(MM0313)
Onderdeel Master Managementwetenschappen OU
1
, Blok 1 Principes van nance
In dit blok bespreken we een aantal basisprincipes binnen het vakdomein 'Finance' zoals
waardecreatie, tijdswaarde van geld en risico en rendement.
Naast nanciële waardecreatie wordt er ook steeds meer naar maatschappelijke waardecreatie
gekeken (ESG Stocks):
* Environmental: bijvoorbeeld goed voor het milieu.
* Social: dat werknemers gelukkig zijn binnen de onderneming.
* Governance: dat de onderneming goed gemanaged wordt en niet alleen draait om nanciële
waardecreatie.
Taak 1 Financieel Management en waardecreatie
In deze introducerende taak bespreken we het principe van ( nanciële) waardecreatie.
Waardecreatie is een leidend principe in nanciële besluitvorming. Dat wil zeggen, door te
investeren in, of door het afstoten van, projecten creëren of vernietigen we waarde voor de
organisatie.
1.1 Het principe van waardecreatie
Voor winst gerichte organisaties is het sturen op waardecreatie belangrijk omdat je daarmee
waarde creëert voor het verscha ers van je eigen vermogen, je aandeelhouders. Ook voor niet-
winst gerichte organisaties is het sturen op waardecreatie belangrijk, omdat bij waardevernietiging
je het op lange termijn niet overleeft.
Vanuit een nancieel perspectief is een bedrijf aan de ene kant een organisatie waar
kapitaalverscha ers kapitaal investeren met het doel om rendement te behalen op die investering.
Aan de andere kant heb je het management van de organisatie die het kapitaal van de
aandeelhouders aanneemt, investeert in de projecten van de onderneming (de productie,
verkopen, etc.) en daarop rendement genereert en teruggeeft aan de kapitaalverscha ers.
* Aandeelhouders investeren in het eigen vermogen van de onderneming en verwachting een
rendement in de vorm van dividend (winstuitkeringen) en koersstijging. Zij dragen uiteindelijk het
risico van de onderneming.
* Obligatiehouders verscha en vreemd vermogen van de onderneming en verwachten een
rendement in de vorm van rentebetalingen en terugbetaling van hun inleg.
Financiële waarde wordt gecreëerd als de onderneming meer rendement behaalt dan het
rendement dat de kapitaalverscha ers vereisen. (ROIC > CoC)
Netto contante waarde (NCW) is de tool die we gebruiken om te kijken of een investering
waarde toevoegt. De NWC is het verschil tussen de contante waarde en de initiële investering.
2
fi fi ff ff ff ff fi fi fi fi ff
, Contante waarde (van een investering): de huidige waarde van een toekomstige kasstroom. Het
bedrag dat mij onverschillig maakt tussen het ontvangen van de contante waarde nu of de
toekomstige kasstroom later.
Om de NCW te berekenen kijken we naar de kasstromen, niet naar winst. Kapitaalverscha ers zijn
geïnteresseerd in het moment waarop geld wordt ontvangen voor een project, en dus moeten we
de kasstromen van een project inschatten. Kapitaalverscha ers hebben namelijk een claim op dat
ontvangen geld.
De relatie tussen toekomstige en huidige waarden wordt gedreven door de verdisconteringsvoet
(het verwachte rendement). De juiste verdisconteringsvoet van een investering is de cost of capital
(CoC). Hiervoor gebruiken we veelal de weighted average cost of capital (WACC): het gewogen
gemiddelde tussen kosten van vreemd vermogen (na belasting) en de kosten van eigen
vermogen. Kapitaalkosten worden voor een groot deel beïnvloedt door risico.
Kortom, bij waardecreatie spelen twee factoren een grote rol:
1. Cash ows: hoeveel omzet/geld gaan we genereren met een investering.
2. We gaan dat verdisconteren aan de hoogte van de kapitaalkosten.
Het principe van waardecreatie kan binnen bedrijven gebruikt worden om veel beslissingen te
maken.
* Kapitaalinvesteringen: de aanschaf van machines, ontwikkeling van een nieuwe fabriek, etc.
* Uitkeren van kapitaal: bedrijven met een surplus aan kapitaal kunnen kiezen dit te
herinvesteren of te distribueren aan aandeelhouders.
- Als het bedrijf kan investeren in positieve NCW projecten: kapitaal herinvesteren.
- Als het bedrijf alleen in negatieve NCW projecten kan investeren: distribueren aan
aandeelhouders.
* Kapitaalstructuur: bedrijven maken een besluit over de ratio vreemd en eigen vermogen binnen
de onderneming. De optimale ratio minimaliseert de kapitaalkosten en maximaliseert de waarde
van de onderneming.
* Acquisities: een overname van een ander bedrijf is nancieel rendabel als de NCW van die
overname positief is.
Opdracht 1.1 Het principe van waardecreatie
1) Het principe van nanciële waardecreatie legt de focus op aandeelhouders. In welke
gevallen zie je con icten/overeenkomsten tussen de belangen van aandeelhouders en
stakeholders?
Als belangen divergeren ontstaan er con icten. Bijvoorbeeld werknemers die betere
arbeidsvoorwaarden willen, wat ten koste gaat van aandeelhouders.
Waarom is het vaak lastig voor bedrijven om zowel aandeelhouders als stakeholders te
bedienen?
Bedrijven hebben meestal als doelstelling om waarde voor aandeelhouders te maximaliseren.
Stakeholders hebben vaak andere verwachtingen van bedrijven. Het is lastig om hier een juiste
balans in te vinden.
2) Het principe van waardecreatie richt zich op het investeren in projecten waarvan het
rendement op geïnvesteerd kapitaal (ROIC) boven de kapitaalkosten (CoC) ligt. Welke
factoren bepalen de ROIC en kapitaalkosten van een project?
Denk bij ROIC aan de operationele kant van de onderneming, dus winstmarge en afzet, maar ook
betaalde belastingen. Denk bij kapitaalkosten aan de kapitaalstructuur (VV/VE), de kosten op
schulden (bijv. de rente) en het verwacht rendement van aandeelhouders. 3
fl flfi fl fi ff ff
, 1.2 De rol van nanciële markten
Financiële markten dienen twee doelen:
* Primaire markt: markt voor bedrijven om kapitaal aan te trekken (vreemd en eigen vermogen).
Een bedrijf gaat vaak naar een investment bank die het proces faciliteert. De bank gaat polsen
wat de animo is in de markt, tegen welk rendement, onder welke voorwaarden etc. De bank
faciliteert de uitgifte van waardepapieren aan investeerders en het aantrekken van kapitaal naar
het bedrijf toe. De waardepapieren kunnen zowel aandelen als obligaties zijn. Geen frequente
markt, een bedrijf geeft zelden aandelen uit en vaak alleen aan het begin omdat het ten koste
gaat van de andere aandeelhouders. Obligaties gebeurt iets vaker op jaarlijkse basis.
* Secundaire markt: biedt investeerders een plaats om hun belangen in het bedrijf te
verhandelen. Zodra een investeerder heeft geïnvesteerd in een bedrijf en daarvoor
waardepapieren terug krijgt, dan kan de investeerder op elk moment besluiten van het belang af
te willen (positie in het bedrijf niet te behouden). De handel in bestaande waardepapieren vindt
plaats in de secundaire markt. Deze handel zeer frequent en gebeurt op dagelijkse basis, vooral
voor grote bedrijven zelfs honderden per seconde of minuut. Terug verkopen aan bedrijven
gebeurt zelden.
Stel dat een bedrijf 100 000 aandelen van 10 euro uitgeven, dan heeft de investeerder met een
aandeel een bezit van 1/100 000 van de activa van de onderneming. Dat betekent:
* 1/100 000 claim op de activa van de onderneming als het bedrijf failliet gaat.
* 1/100 000 claim op de winst van een onderneming.
* 1/100 000 stemrecht binnen de onderneming.
Het eigendom wordt geregistreerd in het aandeelhoudersregister en wordt bijgewerkt met de
eigendomsoverdracht, met het bedrag dat de volgende investeerder voor het aandeel wil betalen.
Wanneer een bedrijf dividend uitkeert haalt de onderneming actuele eigendomsgegevens uit het
aandeelhoudersregister op de dividenddatum op en keert dividenden aan die eigenaar(s) uit.
Over het algemeen zijn nanciële markten e ciënt in de zin dat ze onmiddellijk de waarde-
gevolgen van nieuwe informatie weerspiegelen. Het idee achter nanciële markten is dat
beleggers nieuwe informatie gebruiken om hun verwachtingen van toekomstige kasstromen bij te
stellen en NCW-berekeningen te maken om te beslissen of de nieuwe informatie leidt tot een
waardestijging of -daling.
Financieringsbronnen:
* Financiële markten
* Eigen vermogen: uitgifte nieuwe aandelen.
* Bedrijfsobligaties: langlopende schulden worden aangetrokken op de obligatiemarkt of via
banken. Obligatiehouders ontvangen rente en kunnen een claim leggen op de onderneming als
deze wordt geliquideerd. Banken zeggen liever, ga naar de kapitaalmarkt, omdat de risico’s dan
meer worden verspreidt.
* Kortlopend geld: vaak via de bank, minder vaak op de kapitaalmarkt.
* Ingehouden winsten: niet naar aandeelhouders, maar een nancieringsmiddel. Veel bedrijven
doen dit omdat het de goedkoopste manier van investeren is.
* Recentere ontwikkelingen: Crowd-funding, Angel investors, Private Equity etc. Veel initiatieven
bij start-ups die een idee hebben waarbij betere renteafspraken gemaakt kunnen worden.
Er is nanciering nodig voor bedrijven om hun conjunctuurcyclus
te kunnen uitvoeren. Kapitaal wordt geïnvesteerd in Activa.
Kasstromen kunnen worden aan aandeelhouders of worden
geherinvesteerd.
4
fi fi fi ffi fi fi