Examenvragen bloed: opgelost
2024-2025
Examenmoment 1
1. Vraag Ebstein malformatie, welke klep
A: Aorta
B: Tricuspied
C: Pulmonalis
D: Mitralis
2. Vraag: wat is een alarmsymptoom bij ernstige AortaStenose
A: Palpitaties
B: Dyspnee
C: VKF
D: Hartfalen Ernstige AoStenose: MG > 40 mmHg en AVA < 1cm2, sympt: angor,
syncope, gevorderd congestief hartfalen ( stonden in rood), dyspnee en VKF zijn ook sympt
maar niet alarm
3. Vraag ECG met bradycardie: welk GM geven om ritme te versnellen?
A: isosorbidedinitraat vasodilator
B: verapamil vertraagt ritme
C: amiodaron vertraagt ritme
D: isoproterenol (isoprenaline) versnelt bradycardie
4. Vraag ECG: welk as?
A: Normaal
B: Links
C: Rechts
D: Noord-west
5. Vraag ECG met diepe Q-golven in V2-V4
A: Oud anterior infarct
B: Oud posterior infarct
C: Linker ventrikel hypertrofie
D: onvolledige linkerbundeltakblok
6. Vraag ECG met onregelmatig ritme en P-toppen zonder QRS erna, PR segmenten werden
alsmaar langer
A: Sinusritme
B: AV block type 1 (Wenkebach)
C: AV block type 2 (Mobitz)
D: VKF
,7. Vraag 82 jarige met eGFR van 35 vrouw die voorwandinfarct had gehad met hartfalen met
LVEF <40%. Welke medicatie NIET geven?
A: Betablokker + ACE-inhibitor
B: Colchicine
C: Aspirine
D: SGLT2-inhibitor in de subacute fase
8. Vraag vrouw dyspnee, inspanningsbeperking en palpitaties met pansystolisch geruis in de
apex. Welke soort kleplijden?
A: Mitraalinsufficiëntie
B: Mitraalstenose
C: Aortainsufficiëntie
D: Aortastenose
9. Vraag man met parese rechterarm, hersenbloeding rechter hemisfeer te zien op CT en carotis
stenose 60%. Behandeling?
A: Risicofactoren behandelen en jaarlijks duplex echo follow-up indien parese aan
zelfde kant als stenose asymptomatisch = >60%stenose
B: Risicofactoren behandelen en geen follow-up
C: Carotisendarterectomie op korte termijn
D: Carotisendarterectomie op lange termijn indien parese aan
contralaterale kant symptomatisch = > 70% stenose
10. Vraag: vrouw met carotis stenose >50%, geen symptomen. Wat doen?
A: endarterectomie op korte termijn als ulcererende plaques op CT
B: endarterectomie op middellange termijn als ulcererende plaques op CT
C: follow-up door middel van angio-CT
D: 6m - jaarlijkse follow-up met behulp van duplex bij enkel CT als je wilt
opereren
11. Vraag: patiënt die op VKA staat binnen therapeutische range, ondergaat binnenkort
urologische ingreep, wat doe je?
A: Je geeft VKA gewoon door
B: Je stopt VKA 2 dagen voor de ingreep
C: Je stopt VKA 1 week voor de ingreep en geeft LMWH vanaf dat de INR
subtherapeutische waarden bereikt
D: Je stopt de VKA 1 week op voorhand en geeft aspirine.
12. Vraag: urgentiegeneeskunde: patiënt die in ziekenhuis lag voor een longontsteking ofzo en
had plots lage BD, HR 100, geen koorts (37°C), fors gestuwde CVD…
A: Hemorraghische shock
B: Anafylactische shock
C: Septische shock
D: Obstructieve shock CVD verhoogd
,13. Vraag zelfde casus als hierboven met RX waarbij linker onderste deel van de thorax een
verhoogde densiteit had. De hartschaduw was ook vergroot (kwam voor een deel tot in de
rechterlong). Welke technisch onderzoek doe je om je diagnose te bevestigen?
A: transthoracale echocardiografie vermoede pericardtamponade
/pericardeffusie
B: arterieel bloedgas
C: echo abdomen
D:
14. Vraag: man die 6 maand geleden behandeld was voor NSTEMI en terugkwam omdat hij zijn
DAPT wilde stoppen doordat hij vaak last had van neusbloedingen en hier al 4x voor was
behandeld (laten dichtbranden). Medicatie hielp goed tegen preventie van infarct. Wat doen
met zijn DAPT (was ASA + ticagrelor)
A: ASA en ticagrelor verderzetten voor 6 maand, nadien ASA in monotherapie verder
A: ASA en ticagrelor verderzetten
B: ASA stoppen en ticagrelor verderzetten
C: ASA verderzetten en rivaroxaban 2.5 mg bid toevoegen
D: Ticagrelor stoppen, vervangen door Clopidogrel 75mg, ASA blijven geven Milde
bloeding die medische interventie vereistte overwegen DAPT veranderen naar minder
potente P2Y12 inhibitor
15. Vraag: man die op consultatie kwam met echtgenote omdat de echtgenote vond dat hij slechter
kon wandelen de laatste tijd. De man vond dit zelf matig storend. Vermoeden van claudicatio.
Wat doen?
A: CV preventie en wandeltraining
B: CV preventie
C: Duplex voor het bekijken van revascularisatiemogelijkheden
D:
16. Vraag: Man van 65j die rookte en na >300m wandelen kramp kreeg in kuit. Moest stoppen
met wandelen en werd beter na 5min. In rust bij KO nog pulsaties palpabel tot distaal. Welke
diagnose?
A: Met zekerheid claudicatio gezien klachten en CV risicoprofiel.
B: Geen claudicatio want kan >250m wandelen
C: Waarschijnlijk claudicatio gezien risicoprofiel
D: Geen claudicatio, want pulsaties tot distaal
17. Vraag: Man komt op consultatie nadat broer beroerte had gedaan, in de 50 jaar, vraagt zich af
of hij zelf risico loopt + is ongerust, er is een arteriografie gedaan met tekens van verspreidde
atheromatose maar geen significante stenoses. Heel hoog LDL en TG. Had metabool
syndroom. BD 160/100, Je legt duidelijke CV preventie maatregelen uit (niet
farmacologisch), wat doe je farmacologisch nog extra? M
A: ACE inhibitor (of ARB) + CCB (of diuretica)
B: Zeer hoog risico pt: statines, ezetimibe, antihypertensiva en nauwe FU
C: Matig hoog risico pt waarbij er werd aangeraden om de antihypertensiva later op te starten
D: Stent
, 18. Vraag: 23 jarige vrouw die al enkele jaren vage buikklachten had. Duplex toonde nu een
hooggradige stenose van de truncus coeliacus. Kan dit de klachten verklaren?
A: Ja, dit is zeker de oorzaak
B: Ja, dit is waarschijnlijk de oorzaak als abdominaal onderzoek andere redenen van
abdominale pathologie heeft uitgesloten.
C: Waarschijnlijk niet de oorzaak 2/3 arteries geoccludeerd zijn vr sympt
D: Nee, dit is onmogelijk de oorzaak
19. Vraag: man met abdominaal aneurysma van 4cm te zien op echo. Verdere behandeling?
A: jaarlijkse follow-up met duplex operatie bij niet risico vrouw >5cm man >
5,5 cm
B: jaarlijkse follow-up met angio-CT
C: endovasculair stenten
D: open HK met plaatsen van kunststof greffe
20. Vraag: Stollingsstoornis die ook arteriële trombosen geeft
A: antifosfolipidensyndroom risico trombose veneus en arterieel
B: PC lijden risico VTE
C:
D:
21. Vraag: wat is de beste test om hartfalen aan te tonen?
A: Neprilysine
B: NT-pro-BNP
C: ANF
D:
22. Vraag: pt met hartfalen en chronische nierinsufficiëntie, NTproBNP was nu gezakt van 600
naar 400 ofzo, wat betekent dit?
A: Hartfalen is beter aan het verbeteren
B: je kan er niets over zeggen omdat niet significante daling is daling 300 of 35% is
significant
C: Nierfunctie patiënt is achteruitgegaan NTproBNP zou stijgen
D: hartfalen is verslechterd NTproBNP zou stijgen
Volgens chatgpt: ≥ 300–500 pg/mL (vooral bij hogere uitgangswaarden) wordt vaak als
betekenisvol gezien, Bij lagere uitgangswaarden (<1000 pg/mL) is relatieve daling
belangrijker dan absolute daling
23. Vraag: CV risico is afhankelijk van?
A: zowel omgevingsfactoren, genetische predispositie en levensstijl, samen bepalen ze het
cardiovasculaire risico
2024-2025
Examenmoment 1
1. Vraag Ebstein malformatie, welke klep
A: Aorta
B: Tricuspied
C: Pulmonalis
D: Mitralis
2. Vraag: wat is een alarmsymptoom bij ernstige AortaStenose
A: Palpitaties
B: Dyspnee
C: VKF
D: Hartfalen Ernstige AoStenose: MG > 40 mmHg en AVA < 1cm2, sympt: angor,
syncope, gevorderd congestief hartfalen ( stonden in rood), dyspnee en VKF zijn ook sympt
maar niet alarm
3. Vraag ECG met bradycardie: welk GM geven om ritme te versnellen?
A: isosorbidedinitraat vasodilator
B: verapamil vertraagt ritme
C: amiodaron vertraagt ritme
D: isoproterenol (isoprenaline) versnelt bradycardie
4. Vraag ECG: welk as?
A: Normaal
B: Links
C: Rechts
D: Noord-west
5. Vraag ECG met diepe Q-golven in V2-V4
A: Oud anterior infarct
B: Oud posterior infarct
C: Linker ventrikel hypertrofie
D: onvolledige linkerbundeltakblok
6. Vraag ECG met onregelmatig ritme en P-toppen zonder QRS erna, PR segmenten werden
alsmaar langer
A: Sinusritme
B: AV block type 1 (Wenkebach)
C: AV block type 2 (Mobitz)
D: VKF
,7. Vraag 82 jarige met eGFR van 35 vrouw die voorwandinfarct had gehad met hartfalen met
LVEF <40%. Welke medicatie NIET geven?
A: Betablokker + ACE-inhibitor
B: Colchicine
C: Aspirine
D: SGLT2-inhibitor in de subacute fase
8. Vraag vrouw dyspnee, inspanningsbeperking en palpitaties met pansystolisch geruis in de
apex. Welke soort kleplijden?
A: Mitraalinsufficiëntie
B: Mitraalstenose
C: Aortainsufficiëntie
D: Aortastenose
9. Vraag man met parese rechterarm, hersenbloeding rechter hemisfeer te zien op CT en carotis
stenose 60%. Behandeling?
A: Risicofactoren behandelen en jaarlijks duplex echo follow-up indien parese aan
zelfde kant als stenose asymptomatisch = >60%stenose
B: Risicofactoren behandelen en geen follow-up
C: Carotisendarterectomie op korte termijn
D: Carotisendarterectomie op lange termijn indien parese aan
contralaterale kant symptomatisch = > 70% stenose
10. Vraag: vrouw met carotis stenose >50%, geen symptomen. Wat doen?
A: endarterectomie op korte termijn als ulcererende plaques op CT
B: endarterectomie op middellange termijn als ulcererende plaques op CT
C: follow-up door middel van angio-CT
D: 6m - jaarlijkse follow-up met behulp van duplex bij enkel CT als je wilt
opereren
11. Vraag: patiënt die op VKA staat binnen therapeutische range, ondergaat binnenkort
urologische ingreep, wat doe je?
A: Je geeft VKA gewoon door
B: Je stopt VKA 2 dagen voor de ingreep
C: Je stopt VKA 1 week voor de ingreep en geeft LMWH vanaf dat de INR
subtherapeutische waarden bereikt
D: Je stopt de VKA 1 week op voorhand en geeft aspirine.
12. Vraag: urgentiegeneeskunde: patiënt die in ziekenhuis lag voor een longontsteking ofzo en
had plots lage BD, HR 100, geen koorts (37°C), fors gestuwde CVD…
A: Hemorraghische shock
B: Anafylactische shock
C: Septische shock
D: Obstructieve shock CVD verhoogd
,13. Vraag zelfde casus als hierboven met RX waarbij linker onderste deel van de thorax een
verhoogde densiteit had. De hartschaduw was ook vergroot (kwam voor een deel tot in de
rechterlong). Welke technisch onderzoek doe je om je diagnose te bevestigen?
A: transthoracale echocardiografie vermoede pericardtamponade
/pericardeffusie
B: arterieel bloedgas
C: echo abdomen
D:
14. Vraag: man die 6 maand geleden behandeld was voor NSTEMI en terugkwam omdat hij zijn
DAPT wilde stoppen doordat hij vaak last had van neusbloedingen en hier al 4x voor was
behandeld (laten dichtbranden). Medicatie hielp goed tegen preventie van infarct. Wat doen
met zijn DAPT (was ASA + ticagrelor)
A: ASA en ticagrelor verderzetten voor 6 maand, nadien ASA in monotherapie verder
A: ASA en ticagrelor verderzetten
B: ASA stoppen en ticagrelor verderzetten
C: ASA verderzetten en rivaroxaban 2.5 mg bid toevoegen
D: Ticagrelor stoppen, vervangen door Clopidogrel 75mg, ASA blijven geven Milde
bloeding die medische interventie vereistte overwegen DAPT veranderen naar minder
potente P2Y12 inhibitor
15. Vraag: man die op consultatie kwam met echtgenote omdat de echtgenote vond dat hij slechter
kon wandelen de laatste tijd. De man vond dit zelf matig storend. Vermoeden van claudicatio.
Wat doen?
A: CV preventie en wandeltraining
B: CV preventie
C: Duplex voor het bekijken van revascularisatiemogelijkheden
D:
16. Vraag: Man van 65j die rookte en na >300m wandelen kramp kreeg in kuit. Moest stoppen
met wandelen en werd beter na 5min. In rust bij KO nog pulsaties palpabel tot distaal. Welke
diagnose?
A: Met zekerheid claudicatio gezien klachten en CV risicoprofiel.
B: Geen claudicatio want kan >250m wandelen
C: Waarschijnlijk claudicatio gezien risicoprofiel
D: Geen claudicatio, want pulsaties tot distaal
17. Vraag: Man komt op consultatie nadat broer beroerte had gedaan, in de 50 jaar, vraagt zich af
of hij zelf risico loopt + is ongerust, er is een arteriografie gedaan met tekens van verspreidde
atheromatose maar geen significante stenoses. Heel hoog LDL en TG. Had metabool
syndroom. BD 160/100, Je legt duidelijke CV preventie maatregelen uit (niet
farmacologisch), wat doe je farmacologisch nog extra? M
A: ACE inhibitor (of ARB) + CCB (of diuretica)
B: Zeer hoog risico pt: statines, ezetimibe, antihypertensiva en nauwe FU
C: Matig hoog risico pt waarbij er werd aangeraden om de antihypertensiva later op te starten
D: Stent
, 18. Vraag: 23 jarige vrouw die al enkele jaren vage buikklachten had. Duplex toonde nu een
hooggradige stenose van de truncus coeliacus. Kan dit de klachten verklaren?
A: Ja, dit is zeker de oorzaak
B: Ja, dit is waarschijnlijk de oorzaak als abdominaal onderzoek andere redenen van
abdominale pathologie heeft uitgesloten.
C: Waarschijnlijk niet de oorzaak 2/3 arteries geoccludeerd zijn vr sympt
D: Nee, dit is onmogelijk de oorzaak
19. Vraag: man met abdominaal aneurysma van 4cm te zien op echo. Verdere behandeling?
A: jaarlijkse follow-up met duplex operatie bij niet risico vrouw >5cm man >
5,5 cm
B: jaarlijkse follow-up met angio-CT
C: endovasculair stenten
D: open HK met plaatsen van kunststof greffe
20. Vraag: Stollingsstoornis die ook arteriële trombosen geeft
A: antifosfolipidensyndroom risico trombose veneus en arterieel
B: PC lijden risico VTE
C:
D:
21. Vraag: wat is de beste test om hartfalen aan te tonen?
A: Neprilysine
B: NT-pro-BNP
C: ANF
D:
22. Vraag: pt met hartfalen en chronische nierinsufficiëntie, NTproBNP was nu gezakt van 600
naar 400 ofzo, wat betekent dit?
A: Hartfalen is beter aan het verbeteren
B: je kan er niets over zeggen omdat niet significante daling is daling 300 of 35% is
significant
C: Nierfunctie patiënt is achteruitgegaan NTproBNP zou stijgen
D: hartfalen is verslechterd NTproBNP zou stijgen
Volgens chatgpt: ≥ 300–500 pg/mL (vooral bij hogere uitgangswaarden) wordt vaak als
betekenisvol gezien, Bij lagere uitgangswaarden (<1000 pg/mL) is relatieve daling
belangrijker dan absolute daling
23. Vraag: CV risico is afhankelijk van?
A: zowel omgevingsfactoren, genetische predispositie en levensstijl, samen bepalen ze het
cardiovasculaire risico