Voortplanting
Ongeslachtelijke voortplanting
● gebeurtenissen tijdens de celcyclus beschrijven en toepassen:
● door ongeslachtelijke voortplanting zijn de nakomelingen identiek aan de ouder
● standpunten over klonen toelichten met biologische en ethische argumenten
ongeslachtelijke voortplanting aan de hand van:
- celdeling (natuurlijke wijze)
- stekken (kunstmatige wijze)
celdeling is nodig voor: groei, voortplanting en herstelling.
een voorbeeld van stekken is weefselkweek. Hierdoor maak je van 1 plant meerdere
planten. bij weefselkweek worden er cellen van bladeren aan een bodem met
voedingsstoffen en hormonen gevoegd.
- voordelen zijn: je krijgt precies dezelfde plant, en dit gaat erg snel.
- nadelen: er zullen misschien ongewenste eigenschappen aan zitten zoals dornen.
celcyclus
bij een celdeling worden constant chromosomen gekopieerd. Chromosomen spiraliseren:
oprollen. En na de celdeling worden de chromosomen weer uitgerold.
niet gespiraliseerde chromosomen zijn niet zichtbaar onder een lichtmicroscoop. opgerolde
zijn erg duidelijk zichtbaar onder een lichtmicroscoop.
De celcyclus begint bij een kerndeling (mitose). Vervolgens treed plasmagroei op om de
deling te voltooien.
De interface bestaat uit: G1- fase, S- fase,
G2- fase.
G1- fase is tussen de m en s fase
S- fase wordt DNA gekopieerd (DNA
synthese).
G2- fase is tussen de s en m fase.
, G0- fase dit is een rustfase. Hierin bevinden geen delingen plaats.
m- fase Mitose
controlepunten: G1, G2 en m- fase. (kopie DNA is aan centromeren)
Mitose
interfase (geen fase van mitose)
1. profase
2. prometafase
3. metafase
4. anafase
5. telofase
interfase (2n): de chromosomen worden verdubbeld. (je ziet de
Chromosomen niet omdat deze nog uitgerold zijn).
(in de celcyclus is de interfase uitgebreid beschreven)
- 46 chromosomen
- 46 chromatiden
profase (2n): de centrosomen worden verdubbeld en wordt
verplaatst naar beide kanten van de cel. (spoellichaam)
de chromosomen worden nu zichtbaar: ze zijn gespiraliseerd.
- 46 chromosomen
- 92 chromatiden
Prometafase (2n): uit de spoellichamen komen trekdraden. en het
kernmembraan verdwijnt. De chromosomen en kernmembraan
stukjes zitten door elkaar.
- 46 chromosomen
- 92 chromatiden.
metafase (2n): de chromosomen verplaatsen zich naar het midden
(metavak). De trekdraden gaan zich binden aan de centromeren van de
chromatiden.
Ongeslachtelijke voortplanting
● gebeurtenissen tijdens de celcyclus beschrijven en toepassen:
● door ongeslachtelijke voortplanting zijn de nakomelingen identiek aan de ouder
● standpunten over klonen toelichten met biologische en ethische argumenten
ongeslachtelijke voortplanting aan de hand van:
- celdeling (natuurlijke wijze)
- stekken (kunstmatige wijze)
celdeling is nodig voor: groei, voortplanting en herstelling.
een voorbeeld van stekken is weefselkweek. Hierdoor maak je van 1 plant meerdere
planten. bij weefselkweek worden er cellen van bladeren aan een bodem met
voedingsstoffen en hormonen gevoegd.
- voordelen zijn: je krijgt precies dezelfde plant, en dit gaat erg snel.
- nadelen: er zullen misschien ongewenste eigenschappen aan zitten zoals dornen.
celcyclus
bij een celdeling worden constant chromosomen gekopieerd. Chromosomen spiraliseren:
oprollen. En na de celdeling worden de chromosomen weer uitgerold.
niet gespiraliseerde chromosomen zijn niet zichtbaar onder een lichtmicroscoop. opgerolde
zijn erg duidelijk zichtbaar onder een lichtmicroscoop.
De celcyclus begint bij een kerndeling (mitose). Vervolgens treed plasmagroei op om de
deling te voltooien.
De interface bestaat uit: G1- fase, S- fase,
G2- fase.
G1- fase is tussen de m en s fase
S- fase wordt DNA gekopieerd (DNA
synthese).
G2- fase is tussen de s en m fase.
, G0- fase dit is een rustfase. Hierin bevinden geen delingen plaats.
m- fase Mitose
controlepunten: G1, G2 en m- fase. (kopie DNA is aan centromeren)
Mitose
interfase (geen fase van mitose)
1. profase
2. prometafase
3. metafase
4. anafase
5. telofase
interfase (2n): de chromosomen worden verdubbeld. (je ziet de
Chromosomen niet omdat deze nog uitgerold zijn).
(in de celcyclus is de interfase uitgebreid beschreven)
- 46 chromosomen
- 46 chromatiden
profase (2n): de centrosomen worden verdubbeld en wordt
verplaatst naar beide kanten van de cel. (spoellichaam)
de chromosomen worden nu zichtbaar: ze zijn gespiraliseerd.
- 46 chromosomen
- 92 chromatiden
Prometafase (2n): uit de spoellichamen komen trekdraden. en het
kernmembraan verdwijnt. De chromosomen en kernmembraan
stukjes zitten door elkaar.
- 46 chromosomen
- 92 chromatiden.
metafase (2n): de chromosomen verplaatsen zich naar het midden
(metavak). De trekdraden gaan zich binden aan de centromeren van de
chromatiden.