Je naam: Megan Zuurendonk
Verwerkingsopdracht 2
Verwerkingsvragen Houtkoop 1999
1. Wat zijn linguïstische competenties? Noem ze. Wat bedoelt Houtkoop met
‘communicatieve competentie’?
- Linguïstische competenties gaat over taal en het taal system
o Gaat over de taal die je voor je hebt
- Het weten op welke manier we taal in een bepaalde situatie en context moeten
gebruiken.
o Gaat over de taal hoe hij wordt bedoelt.
2. Houtkoop heeft het op blz. 5 over regels voor a) het uitvoeren van taalhandelingen, b)
situationele regels voor communicatie, c) beleefdheidsregels, en d) conversationele
regels. Hoe moeten we ‘regels’ hier opvatten? Geef van elk van de vier een
voorbeeld.
- Regels moet hier opgevat worden als ongeschreven regels. Niemand weet
wanneer hij leert praten de regels waar hij/zij zich aan moet houden. Pas wanneer
we onderzoek doen naar deze regels komen we er achter dat we ons aan
richtlijnen (regels) houden, wanneer we een gesprek voeren.
3. Noteer een taalhandeling die je vandaag hebt gedaan en geef aan aan welke
geslaagdheidsvoorwaarden die voldeed.
- Ik heb iemand verzocht de deur dicht te doen
- De persoon waaraan ik het vroeg was instaat dit te doen
- Het was niet overduidelijk dat hij/zij dit uit zichzelf ging doen
Verwerkingsopdracht 2
Verwerkingsvragen Houtkoop 1999
1. Wat zijn linguïstische competenties? Noem ze. Wat bedoelt Houtkoop met
‘communicatieve competentie’?
- Linguïstische competenties gaat over taal en het taal system
o Gaat over de taal die je voor je hebt
- Het weten op welke manier we taal in een bepaalde situatie en context moeten
gebruiken.
o Gaat over de taal hoe hij wordt bedoelt.
2. Houtkoop heeft het op blz. 5 over regels voor a) het uitvoeren van taalhandelingen, b)
situationele regels voor communicatie, c) beleefdheidsregels, en d) conversationele
regels. Hoe moeten we ‘regels’ hier opvatten? Geef van elk van de vier een
voorbeeld.
- Regels moet hier opgevat worden als ongeschreven regels. Niemand weet
wanneer hij leert praten de regels waar hij/zij zich aan moet houden. Pas wanneer
we onderzoek doen naar deze regels komen we er achter dat we ons aan
richtlijnen (regels) houden, wanneer we een gesprek voeren.
3. Noteer een taalhandeling die je vandaag hebt gedaan en geef aan aan welke
geslaagdheidsvoorwaarden die voldeed.
- Ik heb iemand verzocht de deur dicht te doen
- De persoon waaraan ik het vroeg was instaat dit te doen
- Het was niet overduidelijk dat hij/zij dit uit zichzelf ging doen