Begrippenlijst communicatiewetenschappen
Invalshoeken aan de basis van de 1. Retoriek
communicatiewetenschappen 2. Propaganda & media effecten
(Heath & Bryant) 3. Informatietheorie
4. Groepsdynamica
Retoriek (1) Aristoteles: 3 middelen om publiek te overtuigen
- Ethos: persoonlijkheid en waarden van spreker
- Pathos: inspelen op emoties van publiek
- Logos: logica van argumentatie
Propaganda & media effecten (2) Onderzocht binnen psychologie & sociologie
Informatietheorie (3) - Voorafgegaan aan ontstaan van communicatiewetenschappen
- Hoe kan informatie elektronisch verstuurd worden? (Bell
Laboratories)
Groepsdynamica (4) Lewin:
- Leiderschap en de invloed die mensen op elkaar uitoefenen in
kleine groepen
Mead: mensen leren elkaar kennen dmv communicatie
Mediatisering Media dringt door tot (bijna) alle aspecten van de samenleving
Digitalisering Toenemende belang van digitale informatie/apparaten in de
maatschappij
Communicatieniveaus 1. Interpersoonlijk
2. Groepscommunicatie
3. Organisatiecommunicatie
4. Massacommunicatie
Criteria van een goede definitie 1. Bruikbaar/operationeel binnen bepaalde wetenschappelijke
benadering
2. Logisch & coherent
3. Niet tegengesproken door waarnemingen uit de werkelijkheid
4. Nauwkeurig te onderscheiden van andere fenomenen
Definitie communicatie Van Mededeling= boodschap van zender naar ontvanger (transmissie)
Daele Verbinding= communicatie als ‘transport’
Uitwisseling van gedachten= communicatie is gemeenschappelijk
(tweerichtingsverkeer)
Perspectieven op communicatie- Processchool: communicatie als transmissie van boodschappen
Heath & Bryant - Hoe zender en ontvanger encoderen en decoderen
- Hoe kanalen en media efficiënt kunnen worden ingezet
- Communicatie als beïnvloedingsproces
- Communicatiefout indien effect niet overeenkomt met
bedoelde effect
- Basis bij psychologie/sociologie
- Acts of communication= communicatieve handelingen
Betekeniscreatieschool: communicatie als productie en uitwisseling
van betekenissen
- Hoe boodschappen of teksten interageren met mensen om
betekenissen tot stand te brengen
- Verschil in betekenisgeving van zender en ontvanger => geen
communicatiefout maar bv verschil in cultuur
- Methode: semiothiek (tekenleer)
- Works of communication = er ontstaat iets nieuws indien er
iets ‘fout’ gaat
Breek- of discussiepunten in de 1. Intentionaliteit
definities van communicatie 2. Geslaagdheid als criterium
1
, 3. Eenrichtings- of tweerichtingsverkeer
4. Observatieniveau
Intentionaliteit (1) Teleologische opvatting:
- Sprake van communicatie als zender de bedoeling heeft om een
boodschap uit te zenden & ontvanger om te ontvangen
- Processchool
Gedragsopvatting:
- Al het gedrag van mensen is communicatief
- Betekeniscreatieschool
Passief-actief model van Bedoeld door Niet bedoeld door
McQuail zender (actief) zender (passief)
Intentioneel 1 op 1 gesprek Gesprek
ontvangen (actief) 1 afluisteren,
stresseren bij
mondeling examen
2
Niet-intentioneel Passief Indrukken die je
ontvangen (passief) luistergedrag krijgt van anderen
3 4
Geslaagdheid als criterium (2) Fauconnier: voorwaarden van geslaagde communicatie
GC= E + T + Ox + Ib + Ub
- GC= geslaagde communicatie
- E= expressie
- T= transport/transmissie
- Ox= ontvangst
- Ib= interpretatie
- Ub= uitwerking zoals bedoeld door zender
Eenrichtings- of - Volgens processchool: eenrichtingsverkeer is voldoende om
tweerichtingsverkeer (3) van communicatie te spreken
- Volgens gedragscommunicatie: proces van wisselwerking
tussen A en B => tweerichtingsverkeer
- Interpersoonlijke communicatie is circulair proces
Observatieniveau (4) Beperkt tot “menselijke” communicatie
Niveaus binnen menselijke communicatie:
- Intrapersoonlijk
- Interpersoonlijk
- Communicatie in kleine groepen
- Organisatiecommunicatie
- Massacommunicatie
Elementen in 1. Bron/zender
communicatieproces 2. Ontvanger
3. Boodschap
4. Signaal
5. Kanaal
6. Medium
7. Ruis
8. Feedback
Signifiant Het woord, zoals je het zegt of schrijft
Signifié Het concept dat in je hoofd zit, bv je denkt aan een kat en beeld je een
echte kat in
2
, Bordewijk en Van Kaam: Controle over
classificatie van media de opgeslagen
(Medium-6) informatie
Centraal Individueel
Controle over Centraal Allocutie Registratie
tijd en keuze
van object
Individueel Consultatie Conversatie
Allocutie= one-way communicatie vanaf 1 zender (tv, radio)
Conversatie= interactie tussen medium en publiek (tweeten)
Registratie= publiek bezorgd info aan centraal orgaan (bv cookies)
Consultatie= databank geconsulteerd door publiek (film, boek)
Opkomst nieuwe media doet onderscheid teniet => nu staat
gebruiker centraal
Functies van 1. Organiserend
communicatiemodellen 2. Verklarend
3. Voorspellend
Soorten communicatiemodellen 1. Structureel: ontleding van geheel, focus op onderdelen
2. Functioneel: focus op relaties tussen onderdelen
Lasswell: communicatieformule Hoe verloopt communicatie? 5 vragen
1. Wie? => communicator (zender) => controlestudies
2. Zegt wat? => boodschap => inhoudsanalyse
3. Via welk kanaal? => medium => media-analyse
4. Tegen wie? => ontvanger => publieksanalyse
5. Met welk effect? => effect => effectenanalyse
Kritiek:
- Gaat uit van communicatie als persuasief proces (=gericht op
overtuigen)
- Altijd effecten
- Geen feedback
In context van politieke communicatie & propaganda
Shannon & Weaver: - Model voor grote hoeveelheden signalen
mathematische model - Technologisch perspectief: onderscheid tussen toestel &
persoon als ontvanger
Wet van Shannon-Hartley :
- Max foutloos verzonden data neemt toe met breedte kanaal &
afhankelijk van signaal-ruisverhouding
Communicatie als lineair eenrichtingsproces
5 functies moeten vervult worden:
- Informatiebron
- Zender
- Kanaal
- Ontvanger
- Bestemming
3
Invalshoeken aan de basis van de 1. Retoriek
communicatiewetenschappen 2. Propaganda & media effecten
(Heath & Bryant) 3. Informatietheorie
4. Groepsdynamica
Retoriek (1) Aristoteles: 3 middelen om publiek te overtuigen
- Ethos: persoonlijkheid en waarden van spreker
- Pathos: inspelen op emoties van publiek
- Logos: logica van argumentatie
Propaganda & media effecten (2) Onderzocht binnen psychologie & sociologie
Informatietheorie (3) - Voorafgegaan aan ontstaan van communicatiewetenschappen
- Hoe kan informatie elektronisch verstuurd worden? (Bell
Laboratories)
Groepsdynamica (4) Lewin:
- Leiderschap en de invloed die mensen op elkaar uitoefenen in
kleine groepen
Mead: mensen leren elkaar kennen dmv communicatie
Mediatisering Media dringt door tot (bijna) alle aspecten van de samenleving
Digitalisering Toenemende belang van digitale informatie/apparaten in de
maatschappij
Communicatieniveaus 1. Interpersoonlijk
2. Groepscommunicatie
3. Organisatiecommunicatie
4. Massacommunicatie
Criteria van een goede definitie 1. Bruikbaar/operationeel binnen bepaalde wetenschappelijke
benadering
2. Logisch & coherent
3. Niet tegengesproken door waarnemingen uit de werkelijkheid
4. Nauwkeurig te onderscheiden van andere fenomenen
Definitie communicatie Van Mededeling= boodschap van zender naar ontvanger (transmissie)
Daele Verbinding= communicatie als ‘transport’
Uitwisseling van gedachten= communicatie is gemeenschappelijk
(tweerichtingsverkeer)
Perspectieven op communicatie- Processchool: communicatie als transmissie van boodschappen
Heath & Bryant - Hoe zender en ontvanger encoderen en decoderen
- Hoe kanalen en media efficiënt kunnen worden ingezet
- Communicatie als beïnvloedingsproces
- Communicatiefout indien effect niet overeenkomt met
bedoelde effect
- Basis bij psychologie/sociologie
- Acts of communication= communicatieve handelingen
Betekeniscreatieschool: communicatie als productie en uitwisseling
van betekenissen
- Hoe boodschappen of teksten interageren met mensen om
betekenissen tot stand te brengen
- Verschil in betekenisgeving van zender en ontvanger => geen
communicatiefout maar bv verschil in cultuur
- Methode: semiothiek (tekenleer)
- Works of communication = er ontstaat iets nieuws indien er
iets ‘fout’ gaat
Breek- of discussiepunten in de 1. Intentionaliteit
definities van communicatie 2. Geslaagdheid als criterium
1
, 3. Eenrichtings- of tweerichtingsverkeer
4. Observatieniveau
Intentionaliteit (1) Teleologische opvatting:
- Sprake van communicatie als zender de bedoeling heeft om een
boodschap uit te zenden & ontvanger om te ontvangen
- Processchool
Gedragsopvatting:
- Al het gedrag van mensen is communicatief
- Betekeniscreatieschool
Passief-actief model van Bedoeld door Niet bedoeld door
McQuail zender (actief) zender (passief)
Intentioneel 1 op 1 gesprek Gesprek
ontvangen (actief) 1 afluisteren,
stresseren bij
mondeling examen
2
Niet-intentioneel Passief Indrukken die je
ontvangen (passief) luistergedrag krijgt van anderen
3 4
Geslaagdheid als criterium (2) Fauconnier: voorwaarden van geslaagde communicatie
GC= E + T + Ox + Ib + Ub
- GC= geslaagde communicatie
- E= expressie
- T= transport/transmissie
- Ox= ontvangst
- Ib= interpretatie
- Ub= uitwerking zoals bedoeld door zender
Eenrichtings- of - Volgens processchool: eenrichtingsverkeer is voldoende om
tweerichtingsverkeer (3) van communicatie te spreken
- Volgens gedragscommunicatie: proces van wisselwerking
tussen A en B => tweerichtingsverkeer
- Interpersoonlijke communicatie is circulair proces
Observatieniveau (4) Beperkt tot “menselijke” communicatie
Niveaus binnen menselijke communicatie:
- Intrapersoonlijk
- Interpersoonlijk
- Communicatie in kleine groepen
- Organisatiecommunicatie
- Massacommunicatie
Elementen in 1. Bron/zender
communicatieproces 2. Ontvanger
3. Boodschap
4. Signaal
5. Kanaal
6. Medium
7. Ruis
8. Feedback
Signifiant Het woord, zoals je het zegt of schrijft
Signifié Het concept dat in je hoofd zit, bv je denkt aan een kat en beeld je een
echte kat in
2
, Bordewijk en Van Kaam: Controle over
classificatie van media de opgeslagen
(Medium-6) informatie
Centraal Individueel
Controle over Centraal Allocutie Registratie
tijd en keuze
van object
Individueel Consultatie Conversatie
Allocutie= one-way communicatie vanaf 1 zender (tv, radio)
Conversatie= interactie tussen medium en publiek (tweeten)
Registratie= publiek bezorgd info aan centraal orgaan (bv cookies)
Consultatie= databank geconsulteerd door publiek (film, boek)
Opkomst nieuwe media doet onderscheid teniet => nu staat
gebruiker centraal
Functies van 1. Organiserend
communicatiemodellen 2. Verklarend
3. Voorspellend
Soorten communicatiemodellen 1. Structureel: ontleding van geheel, focus op onderdelen
2. Functioneel: focus op relaties tussen onderdelen
Lasswell: communicatieformule Hoe verloopt communicatie? 5 vragen
1. Wie? => communicator (zender) => controlestudies
2. Zegt wat? => boodschap => inhoudsanalyse
3. Via welk kanaal? => medium => media-analyse
4. Tegen wie? => ontvanger => publieksanalyse
5. Met welk effect? => effect => effectenanalyse
Kritiek:
- Gaat uit van communicatie als persuasief proces (=gericht op
overtuigen)
- Altijd effecten
- Geen feedback
In context van politieke communicatie & propaganda
Shannon & Weaver: - Model voor grote hoeveelheden signalen
mathematische model - Technologisch perspectief: onderscheid tussen toestel &
persoon als ontvanger
Wet van Shannon-Hartley :
- Max foutloos verzonden data neemt toe met breedte kanaal &
afhankelijk van signaal-ruisverhouding
Communicatie als lineair eenrichtingsproces
5 functies moeten vervult worden:
- Informatiebron
- Zender
- Kanaal
- Ontvanger
- Bestemming
3