100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Economie Vraag en Aanbod VWO5 Hoofdstukken 1 tot en met 5

Rating
-
Sold
-
Pages
6
Uploaded on
13-03-2021
Written in
2020/2021

Samenvatting van 1 tot en met 6 met bijbehorende begrippen. Niet heel gedetailleerd, de belangrijkste punten.

Level
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
5

Document information

Uploaded on
March 13, 2021
Number of pages
6
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Economie – Vraag en Aanbod

Hoofdstuk 1:
Op een concrete markt komen vragers en aanbieders op bepaalde tijden met elkaar direct in contact.
Denk aan een weekmarkt, rommelmarkt of veiling. Bij een abstracte markt is er geen sprake van een
plaats waar vragers en aanbieders elkaar ontmoeten. Hierbij kun je denken aan de oliemarkt,
computermarkt en automarkt.
Economen onderscheiden verschillende soorten markten:

Vragers: Aanbieders: Prijs die tot stand komt:
Goederen/dienstenmarkt: - - -
Arbeidsmarkt: Beroepsbevolking Werkgevers Loon
Vermogensmarkt: Overheid, bedrijven, Banken, individuele Rente
individuele personen personen,
(mensen die geld pensioen fondsen
willen lenen)
Valutamarkt: Bedrijven, banken, Banken Wisselkoers
individuele personen
(mensen die valuta
willen hebben)


Voorbeelden van dienstenmarkten zijn supermarkten, verzekeringsmarkten, oliemarkten en markt van
telecommunicatie.
- De afzet is het aantal verkochte eenheden van een product in een bepaalde periode.
- De omzet is de totale F die een bedrijf binnenkrijgt door het verkopen van producten in een bepaalde
periode.


Hoofdstuk 2:
- Betalingsbereidheid: het maximale bedrag dat een koper wilt betalen voor een product.
Hoe lager de prijs, hoe groter de gevraagde hoeveelheid.
- Het verband tussen de prijs en de gevraagde hoeveelheid kan worden weergegeven met een
vergelijking, de vraagfunctie.
- Overige factoren die invloed hebben op de gevraagde hoeveelheid van een product:

1. Inkomen van consumenten
2. Prijs van substitutiegoederen
3. Complementaire goederen: goederen die niet zonder elkaar te gebruiken zijn
4. Voorkeur van consumenten

- Ceteris Paribus: als je naar de oorzaak en gevolg van twee variabelen kijkt, dan mag je er geen
andere variabelen bij trekken.
Voorbeeld: als je de invloed van inkomen op consumptie wilt weten, kijk je alleen naar deze twee
variabelen, je let niet op wat er in de mode is bijvoorbeeld
- Vraaglijn: geeft bij elke prijs de vraag aan
- Verschuiving over of langs de vraaglijn: verandering langs de vraaglijn die wordt veroorzaakt door
een prijsverandering van het product zelf (vraaglijn ‘beweegt’ niet maar het punt op de lijn wel).
- Verschuiving van de vraaglijn: verandering van de vraaglijn naar links of rechts die wordt veroorzaakt
door overige vraagfactoren (behalve prijsverandering).
- Collectieve vraaglijn: geeft het verband weer tussen de prijs van een product en de totale vraag naar
deze product, die we vinden door de individuele vraaglijnen van alle vragers samen te voegen

- De prijselasticiteit van de vraag (Ev) geeft aan hoe sterk de vraag reageert op een prijsverandering:

, Ev = procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid : procentuele verandering van de prijs
- Ev berekenen:

1. Bereken de procentuele verandering van de prijs (nieuw-oud : oud x 100)
2. Vul beide prijzen in de formule en bereken de procentuele verandering van de hoeveelheid (n-o:o)
3. Bereken de prijselasticiteit

- Omdat het verband tussen prijs en hoeveelheid negatief is -dus als de prijs stijgt, daalt de hoeveelheid
en als de hoeveelheid stijgt, daalt de prijs-, is de prijselasticiteit van de vraag ook altijd negatief.
- Volkomen inelastische vraag: 0 (geen reactie)
- Inelastische vraag: tussen 0 en -1 (reactie op de prijsverandering is zwak)
- Elastische vraag: 1 of hoger (reactie op de prijsverandering is groot)
- Goederen die niet gemist kunnen worden, zijn primaire goederen. Denk aan kleding en eten.
- Luxe goederen zijn niet belangrijk voor ons levensonderhoud.

- De kruislingse prijselasticiteit van de vraag geeft weer hoe sterk de vraag naar het ene goed
reageert op een prijsverandering van een ander goed. Dus bijvoorbeeld; in hoeverre heeft de stijging
van de prijs van cola invloed op de gevraagde hoeveelheid van fanta?
Ek = procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid van een product :
procentuele verandering van de prijs van een ander product
- Bij subsitutiegoederen, goederen die elkaar kunnen vervangen (als cola duurder wordt, wordt meer
fanta verkocht), is de kruislingse prijselasticiteit positief.
- Bij complementaire goederen, producten die elkaar aanvullen (als er veel spijkerbroeken worden
verkocht, worden ook veel riemen verkocht), is de kruislingse prijselasticiteit negatief.

- De inkomenselasticiteit van de vraag is de mate waarin een relatieve inkomensverandering zorgt
voor een relatieve vraagverandering.
Ey = procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid :
procentuele verandering van het besteedbaar inkomen
- Bij inferieure goederen daalt de vraag als het inkomen stijgt. De inkomenselasticiteit is negatief.
- Bij primaire goederen gebeurt er vrijwel niets met de vraag als het inkomen stijgt
(inkomensinelastisch). Vanaf een bepaald punt is er verzadiging, je hebt er wel genoeg van. Ey =
tussen 0 en 1.
- Bij luxe goederen stijgt de vraag als het inkomen stijgt (inkomenselastisch). Luxe goederen kunnen
pas gekocht worden bij een bepaald inkomen (drempelinkomen). Ey = hoger dan 1.
- Bij de meeste goederen is er sprake van een verzadigingsinkomen. Vanaf een bepaald inkomen leidt
een inkomensstijging niet tot een verdere toename van de gevraagde hoeveelheid.


Hoofdstuk 3:
- Bedrijfskolom: de schakels die nodig zijn bij productie van een goed.
- Specialisatie: als een kledingbedrijf alleen kinderkleding gaat verkopen.
- Parallellisatie: bedrijf in verschillende bedrijfskolommen actief (HEMA’s kleding, broeken etc.), of als
een dameskledingzaak ook herenkleding gaat verkopen.
- Verticale integratie: als bedrijven meerdere schakels uit eigen bedrijfskolom omvatten.
- Differentiatie: een productiefase afgestoten (eerst stoffen maken, maar later inkopen).
- Reden: om te integreren en wegnemen van onzekerheid (vervoer van stoffen bijvoorbeeld veiliger
willen maken).
- Transactiekosten: kosten om ruil tot stand te brengen.
- Verzonken kosten: kosten die niet meer kunnen worden terugverdiend als productie stopt.
- Berovingsprobleem: na het afsluiten van contract, veranderen de machtsverhoudingen (contract
onvolledig).
$4.17
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
abiallas

Get to know the seller

Seller avatar
abiallas
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions