Samenvatting Leren en ontwikkelen:
1. Wat is leren?
LEREN volgens sociaal-constructivisme =
Een duurzame verandering in gedragsmogelijkheden die constructief,
cumulatief, intentioneel, zelfregulerend, interactief en individueel verschillend
tot stand komen en die verschillend van aard kunnen zijn, nl. motorisch,
cognitief, dynamisch-affectief en sociaal.
1.1Kwalitatief verschillende leerprocessen en – resultaten
Er zijn kwalitatieve verschillen in de soorten leren, in de leerprocessen en in de
leerresultaten
Drie componenten van leren:
1) Cognitief leren:
- Leren van concrete (telefoonnummer vanbuiten kennen) en abstracte (leren
van een begrip) inhouden
- Leren problemen oplossen
- Leren leren
2) Dynamisch- affectief en sociaal leren:
=> heeft betrekking op ontwikkeling van het gevoelsleven, de houding of
attitude en de sociale vaardigheden van een leerling.
- Attitudes
- Percepties
- Gevoelens
3) Psychomotorisch leren:
=> Automatisme, de handeling gebeurt na een tijd zonder cognitieve
controle
- Grove motoriek
- Fijne motoriek
1.2 Incidenteel en intentioneel leren:
Incidenteel of spontaan leren = leren dat quasi vanzelf optreedt als gevolg van
ervaringen, opgedaan in bepaalde situaties
vb. zakje legoblokjes opruimen na de les = incidenteel leren opruimen
vb. metacognitieve opvatting over een negatieve attitude t.o.v. een
schoolvak (wiskundeangst)
Intentioneel leren = leren op grond van bewuste, doelgerichte activiteit
Zelfgestuurd of geleid door anderen
vb. eitjes in eierendoos tellen
1
,1.3 Interne en externe aspecten van leren:
Hoe kan je waarnemen of iemand iets geleerd heeft?
Inwendig/interne leerprocessen niet altijd rechtstreeks waarneembaar
Uitwendig/externe waarneembare prestatie = leerproces dat bij de lerende
inwendig heeft voltrokken. => niet voldoende dan gebruik maken van verbale
rapportering (hardop verslag)
1.4 duurzaamheid en transfer van leerresultaten
Duurzaamheid = wat je geleerd hebt blijf je kennen
Psychologen maken onderscheid tussen:
- Duurzaam gedragsverandering als gevolg van leren
- Duurzaam gedragsverandering als gevolg van rijping
Vb. wolfskinderen van Aveyron bleven op handen en voeten lopen door het
ontbreken aan menselijk contact. Ze ‘leerden’ niet rechtop lopen. Wisselwerking
tussen rijping en leren.
Duurzaamheid van het leerresultaat is niet voldoende => nadien ook efficiënt
toepassen
Transfer = wat je leert kunnen toepassen in andere situaties (geld)
Geloof in de mogelijke transfer loopt als rode draad door geschiedenis van het
onderwijs.
1.5 Leren: een constructief proces:
= verbanden of feiten met de klas of scouts die ik al weet ergens anders
gebruiken
- Leren verwijst naar veranderingen in wisselwerking tussen persoon en zijn
omgeving
- Leerling in het leerproces heeft een ondergeschikte en passieve rol
- Recent nadruk op actieve en constructieve aard van het leren gelegd
- Zelf hun kennis en vaardigheden opbouwen
- Niet rechtstreeks opgenomen maar geïnterpreteerd, bewerkt en
geassimileerd door lln in samenhang met hun voorkennis, aanwezige
vaardigheden en behoeften.
Visie op actief en constructief proces: het creëren van een leeromgeving waarin
de kans dat lln zelf waardevolle en juiste kennis en vaardigheden opbouwen,
maximaal is.
2
,1.6 Leren: een cumulatief proces:
= iets bijleren (iets nieuws)
Lln hun voorkennis beïnvloedt het leerproces
Zinvol leren?
- Voldoende en geschikte steunpunten in voorkennis nodig om nieuwe
informatie aan op te hangen
- Aan bestaande cognitieve structuur (= georganiseerde kennis over
inhoudsgebied) wordt nieuwe kennis aan toegevoegd waardoor nieuwe
cognitieve structuur ontstaat
Je brengt in het 2de leerjaar de ‘centimeter’ aan. Hoe zou je deze les opstarten?
Een balk of rechthoekig blok is een veelvlak met 6 rechthoekige zijvlakken,
8 hoekpunten en 12 ribben; de zijvlakken van een balk zijn twee aan twee
congruent. Een kubus is een balk waarvan alle ribben gelijk zijn.
Beroep doen op de voorkennis van de kinderen. Vertrekken vanuit hun
kennis van de ‘meter’, het getal 100, MAB-materiaal eenheden. Vaak laten
leerkrachten 2de leerjaar blokjes leggen naast een bordlat. Zo komen
leerlingen tot inzicht dat er in 1 meter 100 blokjes passen dus 1 m = 100
cm
1.7 Leren is zelfgereguleerd of zelfgestuurd:
= zelf laten beslissen om oef zelf of met juf te doen
- Eigen leerproces zelf beheren en bewaken
- Minder afhankelijk van externe sturing
Eindterm: De lln kunnen, eventueel onder begeleiding, hun eigen leerproces
controleren en bijsturen.
1.8Leren is gesitueerd of contextgebonden:
- Leren gebeurt in voortdurende interactie met sociale en culturele context
- Kennis is verbonden met context en cultuur
- Lkr moet belang van gevarieerde en realistische contexten in onderwijs
stoppen
- Verschillen in denken in en buiten school
3
, 1.9Leren is interactief:
= Leren vindt plaats in interactie met de dingen, de anderen en jezelf.
Door het verwoorden van ideeën toetsing aan gedachtewereld van de anderen
Diepere en rijkere inzichten voor alle betrokkenen
2. Wat is ontwikkelen
Sensorisch of zintuiglijk geheugen:
- Ervaringen uit de omgeving (zowel visueel of auditief) worden hier
geregistreerd
- Kan informatie maar heel kort vasthouden.
- Niet alles wat we zien of horen verwerken we (gelukkig!).
- Selecteert de meest relevante informatie die we zullen verwerken in ons
werkgeheugen
Het werkgeheugen:
- Denken en het bewustzijn plaatsvindt, onze mentale werkplaats.
- Redelijk beperkt: niet aan veel dingen tegelijkertijd denken. Maar twee tot
zes nieuwe elementen kunnen verwerken in werkgeheugen
- Die elementen in ons geheugen minder dan 30 seconden als we er niets mee
doen.
- Ontvangt zowel de sensorische prikkels uit de omgeving als informatie uit
het langetermijngeheugen.
- Hoe meer informatie er in het langetermijngeheugen voorhanden is, hoe
gemakkelijker voor ons werkgeheugen om er nieuwe informatie aan te
verbinden.
Wat is ontwikkeling:
Ontwikkeling impliceert het veranderen van de aanwezige structuur gedurende
de hele levenscyclus: vanaf de conceptie tot aan de dood.
Gedragsveranderingen treden op, dit kan gaan om het verwerven van nieuwe
mogelijkheden maar ook het verliezen van een bepaalde functie of vaardigheid.
Geleidelijke duurzame verandering.
Dit doet zich voor in verschillende FASEN:
1) Prenatale fase (ongeboren baby)
2) Geboorte
3) Pasgeborene
4) Baby
5) Peuter
6) Kleuter
7) Lagere schoolkind
8) Puberteit – adolescentie
9) Volwassenheid
10) Bejaarden
4
1. Wat is leren?
LEREN volgens sociaal-constructivisme =
Een duurzame verandering in gedragsmogelijkheden die constructief,
cumulatief, intentioneel, zelfregulerend, interactief en individueel verschillend
tot stand komen en die verschillend van aard kunnen zijn, nl. motorisch,
cognitief, dynamisch-affectief en sociaal.
1.1Kwalitatief verschillende leerprocessen en – resultaten
Er zijn kwalitatieve verschillen in de soorten leren, in de leerprocessen en in de
leerresultaten
Drie componenten van leren:
1) Cognitief leren:
- Leren van concrete (telefoonnummer vanbuiten kennen) en abstracte (leren
van een begrip) inhouden
- Leren problemen oplossen
- Leren leren
2) Dynamisch- affectief en sociaal leren:
=> heeft betrekking op ontwikkeling van het gevoelsleven, de houding of
attitude en de sociale vaardigheden van een leerling.
- Attitudes
- Percepties
- Gevoelens
3) Psychomotorisch leren:
=> Automatisme, de handeling gebeurt na een tijd zonder cognitieve
controle
- Grove motoriek
- Fijne motoriek
1.2 Incidenteel en intentioneel leren:
Incidenteel of spontaan leren = leren dat quasi vanzelf optreedt als gevolg van
ervaringen, opgedaan in bepaalde situaties
vb. zakje legoblokjes opruimen na de les = incidenteel leren opruimen
vb. metacognitieve opvatting over een negatieve attitude t.o.v. een
schoolvak (wiskundeangst)
Intentioneel leren = leren op grond van bewuste, doelgerichte activiteit
Zelfgestuurd of geleid door anderen
vb. eitjes in eierendoos tellen
1
,1.3 Interne en externe aspecten van leren:
Hoe kan je waarnemen of iemand iets geleerd heeft?
Inwendig/interne leerprocessen niet altijd rechtstreeks waarneembaar
Uitwendig/externe waarneembare prestatie = leerproces dat bij de lerende
inwendig heeft voltrokken. => niet voldoende dan gebruik maken van verbale
rapportering (hardop verslag)
1.4 duurzaamheid en transfer van leerresultaten
Duurzaamheid = wat je geleerd hebt blijf je kennen
Psychologen maken onderscheid tussen:
- Duurzaam gedragsverandering als gevolg van leren
- Duurzaam gedragsverandering als gevolg van rijping
Vb. wolfskinderen van Aveyron bleven op handen en voeten lopen door het
ontbreken aan menselijk contact. Ze ‘leerden’ niet rechtop lopen. Wisselwerking
tussen rijping en leren.
Duurzaamheid van het leerresultaat is niet voldoende => nadien ook efficiënt
toepassen
Transfer = wat je leert kunnen toepassen in andere situaties (geld)
Geloof in de mogelijke transfer loopt als rode draad door geschiedenis van het
onderwijs.
1.5 Leren: een constructief proces:
= verbanden of feiten met de klas of scouts die ik al weet ergens anders
gebruiken
- Leren verwijst naar veranderingen in wisselwerking tussen persoon en zijn
omgeving
- Leerling in het leerproces heeft een ondergeschikte en passieve rol
- Recent nadruk op actieve en constructieve aard van het leren gelegd
- Zelf hun kennis en vaardigheden opbouwen
- Niet rechtstreeks opgenomen maar geïnterpreteerd, bewerkt en
geassimileerd door lln in samenhang met hun voorkennis, aanwezige
vaardigheden en behoeften.
Visie op actief en constructief proces: het creëren van een leeromgeving waarin
de kans dat lln zelf waardevolle en juiste kennis en vaardigheden opbouwen,
maximaal is.
2
,1.6 Leren: een cumulatief proces:
= iets bijleren (iets nieuws)
Lln hun voorkennis beïnvloedt het leerproces
Zinvol leren?
- Voldoende en geschikte steunpunten in voorkennis nodig om nieuwe
informatie aan op te hangen
- Aan bestaande cognitieve structuur (= georganiseerde kennis over
inhoudsgebied) wordt nieuwe kennis aan toegevoegd waardoor nieuwe
cognitieve structuur ontstaat
Je brengt in het 2de leerjaar de ‘centimeter’ aan. Hoe zou je deze les opstarten?
Een balk of rechthoekig blok is een veelvlak met 6 rechthoekige zijvlakken,
8 hoekpunten en 12 ribben; de zijvlakken van een balk zijn twee aan twee
congruent. Een kubus is een balk waarvan alle ribben gelijk zijn.
Beroep doen op de voorkennis van de kinderen. Vertrekken vanuit hun
kennis van de ‘meter’, het getal 100, MAB-materiaal eenheden. Vaak laten
leerkrachten 2de leerjaar blokjes leggen naast een bordlat. Zo komen
leerlingen tot inzicht dat er in 1 meter 100 blokjes passen dus 1 m = 100
cm
1.7 Leren is zelfgereguleerd of zelfgestuurd:
= zelf laten beslissen om oef zelf of met juf te doen
- Eigen leerproces zelf beheren en bewaken
- Minder afhankelijk van externe sturing
Eindterm: De lln kunnen, eventueel onder begeleiding, hun eigen leerproces
controleren en bijsturen.
1.8Leren is gesitueerd of contextgebonden:
- Leren gebeurt in voortdurende interactie met sociale en culturele context
- Kennis is verbonden met context en cultuur
- Lkr moet belang van gevarieerde en realistische contexten in onderwijs
stoppen
- Verschillen in denken in en buiten school
3
, 1.9Leren is interactief:
= Leren vindt plaats in interactie met de dingen, de anderen en jezelf.
Door het verwoorden van ideeën toetsing aan gedachtewereld van de anderen
Diepere en rijkere inzichten voor alle betrokkenen
2. Wat is ontwikkelen
Sensorisch of zintuiglijk geheugen:
- Ervaringen uit de omgeving (zowel visueel of auditief) worden hier
geregistreerd
- Kan informatie maar heel kort vasthouden.
- Niet alles wat we zien of horen verwerken we (gelukkig!).
- Selecteert de meest relevante informatie die we zullen verwerken in ons
werkgeheugen
Het werkgeheugen:
- Denken en het bewustzijn plaatsvindt, onze mentale werkplaats.
- Redelijk beperkt: niet aan veel dingen tegelijkertijd denken. Maar twee tot
zes nieuwe elementen kunnen verwerken in werkgeheugen
- Die elementen in ons geheugen minder dan 30 seconden als we er niets mee
doen.
- Ontvangt zowel de sensorische prikkels uit de omgeving als informatie uit
het langetermijngeheugen.
- Hoe meer informatie er in het langetermijngeheugen voorhanden is, hoe
gemakkelijker voor ons werkgeheugen om er nieuwe informatie aan te
verbinden.
Wat is ontwikkeling:
Ontwikkeling impliceert het veranderen van de aanwezige structuur gedurende
de hele levenscyclus: vanaf de conceptie tot aan de dood.
Gedragsveranderingen treden op, dit kan gaan om het verwerven van nieuwe
mogelijkheden maar ook het verliezen van een bepaalde functie of vaardigheid.
Geleidelijke duurzame verandering.
Dit doet zich voor in verschillende FASEN:
1) Prenatale fase (ongeboren baby)
2) Geboorte
3) Pasgeborene
4) Baby
5) Peuter
6) Kleuter
7) Lagere schoolkind
8) Puberteit – adolescentie
9) Volwassenheid
10) Bejaarden
4