RUIMTELIJK ORDENINGSRECHT
INLEIDING TOT HET RECHT
WAT IS RECHT?
= een geheel van regel dat de overheid opstelt om een bepaald doel te bereiken
• ‘(Rechts)regels’ – ‘regelgeving’ – ‘normen’ wijzen op gedragsvoorschriften de algemeen gelden, en dus
niet enkel voor één specifiek gevel
op een onbepaalde groep mensen toegepast
• Niet de enige manier om een doel te bereiken
doel dat overheid probeert te bereiken = organisatie, gelijkheid (?), samenleving, zo min mogelijk
chaos
= een geheel van regels dat de overheid opstelt om de samenleving op een bepaalde manier vorm te geven
• Recht regelt bijna volledige samenleving
Relaties tussen personen (privaatrecht)
Relaties tussen overheid – personen, overheid – overheid
publiekrecht = iets wat je moet aanvragen, overheid aan je toekent
Verdere onderverdeling binnen deze categorie is mogelijk + gebruikelijk
• Recht heeft sterk politieke dimensie = vorm waarin groot deel van beleid van overheid verschijnt
regelgeving als product van politiek (?)
= een geheel van afdwingbare regels dat de overheid opstelt om de samenleving op een bepaalde manier vorm
te geven
• (mogelijkheid) sanctionering is nodig om naleving te verzekeren
Rechtsstaat Jan zonder land stond heel zwak tov zijn onderdanen
geen land + schulden
geen gezag over onderdanen want zij moesten probleem
oplossen -, maar kregen niks in ruil
• Idee dat macht niet absoluut mocht zijn
regels waar die macht zich ook aan moet houden
idee dat staatsmacht wordt vastgelegd in rechtsregels waar ook overheid zich aan
moet houden
• Sinds 13de E: ‘alle machten gaan uit van de Natie, zij worden uitgeoefend op
de wijze bij de Grondwet bepaald’
• Jaren 50’: internationale grondrechten komen in grondwet terug
Waarom na WOII: landen gaan volledig voor zichzelf gaan beslissen
wat wettig is, zonder dat er grenzen zijn
overheid: niet blij dat die macht aan landen wordt gegeven
Doel: vermijden van machtsmisbruik en willekeur (ook waar met democratische
overheid risico bestaat)
Rechtsregels gelden langer dan besturen aan de macht zijn DUS overheid is ook
gebonden aan wetten die ze zelf niet hebben opgemaakt + bewust moeilijk aanpasbaar
zijn
• Gevolg: botsingen tussen beleidsdoelstelling – bestaande regels
,Scheiding der idee dat macht niet bij 1 instantie ligt, maar verdeeld over 3 verschillende ‘machten’
machten die elkaar contoleren
• Wetgevende
• Uitvoerende
• Rechterlijke
sinds eind 18e E: klassieker in grondwetten = kern van westerse staatssystemen
Wetgevende macht
• België: Parlement (Kamer & Senaat) – Koning (regering)
Enkel federale wetgeving = officieel ‘wet’
• Vlaanderen: Vlaams Parlement – Vlaamse Regering
Vlaamse (+ Waalse) wetgeving = decreet
Brusselse wetgeving = ordonnantie
Parlement: keurt wetten goed
Regering: bekrachtigt + kondigt wetten af
Uitvoerende macht
• België: Koning (regering)
Ministers + staatssecretarissen worden aangewezen door koning
• Vlaanderen: Vlaamse Regering
Ministers: aangewezen door Parlement
Regering heeft toegewezen bevoegdheden: wat Grondwet of een
decreet hen toewijst
In praktijk = zeer veel invloed via wetsvoorbereiding + uitvoering
(besluiten)
• Provincies + gemeenten
Behoren tot uitvoerende macht (ondanks:)
Provincieraad – gemeenteraad: wetgevende
Deputatie – college burgemeester & schepenen: uitvoerende
Opmaken reglementen en verordeningen
Rechterlijke macht
• Hoven + rechtbanken 4 soorten
Gewoon: controle naleving van het recht
Administratieve: controle naleving bepaalde politieke rechten
Raad van State: controle op uitvoerende macht + vernietigt/schorst
onwettige administratieve rechtshandelingen
Grondwettelijk Hof: controle op wetgever + vernietigt/schorst wetten +
ordonnanties en decreten
, Staatsstructuur Begin: België als unitaire staat met provincies en gemeenten
20ste E (2de helft): fundamentele verandering 3 trends Belgische staatsstructuur
• Jaren ’50: België wordt lid van EU
• Jaren ’70: België wordt federale staat met 6 staatshervormingen worden
bevoegdheden overgedragen deelstaten
• Jaren ’60: lokale besturen worden versterkt door gemeentefusie meer
autonomie (jaren ’00)
Federale staat
1ste (1970) en 2de (1980) staatshervorming: oprichting 3 gemeenschappen – 3 gewesten
• Gemeenschappen: Vlaamse – Franstalige – Duitstalige
Bevoegd voor persoonsgebonden materies: gezondheid, cultuur,
onderwijs, ..
• Gewesten: Vlaams – Waals – Brussel Hoofdstedelijk
Bevoegd voor grondgebonden materies: ruimtelijk ordening, wonen,
leefmilieu, energie, …
• Uitzonderlijk: 2019: Waals gewest heeft bevoegdheid RO overgedragen aan
Duitstalige gemeenschap op haar grondgebied nu: 4 overheden bevoegd
voor RO in België
3de (1988-’89) en 4de (1993) staatshervorming: finaliseren federale staat
5de (2001) staatshervorming: bevoegdheid voor lokale besturen overdragen naar
gewesten
6de (2012-’14) staatshervorming: verdere bevoegdheden overgedragen naar
gemeenschappen en gewesten
resultaat: alle bevoegdheden in verband met omgeving (binnen België) liggen bij
Vlaanderen (Vlaams gewest)
• Bevoegdheid RO + beleidsdomeinen die er invloed op hebben (wonen,
landbouw, energie, leefmilieu, ..)
• Bevoegdheid lokale besturen: spelen belangrijke rol in ruimtelijk beleid
• Klimaat: belangrijke uitzonderijk (hoofdzakelijk federaal niveau)
Lokale besturen
= provincies en gemeenten ouder dan Belgische staat
Bevoegdheden:
• Alles wat van ‘provinciaal belang’ dan wel ‘gemeentelijk belang’ is
= zaken die van belang zijn voor de mensen, maar niet groot genoeg om te
beslissen op hoger niveau (vb. straatverlichting, huishoud bepaling, ..)
• Medebewind: zuivere uitvoering + vorm van mee invulling geven aan beleid
dat op hogere niveaus tot stand komt
Marge voor gemeente om eigen accenten te kunnen leggen + deels
mee bepalen wat in beleid komt
20ste E (tot midden): België = lappendeken van kleine gemeenten (max 2 675)
sinds 1961 samenvoeging: financiële redenen + bestuurskracht
• 1961 – 1977: verplichte fusies naar 596 gemeenten
Grote verschillen in oppervlakten gemeenten omwille politieke
motieven
• 2010 – nu: vrijwillige fusies naar 565 gemeenten
INLEIDING TOT HET RECHT
WAT IS RECHT?
= een geheel van regel dat de overheid opstelt om een bepaald doel te bereiken
• ‘(Rechts)regels’ – ‘regelgeving’ – ‘normen’ wijzen op gedragsvoorschriften de algemeen gelden, en dus
niet enkel voor één specifiek gevel
op een onbepaalde groep mensen toegepast
• Niet de enige manier om een doel te bereiken
doel dat overheid probeert te bereiken = organisatie, gelijkheid (?), samenleving, zo min mogelijk
chaos
= een geheel van regels dat de overheid opstelt om de samenleving op een bepaalde manier vorm te geven
• Recht regelt bijna volledige samenleving
Relaties tussen personen (privaatrecht)
Relaties tussen overheid – personen, overheid – overheid
publiekrecht = iets wat je moet aanvragen, overheid aan je toekent
Verdere onderverdeling binnen deze categorie is mogelijk + gebruikelijk
• Recht heeft sterk politieke dimensie = vorm waarin groot deel van beleid van overheid verschijnt
regelgeving als product van politiek (?)
= een geheel van afdwingbare regels dat de overheid opstelt om de samenleving op een bepaalde manier vorm
te geven
• (mogelijkheid) sanctionering is nodig om naleving te verzekeren
Rechtsstaat Jan zonder land stond heel zwak tov zijn onderdanen
geen land + schulden
geen gezag over onderdanen want zij moesten probleem
oplossen -, maar kregen niks in ruil
• Idee dat macht niet absoluut mocht zijn
regels waar die macht zich ook aan moet houden
idee dat staatsmacht wordt vastgelegd in rechtsregels waar ook overheid zich aan
moet houden
• Sinds 13de E: ‘alle machten gaan uit van de Natie, zij worden uitgeoefend op
de wijze bij de Grondwet bepaald’
• Jaren 50’: internationale grondrechten komen in grondwet terug
Waarom na WOII: landen gaan volledig voor zichzelf gaan beslissen
wat wettig is, zonder dat er grenzen zijn
overheid: niet blij dat die macht aan landen wordt gegeven
Doel: vermijden van machtsmisbruik en willekeur (ook waar met democratische
overheid risico bestaat)
Rechtsregels gelden langer dan besturen aan de macht zijn DUS overheid is ook
gebonden aan wetten die ze zelf niet hebben opgemaakt + bewust moeilijk aanpasbaar
zijn
• Gevolg: botsingen tussen beleidsdoelstelling – bestaande regels
,Scheiding der idee dat macht niet bij 1 instantie ligt, maar verdeeld over 3 verschillende ‘machten’
machten die elkaar contoleren
• Wetgevende
• Uitvoerende
• Rechterlijke
sinds eind 18e E: klassieker in grondwetten = kern van westerse staatssystemen
Wetgevende macht
• België: Parlement (Kamer & Senaat) – Koning (regering)
Enkel federale wetgeving = officieel ‘wet’
• Vlaanderen: Vlaams Parlement – Vlaamse Regering
Vlaamse (+ Waalse) wetgeving = decreet
Brusselse wetgeving = ordonnantie
Parlement: keurt wetten goed
Regering: bekrachtigt + kondigt wetten af
Uitvoerende macht
• België: Koning (regering)
Ministers + staatssecretarissen worden aangewezen door koning
• Vlaanderen: Vlaamse Regering
Ministers: aangewezen door Parlement
Regering heeft toegewezen bevoegdheden: wat Grondwet of een
decreet hen toewijst
In praktijk = zeer veel invloed via wetsvoorbereiding + uitvoering
(besluiten)
• Provincies + gemeenten
Behoren tot uitvoerende macht (ondanks:)
Provincieraad – gemeenteraad: wetgevende
Deputatie – college burgemeester & schepenen: uitvoerende
Opmaken reglementen en verordeningen
Rechterlijke macht
• Hoven + rechtbanken 4 soorten
Gewoon: controle naleving van het recht
Administratieve: controle naleving bepaalde politieke rechten
Raad van State: controle op uitvoerende macht + vernietigt/schorst
onwettige administratieve rechtshandelingen
Grondwettelijk Hof: controle op wetgever + vernietigt/schorst wetten +
ordonnanties en decreten
, Staatsstructuur Begin: België als unitaire staat met provincies en gemeenten
20ste E (2de helft): fundamentele verandering 3 trends Belgische staatsstructuur
• Jaren ’50: België wordt lid van EU
• Jaren ’70: België wordt federale staat met 6 staatshervormingen worden
bevoegdheden overgedragen deelstaten
• Jaren ’60: lokale besturen worden versterkt door gemeentefusie meer
autonomie (jaren ’00)
Federale staat
1ste (1970) en 2de (1980) staatshervorming: oprichting 3 gemeenschappen – 3 gewesten
• Gemeenschappen: Vlaamse – Franstalige – Duitstalige
Bevoegd voor persoonsgebonden materies: gezondheid, cultuur,
onderwijs, ..
• Gewesten: Vlaams – Waals – Brussel Hoofdstedelijk
Bevoegd voor grondgebonden materies: ruimtelijk ordening, wonen,
leefmilieu, energie, …
• Uitzonderlijk: 2019: Waals gewest heeft bevoegdheid RO overgedragen aan
Duitstalige gemeenschap op haar grondgebied nu: 4 overheden bevoegd
voor RO in België
3de (1988-’89) en 4de (1993) staatshervorming: finaliseren federale staat
5de (2001) staatshervorming: bevoegdheid voor lokale besturen overdragen naar
gewesten
6de (2012-’14) staatshervorming: verdere bevoegdheden overgedragen naar
gemeenschappen en gewesten
resultaat: alle bevoegdheden in verband met omgeving (binnen België) liggen bij
Vlaanderen (Vlaams gewest)
• Bevoegdheid RO + beleidsdomeinen die er invloed op hebben (wonen,
landbouw, energie, leefmilieu, ..)
• Bevoegdheid lokale besturen: spelen belangrijke rol in ruimtelijk beleid
• Klimaat: belangrijke uitzonderijk (hoofdzakelijk federaal niveau)
Lokale besturen
= provincies en gemeenten ouder dan Belgische staat
Bevoegdheden:
• Alles wat van ‘provinciaal belang’ dan wel ‘gemeentelijk belang’ is
= zaken die van belang zijn voor de mensen, maar niet groot genoeg om te
beslissen op hoger niveau (vb. straatverlichting, huishoud bepaling, ..)
• Medebewind: zuivere uitvoering + vorm van mee invulling geven aan beleid
dat op hogere niveaus tot stand komt
Marge voor gemeente om eigen accenten te kunnen leggen + deels
mee bepalen wat in beleid komt
20ste E (tot midden): België = lappendeken van kleine gemeenten (max 2 675)
sinds 1961 samenvoeging: financiële redenen + bestuurskracht
• 1961 – 1977: verplichte fusies naar 596 gemeenten
Grote verschillen in oppervlakten gemeenten omwille politieke
motieven
• 2010 – nu: vrijwillige fusies naar 565 gemeenten