Geschrieben von Student*innen, die bestanden haben Sofort verfügbar nach Zahlung Online lesen oder als PDF Falsches Dokument? Kostenlos tauschen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vorschau 4 aus 154 Seiten
Zusammenfassung

Samenvatting Tax 2 Instroomprogramma post-master accountancy

Document preview thumbnail
Vorschau 4 aus 154 Seiten

Betreft de volledige samenvatting van het vak Tax 2 voor het instroomprogramma post-master accountancy

Inhaltsvorschau

Moeilijke dingen Tax 2


College 5a
Inleiding:

Bronnen van belastingrecht:

- Wetten en uitvoeringsbepalingen
- Europese Verdragen/EU-richtlijnen/EVRM
- Jurisprudentie
- Beleidsregels = Pseuodwegtegving
- Algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals
o Gelijkheid
o Vertrouwensbeginsel

Hoofdstuk 3 – Raamwerk wet IB

3.2 Belastingplicht
3.2.1
Er zijn twee soorten belastingplichtigen:

1. Binnenlandse belastingplichtigen

o Mensen die in Nederland wonen (art. 2.1 lid 1 Wet IB).

o Zij betalen belasting over de wereldwijde inkomens, volgens het
woonplaatsbeginsel.

1. Het woonplaatsbeginsel houdt in dat iemand die in Nederland woont,
belasting betaalt over zijn volledige wereldwijde inkomen, ongeacht waar dat
inkomen is verdiend.

2. Buitenlandse belastingplichtigen

o Niet-inwoners van NL die Nederlands inkomen genieten (art. 2.1 lid 1 onder b).

o Belasting wordt geheven over Nederlandse bronnen van inkomen, volgens het
bronstaatbeginsel.

1. Het bronstaatbeginsel betekent dat iemand die niet in Nederland woont, in
Nederland alleen belasting betaalt over inkomen dat afkomstig is uit
Nederlandse bronnen, zoals werk, vastgoed of winst die in Nederland is
gerealiseerd.

3.2.3 Woonplaats

De woon- of vestigingsplaats is een belangrijk begrip binnen het Nederlandse belastingrecht.
Het bepaalt in welk land iemand belasting moet betalen:

 Wie in Nederland woont of is gevestigd, betaalt in Nederland belasting over het
wereldinkomen (inkomen uit binnen- én buitenland).
 Wie niet in Nederland woont of is gevestigd, betaalt alleen belasting over het Nederlandse
inkomen (inkomen uit Nederlandse bronnen).

Het Nederlandse begrip woonplaats

,De fiscale woonplaats is bepalend voor binnenlandse of buitenlandse belastingplicht.
Dit wordt bepaald aan de hand van feitelijke omstandigheden (art. 4 AWR). De fiscus kijkt naar het
centrum van iemands persoonlijke levensbelangen. Indicaties:

Woonplaats natuurlijke personen

De basis staat in art. 4 AWR. Bepalen gebeurt op basis van feitelijke omstandigheden.

De fiscus kijkt naar het centrum van iemands persoonlijke levensbelangen (sociaal en
economisch middelpunt). Indicaties:

 waar de (duurzame) woning/huishouden is;
 waar partner/gezin verblijft en kinderen naar school gaan;
 waar men werkt of een onderneming drijft;
 inschrijving in de BRP (niet doorslaggevend, slechts aanwijzing);
 duur en regelmaat van verblijf;
 sociale bindingen: huisarts, sport/verenigingen, kerk, bankrekening, verzekeringen.

Woonplaatsficties

 In bijzondere situaties bepaalt de wet dat iemand tóch inwoner is (bijv. bestuurders van NL
rechtspersonen).
 Voorbeeld: Emma woont en werkt in Frankrijk maar heeft een Nederlandse BV → BV is
binnenlands belastingplichtig wegens NL oprichting.
 Wanneer iemand in twee landen tegelijk als inwoner wordt beschouwd, kan er een conflict
ontstaan over waar belasting moet worden betaald. In dat geval biedt een belastingverdrag
tussen de landen een oplossing.

Het belastingverdrag bepaalt dan in welk land de persoon officieel verdragsinwoner is.
Daarbij wordt gekeken naar de volgende criteria (in volgorde):

1. Waar heeft de persoon een duurzame woonruimte?
2. Waar bevindt zich het centrum van de levensbelangen (gezin, werk, sociale contacten)?
3. Waar verblijft de persoon gewoonlijk?
4. Wat is de nationaliteit van de persoon?

Vestigingsplaats van rechtspersonen

Bepaald naar plaats van werkelijke leiding:

 waar het beleid/strategische beslissingen worden genomen;
 waar bestuur vergadert en directie werkzaam is;
 waar de kernactiviteiten organisatorisch zijn geconcentreerd.

3.3 Inkomen en tarieven
3.3.1 Inleiding
Bronnentheorie:

Aan de hand van de bronnentheorie wordt getoetst of sprake is van een bron van inkomen voor de
Wet IB 2001. De bronnentheorie bepaalt eerst of een bepaalde activiteit überhaupt belastbaar
inkomen oplevert.

Pas dáárna wordt bepaald in welke box dit inkomen thuishoort.
De bronnentheorie zelf zegt dus niets over box 1, 2 of 3 — ze bepaalt alleen dát het inkomen bestaat.

Een bron van inkomen moet aan drie voorwaarden voldoen:

, 1. Het voordeel wordt behaald door deelname aan het economisch verkeer,
2. Het voordeel is beoogd,
3. Het voordeel is redelijkerwijs te verwachten.

De Wet IB kent drie boxen (art. 2.13):

Box 1 – Werk & woning

 Progressief tarief. Drie schijven. Het (basis)tarief is in de 1e schijf 35,82% (2025) voor een
inkomen tot € 38.441 en in de 2e schijf 37,48% (2025) voor een inkomen tussen € 38.441 en
€ 76.817. Voor het deel van het inkomen boven de grens van de 2e schijf (inkomen in de 3e
schijf) is het (top)tarief 49,50%. Daarnaast kennen we heffingskortingen.

Box 2 – Aanmerkelijk belang

 Het belastingtarief (box 2) is 26,90% m.i.v. 2021 tot en met 2023 (was 25% t/m 2019 en
26,25% in 2020).

 Tarief box 2 (2025) is 24,5% tot een met € 67.804 (was € 67.000 in 2024) en bij een
belastbaar inkomen meer dan € 67.804 (was € 67.000 in 2024) is het tarief 31% (2024: 33%).

Box 3 – Sparen & beleggen

 Tarief 36% m.i.v. 2024 (was 30% t/m 2020 en 31% in 2021 en 2022 en 32% in 2023).

 Elke box heeft eigen tarief en eigen heffingsgrondslag.

 Geen verliesverrekening tussen boxen.

 Rangorde (art. 2.14 Wet IB 2001):

o Wat in box 1 of box 2 is belast of vrijgesteld, wordt niet meer belast in box 3.

De volgorde is verplicht  je begint bij Box1, is het geen box 1 ga je naar box 2 is het geen box
2 ga je naar box 3.

3.3.2 Box 1 — Belastbaar inkomen uit werk en woning
Box 1 bestaat uit o.a (art. 3.1 wet IB)

 Arbeidsinkomen

 winst uit onderneming

 pensioenuitkeringen

 eigenwoningforfait minus hypotheekrenteaftrek

 periodieke uitkeringen

 Resultaat uit overige werkzaamheden (ROW)

 Uitgaven voor inkomensvoorziening

 Persoonsgeboden aftrekposten (PGA)

Het tarief is progressief.
De percentages zijn samengesteld uit:

 inkomstenbelasting

 premie volksverzekeringen (voor mensen onder de AOW-leeftijd)

, 3.3.3 Box 2 — Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
Je hebt een aanmerkelijk belang wanneer je minstens 5% van de aandelen bezit in een
vennootschap.

 Regulier voordeel, bijvoorbeeld dividend
 Vervreemdingsresultaten, zoals verkoopwinsten
 AF: Aftrekbare kosten,z oals rentre, kosten adviseur

Tarief Box 2:

 24,5% over de eerste € 67.804

 31% over het meerdere

3.3.4 Box 3 — Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
 Voor mensen met vermogen.
 Heeft betrekking op prive bezit < 5% aandelen, obligaties, 2 e huis, bankrekeningen e.d.
 AF: Schulden
 AF: Het hefifngvrij vermogen Box 3 (art. 5.5. IB)

Belangrijk:

 Niet werkelijke inkomsten worden belast, maar een forfaitair rendement.

 De hoogte hangt af van het vermogen in box 3.

 Dit forfaitaire inkomen wordt belast tegen 36% (zoals verderop staat).

 Berekening:

o vermogen 1-1 (privebezit <5% aandelen, obligaties, 2e huis, bankrekening e.d.

o AF Schulden

o AF: Het heffingsvrij vermogn box 3 (art. 5.5. IB)

 57.684 (en 115.368 voor fiscale partners) per 1-1-2025.

3.3.5 Verzamel inkomen
Het verzamelinkomen is de som van:

 belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1),

 belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2),

 belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3).

Dit begrip komt op meerdere plaatsen in de Wet IB terug, bijvoorbeeld bij inkomensafhankelijke
regelingen, heffingskortingen en toeslagen.

Hoofdstuk 4 – Box 1: Winst uit onderneming

4.2 Inleiding
Definitie belastbare winst Art. 3.2 Wet IB:
“Belastbare winst uit onderneming is het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige
als ondernemer geniet uit één of meer ondernemingen, verminderd met onder meer de MKB-
winstvrijstelling.”

Belangrijk om te onthouden:

 Niet alleen klassieke ondernemers vallen hieronder.

Inhaltsverzeichnis

  1. 01 College 5a 1
    1. Hoofdstuk 3 – Raamwerk wet IB 1
    2. Hoofdstuk 4 – Box 1: Winst uit onderneming 4
    3. Ondernemings- en ondernemersfaciliteiten 11
  2. 02 College 5b 17
    1. Jaarwinst 17
    2. 4.6 Inleiding: Wat is belastbare winst uit onderneming? 18
    3. 4.7 Basisprincipes van fiscale winstbepaling 20
    4. 4.9 Waardering van vermogensbestanddelen 22
  3. 03 College 6a 33
    1. 4.22 Staking van de onderneming) 33
    2. 4.23 Stakingswinst en stakingsfaciliteiten 34
    3. 4.24 Overdracht van de onderneming 36
    4. 4.25 Liquidatie 37
    5. 4.26 Overlijden van de ondernemer 38
    6. 4.27 Ontbinding van de huwelijksgemeenschap 39
    7. 4.28 Staking gevolgd door start van een nieuwe onderneming 39
    8. 4.29 Overige eindafrekeningssituaties 40
    9. 4.30 Overdracht van de onderneming aan een eigen BV 40
  4. 04 College 6B 42
    1. Hoofdstuk 6 – Box 2: Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang 42
  5. 05 College 7A 53
    1. 6.8 Aanmerkelijk belang en overleiden 53
    2. 5.4 Belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden 54
    3. 4.5 Verhouding tussen winst uit onderneming en andere inkomensbronnen 57
  6. 06 College 7B 59
    1. 6.7.4 Doorschuiven en fusies 59
    2. 9.9.2 Aandelenfusie 60
    3. 9.11 Dividendbelasting 61
  7. 07 College 8A 63
    1. Hoofdstuk 14 – Internationaal belastingrecht 63
  8. 08 College 8B 71
    1. Hoofdstuk 11 – Schenk en erfbelasting 71
  9. 09 College 10A 81
    1. Hoofdstuk 9 – Vennootschapsbelasting 81
  10. 10 College 10B 99
    1. Paragraaf 9.5 – Renteaftrekbeperkigen 99
  11. 11 College 11 108
    1. Paragraaf 9.6 – Deelnemersvrijstelling 108
    2. 9.7 Afgewaardeerde vorderingen – Uitgebreide samenvatting 116
    3. 9.9 — FUSIE & SPLITSING 117
  12. 12 College 12 122
    1. 9.8 – Fiscale eenheid 122
  13. 13 College 13 – Transferpricing 134
    1. Inleiding transferpricing 134
    2. Wet tegengaan mismatches 134
    3. Hoofdstuk 14 140
    4. Artikel transferpricing 143
  14. 14 College 14 146
    1. HoorCollege 146
    2. Belastingadviseurs in een accountantsorganisatie: een grijze toekomst 147
    3. Fiscale ethiek in de boardroom 150
    4. De doorontwikkeling van horizontaal belastingtoezicht 151

Dokument Information

Studium
Hochgeladen auf
11. januar 2026
Anzahl der Seiten
154
geschrieben in
2025/2026
Typ
Zusammenfassung
$17.92

Falsches Dokument? Kostenlos tauschen Innerhalb von 14 Tagen nach dem Kauf und vor dem Herunterladen kannst du ein anderes Dokument wählen. Du kannst den Betrag einfach neu ausgeben.
Geschrieben von Student*innen, die bestanden haben
Sofort verfügbar nach Zahlung
Online lesen oder als PDF

Seller avatar
Bewertungen des Ansehens basieren auf der Anzahl der Dokumente, die ein Verkäufer gegen eine Gebühr verkauft hat, und den Bewertungen, die er für diese Dokumente erhalten hat. Es gibt drei Stufen: Bronze, Silber und Gold. Je besser das Ansehen eines Verkäufers ist, desto mehr kannst du dich auf die Qualität der Arbeiten verlassen.
Verkauft
21
Anhänger
3
Sachen
8
Zuletzt verkauft
3 Jahren vor



Warum sich Studierende für Stuvia entscheiden

on Mitstudent*innen erstellt, durch Bewertungen verifiziert

Geschrieben von Student*innen, die bestanden haben und bewertet von anderen, die diese Studiendokumente verwendet haben.

Nicht zufrieden? Wähle ein anderes Dokument

Kein Problem! Du kannst direkt ein anderes Dokument wählen, das besser zu dem passt, was du suchst.

Bezahle wie du möchtest, fange sofort an zu lernen

Kein Abonnement, keine Verpflichtungen. Bezahle wie gewohnt per Kreditkarte oder Sofort und lade dein PDF-Dokument sofort herunter.

Student with book image

“Gekauft, heruntergeladen und bestanden. So einfach kann es sein.”

Alisha Student

Arbeitest du an deiner Quellenangabe?

Erstelle korrekte Quellenangaben in APA, MLA und Harvard mit unserem kostenlosen Zitiergenerator.

Arbeitest du an deiner Quellenangabe?

Häufig gestellte Fragen