Filosofie van de relationele zorg
1. Ethiek in het dagelijkse leven en in de verpleegkunde
- Verpleegkundige zijn vandaag is een uitdaging
- Een uitdaging om kritisch geëngageerd te zijn
Het betekent
Niet alles zomaar voor ‘waar’ aannemen
Maar evenzeer ook ‘echt’ luisteren naar wat men zegt.
- Om op te groeien tot een ‘skilled companion’, een verpleegkundige die weet hoe
hij/zij moet handelen zowel verpleegtechnisch, maar evenzeer relationeel is er nood
aan de ‘critical companion’.
- Een critical companion kan een collega zijn, maar evenzeer een patiënt, familie, een
vreemde, een andere
Woordenlijst:
Zorg ethiek Verantwoordelijkheid nemen
Ethiek Nadenken over hoe je best iets aanpakt
Moraal Regel gebonden handelen
Moreel kompas Aangeven wat goed en slecht is, wel rekening houden met anderen
Taboe Ondergrens, niet over willen praten
Deugd Iets ervaren wat goed, deugd doet
Waarden Verklaring waarom je dingen doet zoals je ze doet bv. respect
Norm Min. Regel/ onder regel: niet voldoen aan de regel
1.1 Moraal
- Regel gebonden handelen
- Handelen zonder erbij na te denken
- Mensen kunnen aanhalen wat voor hen belangrijke regels zijn om naar te handelen
Bv gedragsregels-> betrouwbaar zijn, niet liegen
1.1.1 Kohlberg en de morele ontwikkeling
- Moraal= context- en cultuurgebonden
- Groeien in een gezin, specifieke samenleving= leren van gedragsregels die belangrijk
zijn
- ‘mores leren’ gebeurt via de opvoeding
- Lawrence Kohlberg (1927-1987)-> onderzoek naar de morele ontwikkeling van een
kind
- Gevormd geweten= wanneer mensen handelen naar bepaalde gedragsregels die ze
zich helemaal eigen hebben gemaakt
3 niveaus:
Kinderlijk geweten (pre conventioneel niveau)
, - Kind leert wat goed en fout is, door aangename of minder aangename
gewaarwordingen
- Goed is wat geen straf is, wat een beloning oplevert
- Ik handel dus op een bepaalde manier, enkel om geen straf te krijgen of om een
beloning te krijgen= egocentrisch perspectief-> persoonlijke gevolgen
- In de fase denkt het individu niet aan anderen, maar in de 1ste plaats zichzelf
- ‘geven om te krijgen’
ik lieg niet want als ik thuis betrapt wordt op liegen, dan wordt ik gestraft en mag ik
niet bij mijn vriendinnen gaan slapen
pubergeweten( conventioneel niveau)
- gedragsregels zijn die het samenleven op elk niveau reguleren en leefbaar houden
voor iedereen
- ze worden geconfronteerd met impliciet en expliciet met de vraag: en wat als
iedereen dit zou doen?-> gedragsregels waaraan je je te houden hebt
- ze leren dat ze zichzelf buiten de samenleving zetten als ze bepaalde gedragsregels
niet naleven
- ze volgen de gedragsregels omdat ze dit als waardevol erkennen
- tegemoetkomen met wat de samenleving van ons verlangt (ouders, docenten,…)
- intentie om goed te doen, rekening houden met anderen
- in de plaats stellen van de ander, afstemmen op wat anderen willen
- iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheid om deze regels na te leven
ik lieg niet, want als iedereen zou liegen, dan kan je niemand meer vertrouwen en dat
is geen leven meer, samenleving zonder eerlijkheid is geen samenleving
- maar: het geweten is nog niet gevormd
- afspraken en regels zonder nadenken worden gevolgd kan dit niet in elke situatie
aanvaard worden als moreel handelen
man tegen zijn vrouw: vroeger was je toch mooier
volwassen geweten (post conventioneel niveau)
- onderscheidt zien tussen ‘de letter van de wet’ en de ‘geest van de wet’ en eigen
afwegingen te maken: ontwikkeling geweten
- handelen vanuit eigen overtuiging, gebaseerd op algemene belangrijke waarden
(eerlijkheid,…)
- ze doen wel iets of juist niet omdat ze het principe of die waarde belangrijk vinden->
ze hebben dit geïdentificeerd-> als er iets af gaat van dit principe dan voelt het alsof
hun ‘mens-zijn’ af gaat
- ze doen het niet om een straf te vermijden/ beloning te krijgen(1ste fase) of omdat
het zo hoort en omdat iedereen het doet (2de fase)
- handelen naar de geest van de wet op basis van de waarden
1. Ethiek in het dagelijkse leven en in de verpleegkunde
- Verpleegkundige zijn vandaag is een uitdaging
- Een uitdaging om kritisch geëngageerd te zijn
Het betekent
Niet alles zomaar voor ‘waar’ aannemen
Maar evenzeer ook ‘echt’ luisteren naar wat men zegt.
- Om op te groeien tot een ‘skilled companion’, een verpleegkundige die weet hoe
hij/zij moet handelen zowel verpleegtechnisch, maar evenzeer relationeel is er nood
aan de ‘critical companion’.
- Een critical companion kan een collega zijn, maar evenzeer een patiënt, familie, een
vreemde, een andere
Woordenlijst:
Zorg ethiek Verantwoordelijkheid nemen
Ethiek Nadenken over hoe je best iets aanpakt
Moraal Regel gebonden handelen
Moreel kompas Aangeven wat goed en slecht is, wel rekening houden met anderen
Taboe Ondergrens, niet over willen praten
Deugd Iets ervaren wat goed, deugd doet
Waarden Verklaring waarom je dingen doet zoals je ze doet bv. respect
Norm Min. Regel/ onder regel: niet voldoen aan de regel
1.1 Moraal
- Regel gebonden handelen
- Handelen zonder erbij na te denken
- Mensen kunnen aanhalen wat voor hen belangrijke regels zijn om naar te handelen
Bv gedragsregels-> betrouwbaar zijn, niet liegen
1.1.1 Kohlberg en de morele ontwikkeling
- Moraal= context- en cultuurgebonden
- Groeien in een gezin, specifieke samenleving= leren van gedragsregels die belangrijk
zijn
- ‘mores leren’ gebeurt via de opvoeding
- Lawrence Kohlberg (1927-1987)-> onderzoek naar de morele ontwikkeling van een
kind
- Gevormd geweten= wanneer mensen handelen naar bepaalde gedragsregels die ze
zich helemaal eigen hebben gemaakt
3 niveaus:
Kinderlijk geweten (pre conventioneel niveau)
, - Kind leert wat goed en fout is, door aangename of minder aangename
gewaarwordingen
- Goed is wat geen straf is, wat een beloning oplevert
- Ik handel dus op een bepaalde manier, enkel om geen straf te krijgen of om een
beloning te krijgen= egocentrisch perspectief-> persoonlijke gevolgen
- In de fase denkt het individu niet aan anderen, maar in de 1ste plaats zichzelf
- ‘geven om te krijgen’
ik lieg niet want als ik thuis betrapt wordt op liegen, dan wordt ik gestraft en mag ik
niet bij mijn vriendinnen gaan slapen
pubergeweten( conventioneel niveau)
- gedragsregels zijn die het samenleven op elk niveau reguleren en leefbaar houden
voor iedereen
- ze worden geconfronteerd met impliciet en expliciet met de vraag: en wat als
iedereen dit zou doen?-> gedragsregels waaraan je je te houden hebt
- ze leren dat ze zichzelf buiten de samenleving zetten als ze bepaalde gedragsregels
niet naleven
- ze volgen de gedragsregels omdat ze dit als waardevol erkennen
- tegemoetkomen met wat de samenleving van ons verlangt (ouders, docenten,…)
- intentie om goed te doen, rekening houden met anderen
- in de plaats stellen van de ander, afstemmen op wat anderen willen
- iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheid om deze regels na te leven
ik lieg niet, want als iedereen zou liegen, dan kan je niemand meer vertrouwen en dat
is geen leven meer, samenleving zonder eerlijkheid is geen samenleving
- maar: het geweten is nog niet gevormd
- afspraken en regels zonder nadenken worden gevolgd kan dit niet in elke situatie
aanvaard worden als moreel handelen
man tegen zijn vrouw: vroeger was je toch mooier
volwassen geweten (post conventioneel niveau)
- onderscheidt zien tussen ‘de letter van de wet’ en de ‘geest van de wet’ en eigen
afwegingen te maken: ontwikkeling geweten
- handelen vanuit eigen overtuiging, gebaseerd op algemene belangrijke waarden
(eerlijkheid,…)
- ze doen wel iets of juist niet omdat ze het principe of die waarde belangrijk vinden->
ze hebben dit geïdentificeerd-> als er iets af gaat van dit principe dan voelt het alsof
hun ‘mens-zijn’ af gaat
- ze doen het niet om een straf te vermijden/ beloning te krijgen(1ste fase) of omdat
het zo hoort en omdat iedereen het doet (2de fase)
- handelen naar de geest van de wet op basis van de waarden