1) Historisch deel
1. René Descartes
2. Friedrich Nietzsche
3. Charles Darwin
4. Ludwig Wittgenstein
2) Thematisch gedeelte
1. Het probleem v. lichaam & geest
2. De vraag of & hoe dieren denken
3. De relatie tussen moraalfilosofie & morele psychologie
4. De problematiek van het verbeteren v. mensen
5. De aard & evolutie van de menselijke geest
6. Vraag: hoe onderscheid tussen ziekte & gezondheid en tussen
psychische & andere ziekten
H1: Wat is filosofie?
1.1. Drie kenmerken: Attitude, methodologie & domein
Voorwoord Onzekerheden koesteren
->einddoel: antwoord op alles vinden
->onmogelijke vragen, geen duidelijke antwoorden
Leven=zoektocht naar zekerheid maar heeft slechts
onzekerheden
->taak filosoof: de mens leren hoe te leven zonder
zekerheid, zonder verlamd te worden door
onzekerheid
(Bertrand Russel, Engels filosoof)
=>onzekerheden opzoeken en verdragen
Filosofie:
->Ambrose Bierce ‘Stelsel v. vele wegen die van
nergens naar niets leiden’
=>geen uitsluitende definitie (filosofie=veelzijdig,
veel raakvlakken met bv wetenschap & religie)
->verklaring voor deze veelzijdigheid &
ongrijpbaarheid is de geschiedenis van filosofie
1.1.1. Attitude
Filosofie =liefde voor wijsheid, verlangen naar meer weten
⇏ maar: ook religieuze leiders, politici,
wetenschappers, ... kunnen levenswijs zijn (dus geen
unieke eigenschap)
=kritisch zijn & denken (alles in twijfel trekken)
->autoriteit personen in twijfel trekken (filosofen,
politici)
->autoriteit eigen vermogens (zintuigen, cognitieve
1
, vermogens)
≠>ook wetenschappen zijn kritisch (geen unieke
eigenschap)
Hiernaast is kritiek geven ook niet het einddoel van
filosofie!
->doel=openen mogelijkheid dat dingen anders
kunnen zijn
1.1.2. Methoden
Meerdere 1) Intuïtie
methoden in de =spontane, naïeve overtuigingen (nog niet grondig
filosofie ergens over nagedacht: eerste gedachte)
~”common sense” (subjectief + moeilijk te
veranderen ondanks bewijsmateriaal)
≠uniek! (ook in andere domeinen)
2) Conceptuele analyse
=analyse v. begrippen/concepten
->ontrafelen & verbeteren concepten die we in
dagelijks leven gebruiken (bv: liefde, drift (Freud)…)
Bv: concept psychiatrie & “ziek” verklaren (wat is ziekte,
wanneer is iemand ziek?)
Voordeel: mogelijkheid betere vragen stellen
(onderzoek!)
->leidt soms tot conceptconstructie (concept
voldoet niet meer aan eisen: aanpassen)
≠uniek voor filosofie!
3) Gedachte-experimenten
->methode om bij filosofie intuïties te ontdekken
Bv: brain-in-a-vat =>zekerheid dat onze werkelijkheid
echt is?
~zie allegorie van de grot, Plato
≠uniek! (ook gebruikt door wetenschappers)
Sceptiscisme =de filosofische overtuiging dat het onmogelijk is om
zekere kennis te verkrijgen
Filosofische =”a priori” intuïties (niet voorafgegaan door
intuïties observaties of ervaringen)
Völkpsychologie =hoop concepten: doorheen geschiedenis aangepast
afhankelijk van wie ze gebruikt (“common sense”)
1.2.3. Besluit
Wat i/h niet? ≠attitude
≠uniek kenmerk
=domein?
~verzameling vragen van een bepaald type
Domein -Filosofie: onderwerp=speciaal soort vragen &
2
, problemen
->abstract + onbeantwoordbaar
->niet mee bezig in dagelijks leven
=>fundamentele vragen over het leven
-Steeds nieuwere manieren problemen beschrijven,
maar geen oplossingen
->wel vooruitgang filosofie: uit hun denken ontstaan
nieuwe wetenschappen
Wat is filosofie? =>kijken naar de deeldomeinen
MAAR: wat zijn dan de deeldomeinen? ->ook
moeilijk beantwoorden!!!
1.2. Vier deeldomeinen
1) Metafysica ~bestudeert aard & structuur van de wereld, het
wezen van de werkelijkheid & wat daarachter zit
(≠simpelweg wat we waarnemen)
->gaat over fundamentele kwesties
=>wat betekent het om te bestaan?
Probleem: geen uitsluitende definitie! + versch.
visies
Wel: typische problemen
1) Verhouding geest-lichaam (zijn wij meer dan onze
hersenen?)
->materialisme: alles opgebouwd uit materie (ook
mentale toestanden)
<->dualisme: mentale toestanden opgebouwd uit
geestesspul
2) Probleem van vrije wil
-determinisme (materialisme): vrije wil bestaat niet
(hersenen onderworpen aan de wetten van de
fysica)
->als dat echt zo is: groot probleem
strafrechtssysteem
Determinisme? ~alle gebeurtenissen in de wereld: veroorzaakt door
voorafgaande gebeurtenissen
2 types oorzaken:
1) Probabilistische oorzaken
->maken het waarschijnlijker dat organisme
bepaald gedrag zal stellen (bv: genetische aanleg)
2) Deterministische oorzaken
->garanderen bepaald resultaat (geen vrije wil: zelf
bepaal ik niets, onderworpen)
2) Logica ~regels van het denken, correct redeneren &
3
, argumenteren
=>kritisch denken!
Grote taak logica is het weerleggen van drogredenen
Bv: slippery slope redenering
->als we vandaag A doen, zal vroeg of laat B gebeuren,
en omdat B onwenselijk is, moeten we ook A niet doen
(vaak gebruikt in ethische discussies zoals over
homohuwelijken)
3) Epistemologie =kennisleer, bestudeert: aard, structuur &
mogelijkheid v. kennis (waarover kunnen we zekere
kennis hebben…)
->wat is kennis en hoe weten we wat we denken te
weten?
Bv: brain-in-a-vat
4) Ethiek ~wat i/h goede leven? (morele plichten: zaken die
we wel of niet moeten doen)
Normatieve universum =verzameling rechten,
plichten, aanbevelingen, geboden & verboden
->opgesplitst in 3 soorten kwesties
1) Esthetisch (wat is mooi)
2) Juridisch
3) Ethisch (~deelverzameling normatieve
universum)
Niet eenduidig, bv: is juridische wet weerspiegeling
v. ethiek?
->wat is dan onderscheid tussen die 2?
4 deeldom. Kunnen onderverdeeld in specifiekere takken
->maar: ook niet eenduidig! (verschuiven probleem)
Bv: wetenschapsfilosofie =vorm toegepaste
epistemologie
1. Algemene wetenschapsfilosofie
->fundamentele filo kwesties die iets te maken
hebben met de wetenschap
2. Toegepaste wetenschapsfilosofie
->nuttig voor de wetenschap: bv instrumentele
interesse, onderzoeksresultaten verschillende
studies & domeinen met elkaar linken
Vaak onenigheid filo & wetenschap: filosofen
twijfelen aan fundamentele principes wetenschap
1.3. Zeer korte ges. westerse filo
Kijken naar =andere manier definitie geven aan filosofie
geschiedenis ->filosoof=iemand die zich bezighoudt met filosofen
& hun ideeën uit het verleden?
4
, MAAR: cirkelredenering (iets dat nog niet bewezen is
wordt als correct beschouwt) ->weten nog niet wat
filo is: dus zijn die personen echt filosofen?
-Grillige geschiedenis: voortdurend op proef gesteld
door andere disciplines =>steeds heruitvinden
~filo is veel verschillende dingen (veelzijdige
definitie?) omdat het al zo lang bestaat (2500j oud)
Oude Griekenland °Westerse filo
(6e E) ->democratie: wetten & waarden niet opgelegd
maar ter discussie gesteld
->contact met vreemde culturen
=>men gaat nadenken over het leven, de
samenleving
1) Natuurfilosofen
=>levende & levenloze natuur >1 bepaalde oerstof
1. Thales: oerstof=water (aarde draait als vlot op
kosmische zeeën)
2. Anaximander: ongedefinieerde substantie (aarde
in een ton)
3. Anaximenes: lucht=oerstof (aarde zweeft op
omringende luchtstromen)
->nog geen echte filosofen maar: einde
mythologische manier v. denken (nieuwe denkwijze)
2) Plato & Aristoteles
=>1e echte filosofen (belangrijkste fundamenten
westerse filo)
1. Plato:
->zintuiglijke wereld te veranderlijk om echte
kennis te leveren: mogelijkheid tot kennis biedt
perspectief op ideale andere wereld (ideeënwereld)
2. Aristoteles
->zintuigelijke waarneming is wel goede methode
om kennis te vergaren
De donkere Nauw verwantschap filo middeleeuwen &
middeleeuwen christendom
->aandacht verband filo & geloof
->tunnelvisie: uitklaren begrippen, argumenten &
theorieën die samenhangen met christendom
-Alles obv Plato (visie kwam overeen met ideologie
christendom)
->ideeënwereld~hemel (afkeer zintuiglijke
waarneming & lichaam)
-Godsbewijzen (Augustinus van Hippo & Thomas van
Aquino)
5
, ->proberen tegensteling tussen filo & geloof te
verzachten
->want filo is kritisch & naturalistisch <->niet-
gefundeerd mythologisch karakter
Tijd van de -Wetenschappelijke revolutie: heropleving
moderne naturalistische visie (bovennatuurlijke thema’s)
wetenschap -Wisselwerking:
1) Filo. problemen opgelost met revolutionaire
wetens. experimenten (Isaac Newton, René
Descartes)
2) Wetenschappen zorgden voor nieuwe filo.
problemen
Sciëntisme =overtuiging dat natuurwetenschappen enige bron
zijn van echte kennis over eender welk onderwerp
Alg conclusie Wat is filo?
Filo=soort lopend doel
->scherpstellen op wat filo is, is zeer moeilijk
->weten niet wat het is: maar moeten dit
verdragen & accepteren en TOCH aan filosofie doen!
H2: René Descartes
2.1. De wetenschappelijke revolutie (17e E)
Alg Descartes -Filosoof & wetenschapper (17e E)
->bewondering vr wetenschap
->haat toenmalige filosofie (=scholastiek,
>Platonisten)
-Verdiepte zich in epistemologie: zoektocht zekere
kennis
-2 fases zijn kennisleer:
1) Twijfel (afbraakwerk)
2) Onbetwijfelbare zekerheden gevonden
(opbouwwerk)
1) Copernicus Heliocentrisme (zon=middelpunt universum)
-Idee: kosmos=onmetelijk groot (aarde=slechts mini
ding in oneindig groot universum)
-Tijdsgenoten aanvaarden zijn astronomische
berekeningen maar niet zijn heliocentrisme (<-
>geocentrisme: katholieke kerk)
2) Kepler -Verdedigde heliocentrisme Copernicus
-Wijzigingen theorie: baan rond zon≠cirkelvormig
(=ellipsvormig)
<->heilige cirkel (perfectie, goddelijke oorsprong)
6