Alle oorzaken van diabetes:
• Diabetes mellitus:
o Type 1-diabetes + LADA
o Type 2-diabetes
o Gesta8onal diabetes
o MODY
• Endocrinopathie
o Feochromocytoom
o Glucagonoom
o Cushing
o Acromegalie
• Pancreas
o Pancrea88s chronisch of recurrent
o Hemochromatose
• Medica8e
o Glucocor8coiden
o Bèta-blokkers
o HAART
o Thiazide diure8ca
o Atypische an8psycho8ca
• Diabetes door insuline of -receptor Abnormaliteiten
o Insulinopathie
o Receptor defect
• Diabetes agv syndromale aandoeningen
o Mucoviscidose
o DIDMOAD (wolfram syndroom)
,Defini&e, epidemiologie, risicofactoren, pathofysiologie, diagnos&ek (symptomen, klinische tekens, onderzoeken, criteria),
behandeling, complica&es, … i.v.m. Diabetes type 1
Defini8e:
Het is een T-cel gemedieerde auto-immuunreac8e tegen de bèta-cellen (>75% reduc8e) in de eilandjes van Langerhans in de pancreas, met als gevolg insuli8s. Er ontstaan
ook an8lichamen tegen de bèta-cellen. Er is een associa8e met gene8ca en omgevingsfactoren (infec8es, dieet, toxica)
Epidemiologie:
• Piekinciden8e is rond de puberteit
• Meestal voor lee[ijd <40j, maar erna kan zeker ook!
• Prevalen8e: 5-10% van alle diabetes pt in België uitmaakt, komt ongeveer overeen met 0,3%-0,4%.
o Denk aan Aziaten meer diabetes T1
• Ook latente vorm waarbij de destruc8e langzamer verloopt (LADA)
Pathogenese:
1] Er is een bepaalde vatbaarheid door gene8ca en omgevingsfactoren:
• Gene8ca (10-15%)
o HLA
§ DR 3 gelinkt aan DQ2
§ DR 4 gelinkt aan DQ8
§ CTLA4
o Familiale clustering van t1
o Ook verschillen naargelang etniciteit
§ Noord-zuid gradiënt
• Omgevingsfactoren
o Viraal: bof, rubella, CMV, EBV coxsackie
o Toxica/stress
o Dieet: koemelkeiwihen, nitrosamine (verbrand)
o Borstvoeding=protec8ef!!
2] Aanwezigheid van auto-immuniteit na een bepaalde trigger (maanden tot jaren)
• Downregula8e van T-reg, presenta8e aan CD4+cellen die dan ook weer de cytotoxische T-cellen ac8veren
o Waarbij er een destruc8e is van de bèta-cellen in eilandjes van Langerhans
• Daarnaast is er ook een infiltra8e van macrofagen, B-cellen gericht tegen de bèta-cel met an8stof produc8e (zegt iets over snelheid van progressie)
o Op jongere lee[ijd <10j
§ ICA (islet cel ab)
§ IAA (insuline auto-ab)
§ IA-2A (tyrosine fosfatase AL)
o Wat oudere lee[ijd 20-40j
§ GADA
o Andere
§ ZnT8
3] De auto-immune destruc8e is jaren asymptoma8sch aan de gang tot er symptomen optreden door een bepaalde trigger
• Dit kan zijn
o Infec8e
o Acute stress
o Heelkunde
• Snelheid van optreden van ontwikkelen en tot ui8ng komen
o 3 Ab→bijna iedereen na 7,5j
o 1 Ab→30% ontwikkeld DMt1 na 15j
• Erfelijkheid
o Kind van DM-pa8ënt: 4-5% risico
o Kind van beide DM-ouders: 5-20%
o Geen beenmergdona8e!
4] Metabole processen
• Gevolg absoluut insulinetekort en er wordt ook geen C-pep8de meer gevonden
• Hyperglycemie, maar een tekort aan glucose in de cellen
o Glycogenolyse
§ Glucosurie, zal leiden tot polydipsie & polyurie en polyfagie (osmo8sche diurese)
o Lipolyse
§ Apraak vehen tot vrije vetzuren
• Vorming van ketonen, metabole acidose en Kussmaul ademhaling
• Vorming van triglyceriden en leversteatose & hyperlipidemie
§ Apraak tot glycerol voor de gluconeogenese
o Proteolyse
§ Aminozuren voor gluconeogenese
Criteria:
1) Nuchtere plasma glucose ≥126mg/dl (nuchter=niks gedurende 8u)
2) Gestoorde orale Glucose Toleran8e Test (OGTT): ≥200mg/dl na 2u in plasma tgv 75g anhydrous glucose
3) HBA1c ≥6,5%
4) At random glucose bij pa8ënt met hyperglycemische symptomen van ≥200mg/dl
,Symptomen:
• Acuut begin
o Polydipsie, dehydrata8e
o Polyurie
o Polyfagie
o Gewichtsverlies, Vermoeidheid
o Blurring van visus
o Tekens van keto-acidose
§ Snelle, diepe ademhaling (Kussmaul-ademhaling)
§ Braken, diarree
§ Fruitach8ge (aceton) adem
§ Verwardheid, suseid, Bewustzijnsverlies
o Nycturie!!
o Gastro-intes8nale klachten
o Infec8es (blaas), voetulcera, [aresthesie
o Meer infec8es, verminderde weerstand
Behandeling: insuline
Complica8es:
Acute
Chronische
Effecten op het ganse lichaam
, Defini&e, epidemiologie, risicofactoren, pathofysiologie, diagnos&ek (symptomen, klinische tekens, onderzoeken, criteria),
behandeling, complica&es, … i.v.m. Diabetes type 2
Defini8e:
Diabetes mellitus is een metabole ziekte, gekenmerkt door hyperglycemie. Veroorzaakt door absoluut insulinetekort of rela8ef insuline tekort met/zonder
insulineresisten8e. Het gee[ ook stoornissen in het vet, eiwit en koolhydraatmetabolisme.
Epidemiologie:
Er is een toenemende prevalen8e van diabetes in België: 10% type 2-diabetes, 7% pre-diabetes (gestoorde glucosetoleran8e)
Tienjaars risico:1/100 Tienjaars risico:1/6- 1/2
Risicofactoren:
• Sedentaire levenss8jl (elke 2u tv kijken geassocieerd, aan 23% toename risico obesitas en 15% risico op diabetes)
• Obesitas
o BMI>30, Aziaten>25kg/m2
o Heupomtrek (<94cm, 80cm)
• Dieet (fruit, groenten, bessen)
• Roken Tienjaars risico:1/25
• Familiale voorgeschiedenis
o 30-40% familiale belas8ng, geen HLA-associa8e
• Lee[ijd
• Eerder gebruik an8hypertensieve medica8e
• Zwangerschapsdiabetes bij de vrouw (8x hoger risico indien gehad)
• Eerdere hoge glycemie gemeten
Inschahen van het risico: FINDRISC 2 score lijst (8 items, score /26)
1: Age
2: BMI
3: Heupomtrek
4: Dieet (groenten, fruit, bessen)
5: Eerder hypertensieve medica8e gebruikt?
6: Eerder hoge glycemie gemeten?
7: Familiale voorgeschiedenis
8: Fysieke ac8viteit
Diagnose van diabetes mellitus:
Criteria:
1) Nuchtere plasma glucose ≥126mg/dl (nuchter=niks gedurende 8u)
2) Gestoorde orale Glucose Toleran8e Test (OGTT): ≥200mg/dl na 2u in plasma tgv 75g anhydrous glucose
3) HBA1c ≥6,5%
4) At random glucose bij pa8ënt met hyperglycemische symptomen van ≥200mg/dl
Opm.: op examen mss ook die van pre-diabetes gwn vermelden. Mss dat hij iets vraagt over zwangerschapsdiabetes met de andere targets.
Pathogenese: “ominous octet”
1] Insulineresisten8e
• Fosforyla8e van de insulinereceptor waardoor de insuline-signalisa8e geïnhibeerd wordt en er minder GLUT-4 transloca8e is.
o Glucose kan hierdoor niet goed de adipocyt of skeletspiercel binnen
• Overgewicht, sedentaire levenss8jl kunnen hier aan bijdragen
2] Bèta-cel dysfunc8e:
• Ini8eel zijn ze in overdrive, om meer GLUT4 te bekomen en de resisten8e tegen te gaan
• Nadien door toxiciteit (ROS, minder expressie) is er een bèta-cel uitpu|ng
o Ook insulinesecre8e gestoord: first-fase verdwijnt (grote piek)
o Vòòr de diagnose is er al lang een achteruitgang aanwezig!
3] Hyperglucagonemie
• De remming van insuline valt weg, balans meer naar glucagon en ac8ever worden alpha-cellen
4] ↑ hepa8sche output →zorgt voor een nuchtere gestoorde glycemie
5] incre8ne effect↓
• Grotere respons op glucose oraal, dan IV
o Glucose-dependent effect
o S8muleren insulinerelease, verminderen glucagonrelease
• Levert bijdrage van 60% insulinerelease ná een maal8jd
6] ↑lipolyse
7] ↑reabsorp8e glucose thv de nier
• Absorberen 180g glucose per dag via voeding, 70g is hepa8sche produc8e
o 90% via SGLT2, 10% via SGLT1
• Een adap8eve respons om glucose te bewaren, wordt maladap8ef
o Er is meer glucose dat gefilterd moet worden, er is glucosurie want kan niet allemaal gefilterd worden
o Lichaam merkt dit en gat SGLT2 upreguleren waardoor er nog meer reabsorp8e is wat de hyperglycemie instand houdt
8] Neurotransmiher dysfunc8e (vb meer cravings)
Diagnos8ek:
Bèta-cel dysfunc8e kan al jaren op voorhand waargenomen worden voor de effec8eve diagnose
Postprandiale glycemie zal sneller afwijkend zijn dan de nuchtere waarden!!
Behandeling: hoort bij andere vraag
Complica8es
• Diabetes mellitus:
o Type 1-diabetes + LADA
o Type 2-diabetes
o Gesta8onal diabetes
o MODY
• Endocrinopathie
o Feochromocytoom
o Glucagonoom
o Cushing
o Acromegalie
• Pancreas
o Pancrea88s chronisch of recurrent
o Hemochromatose
• Medica8e
o Glucocor8coiden
o Bèta-blokkers
o HAART
o Thiazide diure8ca
o Atypische an8psycho8ca
• Diabetes door insuline of -receptor Abnormaliteiten
o Insulinopathie
o Receptor defect
• Diabetes agv syndromale aandoeningen
o Mucoviscidose
o DIDMOAD (wolfram syndroom)
,Defini&e, epidemiologie, risicofactoren, pathofysiologie, diagnos&ek (symptomen, klinische tekens, onderzoeken, criteria),
behandeling, complica&es, … i.v.m. Diabetes type 1
Defini8e:
Het is een T-cel gemedieerde auto-immuunreac8e tegen de bèta-cellen (>75% reduc8e) in de eilandjes van Langerhans in de pancreas, met als gevolg insuli8s. Er ontstaan
ook an8lichamen tegen de bèta-cellen. Er is een associa8e met gene8ca en omgevingsfactoren (infec8es, dieet, toxica)
Epidemiologie:
• Piekinciden8e is rond de puberteit
• Meestal voor lee[ijd <40j, maar erna kan zeker ook!
• Prevalen8e: 5-10% van alle diabetes pt in België uitmaakt, komt ongeveer overeen met 0,3%-0,4%.
o Denk aan Aziaten meer diabetes T1
• Ook latente vorm waarbij de destruc8e langzamer verloopt (LADA)
Pathogenese:
1] Er is een bepaalde vatbaarheid door gene8ca en omgevingsfactoren:
• Gene8ca (10-15%)
o HLA
§ DR 3 gelinkt aan DQ2
§ DR 4 gelinkt aan DQ8
§ CTLA4
o Familiale clustering van t1
o Ook verschillen naargelang etniciteit
§ Noord-zuid gradiënt
• Omgevingsfactoren
o Viraal: bof, rubella, CMV, EBV coxsackie
o Toxica/stress
o Dieet: koemelkeiwihen, nitrosamine (verbrand)
o Borstvoeding=protec8ef!!
2] Aanwezigheid van auto-immuniteit na een bepaalde trigger (maanden tot jaren)
• Downregula8e van T-reg, presenta8e aan CD4+cellen die dan ook weer de cytotoxische T-cellen ac8veren
o Waarbij er een destruc8e is van de bèta-cellen in eilandjes van Langerhans
• Daarnaast is er ook een infiltra8e van macrofagen, B-cellen gericht tegen de bèta-cel met an8stof produc8e (zegt iets over snelheid van progressie)
o Op jongere lee[ijd <10j
§ ICA (islet cel ab)
§ IAA (insuline auto-ab)
§ IA-2A (tyrosine fosfatase AL)
o Wat oudere lee[ijd 20-40j
§ GADA
o Andere
§ ZnT8
3] De auto-immune destruc8e is jaren asymptoma8sch aan de gang tot er symptomen optreden door een bepaalde trigger
• Dit kan zijn
o Infec8e
o Acute stress
o Heelkunde
• Snelheid van optreden van ontwikkelen en tot ui8ng komen
o 3 Ab→bijna iedereen na 7,5j
o 1 Ab→30% ontwikkeld DMt1 na 15j
• Erfelijkheid
o Kind van DM-pa8ënt: 4-5% risico
o Kind van beide DM-ouders: 5-20%
o Geen beenmergdona8e!
4] Metabole processen
• Gevolg absoluut insulinetekort en er wordt ook geen C-pep8de meer gevonden
• Hyperglycemie, maar een tekort aan glucose in de cellen
o Glycogenolyse
§ Glucosurie, zal leiden tot polydipsie & polyurie en polyfagie (osmo8sche diurese)
o Lipolyse
§ Apraak vehen tot vrije vetzuren
• Vorming van ketonen, metabole acidose en Kussmaul ademhaling
• Vorming van triglyceriden en leversteatose & hyperlipidemie
§ Apraak tot glycerol voor de gluconeogenese
o Proteolyse
§ Aminozuren voor gluconeogenese
Criteria:
1) Nuchtere plasma glucose ≥126mg/dl (nuchter=niks gedurende 8u)
2) Gestoorde orale Glucose Toleran8e Test (OGTT): ≥200mg/dl na 2u in plasma tgv 75g anhydrous glucose
3) HBA1c ≥6,5%
4) At random glucose bij pa8ënt met hyperglycemische symptomen van ≥200mg/dl
,Symptomen:
• Acuut begin
o Polydipsie, dehydrata8e
o Polyurie
o Polyfagie
o Gewichtsverlies, Vermoeidheid
o Blurring van visus
o Tekens van keto-acidose
§ Snelle, diepe ademhaling (Kussmaul-ademhaling)
§ Braken, diarree
§ Fruitach8ge (aceton) adem
§ Verwardheid, suseid, Bewustzijnsverlies
o Nycturie!!
o Gastro-intes8nale klachten
o Infec8es (blaas), voetulcera, [aresthesie
o Meer infec8es, verminderde weerstand
Behandeling: insuline
Complica8es:
Acute
Chronische
Effecten op het ganse lichaam
, Defini&e, epidemiologie, risicofactoren, pathofysiologie, diagnos&ek (symptomen, klinische tekens, onderzoeken, criteria),
behandeling, complica&es, … i.v.m. Diabetes type 2
Defini8e:
Diabetes mellitus is een metabole ziekte, gekenmerkt door hyperglycemie. Veroorzaakt door absoluut insulinetekort of rela8ef insuline tekort met/zonder
insulineresisten8e. Het gee[ ook stoornissen in het vet, eiwit en koolhydraatmetabolisme.
Epidemiologie:
Er is een toenemende prevalen8e van diabetes in België: 10% type 2-diabetes, 7% pre-diabetes (gestoorde glucosetoleran8e)
Tienjaars risico:1/100 Tienjaars risico:1/6- 1/2
Risicofactoren:
• Sedentaire levenss8jl (elke 2u tv kijken geassocieerd, aan 23% toename risico obesitas en 15% risico op diabetes)
• Obesitas
o BMI>30, Aziaten>25kg/m2
o Heupomtrek (<94cm, 80cm)
• Dieet (fruit, groenten, bessen)
• Roken Tienjaars risico:1/25
• Familiale voorgeschiedenis
o 30-40% familiale belas8ng, geen HLA-associa8e
• Lee[ijd
• Eerder gebruik an8hypertensieve medica8e
• Zwangerschapsdiabetes bij de vrouw (8x hoger risico indien gehad)
• Eerdere hoge glycemie gemeten
Inschahen van het risico: FINDRISC 2 score lijst (8 items, score /26)
1: Age
2: BMI
3: Heupomtrek
4: Dieet (groenten, fruit, bessen)
5: Eerder hypertensieve medica8e gebruikt?
6: Eerder hoge glycemie gemeten?
7: Familiale voorgeschiedenis
8: Fysieke ac8viteit
Diagnose van diabetes mellitus:
Criteria:
1) Nuchtere plasma glucose ≥126mg/dl (nuchter=niks gedurende 8u)
2) Gestoorde orale Glucose Toleran8e Test (OGTT): ≥200mg/dl na 2u in plasma tgv 75g anhydrous glucose
3) HBA1c ≥6,5%
4) At random glucose bij pa8ënt met hyperglycemische symptomen van ≥200mg/dl
Opm.: op examen mss ook die van pre-diabetes gwn vermelden. Mss dat hij iets vraagt over zwangerschapsdiabetes met de andere targets.
Pathogenese: “ominous octet”
1] Insulineresisten8e
• Fosforyla8e van de insulinereceptor waardoor de insuline-signalisa8e geïnhibeerd wordt en er minder GLUT-4 transloca8e is.
o Glucose kan hierdoor niet goed de adipocyt of skeletspiercel binnen
• Overgewicht, sedentaire levenss8jl kunnen hier aan bijdragen
2] Bèta-cel dysfunc8e:
• Ini8eel zijn ze in overdrive, om meer GLUT4 te bekomen en de resisten8e tegen te gaan
• Nadien door toxiciteit (ROS, minder expressie) is er een bèta-cel uitpu|ng
o Ook insulinesecre8e gestoord: first-fase verdwijnt (grote piek)
o Vòòr de diagnose is er al lang een achteruitgang aanwezig!
3] Hyperglucagonemie
• De remming van insuline valt weg, balans meer naar glucagon en ac8ever worden alpha-cellen
4] ↑ hepa8sche output →zorgt voor een nuchtere gestoorde glycemie
5] incre8ne effect↓
• Grotere respons op glucose oraal, dan IV
o Glucose-dependent effect
o S8muleren insulinerelease, verminderen glucagonrelease
• Levert bijdrage van 60% insulinerelease ná een maal8jd
6] ↑lipolyse
7] ↑reabsorp8e glucose thv de nier
• Absorberen 180g glucose per dag via voeding, 70g is hepa8sche produc8e
o 90% via SGLT2, 10% via SGLT1
• Een adap8eve respons om glucose te bewaren, wordt maladap8ef
o Er is meer glucose dat gefilterd moet worden, er is glucosurie want kan niet allemaal gefilterd worden
o Lichaam merkt dit en gat SGLT2 upreguleren waardoor er nog meer reabsorp8e is wat de hyperglycemie instand houdt
8] Neurotransmiher dysfunc8e (vb meer cravings)
Diagnos8ek:
Bèta-cel dysfunc8e kan al jaren op voorhand waargenomen worden voor de effec8eve diagnose
Postprandiale glycemie zal sneller afwijkend zijn dan de nuchtere waarden!!
Behandeling: hoort bij andere vraag
Complica8es