Algemene principes
Inhoudsopgave
Het begrip belasting: vijf bestanddelen...........................................................2
Heffingen die geen belasting zijn:...................................................................4
Waarom belastingen? DOEL VAN BELASTING!..................................................6
Wie mag belastingen heffen?..........................................................................7
Hoe heffen wij belastingen?............................................................................8
1. Algemeen................................................................................................. 32
2. Soorten registratierechten........................................................................35
2.1 Algemeen vast recht...............................................................................................35
2.2 Specifieke vaste rechten......................................................................................... 36
2.3 Evenredige rechten................................................................................................. 36
A. Overdracht van eigendom of vruchtgebruik van in België gelegen onroerende
goederen (verkooprecht):.......................................................................................... 36
B. Openbare verkoop van lichamelijke roerende goederen:.......................................41
C. Verhuring van onroerende goederen:....................................................................41
D. Erfpacht- en opstalcontracten:..............................................................................41
E. Hypotheekvestiging............................................................................................... 42
F. Verdelingen / overdrachten tussen mede-eigenaars (of rechtsopvolgers) van in
België gelegen onroerende goederen (verdeelrecht).................................................43
G. Inbreng van goederen in Belgische vennootschap:...............................................44
H. Uitbreng (overdracht van onroerend goed van de vennootschap naar de
vennoten):................................................................................................................. 46
I. Schenkingsrecht (schenkbelasting):.......................................................................47
J. Schenkingen van roerende goederen in Vlaanderen en Brussel.............................50
K. Vonnissen en arresten:.......................................................................................... 52
Hoofdstuk 1. Begrip en werking....................................................................55
Hoofdstuk 3: Belastbare handelingen............................................................66
1. Levering van goederen............................................................................................. 66
2. Het verrichten van diensten......................................................................................84
3. Invoer...................................................................................................................... 93
4. De intracommunautaire verwerving van goederen...................................................93
Hoofdstuk 4. Maatstaf van heffing.................................................................97
Hoofdstuk 5. De btw-tarieven.......................................................................99
Hoofdstuk 6. De btw-vrijstellingen..............................................................100
Hoofdstuk 7. Aftrek van voorbelasting........................................................103
Hoofdstuk 8. Teruggaaf, voldoening en verplichtingen.................................106
1
, DEEL 2.1 ONROERENDE GOEDEREN...........................................................................119
DEEL 2.2 ROERENDE INKOMSTEN...............................................................................135
B. Roerende inkomsten waarvan de aangifte WEL verplicht is................................137
C. Auteursrechten................................................................................................... 140
DEEL 2.3 BEROEPSSINKOMEN.....................................................................................142
Winsten................................................................................................................... 143
Baten....................................................................................................................... 144
Meerwaarden.......................................................................................................... 145
Bezoldigingen: 3 subcategorieën............................................................................149
Van bruto- naar netto-beroepsinkomen......................................................................155
DEEL 2.4 DIVERSE INKOMSTEN...................................................................................160
Toevallige winsten of baten.....................................................................................160
Inkomsten uit de deeleconomie en verenigingswerk...............................................161
Onderhoudsuitkeringen........................................................................................... 162
Onderverhuring van een onroerend goed................................................................163
Meerwaarde op gronden.......................................................................................... 164
Meerwaarden op gebouwen....................................................................................165
Meerwaarden op aandelen......................................................................................166
1. Toepassingsgebied.................................................................................................. 169
2. Belastbaar tijdperk – Aanslagjaar – Indiening aangifte............................................172
3. Belastbare grondslag..............................................................................................172
4. De bewerkingen...................................................................................................... 176
4.1 Eerste bewerking............................................................................................... 176
4.2 Tweede bewerking (Art. 206/4 WIB)...................................................................179
4.3 Derde bewerking (Art. 206/5 WIB).....................................................................181
4.4 Vierde bewerking............................................................................................... 181
4.5 Vijfde bewerking................................................................................................ 181
4.6 Zesde bewerking............................................................................................... 182
4.7 Tiende bewerking.............................................................................................. 183
4.8 Beperkte en onbeperkte bewerkingen...............................................................184
5. Berekening van de vennootschapsbelasting...........................................................185
Het begrip belasting: vijf bestanddelen
1. een door de overheid
2. eenzijdig opgelegde en verplichte bijdrage die
3. volgens bepaalde rechtsregels
4. opgelegd wordt aan personen/feiten die een band hebben met het
territorium
5. en bestemd is om diensten van algemeen nut te financieren
- Bv. : inkomstenbelasting, consumptiebelasting en
vermogensbelasting:
Personenbelasting: B op het inkomen van natuurlijke personen
Vennootschapsbelasting: B op inkomen van rechtspersonen
BTW: B op toegevoegde waarde
- Meestal te betalen in cash
- In natura betalen: dmv afstand te doen van bepaalde kusntwerken -
> kunstpatrinomium beschermen in BE
2
, 1. Verplichte bijdrage
- Geen keuzemogelijkheid indien men zich in geviseerde situatie
Bv. Ophaling huisvuil, afvoer vuil water -> iedereen
bevindt
- Sancties en dwangmaatregelen mogelijk
administratieve sancties
belastingverhoging, 200% kan
strafrechtelijk: gevangenis
- Waarom? Essentiële functies van de staat: gezondheidszorg,
infrastructuur en nationale veiligheid -> overheid moet
geldmiddelen hebben om taken in orde te maken
2. Opgelegd volgens rechtsregels
- Geheven volgens wettelijke bepalingen = legaliteitsbeginsel (zie
infra)
o Enkel door een wet kunnen belastingen in het leven worden
geroepen of bestaande belastingen gewijzigd worden
o Beslissingen van bepaalde instellingen die democratisch zijn
verkozen
o Om wettekst tot stand te brengen moet er een meerderheid
verkregen worden in kamer van volksvertegenwoordigers
- Goedgekeurd door bevoegde “Parlement” = democratische controle
(art. 170 GW)
- Jaarlijkse toestemming tot heffen van belastingen (Financiewet) en
doen van uitgaven (Rijksmiddelenbegroting) (art. 171 GW)
- Fiscale “wetgeving”
o Diverse nationale rechtsbronnen: wet, uitvoeringsbesluiten
Nationale wetteksten: regionale, federale wetten,
besluiten gemeenteraad, provincieraad
Uitvoeringsbesluiten: alles wat belangrijk is in een b
moet door wet bepaald worden, wat minder belangrijk is
wordt overgelaten aan koning, regering
o Meer en meer impact internationale en supranationale
normen: dubbelbelastingverdragen, EU-Verdragen, Europese
Richtlijnen (vooral in btw maar ook steeds meer in directe
belastingen)
Internationale wetgeving: dubbel belastingverdragen,
Belgische btw-wetgeving: overgenomen door Europese
richtlijn
3. Een bijdrage opgelegd door en betaald aan de overheid
- Grondwet en bijzondere Financieringswetten en Gemeente en
Provincie-wetten bepalen welke overheid kan heffen
- Federale staat, gewest, gemeenschap, provincies, gemeenten
4. Opgelegd aan personen/feiten die een band hebben met het
territorium
- Opleggen van belastingen vereist link met de staat (bv.
rijksinwonerschap).
3
, - Er moet een band zijn met het land. Sommige landen gaan er ver in
Amerika: Amerikaanse burgerschap: die kan onderworpen zijn aan
amerikaanse belasting
<> België doet dit niet, nationaliteit is geen criterium om te bepalen
of iemand belasting moet betalen of niet, maar bv. woonplaats wel!
Erfbelasting wel betalen a.d.h.v. woonplaats.
Omzetbelasting: kijken waar een belastbaar feit gebeurd is (dienst,
levering)
België? Gewoon Belgische belasting. NL? Nederlandse belasting
Om te belasten link met het territorium!
5. Bestemd om diensten van algemeen nut te financieren
- Overheid neemt beslissing omtrent gebruik fiscale opbrengsten
- Afhankelijk noden maatschappij en de politieke en economische
context
o Bv. Klimaatverandering: beslissingen kunnen zo ver gaan dat
het ook fiscaal invloed kan hebbe:
Zeer milieubelastende producten kunnen zwaarder
belast zijn dan milieuvriendelijke producten
Elektrische laadpaal installeren bv. -> belastingverlaging
bv. omdat dit een klimaatzuinige verandering is
- Overheid moet wel bepaalde regels respecteren
- Gebruik voor algemeen nut ➔ verplichting om belasting te betalen
ongeacht gebruik openbare goederen/diensten, dus afwezigheid
aanwijsbare of individuele tegenprestatie
o Als je een belasting betaalt, krijg je geen onmiddellijk
aanwijsbare tegenprestatie -> komt in een pot en overheid
gebruikt dit voor haar taken
Als er wel een individuele onmiddellijke tegenprestatie is dan
spreken we niet van een belasting maar retributie!
Land als BE heeft nood aan belastingen
Belastingen die burgers bepalen komt terecht in een pot
Overheid: uitgaven bekostigen
Elk jaar begroting opgesteld: 1. raming: ‘wat zullen uitg zijn komende jaar’
2. nodige inkomsten: belastingen
Heffingen die geen belasting zijn:
Sociale zekerheidsbijdragen = parafiscale heffingen
- Wat? Sociale bescherming door semioverheidsinstellingen
- Economisch gelijkaardig aan belastingen
o Sociale bijdragen komen niet in grote pot van belastingen
o Juridisch zijn dit geen belastingen
o Meerderheid van andere landen zijn dit wel belastingen
o In BE worden ze netjes apart gehouden en komen terecht bij
RSZ en die gaat die inkomsten gebruiken voor
vervangingsinkomsten, pensioen uitkeren
- Verplicht maar specifiek:
4
Inhoudsopgave
Het begrip belasting: vijf bestanddelen...........................................................2
Heffingen die geen belasting zijn:...................................................................4
Waarom belastingen? DOEL VAN BELASTING!..................................................6
Wie mag belastingen heffen?..........................................................................7
Hoe heffen wij belastingen?............................................................................8
1. Algemeen................................................................................................. 32
2. Soorten registratierechten........................................................................35
2.1 Algemeen vast recht...............................................................................................35
2.2 Specifieke vaste rechten......................................................................................... 36
2.3 Evenredige rechten................................................................................................. 36
A. Overdracht van eigendom of vruchtgebruik van in België gelegen onroerende
goederen (verkooprecht):.......................................................................................... 36
B. Openbare verkoop van lichamelijke roerende goederen:.......................................41
C. Verhuring van onroerende goederen:....................................................................41
D. Erfpacht- en opstalcontracten:..............................................................................41
E. Hypotheekvestiging............................................................................................... 42
F. Verdelingen / overdrachten tussen mede-eigenaars (of rechtsopvolgers) van in
België gelegen onroerende goederen (verdeelrecht).................................................43
G. Inbreng van goederen in Belgische vennootschap:...............................................44
H. Uitbreng (overdracht van onroerend goed van de vennootschap naar de
vennoten):................................................................................................................. 46
I. Schenkingsrecht (schenkbelasting):.......................................................................47
J. Schenkingen van roerende goederen in Vlaanderen en Brussel.............................50
K. Vonnissen en arresten:.......................................................................................... 52
Hoofdstuk 1. Begrip en werking....................................................................55
Hoofdstuk 3: Belastbare handelingen............................................................66
1. Levering van goederen............................................................................................. 66
2. Het verrichten van diensten......................................................................................84
3. Invoer...................................................................................................................... 93
4. De intracommunautaire verwerving van goederen...................................................93
Hoofdstuk 4. Maatstaf van heffing.................................................................97
Hoofdstuk 5. De btw-tarieven.......................................................................99
Hoofdstuk 6. De btw-vrijstellingen..............................................................100
Hoofdstuk 7. Aftrek van voorbelasting........................................................103
Hoofdstuk 8. Teruggaaf, voldoening en verplichtingen.................................106
1
, DEEL 2.1 ONROERENDE GOEDEREN...........................................................................119
DEEL 2.2 ROERENDE INKOMSTEN...............................................................................135
B. Roerende inkomsten waarvan de aangifte WEL verplicht is................................137
C. Auteursrechten................................................................................................... 140
DEEL 2.3 BEROEPSSINKOMEN.....................................................................................142
Winsten................................................................................................................... 143
Baten....................................................................................................................... 144
Meerwaarden.......................................................................................................... 145
Bezoldigingen: 3 subcategorieën............................................................................149
Van bruto- naar netto-beroepsinkomen......................................................................155
DEEL 2.4 DIVERSE INKOMSTEN...................................................................................160
Toevallige winsten of baten.....................................................................................160
Inkomsten uit de deeleconomie en verenigingswerk...............................................161
Onderhoudsuitkeringen........................................................................................... 162
Onderverhuring van een onroerend goed................................................................163
Meerwaarde op gronden.......................................................................................... 164
Meerwaarden op gebouwen....................................................................................165
Meerwaarden op aandelen......................................................................................166
1. Toepassingsgebied.................................................................................................. 169
2. Belastbaar tijdperk – Aanslagjaar – Indiening aangifte............................................172
3. Belastbare grondslag..............................................................................................172
4. De bewerkingen...................................................................................................... 176
4.1 Eerste bewerking............................................................................................... 176
4.2 Tweede bewerking (Art. 206/4 WIB)...................................................................179
4.3 Derde bewerking (Art. 206/5 WIB).....................................................................181
4.4 Vierde bewerking............................................................................................... 181
4.5 Vijfde bewerking................................................................................................ 181
4.6 Zesde bewerking............................................................................................... 182
4.7 Tiende bewerking.............................................................................................. 183
4.8 Beperkte en onbeperkte bewerkingen...............................................................184
5. Berekening van de vennootschapsbelasting...........................................................185
Het begrip belasting: vijf bestanddelen
1. een door de overheid
2. eenzijdig opgelegde en verplichte bijdrage die
3. volgens bepaalde rechtsregels
4. opgelegd wordt aan personen/feiten die een band hebben met het
territorium
5. en bestemd is om diensten van algemeen nut te financieren
- Bv. : inkomstenbelasting, consumptiebelasting en
vermogensbelasting:
Personenbelasting: B op het inkomen van natuurlijke personen
Vennootschapsbelasting: B op inkomen van rechtspersonen
BTW: B op toegevoegde waarde
- Meestal te betalen in cash
- In natura betalen: dmv afstand te doen van bepaalde kusntwerken -
> kunstpatrinomium beschermen in BE
2
, 1. Verplichte bijdrage
- Geen keuzemogelijkheid indien men zich in geviseerde situatie
Bv. Ophaling huisvuil, afvoer vuil water -> iedereen
bevindt
- Sancties en dwangmaatregelen mogelijk
administratieve sancties
belastingverhoging, 200% kan
strafrechtelijk: gevangenis
- Waarom? Essentiële functies van de staat: gezondheidszorg,
infrastructuur en nationale veiligheid -> overheid moet
geldmiddelen hebben om taken in orde te maken
2. Opgelegd volgens rechtsregels
- Geheven volgens wettelijke bepalingen = legaliteitsbeginsel (zie
infra)
o Enkel door een wet kunnen belastingen in het leven worden
geroepen of bestaande belastingen gewijzigd worden
o Beslissingen van bepaalde instellingen die democratisch zijn
verkozen
o Om wettekst tot stand te brengen moet er een meerderheid
verkregen worden in kamer van volksvertegenwoordigers
- Goedgekeurd door bevoegde “Parlement” = democratische controle
(art. 170 GW)
- Jaarlijkse toestemming tot heffen van belastingen (Financiewet) en
doen van uitgaven (Rijksmiddelenbegroting) (art. 171 GW)
- Fiscale “wetgeving”
o Diverse nationale rechtsbronnen: wet, uitvoeringsbesluiten
Nationale wetteksten: regionale, federale wetten,
besluiten gemeenteraad, provincieraad
Uitvoeringsbesluiten: alles wat belangrijk is in een b
moet door wet bepaald worden, wat minder belangrijk is
wordt overgelaten aan koning, regering
o Meer en meer impact internationale en supranationale
normen: dubbelbelastingverdragen, EU-Verdragen, Europese
Richtlijnen (vooral in btw maar ook steeds meer in directe
belastingen)
Internationale wetgeving: dubbel belastingverdragen,
Belgische btw-wetgeving: overgenomen door Europese
richtlijn
3. Een bijdrage opgelegd door en betaald aan de overheid
- Grondwet en bijzondere Financieringswetten en Gemeente en
Provincie-wetten bepalen welke overheid kan heffen
- Federale staat, gewest, gemeenschap, provincies, gemeenten
4. Opgelegd aan personen/feiten die een band hebben met het
territorium
- Opleggen van belastingen vereist link met de staat (bv.
rijksinwonerschap).
3
, - Er moet een band zijn met het land. Sommige landen gaan er ver in
Amerika: Amerikaanse burgerschap: die kan onderworpen zijn aan
amerikaanse belasting
<> België doet dit niet, nationaliteit is geen criterium om te bepalen
of iemand belasting moet betalen of niet, maar bv. woonplaats wel!
Erfbelasting wel betalen a.d.h.v. woonplaats.
Omzetbelasting: kijken waar een belastbaar feit gebeurd is (dienst,
levering)
België? Gewoon Belgische belasting. NL? Nederlandse belasting
Om te belasten link met het territorium!
5. Bestemd om diensten van algemeen nut te financieren
- Overheid neemt beslissing omtrent gebruik fiscale opbrengsten
- Afhankelijk noden maatschappij en de politieke en economische
context
o Bv. Klimaatverandering: beslissingen kunnen zo ver gaan dat
het ook fiscaal invloed kan hebbe:
Zeer milieubelastende producten kunnen zwaarder
belast zijn dan milieuvriendelijke producten
Elektrische laadpaal installeren bv. -> belastingverlaging
bv. omdat dit een klimaatzuinige verandering is
- Overheid moet wel bepaalde regels respecteren
- Gebruik voor algemeen nut ➔ verplichting om belasting te betalen
ongeacht gebruik openbare goederen/diensten, dus afwezigheid
aanwijsbare of individuele tegenprestatie
o Als je een belasting betaalt, krijg je geen onmiddellijk
aanwijsbare tegenprestatie -> komt in een pot en overheid
gebruikt dit voor haar taken
Als er wel een individuele onmiddellijke tegenprestatie is dan
spreken we niet van een belasting maar retributie!
Land als BE heeft nood aan belastingen
Belastingen die burgers bepalen komt terecht in een pot
Overheid: uitgaven bekostigen
Elk jaar begroting opgesteld: 1. raming: ‘wat zullen uitg zijn komende jaar’
2. nodige inkomsten: belastingen
Heffingen die geen belasting zijn:
Sociale zekerheidsbijdragen = parafiscale heffingen
- Wat? Sociale bescherming door semioverheidsinstellingen
- Economisch gelijkaardig aan belastingen
o Sociale bijdragen komen niet in grote pot van belastingen
o Juridisch zijn dit geen belastingen
o Meerderheid van andere landen zijn dit wel belastingen
o In BE worden ze netjes apart gehouden en komen terecht bij
RSZ en die gaat die inkomsten gebruiken voor
vervangingsinkomsten, pensioen uitkeren
- Verplicht maar specifiek:
4