100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

begrippenlijst ontwikkelingspsychologie hc 1 t/m 5

Rating
-
Sold
-
Pages
5
Uploaded on
14-01-2026
Written in
2025/2026

de belangrijkste begrippen van het vak ontwikkelingspsychologie HC 1 t/m 5 op een rij.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 14, 2026
Number of pages
5
Written in
2025/2026
Type
Class notes
Professor(s)
Mitch
Contains
College 1 t/m 5

Subjects

Content preview

BEGRIPPEN – ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE – TENTAMEN 28 JANUARI

Hoorcollege 1

Nature (nativism): aangeboren
 Theorie bij nature: maturational theory (Gesell en McGraw)
Nurture (empiricism): aangeleerd
 Theorie bij nurture: classical & operant conditioning, deze theorie is bijna uitsluitend gericht op
nurture
Ijskastmoeders: ging over het idee dat kinderen met autisme veroorzaakt wordt door moeders ‘koud” tegen de
kinderen gedroeg (past bij nurture).
Positive reinforcement: Meelopers. Meelopers zijn nodig om door te gaan met pesten. De pesters moeten zien
dat het blijkbaar leuk is om te doen.
Model van ontwikkeling: Continu: lineaire ontwikkeling. Voorbeeld: elk uur leer je 10 woorden. Studietijd staat
gelijk aan het aantal woorden dat je leert.
Model van ontwikkeling: discontinu: deze ontwikkeling gaat met sprongen. Ze blijven in een fase van
ontwikkeling zitten en dan springen ze ‘opeens’ over naar de volgende fase. “Ah nu snap ik het.” De theorie van
Piaget gaat hier ook veel over.
Overlapping waves: we kunnen verschillende strategieën leren om iets te doen. Wijzen>brabbelen> correct
uitspreken. De ene strategie kan op een gegeven moment overgaan in de andere strategie, omdat een kind een
betere manier leert. Dit heten de overlapping waves als je het in een grafiek zet.
Critical period: een periode (leeftijd) waarbinnen een gebeurtenis noodzakelijk is voor een typische
ontwikkeling. Voorbeeld: binnen de eerste 10 jaar moeten kinderen taal horen om te leren praten, als ze het
niet horen in deze periode kunnen ze nooit spreken als normaal persoon.
Sensitive period: een periode (leeftijd) waarbinnen een gebeurtenis belangrijk is voor een typische
ontwikkeling. Als deze gebeurtenis niet plaatsvindt kan er alsnog een typische ontwikkeling plaatsvinden. Maar
moet later alsnog veel moeite doen, zodat het alsnog gebeurt, om de typische ontwikkeling te bereiken.
Deprivatie: ernstig tekort of gemis aan iets essentieels, bijvoorbeeld verwaarlozing. Dit is minder gevaarlijk voor
de cognitieve ontwikkeling als het voor 6 maanden gebeurt, dan dat het na 6 maanden gebeurt.
Co-sleeping: in India was het gewoon voor ouders om kind de 1 e 3 jaar kind bij zich in bed te houden. In
Nederland is dit heel raar.
Imprinting: Biologische en plotselinge vorm van attachment. Heeft een kritieke periode, bij ganzen is het het
sterkst na 1 dag en na 2 dagen lukt het niet meer. Je moet de eerste zijn die de ganzen zien. Helpt jonge ganzen
met overleven (attachment).
Ethologische methode: kinderen observeren in een natuurlijke omgeving -> zie je het in veel culturen? Dan is
het hoogst waarschijnlijk een natuurlijk mechanische. Voorbeeld: kind huilen, ouder actie ondernemen etc.

Hoorcollege 2

Cel met nucleus: cel met celkern. In de celkern zie je de chromosomen.
Chromosoom: een drager van DNA en zit in elke cel van je lichaam. Mensen hebben normaal gesproken 46
chromosomen en 23 chromosomenparen. Je krijgt een chromosoom van elk paar, éen van je vader en éen van
je moeder.
DNA: de stof die erfelijke informatie bevat in de vorm van een code van vier bouwstenen: A, T, C, G. Die stukjes
DNA zijn samen een gen.
Gen: Een stukje DNA dat een code bevat voor een erfelijke eigenschap, zoals oogkleur of bloedgroep.
Nucleotiden: de bouwstenen van DNA en RNA.
Ovum of Sperma: 23 chromosomen en dus niet paren > genoeg genetisch materiaal om mens te maken. Cellen
kunnen zich delen (Mitose) en in de geslachtsorganen kunnen cellen zich splitsen (Meiose).
Proteins (eiwitten): Uit DNA en daaruit de genen worden verschillende eiwitten aangemaakt.
De eiwitten voeren functies uit in het lichaam zoals groeien, eten verteren, voelen, hersenfuncties, emoties en
antistoffen.
Homozygous alleles: dezelfde alleles
Heterozygous: verschillende alleles
Codominance: is de gemengde huidskleur of AB bloedgroep. Gemengd tot uiting komen in het kind, getinte
partner met witte partner maakt vaak een gemengde huidkleur voor het kind.

, Dominante en recessieve allelen: bij dominante en recessieve allelen komt alleen het dominante allel tot uiting
of het recessieve allel als er twee van zijn. Sommige ziektes, zoals sikkelcelanemie zitten op recessieve genen,
maar krijg je alleen als je 2 recessieve genen hebt.
Passive genetic-environmental interaction: Genen van ouders beïnvloeden omgeving van het kind dan voordat
ze het kind krijgen: bijvoorbeeld veel boeken kopen. Intelligentie verhogen voordat het kind is geboren.
Evocative genetic environmental interaction: Kind lokt door genen gedrag van ouders uit (veel lachen/ veel
huilen) zorgt voor ouders die bijvoorbeeld meer tijd spenderen met het kind of het kind meer troosten, dit
verandert de band en omgeving waarin het kind interacteert.
Active genetic-environmental interaction (niche picking): We kiezen een omgeving die bij onze genen (genetic
disposition) past: vrienden, beroep, partner, vrije tijd etc. je zoekt gelijkenissen in mensen.
Cerrebellum: zorgt voor je spieren, balans en houding.
Cerebrum (cortex): zorgt voor de hogere functies.
Neuronen: zenuwcellen, ze worden heel snel aangemaakt. Voor de geboorte ontwikkelen zich heel snel
neuronen in het brein (neural proliferation), na 9 maanden oude baby bijna evenveel neuronen als volwassene
(100 tot 200 miljard). Tussen neuronen vormen zich synapsen. met de synapsen wisselen de neuronen
informatie uit, zichtbaar met bijvoorbeeld Magnetic Resonance Imaging (MRI) door mri zie je dat er specialisatie
plaatsvindt.
Brain hemispheres: hersenhelften
Zygote: ongeveer de eerste 2 weken, begint wanneer spermacel eicel bevrucht. Relatief gezien veel groei
(celdeling), maar absoluut is de zygote klein.
Embryo: vanaf de 2de tot ongeveer de 8ste week, handen vormen zich, aan het eind van deze fase lijkt het
ongeboren kind op een mens.
Foetus: vanaf ongeveer 2 maanden, ontwikkelt veel functies, na 5 maanden is overleven buiten de baarmoeder
mogelijk maar zeldzaam, vanaf 7 maanden is de kans op overleving redelijk groot.
Teratogenen: Factoren uit de omgeving die de ontwikkeling van een ongeboren kind kunnen verstoren. Effecten
kunnen verschillen in heftigheid, langere blootstelling leidt tot meer schade, teratogenen hebben specifieke
effecten zoals op hart, ogen en brein. Effecten het sterkst tijdens critical period, genotypes van moeder en
foetus kunnen meer kwetsbaar of resistent zijn.
Alcohol en roken & zwangerschap: zorgt voor vroeggeboorte, laag geboortegewicht, lagere intelligentie, ADHD,
Sudden Infant Death (wiegedood) en Foetal Alcohol Syndrome.
Oude moeders & vaders bij zwangerschap: Oude moeders kan zorgen voor een chromosomale afwijking, risico
waarsschijnlijk kleiner bij een gezonde leefstijl. Oude vaders kunnen zorgen voor een lage kwaliteit sperme
cellen.
Tiener moeder & zwangerschap: het reproductiesysteem is niet volwassen en hebben vaker een risicovolle
levensstijl, voeding/honger en stress zoals het verlies van een vaderfiguur.
Vroeggeboorte: geboorte voor de 37 weken. Gebeurt bij 8% van alle kinderen. Voor 32 weken ben je extreem
prematuur, ook na 25 weken kunnen sommige baby's overleven. Ze hebben wel meer risico op leerproblemen,
slechte motorische vaardigheden, ADHD.
Early maturation: in een stressvolle omgeving snel en veel voortplanten om kans op doorgeven van de genen te
vergroten en een gemeenschappelijke genetische factor om zich sneller stress te ervaren, krijgen hierdoor een
vroege puberteit. Een stressvolle omgeving kan hiervoor zorgen

Hoorcollege 3

Het bewustzijnsprobleem: de filosofische vraag waarom en hoe fysieke processen in de hersenen subjectieve
ervaringen met zich meebrengen. Zoals: is jouw rood ook mijn rood? Of: “die vissen hebben plezier in de vijver”
en de ander zegt “dat weet je helemaal niet”
Tabula rasa, John Locke: Kind komt als onbeschreven blad op de wereld en moet leren zien. Leren om te kijken
– het ongelijk van John is bewezen.
Crossmodal matching: baby’s hebben een voorkeur voor iets dat klopt. Zo is er ook de voorkeur bij praten
waarbij het stemgeluid gelijkloopt met wat we zien. Ook: video waarin een bal valt en je de klap tegelijk hoort.
Grijs visual acuity: Lijnen te dicht bij elkaar maakt een grijs visual acuity (grijs vlak). Baby ziet niet dat het 2
verschillende kleuren zijn, volwassenen zien dit wel.
Habituatie: vormen die de baby al kent, kijkt de baby er minder lang naar.
Dishabituatie: moment wanneer de baby een nieuwe vorm ziet, gaat de baby weer langer kijken.
Visual cliff: baby’s van 6-14 maanden zien diepte. Ze kruipen niet over glas (hoge hartslag). Baby’s van 1,5
maand bijvoorbeeld kropen wel over het glas en hadden een lage hartslag. Zij zien geen diepte.
$6.31
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
danishasigon

Get to know the seller

Seller avatar
danishasigon Haagse Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
3 year
Number of followers
0
Documents
3
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions