Margaux Vanlerberghe
Algemene psychologie
,ALGEMENE PSYCHOLOGIE
1 WAT IS PSYCHOLOGIE?
PSYCHOLOGISERING VAN DE MAATSCHAPPIJ
“The good news”: er is veel aandacht voor psychologie:
o TV (psychologen, seksuologen, coaches, ...)
o Pathologieën (ASS, ADHD, burnout, ...)
o Onderwijs (leerstoornissen, ontwikkelingsstoornissen, ...)
o Arbeidsmarkt (bedrijfspsychologen: recrutering, werktevredenheid, leiderschap, ...)
o Sport
o (meer) accurate voorstelling van psychologische problemen in media
“The bad news”:
o Populariteit van psychologie als pseudowetenschap ((bv: rubrieken psychologie in de Flair)
o Literatuur (vb. ‘psychologie’ in de Fnac)
o Stereotypering in films
o (!) rechtspraak (leugendetetector)
• Leugendetetector: zeer veel kans op vals positieven en vals negatieven, maar toch w het nog
in de belgische wetgeving gebruikt
• Proces v Amber Heard en Johnny Depp: psycholoog van ene partij trekt heel andere conclusie
dan psycholoog van andere partij
o Risico op wantoestanden
• Hypnotherapie -> misbruik van mensen die mentaal niet sterk zijn -> in 12 weken kan je geen
therapeut worden (normaal 10 jaar studeren)
• Seksuoloog die maar “enkele cursussen” heeft gevolgd
o Veel misverstanden/ gebrek aan kennis over psychologie en beroep ‘psycholoog’
o Men denkt dat minder kennis vereist is voor het beroep 'psycholoog’ (ivm andere wetenschappen)
Is psychologie moeilijk? -> gebrek aan ervaring met studiemateriaal
In middelbaar komen andere wetenschappen veel meer aanbod dan psychologie.
1.1 EEN DEFINITIE VAN PSYCHOLOGIE
“Psychologie is een wetenschap waarbij menselijk gedrag bestudeerd wordt, en waarbij die gedragsevidentie
gebruikt wordt om interne processen te begrijpen die aan dat gedrag ten grondslag liggen.”
Gelijkt zeer sterk op de definitie van andere wetenschappen
Overeenkomst alfa-en bètawetenschap: proberen door een systematische observatie
van meetbare kenmerken (gedrag) inzicht te krijgen in processen die niet rechtstreeks
kunnen worden geobserveerd.
o Niet observeerbaar is een zeer dynamisch begrip, wat op het ene moment niet waar te nemen is kan het
later wel worden
o Psychologisch onderzoek boekt steeds vooruitgang: betere technieken en methoden + men weet waar
men naar moet kijken
,1.2 ONTWIKKELINGEN DIE DE PSYCHOLOGIE MOGELIJK GEMAAKT HEBBEN
o Socrates, Plato, Aristoteles (4de-5de eeuw b.c.):
• intuïtie/rede, geen observatie (sofa science), eigene vd mens = ziel, gehoorzaamt andere niet-
aardse wetmatigheden ~ geloof
• geen wetenschappelijke studie gedrag / mentale processen, géén observatie, wel axioma’s
o 2008: neurowetenschappen -> lange geschiedenis...
DE WETENSCHAPPELIJKE REVOLUTIE
o Een nieuwe manier van denken
• Oude Grieken / kerk: nadenken, intuïtie, goddelijke ingevingen
• Europa 16e-17e eeuw: kennis gebaseerd op systematische observatie
-> Wetenschappelijke revolutie!
Copernicaanse revolutie
• Oorspronkelijke idee: mens = centrum universum -> niet aan natuurwetten onderworpen
<-> 16e eeuw: kalender loopt achter -> Copernicus: Aarde niet centrum van het universum?
• Axioma’s in vraag gesteld; nieuwe kennis uit observaties & experimenten
▪ Copernicus (1473 - 1543): Stelde als eerste in een handgeschreven tekst dat de Aarde
rond de zon draaide, pas in zijn sterftejaar werd de tekst gepubliceerd.
▪ Galilei (1564 - 1632): Verdedigde in zijn boek het copernicaanse model met een reeks van
nieuwe observaties mogelijk gemaakt door uitvinding van de telescoop.
▪ Newton (1643 – 1727): Beschreef bewegingen van de zon aan de hand van relatief
eenvoudige formules (bètawetenschap) beginpunt van de fysica
HET ONTSTAAN VAN 2 CULTUREN
Wetenschap en macht
o Wetenschappelijke vooruitgang groter in niet-katholieke landen
(vb.Zwitserland, Duitsland, V.K., Nederland <-> Italië, Frankrijk, Spanje)
o Ook V.S. zette enorm in op ontwikkeling natuurwetenschappen
De twee culturen (volgens Snow)
o klassieke humanistische cultuur (alfa) <-> natuurwetenschappelijke cultuur (beta)
o Ze hebben weinig contact en weten weinig van elkaar
TOEPASSING VAN WETENSCHAPPELIJKE METHODE OP MENSELIJK FUNCTIONEREN
o Observaties: moet gedetailleerd zijn!
• Mensen niet onfeilbaar
-> natuurwetenschappelijke studies over menselijk functioneren (eerste studies geweest die je kan linken
aan psychologie)
2
, o Eerste ‘psychologische’ experimenten
• De persoonlijke fout bij observatie beweging hemellichamen (niet iedereen is hetzelfde)
• Snelheid neurale transmissie:
• von Helmholtz: 30m/s of +/-100km/u (snelheid van neutrale transmissie meten op een kikker.
Hierin slaagde hij d snelheid v informatieoverdracht te bep)
• Weber: psychofysica
• Young: trichromatische theorie kleurperceptie (RGB)
o Experimenten door pioniers uit de lage landen:
• Quetelet: menselijke eig (individuele verschillen) volgen een normaalverdeling
• Plateau: kleurperceptie, psychofysica
• Donders: fysiologische tijd van mentale processen meten (mentale chronometrie) ->
uitbreiding van onderzoek Von Helmholtz naar de mens
Donders: ke-ki-ko-ku experiment - drie verschillende condities:
• Eerste conditie: steeds dezelfde stimulus aangeboden (ki, ki, ki, ki), de proefpersonen moest deze
zo snel mogelijk herhalen.
A-reactie, eenzelfde reactie op steeds dezelfde stimulus -> 197 ms
• Tweede conditie: vijf lettergrepen werden door elkaar aangeboden, proefpersoon moest deze zo
snel mogelijk herhalen.
B-reactie, een reactie waarbij zowel een discriminatie van de stimulus als een keuzevan
het antwoord gemaakt moest worden -> 285 ms
• Derde conditie: vijf lettergrepen werden opnieuw aangeboden, maar de proefpersoon diende
alleen de lettergreep ‘ki’ te herhalen.
C-reactie, een reactie waarbij alleen een discriminatie van de stimulus gemaakt moest
worden -> 243 ms
Stimulusdiscriminant = (c-a) 46ms
Responsselectie= (b-c) 42 ms
Donders: de subtractiemethode in de cognitieve neurowetenschap (mentale chronometrie)
• Eerst denkt de persoon aan iemand die hij haat, daarna denkt de persoon aan iemand
wie hij liefheeft. In beide situaties wordt een beeld gemaakt van de hersenen, waaruit
volgt dat het beeld van de haat moet afgetrokken van het beeld van de liefde. Het
gedeelte dat overblijft, daar zou de liefde actief zijn in de hersenen
3
Algemene psychologie
,ALGEMENE PSYCHOLOGIE
1 WAT IS PSYCHOLOGIE?
PSYCHOLOGISERING VAN DE MAATSCHAPPIJ
“The good news”: er is veel aandacht voor psychologie:
o TV (psychologen, seksuologen, coaches, ...)
o Pathologieën (ASS, ADHD, burnout, ...)
o Onderwijs (leerstoornissen, ontwikkelingsstoornissen, ...)
o Arbeidsmarkt (bedrijfspsychologen: recrutering, werktevredenheid, leiderschap, ...)
o Sport
o (meer) accurate voorstelling van psychologische problemen in media
“The bad news”:
o Populariteit van psychologie als pseudowetenschap ((bv: rubrieken psychologie in de Flair)
o Literatuur (vb. ‘psychologie’ in de Fnac)
o Stereotypering in films
o (!) rechtspraak (leugendetetector)
• Leugendetetector: zeer veel kans op vals positieven en vals negatieven, maar toch w het nog
in de belgische wetgeving gebruikt
• Proces v Amber Heard en Johnny Depp: psycholoog van ene partij trekt heel andere conclusie
dan psycholoog van andere partij
o Risico op wantoestanden
• Hypnotherapie -> misbruik van mensen die mentaal niet sterk zijn -> in 12 weken kan je geen
therapeut worden (normaal 10 jaar studeren)
• Seksuoloog die maar “enkele cursussen” heeft gevolgd
o Veel misverstanden/ gebrek aan kennis over psychologie en beroep ‘psycholoog’
o Men denkt dat minder kennis vereist is voor het beroep 'psycholoog’ (ivm andere wetenschappen)
Is psychologie moeilijk? -> gebrek aan ervaring met studiemateriaal
In middelbaar komen andere wetenschappen veel meer aanbod dan psychologie.
1.1 EEN DEFINITIE VAN PSYCHOLOGIE
“Psychologie is een wetenschap waarbij menselijk gedrag bestudeerd wordt, en waarbij die gedragsevidentie
gebruikt wordt om interne processen te begrijpen die aan dat gedrag ten grondslag liggen.”
Gelijkt zeer sterk op de definitie van andere wetenschappen
Overeenkomst alfa-en bètawetenschap: proberen door een systematische observatie
van meetbare kenmerken (gedrag) inzicht te krijgen in processen die niet rechtstreeks
kunnen worden geobserveerd.
o Niet observeerbaar is een zeer dynamisch begrip, wat op het ene moment niet waar te nemen is kan het
later wel worden
o Psychologisch onderzoek boekt steeds vooruitgang: betere technieken en methoden + men weet waar
men naar moet kijken
,1.2 ONTWIKKELINGEN DIE DE PSYCHOLOGIE MOGELIJK GEMAAKT HEBBEN
o Socrates, Plato, Aristoteles (4de-5de eeuw b.c.):
• intuïtie/rede, geen observatie (sofa science), eigene vd mens = ziel, gehoorzaamt andere niet-
aardse wetmatigheden ~ geloof
• geen wetenschappelijke studie gedrag / mentale processen, géén observatie, wel axioma’s
o 2008: neurowetenschappen -> lange geschiedenis...
DE WETENSCHAPPELIJKE REVOLUTIE
o Een nieuwe manier van denken
• Oude Grieken / kerk: nadenken, intuïtie, goddelijke ingevingen
• Europa 16e-17e eeuw: kennis gebaseerd op systematische observatie
-> Wetenschappelijke revolutie!
Copernicaanse revolutie
• Oorspronkelijke idee: mens = centrum universum -> niet aan natuurwetten onderworpen
<-> 16e eeuw: kalender loopt achter -> Copernicus: Aarde niet centrum van het universum?
• Axioma’s in vraag gesteld; nieuwe kennis uit observaties & experimenten
▪ Copernicus (1473 - 1543): Stelde als eerste in een handgeschreven tekst dat de Aarde
rond de zon draaide, pas in zijn sterftejaar werd de tekst gepubliceerd.
▪ Galilei (1564 - 1632): Verdedigde in zijn boek het copernicaanse model met een reeks van
nieuwe observaties mogelijk gemaakt door uitvinding van de telescoop.
▪ Newton (1643 – 1727): Beschreef bewegingen van de zon aan de hand van relatief
eenvoudige formules (bètawetenschap) beginpunt van de fysica
HET ONTSTAAN VAN 2 CULTUREN
Wetenschap en macht
o Wetenschappelijke vooruitgang groter in niet-katholieke landen
(vb.Zwitserland, Duitsland, V.K., Nederland <-> Italië, Frankrijk, Spanje)
o Ook V.S. zette enorm in op ontwikkeling natuurwetenschappen
De twee culturen (volgens Snow)
o klassieke humanistische cultuur (alfa) <-> natuurwetenschappelijke cultuur (beta)
o Ze hebben weinig contact en weten weinig van elkaar
TOEPASSING VAN WETENSCHAPPELIJKE METHODE OP MENSELIJK FUNCTIONEREN
o Observaties: moet gedetailleerd zijn!
• Mensen niet onfeilbaar
-> natuurwetenschappelijke studies over menselijk functioneren (eerste studies geweest die je kan linken
aan psychologie)
2
, o Eerste ‘psychologische’ experimenten
• De persoonlijke fout bij observatie beweging hemellichamen (niet iedereen is hetzelfde)
• Snelheid neurale transmissie:
• von Helmholtz: 30m/s of +/-100km/u (snelheid van neutrale transmissie meten op een kikker.
Hierin slaagde hij d snelheid v informatieoverdracht te bep)
• Weber: psychofysica
• Young: trichromatische theorie kleurperceptie (RGB)
o Experimenten door pioniers uit de lage landen:
• Quetelet: menselijke eig (individuele verschillen) volgen een normaalverdeling
• Plateau: kleurperceptie, psychofysica
• Donders: fysiologische tijd van mentale processen meten (mentale chronometrie) ->
uitbreiding van onderzoek Von Helmholtz naar de mens
Donders: ke-ki-ko-ku experiment - drie verschillende condities:
• Eerste conditie: steeds dezelfde stimulus aangeboden (ki, ki, ki, ki), de proefpersonen moest deze
zo snel mogelijk herhalen.
A-reactie, eenzelfde reactie op steeds dezelfde stimulus -> 197 ms
• Tweede conditie: vijf lettergrepen werden door elkaar aangeboden, proefpersoon moest deze zo
snel mogelijk herhalen.
B-reactie, een reactie waarbij zowel een discriminatie van de stimulus als een keuzevan
het antwoord gemaakt moest worden -> 285 ms
• Derde conditie: vijf lettergrepen werden opnieuw aangeboden, maar de proefpersoon diende
alleen de lettergreep ‘ki’ te herhalen.
C-reactie, een reactie waarbij alleen een discriminatie van de stimulus gemaakt moest
worden -> 243 ms
Stimulusdiscriminant = (c-a) 46ms
Responsselectie= (b-c) 42 ms
Donders: de subtractiemethode in de cognitieve neurowetenschap (mentale chronometrie)
• Eerst denkt de persoon aan iemand die hij haat, daarna denkt de persoon aan iemand
wie hij liefheeft. In beide situaties wordt een beeld gemaakt van de hersenen, waaruit
volgt dat het beeld van de haat moet afgetrokken van het beeld van de liefde. Het
gedeelte dat overblijft, daar zou de liefde actief zijn in de hersenen
3