Meten en diagnostiek 1 hoorcolleges
Inhoudsopgave
Meten en diagnostiek 1 hoorcolleges.....................................................................................................................1
Colleges 1.1...............................................................................................................................................................2
College 1.2 Vooral verslag......................................................................................................................................7
Oefenvragen week 1..............................................................................................................................................12
College 2.1..............................................................................................................................................................13
College 2.2..............................................................................................................................................................18
Vragen....................................................................................................................................................................21
College 3.1..............................................................................................................................................................22
College 3.2..............................................................................................................................................................25
Oefenvragen...........................................................................................................................................................30
College 4.1..............................................................................................................................................................30
College 4.2..............................................................................................................................................................36
College 5.1 intelligentie.........................................................................................................................................41
College 5.2..............................................................................................................................................................49
College 6.1..............................................................................................................................................................49
Colleges 6.2.............................................................................................................................................................54
Colleges 7.1.............................................................................................................................................................59
Oefenen met wekelijkse Quizes.
50% tentamen en 50% opdracht (beide 5.5)
Tentamen:
- Boek
- Colleges
- Praktisch (algemeen voor al)
- Vragen zijn gerelateerd aan leerdoelen
- Opdrachten gebeuren in WC (voorbereiding is oefening)
- 3 deelverslagen (bonuspunt) op tijd
- Deelverslagen bij elkaar = eindopdracht
1
,Colleges 1.1
Leerdoelen:
Ik heb inzicht in het belang van diagnostische tests.
Ik weet welke eigenschappen een test definiëren.
Ik weet hoe ik op een ethische manier tests af kan nemen, testresultaten kan interpreteren en
kan communiceren.
Ik weet wat er van mij verwacht wordt voor het schrijven van de deelverslagen en de
eindopdracht voor deze cursus.
Gregory hoofdstuk 1 blz. 1-39 Inleiding en ethiek
2. Diagnostiek en testgebruik
Doel van diagnostiek:
Het door en door leren kennen van een bepaalde situatie met als doel een
beslissing te kunnen nemen. (Voldoet iemand aan een stoornis).
We kunnen dat niet meten dus daarom ontwikkelen we een instrument.
Psychodiagnostiek:
- Onderzoek op het gebied van psychosociaal functioneren.
Betrouwbare en valide beschrijving van psychosociale werkelijkheid
Je wilt zo goed mogelijk het construct bepalen
o Idealiter is het herhaalbaar
o En nadert het de werkelijkheid
Mogelijke verklaringen voor problemen (komen lage cijfers door laag IQ of
concentratieproblemen)
Wetenschappelijke diagnostiek
Diagnostiek is idealiter herhaalbaar
Diagnostiek nadert idealiter de werkelijkheid
Inter-rate betrouwbaarheid psychiatrische diagnose
0-50% met niet-gestandaardiseerde interviews en tests
60-70% met gestandaardiseerde interviews en tests.
Dus: zo goed gestandaardiseerd mogelijk = betrouwbaarder.
Dus blijf de handleiding volgen.
Diagnostiek als wetenschapsbedrijving:
- Moeilijk, vaak complexe problemen, moeilijk in kaart te brengen
- Weinig tijd, je wilt vaak dingen snel doen. Daardoor doe je liever kortere
interviews wat vaak niet beter is
2
, - ‘Confirmation bias’ je hoort wat je wilt horen, je vindt een ‘’stoornis’’ die
je wilt vinden. Zoeken naar bevestiging
- ‘Beschikbaarheidsheuristiek’ Des te meer je met de stoornis in aanraking
komt, des te vaker denk je dat de stoornis voorkomt. Dus bijv. je hoort vaker
ADHD of je doet veel onderzoek naar ADHD, daardoor denk je dat ADHD
vaker voorkomt. Onbewust. De kans is groter dat je het ergens in denkt te
herkennen, dan iets anders. ‘’Waar je mee omgaat, daar wordt je mee besmet’’.
Voorbeeld symptomen van ADHD zijn er, maar je wilt weten is er nog meer aan de
hand?
Diagnostische tests
Tests: Wetenschappelijk verantwoorde, objectieve informatie omtrent diagnostisch
beeld beslissing. (We willen kunnen onderbouwen wat we denken te meten)
Vooral dit heb je nodig:
1. Probleem analyse
2. Classificatie en diagnosestelling
3. Planning en behandeling
4. Evaluatie van behandeling. (Zijn die symptomen vermindert (bijv. verdwenen
door meetinstrumenten of door iets anders?))
5. Zelfkennis (Patiënt & familie, weet hij/zij wat er aan de hand is)
6. Kennisvergaring wetenschappelijk onderzoek
7. Evaluatie van sociale progamma’s
Voorbeeld college: voorspellen hormonen en hartslag crimineel gedrag? = objectief
Hoofddoelen diagnostische tests:
- Intelligentie profiel persoon
- Aanleg voor criminaliteit bijvoorbeeld?
- Prestatie & creativiteit
- Persoonlijkheid
- Interessegebieden
- Gedrag
- neuropsychologie
Vaardigheid hierin psycholoog:
op de hoogte zijn van psychometrische waarde (zijn meetinstrumenten goed, of
wat doen ze überhaupt?)
Is het inzetten van die instrumenten op een ethische manier
Voorbeeld Gert diagnostiek:
Vraagstelling: kan impulsieve en hyperactieve gedrag van gert verklaard worden
ADHD.
1. Laat druk en ongecontrenceerd gedrag zien
3
, 2. Doorverwijzing huisarts (vragenlijsten)
3. Intake poliklinie ADHD om probleemgedrag in kaart te brengen
4. Psychologisch/pedagogisch onderzoek
5. Psychiatrisch onderzoek
Gevaren testgebruik
Tests steeds grotere rol in de maatschappij. Universiteiten en sollicitaties:
toelatingstesten
mentale eigenschappen objectiveren van meetinstrument
Maar… kennis over psychometrische eigenschappen?
Meet een test wat deze beoogt te meten? (Betrouwbaarheid). bijv is een
verkore test van een grotere test wel even betrouwbaar
Hoe en onder welke omstandigheden moet een test afgenomen worden?
(Doelgroep)
Voorbeeld: IQ onder de 60, mag je eigenlijk geen kind nemen.
Gevaarlijk want IQ test kan van dag tot dag tussen de 10 punten verschillen
IQ is niet alles (omgeving, partner)
Gelukkig is daar nu een hele comissie voor, en worden meerdere mensen in
meegenomen
3. Meten en testen
Test = een gestandaardiseerde procedure (vragenlijst) voor het nemen van een
steekproef van gedrag, beschreven in categorieën of scores.
Raven vragenlijst bijvoorbeeld Voor intelligentie. Of rosenburg self esteem
Bijvoorbeeld: Studiemotivatie:
Positief gesteld:
- ‘’ik steek veel energie in min studie’’
- ‘’Ik bestudeer de stof voor mijn studie meestal heel goed.’’
Als je negatief steld: antwoorden mensen vaak in de verdediging.
‘’ ik zet mij niet in voor mijn studie’’
Dan antwoord je sneller niet waar
Met al die dingen die we afnemen, daar binden we een score aan.
X = testscore
T = Daadwerkelijke score (True score)
e = error (meetfout). Die proberen we zo laag mogelijk te houden.
X=T+e
Alle instrumenten bevatten meetfouten. (confounders)
4
Inhoudsopgave
Meten en diagnostiek 1 hoorcolleges.....................................................................................................................1
Colleges 1.1...............................................................................................................................................................2
College 1.2 Vooral verslag......................................................................................................................................7
Oefenvragen week 1..............................................................................................................................................12
College 2.1..............................................................................................................................................................13
College 2.2..............................................................................................................................................................18
Vragen....................................................................................................................................................................21
College 3.1..............................................................................................................................................................22
College 3.2..............................................................................................................................................................25
Oefenvragen...........................................................................................................................................................30
College 4.1..............................................................................................................................................................30
College 4.2..............................................................................................................................................................36
College 5.1 intelligentie.........................................................................................................................................41
College 5.2..............................................................................................................................................................49
College 6.1..............................................................................................................................................................49
Colleges 6.2.............................................................................................................................................................54
Colleges 7.1.............................................................................................................................................................59
Oefenen met wekelijkse Quizes.
50% tentamen en 50% opdracht (beide 5.5)
Tentamen:
- Boek
- Colleges
- Praktisch (algemeen voor al)
- Vragen zijn gerelateerd aan leerdoelen
- Opdrachten gebeuren in WC (voorbereiding is oefening)
- 3 deelverslagen (bonuspunt) op tijd
- Deelverslagen bij elkaar = eindopdracht
1
,Colleges 1.1
Leerdoelen:
Ik heb inzicht in het belang van diagnostische tests.
Ik weet welke eigenschappen een test definiëren.
Ik weet hoe ik op een ethische manier tests af kan nemen, testresultaten kan interpreteren en
kan communiceren.
Ik weet wat er van mij verwacht wordt voor het schrijven van de deelverslagen en de
eindopdracht voor deze cursus.
Gregory hoofdstuk 1 blz. 1-39 Inleiding en ethiek
2. Diagnostiek en testgebruik
Doel van diagnostiek:
Het door en door leren kennen van een bepaalde situatie met als doel een
beslissing te kunnen nemen. (Voldoet iemand aan een stoornis).
We kunnen dat niet meten dus daarom ontwikkelen we een instrument.
Psychodiagnostiek:
- Onderzoek op het gebied van psychosociaal functioneren.
Betrouwbare en valide beschrijving van psychosociale werkelijkheid
Je wilt zo goed mogelijk het construct bepalen
o Idealiter is het herhaalbaar
o En nadert het de werkelijkheid
Mogelijke verklaringen voor problemen (komen lage cijfers door laag IQ of
concentratieproblemen)
Wetenschappelijke diagnostiek
Diagnostiek is idealiter herhaalbaar
Diagnostiek nadert idealiter de werkelijkheid
Inter-rate betrouwbaarheid psychiatrische diagnose
0-50% met niet-gestandaardiseerde interviews en tests
60-70% met gestandaardiseerde interviews en tests.
Dus: zo goed gestandaardiseerd mogelijk = betrouwbaarder.
Dus blijf de handleiding volgen.
Diagnostiek als wetenschapsbedrijving:
- Moeilijk, vaak complexe problemen, moeilijk in kaart te brengen
- Weinig tijd, je wilt vaak dingen snel doen. Daardoor doe je liever kortere
interviews wat vaak niet beter is
2
, - ‘Confirmation bias’ je hoort wat je wilt horen, je vindt een ‘’stoornis’’ die
je wilt vinden. Zoeken naar bevestiging
- ‘Beschikbaarheidsheuristiek’ Des te meer je met de stoornis in aanraking
komt, des te vaker denk je dat de stoornis voorkomt. Dus bijv. je hoort vaker
ADHD of je doet veel onderzoek naar ADHD, daardoor denk je dat ADHD
vaker voorkomt. Onbewust. De kans is groter dat je het ergens in denkt te
herkennen, dan iets anders. ‘’Waar je mee omgaat, daar wordt je mee besmet’’.
Voorbeeld symptomen van ADHD zijn er, maar je wilt weten is er nog meer aan de
hand?
Diagnostische tests
Tests: Wetenschappelijk verantwoorde, objectieve informatie omtrent diagnostisch
beeld beslissing. (We willen kunnen onderbouwen wat we denken te meten)
Vooral dit heb je nodig:
1. Probleem analyse
2. Classificatie en diagnosestelling
3. Planning en behandeling
4. Evaluatie van behandeling. (Zijn die symptomen vermindert (bijv. verdwenen
door meetinstrumenten of door iets anders?))
5. Zelfkennis (Patiënt & familie, weet hij/zij wat er aan de hand is)
6. Kennisvergaring wetenschappelijk onderzoek
7. Evaluatie van sociale progamma’s
Voorbeeld college: voorspellen hormonen en hartslag crimineel gedrag? = objectief
Hoofddoelen diagnostische tests:
- Intelligentie profiel persoon
- Aanleg voor criminaliteit bijvoorbeeld?
- Prestatie & creativiteit
- Persoonlijkheid
- Interessegebieden
- Gedrag
- neuropsychologie
Vaardigheid hierin psycholoog:
op de hoogte zijn van psychometrische waarde (zijn meetinstrumenten goed, of
wat doen ze überhaupt?)
Is het inzetten van die instrumenten op een ethische manier
Voorbeeld Gert diagnostiek:
Vraagstelling: kan impulsieve en hyperactieve gedrag van gert verklaard worden
ADHD.
1. Laat druk en ongecontrenceerd gedrag zien
3
, 2. Doorverwijzing huisarts (vragenlijsten)
3. Intake poliklinie ADHD om probleemgedrag in kaart te brengen
4. Psychologisch/pedagogisch onderzoek
5. Psychiatrisch onderzoek
Gevaren testgebruik
Tests steeds grotere rol in de maatschappij. Universiteiten en sollicitaties:
toelatingstesten
mentale eigenschappen objectiveren van meetinstrument
Maar… kennis over psychometrische eigenschappen?
Meet een test wat deze beoogt te meten? (Betrouwbaarheid). bijv is een
verkore test van een grotere test wel even betrouwbaar
Hoe en onder welke omstandigheden moet een test afgenomen worden?
(Doelgroep)
Voorbeeld: IQ onder de 60, mag je eigenlijk geen kind nemen.
Gevaarlijk want IQ test kan van dag tot dag tussen de 10 punten verschillen
IQ is niet alles (omgeving, partner)
Gelukkig is daar nu een hele comissie voor, en worden meerdere mensen in
meegenomen
3. Meten en testen
Test = een gestandaardiseerde procedure (vragenlijst) voor het nemen van een
steekproef van gedrag, beschreven in categorieën of scores.
Raven vragenlijst bijvoorbeeld Voor intelligentie. Of rosenburg self esteem
Bijvoorbeeld: Studiemotivatie:
Positief gesteld:
- ‘’ik steek veel energie in min studie’’
- ‘’Ik bestudeer de stof voor mijn studie meestal heel goed.’’
Als je negatief steld: antwoorden mensen vaak in de verdediging.
‘’ ik zet mij niet in voor mijn studie’’
Dan antwoord je sneller niet waar
Met al die dingen die we afnemen, daar binden we een score aan.
X = testscore
T = Daadwerkelijke score (True score)
e = error (meetfout). Die proberen we zo laag mogelijk te houden.
X=T+e
Alle instrumenten bevatten meetfouten. (confounders)
4