ONDERWIJSBELEID
IN VLAANDEREN
,HORIZONTALE PEILERS
VRIJHEID VAN ONDERWIJS
Grondwe elijke vrijheid van het onderwijs
Opstand tegen Willem 1 door:
- De Katholieken: Willem 1 beperkte de invloed van de Kerk op het onderwijs. Het was de taak
van de overheid om onderwijs in te richten
- Liberale bourgeoisie: Zuidelijke Nederlanden waren ondervertegenwoordigd en Willem 1
maakte van Nederlands de voertaal.
1831: België wordt ona ankelijk en er komt een grondwet die uitdrukkelijk vrijheid van onderwijs
vermeldt.
Van vrijheid van onderwijs naar recht op onderwijs
De vrijheid van onderwijs (recht om onderwijs te geven - ac ef) werd al snel geïnterpreteerd als het
recht om onderwijs te krijgen (passief). De combina e vrijheid en de noodzakelijke zorg van
onderwijs, leidt tot de vraag naar financiële steun.
Discussies over geld: de schoolstrijd
Er was enkel financiering voor het onderwijs van de staat: het rijksonderwijs.
Het katholiek onderwijs investeerde op gemeentelijk vlak in basisonderwijs.
1842: wet dat elke gemeente kosteloos een lagere school moet inrichten. Gemeenten mogen wel een
bestaande katholieke school overnemen.
1850: soortgelijke wet voor Secundair onderwijs
Eerste schoolstrijd
Katholieke ideologie versus de vrijzinnigen (via de liberale par j).
1879: nieuwe wet van de liberale regering
- Verboden om nog een vrije school aan te nemen of te subsidiëren
- Alle leraren moeten een diploma hebben van een rijksnormaalschool
- Godsdienstonderwijs moet buiten de school gebeuren
Scholen zonder godsdienstonderwijs werden ‘scholen zonder ziel’ genoemd. De breuklijn in het
onderwijs was een feit.
De kerk mobiliseerde massaal het volk en hun aandeel in het onderwijs steeg van 13% naar 63%. De
liberalen verloren de volgende verkiezingen en in 1884 draaide de nieuwe regering de aanpassingen
terug. Dit leidde tot de afschaffing van 1600 rijksscholen.
In 1911 werd het inschrijvingsgeld voor het lager onderwijs afgescha en in 1914 werd de leerplicht
ingevoerd.
Tweede schoolstrijd
Na de tweede wereldoorlog gingen steeds meer leerlingen naar het secundair onderwijs. Er waren
langs de ene kant te weinig scholen en langs de andere kant was het katholiek secundair onderwijs
onder gefinancierd. De katholieke scholen vroegen daarom inschrijvingsgeld. In 1950 werd er een wet
gestemd om ze te financieren op voorwaarde dat er geen inschrijvingsgeld gevraagd werd.
1955: wet Collard van de socialis sch-liberale regering
- Afschaffing subsidies katholieke scholen
- Extra rijkssecundaire scholen
- Installa e van commissies voor toezicht katholieke scholen
,Protest met Mars op Brussel. De socialisten verliezen de daaropvolgende verkiezingen. Marc Eyskens
zet een minderheidsregering op en richt een Na onale Scholencommissie op. Daarin zi en alle
par jen (katholieken, liberalen, socialisten) samen om een oplossing te vinden.
In 1959 stemmen ze het schoolpact dat tot op de dag van vandaag voor schoolvrede hee gezorgd.
Schoolpact
Twee grote onderwijsne en in België:
- Het officiële onderwijs, ingericht door de staat, provincie of gemeente
- Vrije onderwijs, voornamelijk het Katholieke net
Wat stond er allemaal in?
- Het recht op onderwijs van een erkende godsdienst werd gegarandeerd.
- Leerplichtonderwijs moet gra s zijn
- Subsidieringsvoorwaarden
- Goedgekeurd minimumlessenrooster
- Goedgekeurd leerplan
Later kwamen er nog groepen bij die vrij onderwijs inrichten. Zij hebben zich gegroepeerd binnen het
Overleg Kleine Onderwijskoepels (OKO):
- Federa e van Ona ankelijke Pluralis sche Emancipatorische Methodescholen (FOPEM)
- Federa e Steinerscholen
- Raad van inrichtende Machten van het Protestants-Christelijk Onderwijs (IPCO)
- Vlaams Onderwijs Overlegpla orm (VOOP)
Sinds het schoolpact zijn de verhoudingen tussen de koepels duidelijk en rela ef stabiel. Alle
inrichtende machten onderwerpen zich aan een subsidieregeling. Die regeling bepaalt ook een aantal
afspraken rond kwaliteitszorg.
MAAR: vrijheid van onderwijs garandeert dat elke inrichtende macht haar eigen methodes,
groeperingsvorm, examens, werving van leerkrachten, … kan regelen. Dit noemen we het
pedagogisch project van een school. Scholen kleuren vaak binnen de lijnen van het eigen net,
, waardoor alterna eve scholen nog maar weinig verschillend van een doorsnee school. Enkel FOPEM-
scholen en Steinerscholen hebben een helder alterna ef.
Laatste aanpassingen aan de vrijheid van onderwijs:
- GOK decreet (2002): inschrijvingsrecht
- M-decreet: verschuiving van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs naar het gewoon
onderwijs.
- Leersteundecreet: concre seerde en beperkte het inschrijvingsrecht inzake inclusie
LEERPLICHT GEEN SCHOOLPLICHT
De lange weg naar Leerplicht
Leerplicht kwam in België zeer laat door de verzuilde discussies over onderwijs rond financiering en
de promo e van het door de kerk ingerichte onderwijs.
De wet van 1842 (in elke gemeente een lagere school) zorgde niet voor een toestroom naar de
scholen, mede door het economisch belang van kinderarbeid. Na 1857 vonden de eerste discussies
plaats in het parlement onder druk van het interna onaal congres van Frankfurt. Slechts vijf
Kamerleden waarvoor.
Het werk van ‘Le grand Orient de Belgique’ beïnvloedde wel steeds meer liberalen, terwijl de
katholieken afwijzend bleven. Leerplicht was een bedreiging voor de katholieke scholen.
Ideologische discussie: de leerplicht moet gekoppeld worden aan gelaïciseerd onderwijs
Economische discussie: weigerach g tegen een we elijke arbeidsreglementering met verbod op
kinderarbeid
De leerplicht en de schoolstrijd
1883: wetsvoorstel met leerplicht van 6 tot 12 jaar. En straffen voor ouders en organisa es die
kinderarbeid toelaten.
1884: nederlaag voor de socialisten en wetsvoorstel in de diepvries. Wel steeds meer Katholieken die
het belang ervan inzagen (vb. Daens). Vooral de toeloop van arme ouders naar de gra s rijksscholen
was het struikelblok. (Als leerplicht werd ingevoerd en het Katholiek onderwijs werd niet
gesubsidieerd, zouden alle kinderen naar de goddeloze scholen moeten).
1889: kinderarbeid onder de 12 jaar verboden
1912: Katholieke par j wint en dient wetsvoorstel in rond leerplicht (van 6 tot 12 jaar), kinderarbeid
en een financiële regeling.
1914: leerplicht wordt opgetrokken tot 14 jaar
Verlenging van de leerplicht
1957: wetsvoorstel om leerplicht in technisch onderwijs op te trekken naar 15 jaar komt er niet door
omdat:
- Het item raakt ondergesneeuwd door een breder debat over democra sering. Men wilde
vooral meer leerlingen tot 14 jaar. Met een brede vorming tussen 12 en 14 jaar.
- Tot 1958 verlamde de schoolstrijd elke inhoudelijke discussie en na het schoolpact durfde
niemand het wankele evenwicht verstoren
- Zware budge aire problemen vanaf de jaren 50
De prak jk haalde het beleid in. De meeste ouders stuurden hun kinderen sowieso naar de lagere
school onder aansporing van socio-culturele organisa es.
IN VLAANDEREN
,HORIZONTALE PEILERS
VRIJHEID VAN ONDERWIJS
Grondwe elijke vrijheid van het onderwijs
Opstand tegen Willem 1 door:
- De Katholieken: Willem 1 beperkte de invloed van de Kerk op het onderwijs. Het was de taak
van de overheid om onderwijs in te richten
- Liberale bourgeoisie: Zuidelijke Nederlanden waren ondervertegenwoordigd en Willem 1
maakte van Nederlands de voertaal.
1831: België wordt ona ankelijk en er komt een grondwet die uitdrukkelijk vrijheid van onderwijs
vermeldt.
Van vrijheid van onderwijs naar recht op onderwijs
De vrijheid van onderwijs (recht om onderwijs te geven - ac ef) werd al snel geïnterpreteerd als het
recht om onderwijs te krijgen (passief). De combina e vrijheid en de noodzakelijke zorg van
onderwijs, leidt tot de vraag naar financiële steun.
Discussies over geld: de schoolstrijd
Er was enkel financiering voor het onderwijs van de staat: het rijksonderwijs.
Het katholiek onderwijs investeerde op gemeentelijk vlak in basisonderwijs.
1842: wet dat elke gemeente kosteloos een lagere school moet inrichten. Gemeenten mogen wel een
bestaande katholieke school overnemen.
1850: soortgelijke wet voor Secundair onderwijs
Eerste schoolstrijd
Katholieke ideologie versus de vrijzinnigen (via de liberale par j).
1879: nieuwe wet van de liberale regering
- Verboden om nog een vrije school aan te nemen of te subsidiëren
- Alle leraren moeten een diploma hebben van een rijksnormaalschool
- Godsdienstonderwijs moet buiten de school gebeuren
Scholen zonder godsdienstonderwijs werden ‘scholen zonder ziel’ genoemd. De breuklijn in het
onderwijs was een feit.
De kerk mobiliseerde massaal het volk en hun aandeel in het onderwijs steeg van 13% naar 63%. De
liberalen verloren de volgende verkiezingen en in 1884 draaide de nieuwe regering de aanpassingen
terug. Dit leidde tot de afschaffing van 1600 rijksscholen.
In 1911 werd het inschrijvingsgeld voor het lager onderwijs afgescha en in 1914 werd de leerplicht
ingevoerd.
Tweede schoolstrijd
Na de tweede wereldoorlog gingen steeds meer leerlingen naar het secundair onderwijs. Er waren
langs de ene kant te weinig scholen en langs de andere kant was het katholiek secundair onderwijs
onder gefinancierd. De katholieke scholen vroegen daarom inschrijvingsgeld. In 1950 werd er een wet
gestemd om ze te financieren op voorwaarde dat er geen inschrijvingsgeld gevraagd werd.
1955: wet Collard van de socialis sch-liberale regering
- Afschaffing subsidies katholieke scholen
- Extra rijkssecundaire scholen
- Installa e van commissies voor toezicht katholieke scholen
,Protest met Mars op Brussel. De socialisten verliezen de daaropvolgende verkiezingen. Marc Eyskens
zet een minderheidsregering op en richt een Na onale Scholencommissie op. Daarin zi en alle
par jen (katholieken, liberalen, socialisten) samen om een oplossing te vinden.
In 1959 stemmen ze het schoolpact dat tot op de dag van vandaag voor schoolvrede hee gezorgd.
Schoolpact
Twee grote onderwijsne en in België:
- Het officiële onderwijs, ingericht door de staat, provincie of gemeente
- Vrije onderwijs, voornamelijk het Katholieke net
Wat stond er allemaal in?
- Het recht op onderwijs van een erkende godsdienst werd gegarandeerd.
- Leerplichtonderwijs moet gra s zijn
- Subsidieringsvoorwaarden
- Goedgekeurd minimumlessenrooster
- Goedgekeurd leerplan
Later kwamen er nog groepen bij die vrij onderwijs inrichten. Zij hebben zich gegroepeerd binnen het
Overleg Kleine Onderwijskoepels (OKO):
- Federa e van Ona ankelijke Pluralis sche Emancipatorische Methodescholen (FOPEM)
- Federa e Steinerscholen
- Raad van inrichtende Machten van het Protestants-Christelijk Onderwijs (IPCO)
- Vlaams Onderwijs Overlegpla orm (VOOP)
Sinds het schoolpact zijn de verhoudingen tussen de koepels duidelijk en rela ef stabiel. Alle
inrichtende machten onderwerpen zich aan een subsidieregeling. Die regeling bepaalt ook een aantal
afspraken rond kwaliteitszorg.
MAAR: vrijheid van onderwijs garandeert dat elke inrichtende macht haar eigen methodes,
groeperingsvorm, examens, werving van leerkrachten, … kan regelen. Dit noemen we het
pedagogisch project van een school. Scholen kleuren vaak binnen de lijnen van het eigen net,
, waardoor alterna eve scholen nog maar weinig verschillend van een doorsnee school. Enkel FOPEM-
scholen en Steinerscholen hebben een helder alterna ef.
Laatste aanpassingen aan de vrijheid van onderwijs:
- GOK decreet (2002): inschrijvingsrecht
- M-decreet: verschuiving van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs naar het gewoon
onderwijs.
- Leersteundecreet: concre seerde en beperkte het inschrijvingsrecht inzake inclusie
LEERPLICHT GEEN SCHOOLPLICHT
De lange weg naar Leerplicht
Leerplicht kwam in België zeer laat door de verzuilde discussies over onderwijs rond financiering en
de promo e van het door de kerk ingerichte onderwijs.
De wet van 1842 (in elke gemeente een lagere school) zorgde niet voor een toestroom naar de
scholen, mede door het economisch belang van kinderarbeid. Na 1857 vonden de eerste discussies
plaats in het parlement onder druk van het interna onaal congres van Frankfurt. Slechts vijf
Kamerleden waarvoor.
Het werk van ‘Le grand Orient de Belgique’ beïnvloedde wel steeds meer liberalen, terwijl de
katholieken afwijzend bleven. Leerplicht was een bedreiging voor de katholieke scholen.
Ideologische discussie: de leerplicht moet gekoppeld worden aan gelaïciseerd onderwijs
Economische discussie: weigerach g tegen een we elijke arbeidsreglementering met verbod op
kinderarbeid
De leerplicht en de schoolstrijd
1883: wetsvoorstel met leerplicht van 6 tot 12 jaar. En straffen voor ouders en organisa es die
kinderarbeid toelaten.
1884: nederlaag voor de socialisten en wetsvoorstel in de diepvries. Wel steeds meer Katholieken die
het belang ervan inzagen (vb. Daens). Vooral de toeloop van arme ouders naar de gra s rijksscholen
was het struikelblok. (Als leerplicht werd ingevoerd en het Katholiek onderwijs werd niet
gesubsidieerd, zouden alle kinderen naar de goddeloze scholen moeten).
1889: kinderarbeid onder de 12 jaar verboden
1912: Katholieke par j wint en dient wetsvoorstel in rond leerplicht (van 6 tot 12 jaar), kinderarbeid
en een financiële regeling.
1914: leerplicht wordt opgetrokken tot 14 jaar
Verlenging van de leerplicht
1957: wetsvoorstel om leerplicht in technisch onderwijs op te trekken naar 15 jaar komt er niet door
omdat:
- Het item raakt ondergesneeuwd door een breder debat over democra sering. Men wilde
vooral meer leerlingen tot 14 jaar. Met een brede vorming tussen 12 en 14 jaar.
- Tot 1958 verlamde de schoolstrijd elke inhoudelijke discussie en na het schoolpact durfde
niemand het wankele evenwicht verstoren
- Zware budge aire problemen vanaf de jaren 50
De prak jk haalde het beleid in. De meeste ouders stuurden hun kinderen sowieso naar de lagere
school onder aansporing van socio-culturele organisa es.