Interacties tussen organismen en hun
invloed op overleving, gedrag en
communicatie
1. Interacties tussen organismen van verschillende soorten
🔹 Kortstondige interacties
Predatie: Eén organisme eet het andere op (bv. kwal eet vislarve).
Voedselconcurrentie (interspecifiek): Soorten strijden om
dezelfde voedselbron, maar kunnen naast elkaar leven door
nicheverschillen (bv. boomkruiper vs. specht).
🔹 Langdurige interacties: Symbiose
1. Parasitisme
o Voordeel voor parasiet, nadeel voor gastheer.
o Vormen: ectoparasieten (bv. vlo), endoparasieten (bv.
lintworm).
o Ook planten kunnen parasiteren (bv. groot warkruid, maretak).
2. Mutualisme
o Beide soorten hebben voordeel.
o Voorbeelden:
Heremietkreeft + zeeanemoon
Mieren + bladluizen of acacia
Anemoonvis + zeeanemoon
Vlaamse gaai + eik (zaadverspreiding)
Berk + vliegenzwam (planten en fungi)
3. Commensalisme
o Eén soort heeft een voordeel, andere neutraal (bv. koereiger +
koe).
4. Amensalisme
o Eén soort heeft een nadeel, andere neutraal (bv.
walnotenboom + ondergroei).
invloed op overleving, gedrag en
communicatie
1. Interacties tussen organismen van verschillende soorten
🔹 Kortstondige interacties
Predatie: Eén organisme eet het andere op (bv. kwal eet vislarve).
Voedselconcurrentie (interspecifiek): Soorten strijden om
dezelfde voedselbron, maar kunnen naast elkaar leven door
nicheverschillen (bv. boomkruiper vs. specht).
🔹 Langdurige interacties: Symbiose
1. Parasitisme
o Voordeel voor parasiet, nadeel voor gastheer.
o Vormen: ectoparasieten (bv. vlo), endoparasieten (bv.
lintworm).
o Ook planten kunnen parasiteren (bv. groot warkruid, maretak).
2. Mutualisme
o Beide soorten hebben voordeel.
o Voorbeelden:
Heremietkreeft + zeeanemoon
Mieren + bladluizen of acacia
Anemoonvis + zeeanemoon
Vlaamse gaai + eik (zaadverspreiding)
Berk + vliegenzwam (planten en fungi)
3. Commensalisme
o Eén soort heeft een voordeel, andere neutraal (bv. koereiger +
koe).
4. Amensalisme
o Eén soort heeft een nadeel, andere neutraal (bv.
walnotenboom + ondergroei).