Schrijf een kort (3-5 zinnen) antwoord op de volgende vragen. Je mag via de tekstveld antwoorden, of je
mag in een word doc jouw antwoorden opschrijven en die dan uploaden.
1. Hoe werkt het sympathisch en het parasympathisch zenuwstelsel in op de hartactiviteit?
Het sympathisch zenuwstelsel verhoogt de hartfrequentie en contractiekracht door vrijgave van
(nor)epinefrine, dat bindt aan β1-adrenerge receptoren. Dit veroorzaakt een positief ionotroop en
chronotroop effect. Het parasympathisch zenuwstelsel doet het tegenovergestelde door vrijgave van
acetylcholine, dat bindt aan M2-muscarinische receptoren. Hierdoor daalt de hartfrequentie en
neemt de contractiekracht af.
2. Hoe en waar komen de chronotrope en de inotrope effecten op het hart tot stand?
Chronotrope effecten beïnvloeden de hartfrequentie en ontstaan in de pacemakercellen van de
sinoarteriale knoop, waar veranderingen in ionenstroom de snelheid van de actiepotentialen
bepalen. Deze aanpassing van de spontane depolarisatie bepaalt hoe snel het hart klopt. Inotrope
effecten beïnvloeden de contractiekracht en ontstaan in de ventrikelcellen. Ze worden bepaald door
veranderingen in Ca²⁺-instroom en Ca²⁺-vrijzetting via Ca-induced Ca-release (CICR). Hierdoor neemt
de kracht van de ventriculaire contractie toe of af.
3. Hoe verhogen hartglycosides (zoals G-strophantine) de contractiekracht van het hart?
Hartglycosiden remmen de Na⁺/K⁺-ATPasepomp, waardoor de intracellulaire Na⁺-concentratie stijgt.
Door deze verminderde Na⁺-gradiënt werkt de Na⁺/Ca²⁺-exchanger minder efficiënt of zelfs in
omgekeerde richting. Hierdoor wordt minder Ca²⁺ uit de cel gepompt. De intracellulaire Ca²⁺-
concentratie neemt dus toe. Deze verhoogde Ca²⁺-concentratie versterkt de contractiekracht van het
hart.
4. Leg kort uit waarom de hartslag stopt wanneer de extracellulaire Ca concentratie sterk verlaagd
wordt.
Een sterke verlaging van de extracellulaire Ca²⁺-concentratie vermindert de Ca²⁺-instroom via L-type
calciumkanalen. Hierdoor wordt de ryanodinereceptor minder geactiveerd, waardoor er minder Ca²⁺
uit het sarcoplasmatisch reticulum vrijkomt. De excitatie-contractiekoppeling raakt daardoor ernstig
verstoord. De contractiekracht wordt uiteindelijk te laag om een hartslag te genereren. Daarom als
de extracellulaire Ca²⁺-concentratie zodanig laag is stopt het hart volledig.
5. Leg kort uit waarom de hartslag stopt wanneer de extracellulaire K concentratie sterk verhoogd wordt.
Een sterk verhoogde extracellulaire K⁺-concentratie depolariseert de membraanpotentiaal van de
hartcellen. Hierdoor worden natriumkanalen geïnactiveerd, waardoor er geen normale
actiepotentialen meer kunnen ontstaan. Zonder actiepotentialen valt de elektrische geleiding in het
hart stil. Daardoor kan het hart niet meer samentrekken wat er dna kan toe leiden dat de hartslag
stopt.
mag in een word doc jouw antwoorden opschrijven en die dan uploaden.
1. Hoe werkt het sympathisch en het parasympathisch zenuwstelsel in op de hartactiviteit?
Het sympathisch zenuwstelsel verhoogt de hartfrequentie en contractiekracht door vrijgave van
(nor)epinefrine, dat bindt aan β1-adrenerge receptoren. Dit veroorzaakt een positief ionotroop en
chronotroop effect. Het parasympathisch zenuwstelsel doet het tegenovergestelde door vrijgave van
acetylcholine, dat bindt aan M2-muscarinische receptoren. Hierdoor daalt de hartfrequentie en
neemt de contractiekracht af.
2. Hoe en waar komen de chronotrope en de inotrope effecten op het hart tot stand?
Chronotrope effecten beïnvloeden de hartfrequentie en ontstaan in de pacemakercellen van de
sinoarteriale knoop, waar veranderingen in ionenstroom de snelheid van de actiepotentialen
bepalen. Deze aanpassing van de spontane depolarisatie bepaalt hoe snel het hart klopt. Inotrope
effecten beïnvloeden de contractiekracht en ontstaan in de ventrikelcellen. Ze worden bepaald door
veranderingen in Ca²⁺-instroom en Ca²⁺-vrijzetting via Ca-induced Ca-release (CICR). Hierdoor neemt
de kracht van de ventriculaire contractie toe of af.
3. Hoe verhogen hartglycosides (zoals G-strophantine) de contractiekracht van het hart?
Hartglycosiden remmen de Na⁺/K⁺-ATPasepomp, waardoor de intracellulaire Na⁺-concentratie stijgt.
Door deze verminderde Na⁺-gradiënt werkt de Na⁺/Ca²⁺-exchanger minder efficiënt of zelfs in
omgekeerde richting. Hierdoor wordt minder Ca²⁺ uit de cel gepompt. De intracellulaire Ca²⁺-
concentratie neemt dus toe. Deze verhoogde Ca²⁺-concentratie versterkt de contractiekracht van het
hart.
4. Leg kort uit waarom de hartslag stopt wanneer de extracellulaire Ca concentratie sterk verlaagd
wordt.
Een sterke verlaging van de extracellulaire Ca²⁺-concentratie vermindert de Ca²⁺-instroom via L-type
calciumkanalen. Hierdoor wordt de ryanodinereceptor minder geactiveerd, waardoor er minder Ca²⁺
uit het sarcoplasmatisch reticulum vrijkomt. De excitatie-contractiekoppeling raakt daardoor ernstig
verstoord. De contractiekracht wordt uiteindelijk te laag om een hartslag te genereren. Daarom als
de extracellulaire Ca²⁺-concentratie zodanig laag is stopt het hart volledig.
5. Leg kort uit waarom de hartslag stopt wanneer de extracellulaire K concentratie sterk verhoogd wordt.
Een sterk verhoogde extracellulaire K⁺-concentratie depolariseert de membraanpotentiaal van de
hartcellen. Hierdoor worden natriumkanalen geïnactiveerd, waardoor er geen normale
actiepotentialen meer kunnen ontstaan. Zonder actiepotentialen valt de elektrische geleiding in het
hart stil. Daardoor kan het hart niet meer samentrekken wat er dna kan toe leiden dat de hartslag
stopt.