100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Verkorte samenvatting persuasieve communicatie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
31
Geüpload op
16-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze samenvatting is ideaal wanneer je te weinig tijd hebt om alles tot in detail te kennen. Ze laat toe om de leerstof sneller te verwerken, terwijl alle belangrijke punten behouden blijven, waardoor ze zeker geschikt is om mee te studeren. Deze samenvatting bevat een volledig en gestructureerd overzicht van de leerstof uit de hoorcolleges Persuasieve Communicatie binnen de sociale wetenschappen. Alle belangrijke theorieën, modellen en kernbegrippen die tijdens de colleges aan bod kwamen zijn hierin verwerkt.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
16 januari 2026
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Introductie
 Doel: Verandering in attitude en/of gedrag via een boodschap, gebaseerd op twee theorieën:
1. Point-of-purchase communication – combi v argumenten & cues (korte inh elementen + subtiele hints).
 Vb: Oral-B “7 redenen” (onthouden vooral het getal)
 Vb: Supermarktaanbod (“korting” werkt zelfs zonder prijsverschil).
2. Narratief – boodschap via verhaal, vaak gepresenteerd als waarheid.
 Voorbeeld: sprookjes, bijbelverhalen, fake news (bv. FOX News).
 Nudging: subtiel sturen naar gewenst gedrag via sociale normen, groepsinvloed en 1-op-1-interactie.
 Toepassingen: marketing, gezondheid, politiek.

1.1 Wat is persuasieve communicatie?
 Definitie: Wetenschap (sociale psychologie) over hoe communicatie mensen beïnvloedt. Vaak toegepast in reclame,
marketing, gezondheids- en politieke campagnes.
 Voorbeelden: debatdetails (bv. hand geven), corona-persconferenties, supermarktindeling  vaak via trucjes
 Impliciet vs. expliciet: impliciet = onbewuste sociale beïnvloeding  iemand iets zien doen en zelf ook dat willen doen
expliciet = verzoek met beloning of dreiging
 Hoe werkt persuasieve communicatie:
o Iedereen beïnvloedt en wordt beïnvloed  sommige mensen meer talent voor dan anderen
o Creatieve uitwerking vaak belangrijker dan pure kennis.
o Communicatie = proces van invloed via interactie en informatie.

1.2 Persuasie vs. retoriek
 Retoriek: argumentatieleer  focus op zender, direct contact, focus op spreken, filosofische/taalwetenschappelijke
oorsprong
o Voorbeeld: Obama (retorisch sterk), Greta Thunberg (emotioneel aanvallend).
 Persuasieve communicatie  focus op ontvanger en effect (attitude- of gedragsverandering).
o Ontstaan na WOII, experimenteel.
o Analyseert situatie i.p.v. persoonlijkheid.
o Gaat verder dan retoriek: ook onbewuste prikkels zoals productplaatsing.

1.3 Persuasieve communicatie vs. argumentatie
 Historisch: oude Grieken → focus op zender en argumenten.
 Nu: focus op ontvanger, psychologische processen en beïnvloedbare situaties.
o Persoonlijkheid: moeilijk te beïnvloeden
o Situatie: eenvoudiger te manipuleren
 Situatie kan maximaal persuasief worden gemaakt via cues, lay-out en design  effecten universeel toepasbaar

1.4 Overtuigingskracht: attitude en gedragsverandering
 Doel: gedrag veranderen (gedrag = persoonlijkheid × situatie).
 Proces: vertrek vanuit effecten bij ontvanger → werk terug naar zender/medium/boodschap.
 Niet alleen koopgedrag, maar ook gevoelens t.o.v. producten, organisaties of beleid.

Denkprocessen (Daniel Kahneman)
1. Systeem 1: automatisch, onbewust, snel, weinig inspanning → nudging, gewoontes, zachte campagnes.
2. Systeem 2: bewust, traag, inspannend → harde campagnes, wetten.

Vier manieren om gedrag te veranderen
 Systeem 2 (bewust)
1. Wettelijke beperkingen (bv. gordelplicht, rookverbod).
2. Harde campagnes (bv. rookstop, BOB).
 Systeem 1 (onbewust)
3. Zachte campagnes (bv. 1,5 m-stickers).  persuasief & subtiel
4. Design (bv. rookzones ver weg)  stimuleren voor goed gedrag

,Rider-Elephant-model
 Olifant (Systeem 1): automatisch  inspelen op gewoontes en prikkels
 Rijder (Systeem 2): bewust, kan bijsturen.  duidelijke argumenten en logica
 Pad: omgeving die keuzes stuurt (bv. productplaatsing).
Belangrijk: communicatie kan tegelijk Systeem 1- en Systeem 2-processen bevatten.

1.5 Conclusie
 Attitude ↔ gedrag beïnvloeden elkaar.
 Argumenten + cues werken samen (bv. 2+1 gratis).
 Verhalen overtuigen via emotie en betrokkenheid.
 Nudging: kleine aanpassingen leiden tot direct gedragsresultaat.

, H1: Domeinen van overtuiging + basis in de psychologie
Menselijk gedrag: bewust en onbewust
 Opzettelijk (bewust) → vraagt energie, beperkt in capaciteit (systeem 2).
 Automatisch (onbewust) → snel, efficiënt, zonder bewuste controle (systeem 1).
Beide systemen werken samen en beïnvloeden ons denken en doen.

2.1 Types van communicatie & boodschappen
 Persuasieve communicatie omvat verbale én niet-verbale signalen (bv. afbeeldingen, verpakkingen).
 Succesvol = verandering in mentale toestand (attitudes, gedachten) /gedrag, maar kan ook mislukken of omgekeerd effect hebben.
 Factoren: boodschap (inhoud, vorm), ontvanger (kenmerken), zender (kenmerken), intentioneel of onbedoeld.
 Persuasieve triggers hebben vaak kleine effecten, maar cumulatief grote impact.

O’Keefe’s 5 kenmerken:
1. Zender
o Succesvol: bereikt een doel, vaak verandering in mentale toestand (attitude).
o Intentioneel: bewuste bedoeling om te overtuigen.
o Echte communicatie: gebruik van woorden (niet enkel nudging via beelden of omgeving).
2. Ontvanger
o Vrijheid van actie: ontvanger moet keuzevrijheid behouden (geen dwang).
o Verandering in mentale toestand: beïnvloeding van cognities/attitudes.

2.2 Massieve blootstelling aan persuasie
 We worden constant blootgesteld; exacte meting onmogelijk.
 Formule: Persuasion = eyeballs × power – literacy.
o Eyeballs: frequentie blootstelling
o Power: sterkte boodschap
o Literacy: kennisniveau ontvanger
 Voorbeeld: meer aanbod ongezonde dan gezonde voeding in winkels.

2.3 Inleiding in experimentele sociale psychologie
2.3.1 Bargh: Four Horsemen of Automaticity
Kenmerk Automatisch (S1) Opzettelijk (S2)
Bewustzijn Nee Ja
Doelgerichtheid Nee Ja
Efficiëntie Ja Nee
Controle Nee Ja
 Automatisch = onbewust, energiezuinig, multitasking mogelijk, werken zelfstandig en niet te stoppen
 Deliberatief = bewust, energie-intensief, beperkt in capaciteit (“magical number 7”), bewust gestart en gestopt

Persuasieve processen: latent vs observeerbaar
1. Observeerbare communicatie
 Zichtbare boodschap (woorden, beelden, campagnes).
 Krijgt vaak weinig bewuste aandacht.
 Effecten op attitude en gedrag soms merkbaar, ook zonder bewustzijn.
2. Latente processen
 Onbewuste, niet-zichtbare mechanismen.
 Introspectie onthult slechts een deel.
 Experimenteel onderzoek nodig om oorzaken te achterhalen.
o Voorbeeld: placebo-onderzoek bij pijnstillers.
3. Toepassing in marketing
 Booking.com gebruikt sociale normsignalen (“populair”, “laatste kamer”), speelt in op schaarste.
 Effectiviteit getest via o.a. A/B-tests (boekingen, kliks, tijd op pagina).
4. Sociale normsignalen
 Ontvanger: signaal kan bewust opvallen, maar effect verloopt vaak automatisch/onbewust.
 Zender: kan signalen bewust of onbewust toepassen (“iedereen gaat…”).
Conclusie
 Persuasieve communicatie heeft observeerbare (zichtbare) en latente (onzichtbare, automatische) lagen.
 Latente processen zijn vaak doorslaggevend en vragen om experimenteel onderzoek.

2.3.2 Kahneman: Thinking Fast and Slow
 Gedrag = mix van bewust, onbewust en willekeurige ruis.
 Illusie van bewustzijn: we overschatten onze controle.
 Gilbert’s model: info wordt eerst automatisch geloofd, daarna pas getoetst en eventueel verworpen. (omgaan met foutieve info)

,  Duaal procesmodel: automatisch = snel/heuristisch, deliberatief = traag/bewust.

Sociale psychologie: onbewuste invloed kan hoog-complex gedrag sturen (priming).
Lichaam-geest link: attitudes uiten zich ook fysiek (approach/avoidance).

Bargh: The unconscious mind
Cognitieve psychologie
 Onbewuste infoverwerking = subliminale verwerking (niet bewust opgemerkt).
 Effecten: zwak en minimaal, onbewuste gezien als “dom” en beperkt.
Sociale psychologie
 Benadrukt krachtige, onbewuste invloeden op hogere mentale processen (oordelen, gedrag).
 Priming en automaticiteit activeren gedrag zonder bewuste intentie.
Historische ontwikkeling
 Vroeger (Descartes, Locke): dachten dat processen volledig bewust.
 Nu: weten we dat veel gedrag automatisch/onbewust.
 Nisbett & Wilson (1977): mensen hebben weinig inzicht in oorzaken van hun gedrag.

Lichaam & geest
 Attitudes ook lichamelijk:
o Approach tendencies: positief → dichterbij komen.
o Avoidance tendencies: negatief → afstand nemen.
 Voorbeeld: armspieractiviteit meet evaluatie sneller dan bewust antwoord.

Samenspel automatische & deliberatieve processen
1. Automatisch: start direct bij boodschap/cue.
2. Deliberatief: volgt later, bouwt voort op automatisch oordeel.
 Voorbeeld: impliciet negatieve reactie vs. expliciet inclusief denken.

2.3.3 Leerprocessen en persuasie
1. Habituatie – herhaalde blootstelling → gewenning, minder extreme reacties.
2. Contactconditionering – herhaling → positievere evaluatie.
3. Klassieke conditionering – associatie prikkel-situatie (Pavlov).
4. Instrumentele conditionering – gedrag belonen/bestraffen (Skinner).
5. Observationeel leren – leren door anderen te observeren.
6. Propositioneel leren – bewuste opname van info (herhaling belangrijk).

2.3.4 Experimentele methode
 Drie elementen: manipulatie, min. 2 varianten (controle/experimentele), meting (met standaardversie).
 Belang: primaire methode in psychologie en persuasieve communicatie.

Belangrijke termen:
 Slijke variabele (IV): wordt gemanipuleerd  min. 2 condities (controle/experimentele)
 Afhankelijke variabele (DV): wordt gemeten.
 Deelnemers: willekeurig toegewezen; grotere steekproef = betrouwbaarder.

Manipulatietypes:
1. Between-participants – elke groep andere versie (voorkomt hypothese-kennis, meer deelnemers nodig).
2. Within-participants – elke deelnemer meerdere versies (minder deelnemers, maar kans op doorzien hypothese).

Double-blind research:
 Zowel deelnemers als onderzoekers kennen hypothese niet → voorkomt bias.
 Doel = oorzakelijkheid aantonen, niet representativiteit.
$10.24
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
annaclaessens2002

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
annaclaessens2002 Katholieke Universiteit Leuven
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
2 weken
Aantal volgers
0
Documenten
12
Laatst verkocht
15 uur geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen