrikreflex/Moro reflex: Verschillende oorzaken -> Baby hoort een
geluid, ervaart een valgevoel, te felle lichten. → Spreiden armen,
benen, handen open uit elkaar. Voor korte duur.
De reflexen hebben als doel: Overleven & Vormen basis motorische
ontwikkeling
Ontwikkelingslijnen: Hoofd → Voeten - Romp → Ledematen
, Nummering niet volgens syllabus → Kader
1.3.1 Grove Motoriek: Van liggen → Lopen
- Foetushouding of slaaphouding (zoals in baarmoeder)
- Hoofd optillen
- Zelfstandig buiklig → 5 à 6 maanden
- Zelfstandig zitten → 9 maanden
- Sluipen → 9 maanden
- Lateralisatie: Laten werken beide
Kruipen (lateralisatie) → 10 maanden
hersenhelften (links & rechts)
- Gewicht dragen → 11 maanden
- Stappen → 15 maanden
1.3.2 Fijne Motoriek: Van knijpen → Manipuleren
- Maken van vuistje – voorwerpen slaan & vasthouden
- Grijpen met hele hand → 6 maanden
- Voorwerpen doorgeven = Loslaten & Grijpen, nog beperkt
- Voorwerpen laten vallen → 9 maanden
- Pincetgreep (gebruik van twee vingers) → 10 maanden
- Kleine voorwerp in grote voorwerp steken → 1 jaar
1.3.3 Zintuigelijke ontwikkeling: Ervaren wereld door zintuigen
- Zien: 7 maanden. 20 cm afstand scherpzicht. Reactie op fel licht. 2
maanden - Kleurspectrum ontwikkeld – rood. Kan met ogen
bewegende voorwerpen volgen.
- Horen: Gevoelig zintuig na geboorte. Kan geluiden onderscheiden –
menselijke stemmen. Oriëntatiereactie – geluiden lokaliseren –
draaien van hoofdje naar richting geluid.
- Ruiken: Herkent geur van moeder. Hebben voorkeur voor geuren.
- Proeven: Onderscheid tussen moedermelk & flesvoeding. Voorkeur
zoete smaken. (moedermelk)
- Voelen: Tastzin (grote rol) ontwikkelt tijdens zwangerschap.
Lichamelijk contact voor baby belangrijk! Verzorgingsmomenten
(aanraken, baden, strelen, knuffelen), Mond = belangrijk instrument
om te exploreren.
Zintuigen actief vanaf de geboorte. Prikkels: passief waargenomen, geen
onderscheid tussen realiteit. Ontwikkeling zintuigen → leren actief
gebruiken
2. Cognitieve ontwikkeling: (Piaget)
Sensomotorische fase: 0-2 jaar → Cyclus van doen & waarnemen
Senso: Samentrekking van zintuigen. Waarnemen(kijken), luisteren, voelen, ruiken,
proeven. Motoriek: aanraken, pakken, betasten, bewegen. Praktische kennis:
Beweging & waarneming
- Eerste denkkader: zuigen, oogbeweging, handbeweging
Bv. Grijpen wat grijpbaar is, op alles sabbelen
- Uitvoeren van handelingen & herhalen → Verkent & doet ervaring op.
, Nummering niet volgens syllabus → Kader
- Leggen van verbanden: Drukt op knopjes speelgoed die geluiden
maakt.
- Intentioneel/doelgericht gedrag → 8 maanden, handelingspatronen
toepassen op nieuwe situaties.
- Baby doet iets met een bedoeling om doel te bereiken.
Bv. Kussen omgooien om verborgen pop terug te vinden.
- Beelden & vormen in hoofd vormen: Van voorwerpen & mensen.
- Besef van objectpermanentie: 8 maanden. Mama is uit het zicht,
baby weet dat ze nog bestaat – herinneringsvoorstelling (uit het oog,
niet uit het hart)
- Baby denkt niet echt na, doet iets met de werkelijkheid → handelend
denken.
Leerproces: Oefening & herhaling (gewoontevorming), imitatie → Bewust of
onbewust nadoen. Baby = gevoelig voor aanmoediging. Intrinsieke motivatie dat
van binnen komt bv. Iets leuk of interessant vinden, extrinsieke motivatie dat van
buiten komt bv. Beloning, eten
2.1 Communicatieve ontwikkeling:
Taalontwikkeling te
- Taalontwikkeling start bij geboorte: Geboorteschreeuw
maken met
2.2 Voortalige periode - Passief taalgebruik → 0-8 maanden:motorische &
cognitieve
- Huilen → Mama geeft eten. Manier van in contact gaan. ontwikkeling.
- Horen & Luisteren: Vanwaar komt het geluid?
- Klanken zonder betekenis: Bellenblazen; kraaien, krijsen, brabbelen
→ zichzelf & omgeving gericht.
2.3 Voortalige periode – Actief taalgebruik → 8 maanden
- Begrijpt wat er gaande is & legt verbanden. Waar is mama? Wat doet
mama? Zeg is Dada.
- Luisteren aandachtig bv. Mensen die spreken, muziek, imitatie dat
iemand doet, eigen stem.
- Klank(patronen) nadoen: Echolalie → vanaf 10 maanden.
- Eerste woord → 1 jaar. Bv Mama, tata, toet.
- Beweging, ritme & taal: Kinderliedjes mee zingen, kinderrijmpjes
maken.
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling:
3.1 Erikson: Vertrouwen vs. Wantrouwen – Kan ik de wereld
vertrouwen?
- Basisvertrouwen: Vertrouwen op de zorg die verleend wordt. Bv.
Wenen → Getroost worden. Zorgfiguur weg → Komt terug.
- Kind leert veilige & stabiele band op te bouwen.
- Basaal Wantrouwen: Geen veilig gehechte relatie gekend →
Hechtingsprobleem.
3.2 Sociale ontwikkeling: Hechting
, Nummering niet volgens syllabus → Kader
- Sterk emotioneel band met 1 of meer personen door interactie →
Basisvertrouwen in omgeving, zichzelf en andere personen.
- Hechtingstheorie J. Bowbly: Affectief relatie ouder ↔ kind – Gevoel
van veiligheid, omgaan met angsten, zelfvertrouwen creëren,
Onderzoek van John Bowbly.
ontwikkelen van vertrouwen.
- Opbouwen veilige gehechtheid 2 Componenten : Nabijheid =
Vertrouwen, Exploratie = Onderzoeken
- Onveilige gehechtheid: Scheidingservaring in jeugd →
Pleeggezinnen, uit huis gezet, opgepakt – Weinig/geen hechting met
ouder kunnen ontwikkelen → Negatief invloed op Componenten
Beiden ontwikkeling zijn
v/h
kind. in balans bij een veilige
hechting
3 Subcategorieën:
Onveilig vermijdend gehecht: Geen onderscheid tussen bekende &
onbekende. Weinig onder indruk van anderen. Geen ouder ↔ kind
interactie. Weinig nabijheid, veel exploratie.
Onveilig ambivalent gehecht (angstig gehecht): Voelt niet op gemak,
ook bijzijn moeder. Kind is introvert, geen interactie met anderen.
Ontroostbaar na vertrek ouder. Typerend gedrag: aantrekken
(aandacht vragen) & afstoten. Weinig exploratiedrang & nabijheid.
Gedesorganiseerd gehecht, Hechtingstrauma: Aantrekken &
afstoten. Wisselvallig emoties: Tevreden & hevige angst. Kind raakt
verstilt(niet weten hoe reageren). Inconsistent gedrag. Ongezonde
kinderomgeving → Emotioneel verwaarloosd, mishandeling,
depressieve ouder. Exploratie ↔ Nabijheid ? Onvoorspelbaar?
3.3 Angsten:
- Scheidingsangst & angst voor vreemden → 8 maanden.
3.4 Emotionele ontwikkeling:
- Gevoelsexpressies: Glimlachen & Huilen
- Sociale glimlach → 6 weken – 3 maanden: Uitwendige prikkels /
reactie.
- Huilen: Fysiologische & Psychologische condities.
3.5 Identiteitsontwikkeling:
- Vanaf geboorte – Eigen persoonlijkheid & Eigen temperament
(karakter)
- Geen ik- besef
- Sterk verbonden met zorgfiguur
3.6 Seksuele ontwikkeling:
- Begint vanaf geboorte
- Doel leren van kleins af gezonde relaties aan te gaan: Aanraken,
knuffelen, lief zijn, gezond zelfbeeld, grenzen respecteren.