Inleiding tot de Voornaamste Moderne Literaturen
Eeuwen van buiten leren: 20ste eeuw situeren t.o.v. de wereldoorlogen: 19de eeuw (1ste of 2de helft)
Inleiding: middeleeuwse literatuur
Periodisering
Vroege ME: periode van verval
Overblijfselen
1. Latijnse teksten → moderne literaturen
Inval van de Germaanse volkeren -> Latijnse en Griekse cultuur gaat verloren
- Geleidelijke verandering
- Latijnse teksten werden wel in Kerk bewaard
In Europa kwam de klassieke oudheid ten val => val van de cultuur van de klassieke oudheid
In andere culturen werd de hoogstand van de “klassieke oudheid” voortgedragen en kwamen die
culturen tot een ongeveer evenwaardige niveau.
1. Orale verhaalkunst in de volkstaal (Germaans)
Uitzonderingen: cultuur van niet-Westerse volkeren (Byzantium, Islam)
Eerste tekenen van heropleving omstreeks 800: Karolingische Renaissance
Hoge ME: nieuw élan van de Westerse cultuur
Vanaf de 11de – 12de eeuw
Na aanraking met islam, krabbelt Europa terug recht
Cultuur wordt verfijnder: 2 types van literatuur:
1. Aristocratisch: de troubadours (ridders)
2. Stedelijke, burgerlijke cultuur
Late ME
Dante heeft de middeleeuwse cultuur mooi samengevat-> Devina Commedia
Stadscultuur: herfsttij der Middeleeuwen -> stadscultuur (voorzetting van de stedelijke cultuur uit de
Hoge ME)
In Italië: begin Renaissance
,Culturele context van de Middeleeuwse literatuur
Middeleeuwse eenheidscultuur
ME cultuur = bepaald door religie (hemel = beter)
Goddelijke orde
• Bepaalt geloof, kennis en sociaal handelen
• Geeft eenheid aan de cultuur van de middeleeuwse mens
• Vorst krijg macht van God
• Kerk zorgt dat vorst gevrijwaard wordt
• Vorst ondersteunt de Kerk
Eenheidscultuur wordt opgebouwd vanaf de 9de eeuw (Karel de Grote)
• Hoogtepunt op het einde van de hoge ME tot einde late ME (wereld is conform met wat God
voor ogen hadden)
• Geraakt geleidelijk in verval op het einde van de late ME
Habitus (Panofsky en Bourdieu): vanzelfsprekende kennis en gedrag
Hoofdstuk 1: Vroeg-middeleeuwse literatuur
1.1. Oudgermaanse literatuur
Illustreert de niet-christelijke Germaanse cultuur
• Vikings (Scandinavische culturen) -> langste cultuur in stand
Mondeling overgeleverd in de periode tussen 700 en 1250
• Bewaarde documenten (heel weinig, vooral archeologische vondsten)
• Invloed van het christendom
Kenmerken van de Germaanse verhaalcultuur
1. Overdrachtsvorm:
• Orale literatuur in drankhal waar gasten werden ontvangen (collectief verhaal van
stam en leider)
• Militaire dichters (soort van spindoctors): skopen (west-germanen) en skalden
(beeldfragment)
• Leider werd erfelijk ipv keuze door kwaliteiten/prestaties
• Optreden door krijgers-dichters die dynastie positief in het licht stelde door erover te
zingen op de lier (gevonden in tumulus)
2. Stilistische kenmerken
• Eenvoudig, functioneel rijm: mnemotechnisch hulpmiddel (om te onthouden)
, Röksteen
3. Inhoudelijke kenmerken
• Thematiek - historische basis: periode van volksverhuizingen (5de-6de Eeuw)
- Veel geweld zorgt voor klassieke stof (krijger= moedig en leider zich opoffert)
• Legitimeren van het gezag van de vorst
- Werking van de stam goedpraten
• Vaak een christelijk tintje (in latere schriftelijke versies)
• Kenmerken van de plot:
• Heldenverhalen met een vast schema (held opgeroepen om gemeenschap te
verdedigen maar wilt niet altijd) -> Harmonie- chaos- harmonie
• Complex geheel van verhaallijnen (nieuwe personages uitgevonden en dan
samengevoegd)
• Allusies op stammentwisten en ruzies (gezinsdrama’s, vader-zoonconflict)
Beowulf
Middle Earth van Lord of the Rings -> Beowulf
• Ontstaat in de 8ste eeuw, manuscript: 10de
• Gebeurtenissen in Denemarken (450-600)
• Taal van Angelen en Saksen (oud-Engels)
• Oudste verhaal in de Engelse literatuur
• 3 monsters overwinnen om kwaliteiten van de held te tonen
Hildebrandlied
• Oud-Duits, ontstaat in de 8ste eeuw (Langobarden)
• Oudste manuscript van Duitse literatuur (eerste helft 9de eeuw)
• over een gevecht tussen vader en zoon.
Nibelungenlied
• Populaire legendes over Germaanse helden (Siegfried, Brunhilde) in het oud-Duits.
• Thematisch: tragische heldendood, conflict tussen goed & kwaad/ licht & duisternis,
vergelding van onrecht/ trouw en verraad
• Motieven: mantel van de dwergenkoning , toverstaf uit de Nibelungenschat, doden van de
draak, (on)kwetsbaarheid van Siegfried
• Richard Wagner: ring uit de Noorse Völsungensage (geeft bezitter almacht, begeerd door
goden en helden, maakt bezitter tot slaaf)
Oudscandinavische literatuur
➔ (rijkste verzameling, laatste overlevende v. de Oudgermaanse cultuur)
1. Skaldenpoëzie
2. Eddaliederen
3. Saga’s (prozagedichten)
Edda- spreuken
“Vee sterft; familieleden sterven; ook u moet sterven;Ik weet één ding dat nooit zal sterven: de
reputatie van een gestorven man.”
• Reputatie belangrijk in de oudscandinavische cultuur
, 1.2. Karolingische renaissance
Ontstaan van de eenheidscultuur
• Het antieke cultuurideaal -> zuilen KO in kapel gebruikt
• De christelijke levensbeschouwing-> richtte paleisscholen op, burgers moesten geschoold
worden met christelijke idealen)
• Driedeling: ridderdom, geestelijkheid en boerenstand ->
Karolingische Renaissance = basis voor de ME-eenheidscultuur
Kenmerken van de chansons de geste
1. Overdrachtsvorm
• Beroepsdichters (jongleurs)
• Gezongen met instrumentale begeleiding (later opgetekend)
2. Heldenverhalen, aangepast aan de eenheidscultuur
• Heldhaftige historische figuren: cf. Karelromans (van koninklijke bloede en christelijk)
• Ideologische functie: systeem bestendigend propagandamiddel
- Lofliederen (trouw aan de heer)
- Christelijke levensbeschouwing (→ theocratie)
Chanson de Roland
Roland wordt in de achterhoede geplaatst door stiefvader, en hij gehoorzaamt.
• Tragische dood
Hoofdstuk 2: Hoog-middeleeuwse literatuur (11de eeuw-1250)
2.1 Cultuurhistorische context
Politieke gebeurtenissen
Economische heropbloei
Sociale taakverdeling
De middeleeuwse eenheidscultuur
De eenheidscultuur in de literatuur
3 belangrijke fenomenen
1. De macht van de clerus: promotie spirituele en sociale idealen (grote rol kloosterordes)
2. De bloei van de aristocratische cultuur
• Grotere verfijning van het gedrag tijdens de 12de (overgangs)eeuw: ontstaan van
“hoofsheid” in gedrag en denken (zich gedragen zoals het hoort aan het hof)
• Gebruik van tafels voor inrichting van een kasteel
• Vergelijking: voor 12de eeuw – na 12de eeuw
Voor 12de eeuw: weinig luxe, slapen op strobalen, eenvoudige & functionele
kleren
Eeuwen van buiten leren: 20ste eeuw situeren t.o.v. de wereldoorlogen: 19de eeuw (1ste of 2de helft)
Inleiding: middeleeuwse literatuur
Periodisering
Vroege ME: periode van verval
Overblijfselen
1. Latijnse teksten → moderne literaturen
Inval van de Germaanse volkeren -> Latijnse en Griekse cultuur gaat verloren
- Geleidelijke verandering
- Latijnse teksten werden wel in Kerk bewaard
In Europa kwam de klassieke oudheid ten val => val van de cultuur van de klassieke oudheid
In andere culturen werd de hoogstand van de “klassieke oudheid” voortgedragen en kwamen die
culturen tot een ongeveer evenwaardige niveau.
1. Orale verhaalkunst in de volkstaal (Germaans)
Uitzonderingen: cultuur van niet-Westerse volkeren (Byzantium, Islam)
Eerste tekenen van heropleving omstreeks 800: Karolingische Renaissance
Hoge ME: nieuw élan van de Westerse cultuur
Vanaf de 11de – 12de eeuw
Na aanraking met islam, krabbelt Europa terug recht
Cultuur wordt verfijnder: 2 types van literatuur:
1. Aristocratisch: de troubadours (ridders)
2. Stedelijke, burgerlijke cultuur
Late ME
Dante heeft de middeleeuwse cultuur mooi samengevat-> Devina Commedia
Stadscultuur: herfsttij der Middeleeuwen -> stadscultuur (voorzetting van de stedelijke cultuur uit de
Hoge ME)
In Italië: begin Renaissance
,Culturele context van de Middeleeuwse literatuur
Middeleeuwse eenheidscultuur
ME cultuur = bepaald door religie (hemel = beter)
Goddelijke orde
• Bepaalt geloof, kennis en sociaal handelen
• Geeft eenheid aan de cultuur van de middeleeuwse mens
• Vorst krijg macht van God
• Kerk zorgt dat vorst gevrijwaard wordt
• Vorst ondersteunt de Kerk
Eenheidscultuur wordt opgebouwd vanaf de 9de eeuw (Karel de Grote)
• Hoogtepunt op het einde van de hoge ME tot einde late ME (wereld is conform met wat God
voor ogen hadden)
• Geraakt geleidelijk in verval op het einde van de late ME
Habitus (Panofsky en Bourdieu): vanzelfsprekende kennis en gedrag
Hoofdstuk 1: Vroeg-middeleeuwse literatuur
1.1. Oudgermaanse literatuur
Illustreert de niet-christelijke Germaanse cultuur
• Vikings (Scandinavische culturen) -> langste cultuur in stand
Mondeling overgeleverd in de periode tussen 700 en 1250
• Bewaarde documenten (heel weinig, vooral archeologische vondsten)
• Invloed van het christendom
Kenmerken van de Germaanse verhaalcultuur
1. Overdrachtsvorm:
• Orale literatuur in drankhal waar gasten werden ontvangen (collectief verhaal van
stam en leider)
• Militaire dichters (soort van spindoctors): skopen (west-germanen) en skalden
(beeldfragment)
• Leider werd erfelijk ipv keuze door kwaliteiten/prestaties
• Optreden door krijgers-dichters die dynastie positief in het licht stelde door erover te
zingen op de lier (gevonden in tumulus)
2. Stilistische kenmerken
• Eenvoudig, functioneel rijm: mnemotechnisch hulpmiddel (om te onthouden)
, Röksteen
3. Inhoudelijke kenmerken
• Thematiek - historische basis: periode van volksverhuizingen (5de-6de Eeuw)
- Veel geweld zorgt voor klassieke stof (krijger= moedig en leider zich opoffert)
• Legitimeren van het gezag van de vorst
- Werking van de stam goedpraten
• Vaak een christelijk tintje (in latere schriftelijke versies)
• Kenmerken van de plot:
• Heldenverhalen met een vast schema (held opgeroepen om gemeenschap te
verdedigen maar wilt niet altijd) -> Harmonie- chaos- harmonie
• Complex geheel van verhaallijnen (nieuwe personages uitgevonden en dan
samengevoegd)
• Allusies op stammentwisten en ruzies (gezinsdrama’s, vader-zoonconflict)
Beowulf
Middle Earth van Lord of the Rings -> Beowulf
• Ontstaat in de 8ste eeuw, manuscript: 10de
• Gebeurtenissen in Denemarken (450-600)
• Taal van Angelen en Saksen (oud-Engels)
• Oudste verhaal in de Engelse literatuur
• 3 monsters overwinnen om kwaliteiten van de held te tonen
Hildebrandlied
• Oud-Duits, ontstaat in de 8ste eeuw (Langobarden)
• Oudste manuscript van Duitse literatuur (eerste helft 9de eeuw)
• over een gevecht tussen vader en zoon.
Nibelungenlied
• Populaire legendes over Germaanse helden (Siegfried, Brunhilde) in het oud-Duits.
• Thematisch: tragische heldendood, conflict tussen goed & kwaad/ licht & duisternis,
vergelding van onrecht/ trouw en verraad
• Motieven: mantel van de dwergenkoning , toverstaf uit de Nibelungenschat, doden van de
draak, (on)kwetsbaarheid van Siegfried
• Richard Wagner: ring uit de Noorse Völsungensage (geeft bezitter almacht, begeerd door
goden en helden, maakt bezitter tot slaaf)
Oudscandinavische literatuur
➔ (rijkste verzameling, laatste overlevende v. de Oudgermaanse cultuur)
1. Skaldenpoëzie
2. Eddaliederen
3. Saga’s (prozagedichten)
Edda- spreuken
“Vee sterft; familieleden sterven; ook u moet sterven;Ik weet één ding dat nooit zal sterven: de
reputatie van een gestorven man.”
• Reputatie belangrijk in de oudscandinavische cultuur
, 1.2. Karolingische renaissance
Ontstaan van de eenheidscultuur
• Het antieke cultuurideaal -> zuilen KO in kapel gebruikt
• De christelijke levensbeschouwing-> richtte paleisscholen op, burgers moesten geschoold
worden met christelijke idealen)
• Driedeling: ridderdom, geestelijkheid en boerenstand ->
Karolingische Renaissance = basis voor de ME-eenheidscultuur
Kenmerken van de chansons de geste
1. Overdrachtsvorm
• Beroepsdichters (jongleurs)
• Gezongen met instrumentale begeleiding (later opgetekend)
2. Heldenverhalen, aangepast aan de eenheidscultuur
• Heldhaftige historische figuren: cf. Karelromans (van koninklijke bloede en christelijk)
• Ideologische functie: systeem bestendigend propagandamiddel
- Lofliederen (trouw aan de heer)
- Christelijke levensbeschouwing (→ theocratie)
Chanson de Roland
Roland wordt in de achterhoede geplaatst door stiefvader, en hij gehoorzaamt.
• Tragische dood
Hoofdstuk 2: Hoog-middeleeuwse literatuur (11de eeuw-1250)
2.1 Cultuurhistorische context
Politieke gebeurtenissen
Economische heropbloei
Sociale taakverdeling
De middeleeuwse eenheidscultuur
De eenheidscultuur in de literatuur
3 belangrijke fenomenen
1. De macht van de clerus: promotie spirituele en sociale idealen (grote rol kloosterordes)
2. De bloei van de aristocratische cultuur
• Grotere verfijning van het gedrag tijdens de 12de (overgangs)eeuw: ontstaan van
“hoofsheid” in gedrag en denken (zich gedragen zoals het hoort aan het hof)
• Gebruik van tafels voor inrichting van een kasteel
• Vergelijking: voor 12de eeuw – na 12de eeuw
Voor 12de eeuw: weinig luxe, slapen op strobalen, eenvoudige & functionele
kleren