Hormonen zijn chemische stoffen die worden aangemaakt en afgegeven door organen
die hormonen produceren.
Deze stoffen hebben invloed op hoe het lichaam werkt, zoals de stofwisseling (hoe je
lichaam energie gebruikt) en de werking van cellen die gevoelig zijn voor hormonen.
Hormonen gaan via het bloed naar het hele lichaam, maar werken alleen op doelcellen
met speciale receptoren. Als het hormoon daaraan bindt, verandert het hoe de cel werkt.
Het woord ‘hormoon’ komt uit het Grieks en betekent ‘iets dat in beweging zet’.
Hormonen zorgen dat cellen hun gedrag aanpassen. Ze kunnen:
de celwand veranderen,
enzymen aan- of uitzetten,
celdeling beïnvloeden,
stoffen laten maken of stoppen zoals enzymen of eiwitten
HORMOONKLIEREN
Hormoonklieren maken hormonen aan wanneer het lichaam ze nodig heeft. De
hoeveelheid hormonen in het bloed noemen we het hormoonniveau, en dat wordt op
twee manieren geregeld:
1. Tegengestelde werking van hormonen
Sommige hormonen hebben een tegenovergestelde werking. Een goed voorbeeld
is insuline en glucagon:
o Insuline zorgt ervoor dat de bloedsuiker daalt.
o Glucagon zorgt ervoor dat de bloedsuiker stijgt.
Glucagon is dus een antagonist van insuline—het doet precies het
tegenovergestelde.
2. Negatieve terugkoppeling (feedback)
Als een hormoon zijn taak heeft gedaan, stopt het lichaam met het maken ervan.
Bijvoorbeeld:
Als een hormoon zorgt dat er een bepaalde stof wordt aangemaakt, dan stopt de
productie van dat hormoon zodra er genoeg van die stof is.
Dit voorkomt dat er te veel van een stof in het lichaam komt.
Daarnaast kan de aanmaak van hormonen beginnen door:
Hormonaal: door hypothalamus die dat uitscheidt.
Humoraal veranderingen: in het bloed (zoals een te hoge of te lage waarde van
een stof),
Neutraal: of door signalen van het zenuwstelsel.
, HORMONALE PRIKKELS
Hormonale prikkels ontstaan wanneer een hormoon een andere hormoonklier
activeert. Bijvoorbeeld: de hypothalamus stuurt de hypofysevoorkwab aan om hormonen
af te geven. Die hormonen stimuleren weer andere organen om hun eigen hormonen te
maken.
Als er genoeg van die doelhormonen in het bloed zitten, stopt de hypofyse met het
afgeven van haar hormonen. Dit heet negatieve terugkoppeling.
De afgifte van deze hormonen gebeurt meestal in een ritme, dus de hoeveelheid
hormonen in het bloed verandert steeds.
HUMORALE PRIKKELS
Humorale prikkels ontstaan door veranderingen in de hoeveelheid stoffen in het bloed.
Bijvoorbeeld: als er te weinig calcium is, maken de bijschildklieren het hormoon PTH
aan. Dat zorgt ervoor dat het calciumgehalte weer stijgt.
Andere hormonen die reageren op zulke prikkels zijn calcitonine (van de schildklier) en
insuline (van de alvleesklier).
NEURALE PRIKKELS
Soms zorgen zenuwen ervoor dat er hormonen worden aangemaakt. Een bekend
voorbeeld is bij stress: dan stuurt het sympathische zenuwstelsel een signaal naar
het bijniermerg. Dat geeft dan de hormonen adrenaline en noradrenaline af. Dit
noemen we een neurale prikkel.
HORMONALE ORGANEN
Het lichaam heeft meerdere belangrijke organen die hormonen maken. Dat zijn:
de hypofyse
de schildklier
de bijschildklier
de bijnieren
de alvleesklier
de geslachtsklieren (eierstokken en teelballen)
Ook de hypothalamus, die bij het zenuwstelsel hoort, maakt hormonen en is dus ook
een belangrijk hormoonorgaan.
HYPOFYSE
De hypofyse is een kleine klier onder de hypothalamus. De hypothalamus maakt
releasing hormonen die de hypofyse aansturen.
De hypofyse bestaat uit twee delen:
de voorkwab maakt hormonen,