Thema 1 - Acute buikpijn
HC | Acute buikpijn vs de acute buik
Urolithiasis
● Incidentie → 3 per 1000 patiënten per jaar (piek rond 30-50 jaar)
● Lifetime risk 5-15%
● Man : vrouw = 2 : 1
● Bij 1e gr. familieleden risico 2-3x hoger
● Recidiefkans 50% in 8 jaar
Steensoorten
● Calciumoxalaat & - fosfaat (70% vd gevallen!!)
● Urinezuur
● Magnesiumammoniumfosfaat
● Cystine (heel zeldzaam, keihard)
Nierstenen ontstaan door een disbalans tussen excretie van ionen (meer) & water (minder).
Dit zorgt voor kristallisatie tot onoplosbare zouten.
Symptomen
Eenzijdige koliekpijn, hevige krampende ‘weeïge’ pijn. Vaak gepaard met misselijkheid (door
de pijn). Patiënten zijn vaak onrustig en hebben een bewegingsdrang. De locatie van de pijn
hangt af van de locatie van de niersteen. Zo kan de pijn meer richting de lies/scrotum zitten,
of meer in de zij. Patiënten moeten veel plassen en hebben gevoel van aandrang. Er is ook
vaak sprake van (zichtbare) hematurie. Bij koorts wordt er sneller gedacht aan een
ontsteking als gevolg van nierstenen.
Voorgeschiedenis
● Eerdere urinestenen
● Afwijkingen nieren (mononier)
● Nierfunctiestoornis
Peritoneale prikkeling
Peritoneale prikkeling zorgt voor meer continue gelokaliseerde scherpe pijn. Er is voorkeur
voor stil liggen. Ze hebben vaak al pijn bij percussiepijn en loslaatpijn. Ook is er defense
musculaire, waarbij de spieren zich aanspannen.
Aanvullend onderzoek
Urine onderzoek & bloedonderzoek
Behandeling
● NSAID (diclofenac)
, ● Opiaten (morfine)
● In acute fase normale vochtinname adviseren
● Spontane steenlozing afhankelijk van grootte steen & lokalisatie (plassen met
zeefje/filter)
○ Hoe distaler de steen, hoe groter de kans dat hij spontaan wordt uitgeplast
Follow up
● Controle na 5-7 dagen
○ Geen pijnklachten
○ Geen erytrocyturie
● Adviezen
○ Veel drinken
○ Gebalanceerd dieet, plantaardige basis
2e lijn Beeldvorming & invasieve behandelmethoden (college ‘acute pijn aan de
urinewegen’)
Acute buikpijn in de huisartspraktijk
● Acute buikpijn → buikpijn die minder dan 5 dagen bestaat
○ Kan de huisarts zelf behandelen
● Acute buik → buikpijn welke binnen 24 uur medische behandeling vereist in het
ziekenhuis om complicaties te voorkomen
Epidemiologie
● 2-3x per week in de gemiddelde huisartspraktijk
● 10% van alle SEH patiënten hebben acute buikpijn
Frequente diagnoses in de eerste lijn
● Prikkelbare darmsyndroom
● Obstipatie
● Functionele buikpijn → geen duidelijke oorzaak
● Gastro-enteritis
● Urineweginfectie
● Diverticulitis
● Cholelithiasis
● Appendicitis
Zeldzame diagnoses
● Cholecystitis
● Pancreatitis
● Maligniteit
● Torsio testis
● Acute blaasretentie
● Extra uteriene graviditeit
, ● Myocardinfarct
HC | Anatomie zenuwen & pijngeleiding
Onderdelen
1. Spinale zenuwen → (overwegend) somatisch
2. Truncus sympathicus → sympathisch
3. Prevertebraal / preaortaal → (overwegend) sympathisch
4. Nn. vagi - parasympathisch
5. Sacraal → parasympathisch
Spinale zenuwen (somatisch)
● Nn. intercostales → tussen de ribben
● Plexus lumbalis
● Plexus sacralis
Paravertebraal (truncus sympathicus)
● Strengen van onderling verbonden ganglia
● Aan weerszijden van de wervelkolom
● Reguleren autonome functies
Prevertebraal / pre aortaal
● Ganglia voor de wervelkolom of voor de aorta
○ Ganglia coeliaca, mesenterica. sup., aorticorenalia & mesenterica inferior
● Reguleren functies van o.a. de darmen, maag en nieren
Nn. vagi
● 2 nn. vagi aan weerszijde naast de oesophagus
● Onderin de oesophagus afgesplitst tot plexus
Sacraal
● Sacrale parasympatische outflow (S2-S4)
Verbindingen
1. Rami communicans → sympathisch
2. Splanchnische zenuwen → sympathisch
3. Pelviene splanchnische zenuwen → parasympathisch
Rami communicans (sympathisch)
→ Verbinden spinale zenuwen met truncus sympathicus
● Rami communicans albus
, ○ Buitenste
○ Gemyeliniseerd
● Rami communicans griseus
○ Binnenste
○ Niet-gemyeliniseerd
Splanchnische zenuwen (sympathisch)
→ Voorzien inwendige organen sympathisch
● Cardiopulmonale splanchnische zenuwen (C4 - T5)
○ Van truncus sympathicus naar hart, longen & oesophagus
● Thoracale splanchnische zenuwen (T5 - T12)
○ Voorzien buikorganen t/m colon transversum
○ Van truncus sympathicus naar prevertebrale ganglia & plexi
■ N. splanchnicus major (T5 - T9)
■ N. splanchnicus minor (T10 - T11)
■ N. splanchnicus imus (T12)
● Lumbale splanchnische zenuwen (L1-L3)
○ Voorzien buikorganen vanaf colon descendens & bekkenorganen
○ Van truncus sympathicus naar prevertebrale ganglia & plexi
Pelviene splanchnische zenuwen (parasympathisch)
→ Verbinden sacrale parasympathische outflow met plexus hypogastricus inferior
Routes
● Sympathisch
● Parasympathisch
Sympathisch naar rompwand
→ Zweten, kippenvel & perifere vasoconstrictie
● Vanuit spinale zenuw via ramus communicans albus naar truncus sympathicus
(synaps!!)
● Vanuit truncus sympathicus via ramus communicans griseus terug naar spinale
zenuw & door naar rompwand
Sympathisch naar hart, longen & oesophagus
→ Snellere, krachtigere hartslag & verwijding luchtwegen
● Vanuit spinale zenuw via ramus communicans albus naar truncus sympathicus
(synaps!!)
● Vanuit truncus sympathicus via cardiopulmonale splanchnische zenuwen naar het
orgaan
Sympathisch naar buikorganen (t/m colon transversum)
→ Remming peristaltiek, vasoconstrictie in GI-tract & omzetting glycogeen naar glucose
● Vanuit spinale zenuwen via ramus communicans albus naar truncus sympathicus
HC | Acute buikpijn vs de acute buik
Urolithiasis
● Incidentie → 3 per 1000 patiënten per jaar (piek rond 30-50 jaar)
● Lifetime risk 5-15%
● Man : vrouw = 2 : 1
● Bij 1e gr. familieleden risico 2-3x hoger
● Recidiefkans 50% in 8 jaar
Steensoorten
● Calciumoxalaat & - fosfaat (70% vd gevallen!!)
● Urinezuur
● Magnesiumammoniumfosfaat
● Cystine (heel zeldzaam, keihard)
Nierstenen ontstaan door een disbalans tussen excretie van ionen (meer) & water (minder).
Dit zorgt voor kristallisatie tot onoplosbare zouten.
Symptomen
Eenzijdige koliekpijn, hevige krampende ‘weeïge’ pijn. Vaak gepaard met misselijkheid (door
de pijn). Patiënten zijn vaak onrustig en hebben een bewegingsdrang. De locatie van de pijn
hangt af van de locatie van de niersteen. Zo kan de pijn meer richting de lies/scrotum zitten,
of meer in de zij. Patiënten moeten veel plassen en hebben gevoel van aandrang. Er is ook
vaak sprake van (zichtbare) hematurie. Bij koorts wordt er sneller gedacht aan een
ontsteking als gevolg van nierstenen.
Voorgeschiedenis
● Eerdere urinestenen
● Afwijkingen nieren (mononier)
● Nierfunctiestoornis
Peritoneale prikkeling
Peritoneale prikkeling zorgt voor meer continue gelokaliseerde scherpe pijn. Er is voorkeur
voor stil liggen. Ze hebben vaak al pijn bij percussiepijn en loslaatpijn. Ook is er defense
musculaire, waarbij de spieren zich aanspannen.
Aanvullend onderzoek
Urine onderzoek & bloedonderzoek
Behandeling
● NSAID (diclofenac)
, ● Opiaten (morfine)
● In acute fase normale vochtinname adviseren
● Spontane steenlozing afhankelijk van grootte steen & lokalisatie (plassen met
zeefje/filter)
○ Hoe distaler de steen, hoe groter de kans dat hij spontaan wordt uitgeplast
Follow up
● Controle na 5-7 dagen
○ Geen pijnklachten
○ Geen erytrocyturie
● Adviezen
○ Veel drinken
○ Gebalanceerd dieet, plantaardige basis
2e lijn Beeldvorming & invasieve behandelmethoden (college ‘acute pijn aan de
urinewegen’)
Acute buikpijn in de huisartspraktijk
● Acute buikpijn → buikpijn die minder dan 5 dagen bestaat
○ Kan de huisarts zelf behandelen
● Acute buik → buikpijn welke binnen 24 uur medische behandeling vereist in het
ziekenhuis om complicaties te voorkomen
Epidemiologie
● 2-3x per week in de gemiddelde huisartspraktijk
● 10% van alle SEH patiënten hebben acute buikpijn
Frequente diagnoses in de eerste lijn
● Prikkelbare darmsyndroom
● Obstipatie
● Functionele buikpijn → geen duidelijke oorzaak
● Gastro-enteritis
● Urineweginfectie
● Diverticulitis
● Cholelithiasis
● Appendicitis
Zeldzame diagnoses
● Cholecystitis
● Pancreatitis
● Maligniteit
● Torsio testis
● Acute blaasretentie
● Extra uteriene graviditeit
, ● Myocardinfarct
HC | Anatomie zenuwen & pijngeleiding
Onderdelen
1. Spinale zenuwen → (overwegend) somatisch
2. Truncus sympathicus → sympathisch
3. Prevertebraal / preaortaal → (overwegend) sympathisch
4. Nn. vagi - parasympathisch
5. Sacraal → parasympathisch
Spinale zenuwen (somatisch)
● Nn. intercostales → tussen de ribben
● Plexus lumbalis
● Plexus sacralis
Paravertebraal (truncus sympathicus)
● Strengen van onderling verbonden ganglia
● Aan weerszijden van de wervelkolom
● Reguleren autonome functies
Prevertebraal / pre aortaal
● Ganglia voor de wervelkolom of voor de aorta
○ Ganglia coeliaca, mesenterica. sup., aorticorenalia & mesenterica inferior
● Reguleren functies van o.a. de darmen, maag en nieren
Nn. vagi
● 2 nn. vagi aan weerszijde naast de oesophagus
● Onderin de oesophagus afgesplitst tot plexus
Sacraal
● Sacrale parasympatische outflow (S2-S4)
Verbindingen
1. Rami communicans → sympathisch
2. Splanchnische zenuwen → sympathisch
3. Pelviene splanchnische zenuwen → parasympathisch
Rami communicans (sympathisch)
→ Verbinden spinale zenuwen met truncus sympathicus
● Rami communicans albus
, ○ Buitenste
○ Gemyeliniseerd
● Rami communicans griseus
○ Binnenste
○ Niet-gemyeliniseerd
Splanchnische zenuwen (sympathisch)
→ Voorzien inwendige organen sympathisch
● Cardiopulmonale splanchnische zenuwen (C4 - T5)
○ Van truncus sympathicus naar hart, longen & oesophagus
● Thoracale splanchnische zenuwen (T5 - T12)
○ Voorzien buikorganen t/m colon transversum
○ Van truncus sympathicus naar prevertebrale ganglia & plexi
■ N. splanchnicus major (T5 - T9)
■ N. splanchnicus minor (T10 - T11)
■ N. splanchnicus imus (T12)
● Lumbale splanchnische zenuwen (L1-L3)
○ Voorzien buikorganen vanaf colon descendens & bekkenorganen
○ Van truncus sympathicus naar prevertebrale ganglia & plexi
Pelviene splanchnische zenuwen (parasympathisch)
→ Verbinden sacrale parasympathische outflow met plexus hypogastricus inferior
Routes
● Sympathisch
● Parasympathisch
Sympathisch naar rompwand
→ Zweten, kippenvel & perifere vasoconstrictie
● Vanuit spinale zenuw via ramus communicans albus naar truncus sympathicus
(synaps!!)
● Vanuit truncus sympathicus via ramus communicans griseus terug naar spinale
zenuw & door naar rompwand
Sympathisch naar hart, longen & oesophagus
→ Snellere, krachtigere hartslag & verwijding luchtwegen
● Vanuit spinale zenuw via ramus communicans albus naar truncus sympathicus
(synaps!!)
● Vanuit truncus sympathicus via cardiopulmonale splanchnische zenuwen naar het
orgaan
Sympathisch naar buikorganen (t/m colon transversum)
→ Remming peristaltiek, vasoconstrictie in GI-tract & omzetting glycogeen naar glucose
● Vanuit spinale zenuwen via ramus communicans albus naar truncus sympathicus