Hoofdstuk 1
1. Inleiding: Wat is economie?
→ geeft inzicht in de maatschappelijke organisatie (vanuit een specifieke invalshoek) zodat:
1. Betere beslissingen nemen in dagelijks leven
bv. hoe we onze tijd verdelen, bijkomende opleiding, spaargelden beleggen, welk vervoer we nemen
2. Problemen v/d wereld beter te begrijpen
3. Beleid te kunnen beoordelen en evalueren
• economie stelt ons in staat om informatie die over het beleid wordt gegeven te beoordelen
en te evalueren
• economisch inzicht stelt ons in staat een onderbouwd oordeel te vellen over het gevoerde
beleid
2. Fundamenteel economisch probleem: veelvuldige behoeften vs schaarse middelen
→ spanning tussen veelvuldige behoefte en beperkte middelen. (ook tijd is beperkt)
Wie kiest geeft iets anders op:
→ = opportuniteitskost
= de waarde van het beste alternatief dat men opgeeft door deze keuze te maken
Belangrijk concept!!
Als je beslist om naar de les te komen, kan je niet een toertje gaan lopen in die 2 uur/slapen.
Door iets te kiezen iets anders verliezen. Als ik dit kies, wat gaat mij dat dan kosten?
Vb: opportuniteitskost van studeren; wij hebben gekozen om te studeren; nadenken: wat
zijn de kosten? – inschrijvingsgeld, kot, treinabonnement, boeken,…
Denken als econoom; Je had ipv studeren ook kunnen gaan werken; niet zo’n fantastische
job mss maar toch!!! Dus ook die kost mee in rekening nemen. Gaat heel lang duren voor je
dat bedrag kan terugverdienen. Maar na een aantal jaren ga je de kost toch kunnen
compenseren.
- Wil je mee naar de cinema??? (op een avond dat je moest werken) --- kost? Niet enkel
ticketje van 7 euro, ook geld dat je niet hebt verdiend die avond = DUUR
Een definitie van economie:
Economische analyse gaat na hoe beslissingsmakers (mensen, bedrijven, overheden, en
allerlei organisaties) keuzes maken en wat daarvan de private en maatschappelijke gevolgen
zijn.
(volgens Scitovsky: ‘… een sociale wetenschap die tot voorwerp heeft het beheer van schaarse
middelen’.)
Dit beheer van de beschikbare middelen omvat 3 typische problemen:
• Allocatie van middelen: wat, hoeveel en hoe produceren
• Verdeling (distributie): voor wie produceren (hoe goederen verdeeld gaan worden)
1
(c) Quickprintershop - Alle rechten voorbehouden - www.quickprintershop.be
1
Dit document werd aangekocht door Imad Ledou ( ).
,• Nastreven van volledige aanwending van de middelen: stabilisatieprobleem. (efficiëntie, niks
verspillen)
2
(c) Quickprintershop - Alle rechten voorbehouden - www.quickprintershop.be
2
Dit document werd aangekocht door Imad Ledou ( ).
,Micro- en macro-economie
Micro-economie
Gaat na hoe individuen en bedrijven (individuele economische agenten) beslissingen nemen.
– op allerlaagste niveau; naar individu kijken.
(Heeft dus vnl. betrekking op allocatie- en distributieproblemen.)
Macro-economie
Bekijkt het geaggregeerde niveau en bestudeert vraagstukken die de economie als geheel
beïnvloeden. - op hoger niveau: kijken naar inflatie in een land,….
(Heeft dus vnl. betrekking op het stabilisatieprobleem.)
4. Het productieproces
Microniveau: naar het individu kijken; hoeveel produceren
Macroniveau: hoeveel in een land produceren
Productie: alle activiteiten
– waardoor goederen en diensten tot stand worden gebracht (economische
goederen = consumptiegoederen en kapitaalgoederen)
die wij in de winkel kopen en gebruiken die later nog van pas komen (machines,…)
gaat de consument later pas ‘gebruiken’
– en op gepaste tijd en plaats ter beschikking worden gesteld van consumenten
– door inzet van schaarse middelen (de productiefactoren: arbeid, natuur en
kapitaal)
5. De productiefactoren
Eigenlijke productiefactoren:
o Arbeid (L) - de arbeid zelf; fysiek en intellectueel (wij maken geen
onderscheid tussen deze 2)
o Natuur (N) - die aanwezig is; water, lucht,… -- gaan we rechtsreeks
gebruiken; bevredigt rechtstreeks de behoefte van consument
→ primaire productiefactoren
o Kapitaal (K) - havens, bruggen (van overheid uit) gebouwen, machines
(individu) is niet meteen de behoefte van consument
→ afgeleide productiefactor
3
(c) Quickprintershop - Alle rechten voorbehouden - www.quickprintershop.be
3
Dit document werd aangekocht door Imad Ledou ( ).
, Ondernemersinitiatief: durf, moed van de ondernemer – heel belangrijk binnen
productieproces; moeilijk te meten ook!!! Daarom in modellen het niet in rekening nemen,
maar in achterhoofd houden!!
6. De productiefunctie
= een technische relatie tussen de hoeveelheid productiefactoren (inputs) en de maximale
hoeveelheid economische goederen (output) die men daarmee kan produceren.
𝑋 = 𝑓(𝐿, 𝐾, 𝑁)
X = hoeveelheid output
L = hoeveelheid arbeid (labour)
N = hoeveelheid natuur
K = hoeveelheid kapitaal
f = een bepaalde functionele vorm
4
(c) Quickprintershop - Alle rechten voorbehouden - www.quickprintershop.be
4
Dit document werd aangekocht door Imad Ledou ( ).