VZC Els: urologie
De verpleging van patiënten met een nieroperatie
1. Ingrepen
1.1. Chirurgische benaderingen
Meestal laprascopisch
- Al dan niet robot-geassisteerd
- Trans- of retroperitoneaal
Robotchirurgie
- Da Vinci®-robot
• Chirurgische console, het bedieningspaneel voor de operateur
• Vier robotarmen voor de bevesting van het instrumentarium
• Hogeresolutie-3D-videotoren
• EndoWrist®- instrumentarium
▪ Instrumenten kunnen 360° draaien
- Voordelen
• Lagere morbiditeit
• Minder bloedverlies
• Kortere verblijfsduur
• Klinische resultaten even goed als bij open procedures en klassieke laparoscopie
- Meerdere poorten versus Single poort
Indien laproscopie niet mogelijk, open benadering
- Lumbotomie (lumbodorsale incisie)
• Zijkant
- Mediane bovenbuikincisie
• Sternum tot navel (soms tot pubis)
- Dwarse bovenbuikincisie
• A
- Subcostale incisie
• B
- Verlengde subcostale incisie
• C
1.2. Partiële nefrectomie
Tumoren kleiner dan 4-7 cm
- Verwijderen van tumor met klein deel gezonde nier
- Meestal robotgeassisteerde laprascopie
- Indien open
• Laparotomie
• Lumbotomie
• Duurt langer dan volledige nefrectomie
• Vrij veel bloedverlies
,1.3. Nefrectromie
Maligne tumoren van de nier:
- Niercelcarcinoom of adenocarcinoom:
• Vanuit het nierparenchym
• Vroegere benaming: Grawitztumor
- Pyelum-uretercarcinoom
• Vanuit het urotheel of overgangsepitheel van de hogere urinewegen
- Niersarcoom:
• Vanuit de nefroblasten (embryonale niercellen): nefroblastoom
• Wilmstumor, bij kinderen
Andere indicaties
- Cystenier
• Cysten op nier
- Uitgebluste hydronefrose =>
- Schrompelnier
• Nier is in elkaar geschrompeld en is dus kleiner dan de andere
- Pusnier
- Chronische pyelonefritis zonder mogelijkheid tot herstel
• Inflammatie, littekens,…
1.4. Nefro-ureterectomie
Bij pyelum of uretertumor
2. Preoperatieve zorgen
Afhankelijk soort ingreep
- Afhankelijk procedures instelling
- Preoperatieve onderzoeken
• Bloedafnames
• EKG, RX thorax
• Diagnostische onderzoeken
- Anamnesegesprek
• Fysieke aspecten
• Psychosociale aspecten
• Thuismedicatie
▪ Opletten antistollingsmedicatie
• Allergieën
- Preoperatief ontharen meestal niet nodig (cfr. wensen arts)
• Preoperatieve darmvoorbereiding meestal niet
• Nuchter blijven voor ingreep:
▪ Gewoontes afdeling in vraag durven stellen
▪ Tot 2u voor de ingreep mag pt heldere dranken drinken (navragen!!!)
• Water of isotone vloeistoffen passeren de maag in 15-20 min →
geen risico op aspiratie
, • In sommige instellingen koolhydraatrijke drank
▪ Stabielere bloedsuikerspiegels tijdens en kort na de ingreep
• Vb. Nutricia PreOp
3. Postoperatieve zorgen
Postoperatieve zorgen
- Pijnbestrijding:
• PC(E)(I)A- pomp (partiële nefrectomie meestal pijnlijker dan radicale nefrectomie)
• Volg pijnprotocol strikt op
• Bij robotchirurgie en laparoscopie pijn t.h.v. schouders en moeilijke ademhaling:
pneumoperitoneum => prikkeling nervus frenicus
- Preventie trombo-embolische complicaties:
• Snelle mobilisatie
• LMWH
▪ Laagmoleculair gewichtsheparines (fraxiparine,..)
- Opvolgen diurese:
• Blaaskatheter (1- 4 dagen, afhankelijk van ingreep)
▪ Normale diurese: 1ml/kg/u
▪ Minimale diurese: 0,5ml/kg/u
- Vochtbeleid
• Infuus tot patiënt voldoende kan drinken
• Opklimmende voeding bijna onmiddellijk
- Wondzorg
• Open ingreep
▪ Wondnaad en drain
• Robot of laprascopie
▪ 3-5 kleine wondjes (1 bij single poort)
▪ Geen drain
3.1. Postoperatieve complicaties en interventies
- Risico op pneumothorax bij laparoscopie
• Controleer AH: moeilijke AH en angst
• Onderscheid maken met pneumoperitoneum!
▪ Crepitaties paar dagen na operatie (krakende, borrelende geluiden)
- Bloedingen
• Controleer p, RR, wonde, drains en blaaskatheter
• Observeer huid pt
- Verminderde nierfunctie
• Controleer diurese
- POWI
• Controleer dolor, tumor, rubor, calor, exsudaat en geur
- Littekenbreuk:
• Vermijd braken/ hoesten postop
, De verpleging van patiënten met een blaasoperatie
1. Ingrepen
- TUR-blaas =>
- (Robotgeassisteerde) laparoscopie
- Open benadering:
• Pfannenstiel incisie =>
• Mediane onderbuik incisie (navel tot pubis)
2. Oncologische blaasoperaties
Etiologie
- Ouder dan 60 jaar
- Meer mannen dan bij vrouwen
- Roken
- Beïnvloedende factoren
• Meer in geïndustrialiseerde gebieden
• Chemische stoffen
▪ Kleurstoffen
▪ Rubberindustrie
▪ Plastiekindustrie
Blaastumoren:
- Oppervlakkig urotheelcelcarcinoom
• Groeit niet in spierwand blaas
• Meest voorkomend
• Solitair of multifocaal
- Invasief groeiende tumor
• Wel uitbreiding spierwand
• Groeit door alle lagen van blaaswand
• Ernstige gevallen ook doorgroei aan bekkenwand en omliggende organen
Histologie blaascarcinoom
- Urotheelcarcinoom met papillaire of niet-papillaire bouw (90%)
- Plaveiselcelcarcinoom (6 tot 8%)
- Adenocarcinoom (2%)
Probleem bij carcinoma in situ (nog niet uitgegroeid), je ziet niets op cystoscopie
- Hervix => 1u op voorhand
• Cellen die snel delen nemen vloeistoffen op (ook geïnflammeerde cellen, CAVE
blaasinfecties, pt na blaaskatheter
• Onder blauw licht worden afwijkende cellen zichtbaar
• Heel duur + nog niet terugbetaald!!
Symptomen
- Weinig specifieke klachten
- Pijnloze hematurie => silentieuze hematurie!
De verpleging van patiënten met een nieroperatie
1. Ingrepen
1.1. Chirurgische benaderingen
Meestal laprascopisch
- Al dan niet robot-geassisteerd
- Trans- of retroperitoneaal
Robotchirurgie
- Da Vinci®-robot
• Chirurgische console, het bedieningspaneel voor de operateur
• Vier robotarmen voor de bevesting van het instrumentarium
• Hogeresolutie-3D-videotoren
• EndoWrist®- instrumentarium
▪ Instrumenten kunnen 360° draaien
- Voordelen
• Lagere morbiditeit
• Minder bloedverlies
• Kortere verblijfsduur
• Klinische resultaten even goed als bij open procedures en klassieke laparoscopie
- Meerdere poorten versus Single poort
Indien laproscopie niet mogelijk, open benadering
- Lumbotomie (lumbodorsale incisie)
• Zijkant
- Mediane bovenbuikincisie
• Sternum tot navel (soms tot pubis)
- Dwarse bovenbuikincisie
• A
- Subcostale incisie
• B
- Verlengde subcostale incisie
• C
1.2. Partiële nefrectomie
Tumoren kleiner dan 4-7 cm
- Verwijderen van tumor met klein deel gezonde nier
- Meestal robotgeassisteerde laprascopie
- Indien open
• Laparotomie
• Lumbotomie
• Duurt langer dan volledige nefrectomie
• Vrij veel bloedverlies
,1.3. Nefrectromie
Maligne tumoren van de nier:
- Niercelcarcinoom of adenocarcinoom:
• Vanuit het nierparenchym
• Vroegere benaming: Grawitztumor
- Pyelum-uretercarcinoom
• Vanuit het urotheel of overgangsepitheel van de hogere urinewegen
- Niersarcoom:
• Vanuit de nefroblasten (embryonale niercellen): nefroblastoom
• Wilmstumor, bij kinderen
Andere indicaties
- Cystenier
• Cysten op nier
- Uitgebluste hydronefrose =>
- Schrompelnier
• Nier is in elkaar geschrompeld en is dus kleiner dan de andere
- Pusnier
- Chronische pyelonefritis zonder mogelijkheid tot herstel
• Inflammatie, littekens,…
1.4. Nefro-ureterectomie
Bij pyelum of uretertumor
2. Preoperatieve zorgen
Afhankelijk soort ingreep
- Afhankelijk procedures instelling
- Preoperatieve onderzoeken
• Bloedafnames
• EKG, RX thorax
• Diagnostische onderzoeken
- Anamnesegesprek
• Fysieke aspecten
• Psychosociale aspecten
• Thuismedicatie
▪ Opletten antistollingsmedicatie
• Allergieën
- Preoperatief ontharen meestal niet nodig (cfr. wensen arts)
• Preoperatieve darmvoorbereiding meestal niet
• Nuchter blijven voor ingreep:
▪ Gewoontes afdeling in vraag durven stellen
▪ Tot 2u voor de ingreep mag pt heldere dranken drinken (navragen!!!)
• Water of isotone vloeistoffen passeren de maag in 15-20 min →
geen risico op aspiratie
, • In sommige instellingen koolhydraatrijke drank
▪ Stabielere bloedsuikerspiegels tijdens en kort na de ingreep
• Vb. Nutricia PreOp
3. Postoperatieve zorgen
Postoperatieve zorgen
- Pijnbestrijding:
• PC(E)(I)A- pomp (partiële nefrectomie meestal pijnlijker dan radicale nefrectomie)
• Volg pijnprotocol strikt op
• Bij robotchirurgie en laparoscopie pijn t.h.v. schouders en moeilijke ademhaling:
pneumoperitoneum => prikkeling nervus frenicus
- Preventie trombo-embolische complicaties:
• Snelle mobilisatie
• LMWH
▪ Laagmoleculair gewichtsheparines (fraxiparine,..)
- Opvolgen diurese:
• Blaaskatheter (1- 4 dagen, afhankelijk van ingreep)
▪ Normale diurese: 1ml/kg/u
▪ Minimale diurese: 0,5ml/kg/u
- Vochtbeleid
• Infuus tot patiënt voldoende kan drinken
• Opklimmende voeding bijna onmiddellijk
- Wondzorg
• Open ingreep
▪ Wondnaad en drain
• Robot of laprascopie
▪ 3-5 kleine wondjes (1 bij single poort)
▪ Geen drain
3.1. Postoperatieve complicaties en interventies
- Risico op pneumothorax bij laparoscopie
• Controleer AH: moeilijke AH en angst
• Onderscheid maken met pneumoperitoneum!
▪ Crepitaties paar dagen na operatie (krakende, borrelende geluiden)
- Bloedingen
• Controleer p, RR, wonde, drains en blaaskatheter
• Observeer huid pt
- Verminderde nierfunctie
• Controleer diurese
- POWI
• Controleer dolor, tumor, rubor, calor, exsudaat en geur
- Littekenbreuk:
• Vermijd braken/ hoesten postop
, De verpleging van patiënten met een blaasoperatie
1. Ingrepen
- TUR-blaas =>
- (Robotgeassisteerde) laparoscopie
- Open benadering:
• Pfannenstiel incisie =>
• Mediane onderbuik incisie (navel tot pubis)
2. Oncologische blaasoperaties
Etiologie
- Ouder dan 60 jaar
- Meer mannen dan bij vrouwen
- Roken
- Beïnvloedende factoren
• Meer in geïndustrialiseerde gebieden
• Chemische stoffen
▪ Kleurstoffen
▪ Rubberindustrie
▪ Plastiekindustrie
Blaastumoren:
- Oppervlakkig urotheelcelcarcinoom
• Groeit niet in spierwand blaas
• Meest voorkomend
• Solitair of multifocaal
- Invasief groeiende tumor
• Wel uitbreiding spierwand
• Groeit door alle lagen van blaaswand
• Ernstige gevallen ook doorgroei aan bekkenwand en omliggende organen
Histologie blaascarcinoom
- Urotheelcarcinoom met papillaire of niet-papillaire bouw (90%)
- Plaveiselcelcarcinoom (6 tot 8%)
- Adenocarcinoom (2%)
Probleem bij carcinoma in situ (nog niet uitgegroeid), je ziet niets op cystoscopie
- Hervix => 1u op voorhand
• Cellen die snel delen nemen vloeistoffen op (ook geïnflammeerde cellen, CAVE
blaasinfecties, pt na blaaskatheter
• Onder blauw licht worden afwijkende cellen zichtbaar
• Heel duur + nog niet terugbetaald!!
Symptomen
- Weinig specifieke klachten
- Pijnloze hematurie => silentieuze hematurie!