1.1 Definitie en kenmerken van het genre
Filosofie (bet. ‘Liefde voor wijsheid’):
Zoeken naar kennis, inzicht en waarheid via rationeel denken
Onderwerpen: fysica (natuur), metafysica (het zijn), logica (redeneren), kentheorie (wat
is...?), ethiek (normen & waarden)
Belangrijkste verschil met religie en mythologie
Filosofie zoekt rationele verklaringen in plaats van bovennatuurlijke verklaringen
1.2 Ontstaan & Ontwikkeling
De filosofie onstond in klein-Azie (6e eeuw v.Chr). In deze periode maakten mensen een overgang van
mythos (mythologische verhalen, gebasseerd op god) naar logos (rationeel/logisch denken).
Mensen gingen op zoek naar een oerstof
Basis van de hele kosmos en het ontstaan
➢ Thales van Milete (ca. 600 v.Chr):
Eerste natuurfilosoof & Wiskundige (Cirkeltheorie)
Oerstof: Water
Water was overal aanwezig
Thales geloofde dat alles ontstond uit water
Al het leven had water nodig
Aarde was een platte schijf die op water dreef
Verklaring voor aardbevingen
Water was volgens hem het element dat dingen in beweging zette en
met elkaar verbond
➢ Anaximander:
Oerstof: ‘het onbegrensde’
Een onbepaalde en oneindige oerstof waaruit alles is ontstaan
➢ Anaximenes:
Oerstof: Lucht
Geloofde dat lucht door condensatie en verdunning andere vormen aannam mbv
overgang van de ene substantie naar de andere
Verdunnen: Lucht wordt verdund en wordt daardoor vuur.
Condenseren: Lucht wordt samengeperst en wordt wind/water/aarde/enz.
➢ Herakleitos:
Bekende uitspraak: 'πάντα ῥεῖ, καὶ οὔδεν μένει’ (Alles stroomt, niets is blijvend)
Oerstof: Vuur
Hij zag vuur niet als een stof, maar als een teken van constante verandering.
Bijvoorbeeld: Het verbranden van hout wordt as
Alles heeft een begin en een eind, een oorzaak en een gevolg
➢ Empedocles:
Orphisch ei: die stelde dat er niet één, maar vier oerstoffen (elementen) waren: aarde, lucht,
vuur en water. Eerder, bij Anaximenes, was de oerstof lucht, en met zijn theorie over verdichting
en verdunning werden andere elementen zoals vuur, water en aarde daaruit verklaard.
, In de 5de eeuw werd Athene de centrum en filosofie ontwikkelde zich met ethiek en maatschappij.
Socrates:
Vader van de Ethiek
Introduceerde deze verandering d.m.v. het dialoogmodel
Antwoorden vinden door vragen
te stellen
Plato (427 – 347 vChr):
Leerling van Socrates & Stichter van de Academie
Schreef al de dialogen van Socrates op in dialoogvorm
Schreef “De Republiek”
Een werk waarin zijn gedachten beschreven wordt en de samenleving
verdeeld wordt in 3 zielsdelen (Hoofd/Borst/Buik)
Zijn gedachten:
Ideeënleer:
De fysieke wereld die we waarnemen (denken in te
leven) is een schaduw/afspiegeling van een perfecte
wereld
Kennis voortkomt uit de wereld van de Ideeën
(de echte, perfecte wereld) en is onveranderlijk
maar wordt pas begrepen in de veranderlijke
wereld
Meningen komen uit de veranderlijke wereld en
hebben geen invloed in de perfecte wereld
Alles dat we zien en meemaken is een visie en
een kopie van een oervorm (een idee) die in de
andere wereld bestaat
Plato dacht dat de mens bestaat uit een sterfelijk lichaam en een
onsterfelijk ziel
Ziel bestaat uit 3 delen
1. Het rationele – Hoofd
Bevat de kennis om de andere 2 delen te
besturen
2. Het opvliegende – Borst
3. Het begeerlijke – buik
Aristoteles:
Leerling van Plato
Vanaf ongeveer 300 v.Chr veranderde de filosofie: Natuurfilosofie werd levensfilosofie
Levensfilosofie: gericht op bereiken van geluk
Sloot beter aan bij dagelijkse leven en was meer gericht op ethiek dan theoretisch
gedachten