Week 1: de gamer
College 1.1: inleiding anatomie
m.b.t. vlakken, assen en bewegingen:
frontaal, sagittaal, transversaal, longitudinaal, ab- en adductie,
ante- en retroflexie, endo- en exorotatie;
Frontaal vlak
verdeelt voor/achter (ventraal/dorsaal)
abductie, adductie
Sagittaal vlak
verdeelt links/rechts
flexie, extensie
Transversaal vlak
verdeelt boven/onder (craniaal/caudaal)
rotaties
Longitudinale as
van boven naar beneden
endorotatie, exorotatie
Transversale as
van links naar rechts
flexie, extensie
Sagittale as
van voor naar achter
abductie, adductie
Abductie = van de middenlijn af
Adductie = naar de middenlijn toe
Anteflexie = naar voren bewegen
Retroflexie = naar achteren bewegen
Endorotatie = naar binnen draaien
Exorotatie = naar buiten draaien
m.b.t. richtingaanduidende termen: ventraal, dorsaal, mediaal, lateraal,
distaal, proximaal, craniaal, caudaal enz. zie pag. 7 van
het Werkboek Speciële Anatomie;
Ventraal = aan de voorzijde
Dorsaal = aan de achterzijde
Mediaal = naar de middenlijn toe
Lateraal = van de middenlijn af
Proximaal = dichter bij het lichaamscentrum (bij armen/benen)
Distaal = verder van het lichaamscentrum
Craniaal = richting het hoofd
Caudaal = richting staart/bekken
m.b.t. de typen verbindingen tussen botstukken: junctura ossea, fibrosa,
cartilaginea en synovialis.
,Junctura fibrosa (bindweefsel)
Weinig of geen beweging
v.b. schedelnaden
Zeer stabiel, weinig mobiel
Junctura cartilaginea (kraakbeen)
beperkte beweging
v.b. symyfse, discus
redelijke stabiliteit, beperkte mobiliteit
Junctura synovialis (gewricht)
synoviale ruimte, veel beweging
v.b. knie, schouder
minder stabiel, hoog mobiel
De relatie tussen het type verbinding van de botstukken en de
anatomische/passieve stabiliteit (d.w.z. zonder inmenging van
spieren) en de mobiliteit van het ‘gewricht’;
Hoe vaster het weefsel (fibrosa cartilaginea synovialis), hoe meer
stabiliteit maar minder beweging
Synoviale gewrichten zijn functioneel het meest bewegelijk maar hebben
de minste passieve stabiliteit
m.b.t. de typen synoviale gewrichten: articulatio (= art.)
cylindrica (ginglymus en art. trochoidea), art. sphaeroidea, art.
ellipsoidea, art. sellaris en art. plana;
Relatie tussen het type synoviale verbinding en de anatomische
cq passieve stabiliteit;
Art. cylindrica
Scharnier/rolgewrichten
Een beweginsas
Ginglymus (scharniergewricht, elleboog), trochoidea (rolgewricht,
procimale radius/ulna)
Art. sphaeroidea
Kogelgewricht
3 assen (zeer bewegelijk)
Schouder,heup
Art. ellipsoidea
Eivormig
2 assen
Pols
Art. sellaris
Zadelvorm
2 assen
Carpometacarpale duim
,Art. plana
Vlak
Translaties/glijden
Facetgewrichten wervels
Hoe ronder/meer ‘ball and socket’ een gewricht is, hoe meer mobiliteit,
minder passieve stabiliteit
Hoe vlakker of cilindrischer, hoe stabieler (maar minder vrij)
m.b.t. de bouw van een synoviaal gewricht: capsula articularis bestaand
uit een membrana fibrosa en een membrana synovialis, cavum
articulare met synovia, cartilago articularis, ligamenten
(capsulair, extra- en intra-capsulair), meniscus, bursa;
een synoviaal gewricht bestaat uit:
1. Capsula articularis (gewrichtskapsel)
Membrana fibrosa buitenste laag, stevig bindweefsel (passieve
stabiliteit)
Membrana synovialis binnenste laag, produceert synovia
2. Cavum articulare
Gewrichtsholte, gevuld met synovia (smeert en voedt kraakbeen)
3. Cartilago articularis
Hyalien kraakbeen, vermindert wrijving
4. Ligamenten
Capsulair (versteken kapsel)
Extra capsulair (buiten kapsel)
Intra capsulair (binnen kapsel, v.b. kruisbanden)
5. Meniscus/discus
Vezelig kraakbeen, shockabsorptie, congruentie
6. Bursa
Slijmbeurs, vermindert wrijving tussen structuren
m.b.t. de standen van een synoviaal gewricht: Close-Packed-Position
(C.P.P.) en Maximally Loose Packed Position (M.L.P.P.) van een
gewricht in relatie met congruentie/discongruentie van
gewrichtsvlakken en in relatie met de stabiliteit/instabiliteit van
het gewricht;
C.P.P. – close-packed position
Gewrichtsvlakken maximaal congruent, kapsel/ligamenten strak,
nauwelijks beweging
, Maximale stabiliteit
M.L.P.P. – Maximally Loose Packed Position
Gewrichtsvlakken minst congruent, kapsel/ligamenten ontspannen
Minimale stabiliteit, maximale speling
m.b.t. de bewegingsmogelijkheden in een synoviaal gewricht: Active Range
of Motion (AROM) en Passive Range of Motion (PROM).
AROM – active range of motion
Beweging uitgevoerd door eigen spieren
Spierkracht, coördinatie, pijn bepalen de grens
PROM – passive range of motion
Beweging uitgevoerd door externe kracht
Kapsel, ligamenten, anatomische blokken bepalen de grens
PROM is bijna altijd groter dan AROM
College 1.1: inleiding anatomie
m.b.t. vlakken, assen en bewegingen:
frontaal, sagittaal, transversaal, longitudinaal, ab- en adductie,
ante- en retroflexie, endo- en exorotatie;
Frontaal vlak
verdeelt voor/achter (ventraal/dorsaal)
abductie, adductie
Sagittaal vlak
verdeelt links/rechts
flexie, extensie
Transversaal vlak
verdeelt boven/onder (craniaal/caudaal)
rotaties
Longitudinale as
van boven naar beneden
endorotatie, exorotatie
Transversale as
van links naar rechts
flexie, extensie
Sagittale as
van voor naar achter
abductie, adductie
Abductie = van de middenlijn af
Adductie = naar de middenlijn toe
Anteflexie = naar voren bewegen
Retroflexie = naar achteren bewegen
Endorotatie = naar binnen draaien
Exorotatie = naar buiten draaien
m.b.t. richtingaanduidende termen: ventraal, dorsaal, mediaal, lateraal,
distaal, proximaal, craniaal, caudaal enz. zie pag. 7 van
het Werkboek Speciële Anatomie;
Ventraal = aan de voorzijde
Dorsaal = aan de achterzijde
Mediaal = naar de middenlijn toe
Lateraal = van de middenlijn af
Proximaal = dichter bij het lichaamscentrum (bij armen/benen)
Distaal = verder van het lichaamscentrum
Craniaal = richting het hoofd
Caudaal = richting staart/bekken
m.b.t. de typen verbindingen tussen botstukken: junctura ossea, fibrosa,
cartilaginea en synovialis.
,Junctura fibrosa (bindweefsel)
Weinig of geen beweging
v.b. schedelnaden
Zeer stabiel, weinig mobiel
Junctura cartilaginea (kraakbeen)
beperkte beweging
v.b. symyfse, discus
redelijke stabiliteit, beperkte mobiliteit
Junctura synovialis (gewricht)
synoviale ruimte, veel beweging
v.b. knie, schouder
minder stabiel, hoog mobiel
De relatie tussen het type verbinding van de botstukken en de
anatomische/passieve stabiliteit (d.w.z. zonder inmenging van
spieren) en de mobiliteit van het ‘gewricht’;
Hoe vaster het weefsel (fibrosa cartilaginea synovialis), hoe meer
stabiliteit maar minder beweging
Synoviale gewrichten zijn functioneel het meest bewegelijk maar hebben
de minste passieve stabiliteit
m.b.t. de typen synoviale gewrichten: articulatio (= art.)
cylindrica (ginglymus en art. trochoidea), art. sphaeroidea, art.
ellipsoidea, art. sellaris en art. plana;
Relatie tussen het type synoviale verbinding en de anatomische
cq passieve stabiliteit;
Art. cylindrica
Scharnier/rolgewrichten
Een beweginsas
Ginglymus (scharniergewricht, elleboog), trochoidea (rolgewricht,
procimale radius/ulna)
Art. sphaeroidea
Kogelgewricht
3 assen (zeer bewegelijk)
Schouder,heup
Art. ellipsoidea
Eivormig
2 assen
Pols
Art. sellaris
Zadelvorm
2 assen
Carpometacarpale duim
,Art. plana
Vlak
Translaties/glijden
Facetgewrichten wervels
Hoe ronder/meer ‘ball and socket’ een gewricht is, hoe meer mobiliteit,
minder passieve stabiliteit
Hoe vlakker of cilindrischer, hoe stabieler (maar minder vrij)
m.b.t. de bouw van een synoviaal gewricht: capsula articularis bestaand
uit een membrana fibrosa en een membrana synovialis, cavum
articulare met synovia, cartilago articularis, ligamenten
(capsulair, extra- en intra-capsulair), meniscus, bursa;
een synoviaal gewricht bestaat uit:
1. Capsula articularis (gewrichtskapsel)
Membrana fibrosa buitenste laag, stevig bindweefsel (passieve
stabiliteit)
Membrana synovialis binnenste laag, produceert synovia
2. Cavum articulare
Gewrichtsholte, gevuld met synovia (smeert en voedt kraakbeen)
3. Cartilago articularis
Hyalien kraakbeen, vermindert wrijving
4. Ligamenten
Capsulair (versteken kapsel)
Extra capsulair (buiten kapsel)
Intra capsulair (binnen kapsel, v.b. kruisbanden)
5. Meniscus/discus
Vezelig kraakbeen, shockabsorptie, congruentie
6. Bursa
Slijmbeurs, vermindert wrijving tussen structuren
m.b.t. de standen van een synoviaal gewricht: Close-Packed-Position
(C.P.P.) en Maximally Loose Packed Position (M.L.P.P.) van een
gewricht in relatie met congruentie/discongruentie van
gewrichtsvlakken en in relatie met de stabiliteit/instabiliteit van
het gewricht;
C.P.P. – close-packed position
Gewrichtsvlakken maximaal congruent, kapsel/ligamenten strak,
nauwelijks beweging
, Maximale stabiliteit
M.L.P.P. – Maximally Loose Packed Position
Gewrichtsvlakken minst congruent, kapsel/ligamenten ontspannen
Minimale stabiliteit, maximale speling
m.b.t. de bewegingsmogelijkheden in een synoviaal gewricht: Active Range
of Motion (AROM) en Passive Range of Motion (PROM).
AROM – active range of motion
Beweging uitgevoerd door eigen spieren
Spierkracht, coördinatie, pijn bepalen de grens
PROM – passive range of motion
Beweging uitgevoerd door externe kracht
Kapsel, ligamenten, anatomische blokken bepalen de grens
PROM is bijna altijd groter dan AROM