FYSIOLOGIE VAN DE LONGEN ~ Kevin de Soomer
PI O2 = partiële druk ingeademde lucht (zuurstof)
PVO2 = veneuze spanning van O2 in het bloed
V’E = volume per tijdseenheid (ademminuut per volume)
FE N2 = fractionele concentratie vd uitgeademde lucht v stikstof
Verschil tussen:
PAO2 en PaO2
A= alveolair, a = arterieël
HC 1: Structuur en functie vh ademhalingssysteem
1. Ademhalingssysteem
• Functie:
o in stand houden van adequate gaswisseling (O2, CO2; producten van metabolisme)
Dit kan gecontroleerd worden door het meten van de partiële druk:
o Partiële druk van zuurstof in arterieel bloed (PaO2): 80-100 mmHg
o Partiële druk van koolstofdioxide in arterieel bloed (PaCO2): 35-45 mmHg
2. Arteriële bloedgaswaarden
Het zijn de pulmonale venen die het zuurstofrijk
bloed van longen naar het hart gaan vervoeren!
Pulmonaire arterie: gemengd veneus bloed: O2 arm en CO2 rijk
Bloed gaat naar long → hier is een grotere O2 concentratiegradiënt in de long en minder CO2
Uitwisseling van O2 tot evenwicht tussen venen en longblaasjes
Partieel drukken in alveoli en pulmonale venen zijn gelijk: evenwicht bij diffusie.
3. Partiële druk
Wet van Dalton:
▪ De partiële druk van een gas X (Px) in een gasmengsel is gelijk aan de totale gasdruk (Pb) × volumefractie van dat
gas (Fx):
Px = Pb × Fx
▪ Voor vochtige ingeademde lucht moet totale gasdruk verminderd worden met de waterdampspanning: PI,x = FI,x ×
(Pb- PH2O)
▪ Pb= standaard barometerdruk= 760 mmHg of 101.3 kPa
▪ PH2O= waterdampspanning bij 37 °C en vochtigheidsgraad 100 % = 47 mmHg
1
,4. Samenstelling van “lucht” (zeeniveau)
5. Normale (ideale) long
Afbeelding 1)
P: Partieel druk
I: inspiratoir
= waarden van buiten kennen
= bij inademen 150mmHg O2 en 0 CO2
150 omdat het 21% is uit de omgeving, eig is 21% 160mmHg maar er gaat
een deeltje van de lucht waterdamp zijn om dat deze opgewarmd wordt
Correctie van waterdampspanning
Afbeelding 2)
Afbeelding 3:
2
,6. Partiele drukken…
▪ Wat is de PIO2 van het vochtige, ingeademde gas van een bergbeklimmer op de Mount Everest bij een
barometerdruk van 247 mmHg?
= 42 mmHg
▪ Wat is de PO2 in de buitenlucht wanneer de partiële waterdampspanning in de buitenlucht 10 mmHg bedraagt?
= 157,5 mmHg
6. Ademhalingssysteem
▪ Functie:
▪ in stand houden van adequate gaswisseling (O2, CO2; producten van metabolisme)
▪ Structuur:
▪ Ademhalingspomp
• Statische longvolumes: FRC, TLC, RV
Wat zijn omstandigheden waarin ons normaal adempatroon wordt verstoord?
7. Volume-tijd curve
TLC = totale longcapaciteit: wat er in je longen zit als je maximaal inademt -> 6-8 ltier
= geslachtsafhankelijk, leeftijdsafhankelijk
= kan je niet actief beïnvloeden
FRC = niveau waarop we ademen: functioneel residuele capaciteit (= hoeveelheid lucht na een normale uitademing)
= kan actief aangepast worden (bewust dieper inademen)
= onder invloed van emoties, angst, .. voor de rest redelijk stabiel
RV = residueel volume: wanneer je je lingen helemaal hebt leeggeblazen wat er dan nog in zit
= kan je niet actief beinvloeden
8. Ademhalingssysteem
• Functie:
o in stand houden van adequate gaswisseling (O2, CO2; producten van metabolisme)
• Structuur:
o Ademhalingspomp
▪ Statische longvolumes: FRC, TLC, RV
▪ Ademminuutvolume (V’E)
= ademfrequentie ´ teugvolume (5-150 L/min)
o Gaswisselingsorgaan: groot oppervlak (75 m2), dunne alveolo-capillaire wand (0.5 µm)
3
, 9. Anatomie algemeen
bovenste luchtwegen: tot luchtpijp (trachea)
= extra thoracaal
Onderste luchtwegen: alles onder trachea:
bronchioli, longblaasjes, …
= intra-thoracaal
10. Anatomie luchtwegen
Grote luchtwegen hebben hoefijzervormige
kraakbeenringen. Dieper in de luchtwegen neemt dit af en is
er toename van glad spierweefsel.
Rechterlong:
• 3 longkwabben
• 2 groeves of fissura
Linkerlong:
• 2 longkwabben
• 1 groeve of fissura
Blauwe ringen = hoefijzevormige kraakbeen ringen die de luchtpijn gaan verstevigen en beschermen
= moet beschermt worden tegen collaberen vd lucht pijp door alle mogelijke inpakt
Door te hoesten geven ze bv extra versteviging zodat de luchtpijp niet gaat collaberen
Blauwe kraakbeenringen nemen af, ze worden wat smaller, kraakbeen verdwijnt, id allerkleinste vinden we geen kraakbeen
meer vinden = enkel glad spierweefsel vinden we dan rondom de luchtwegen.
Luchtwegen vertakken stelsematig meer en meer
Door de vertakking kan je alle delen vh longweefsel
kunt bereiken.
Schematische weergave = long opgedeeld in
bepaalde segmetnen = voordeel dat wnr er een bep
segment minder goed geventileerd worden maar dat
dus andere delen nog steeds goed kunnen werken, je
gaat nooit een volledige zieke long krijgen.
Het gebeurt dat er in bep delen vd long ziektes zijn
opgetreden.
11. Pleura (vocht)
• Mechanische koppeling long-thorax
• Wrijving verminderen
• Verdeling negatieve druk rondom de long
• Bescherming (afvoer via lymfevocht)
4
PI O2 = partiële druk ingeademde lucht (zuurstof)
PVO2 = veneuze spanning van O2 in het bloed
V’E = volume per tijdseenheid (ademminuut per volume)
FE N2 = fractionele concentratie vd uitgeademde lucht v stikstof
Verschil tussen:
PAO2 en PaO2
A= alveolair, a = arterieël
HC 1: Structuur en functie vh ademhalingssysteem
1. Ademhalingssysteem
• Functie:
o in stand houden van adequate gaswisseling (O2, CO2; producten van metabolisme)
Dit kan gecontroleerd worden door het meten van de partiële druk:
o Partiële druk van zuurstof in arterieel bloed (PaO2): 80-100 mmHg
o Partiële druk van koolstofdioxide in arterieel bloed (PaCO2): 35-45 mmHg
2. Arteriële bloedgaswaarden
Het zijn de pulmonale venen die het zuurstofrijk
bloed van longen naar het hart gaan vervoeren!
Pulmonaire arterie: gemengd veneus bloed: O2 arm en CO2 rijk
Bloed gaat naar long → hier is een grotere O2 concentratiegradiënt in de long en minder CO2
Uitwisseling van O2 tot evenwicht tussen venen en longblaasjes
Partieel drukken in alveoli en pulmonale venen zijn gelijk: evenwicht bij diffusie.
3. Partiële druk
Wet van Dalton:
▪ De partiële druk van een gas X (Px) in een gasmengsel is gelijk aan de totale gasdruk (Pb) × volumefractie van dat
gas (Fx):
Px = Pb × Fx
▪ Voor vochtige ingeademde lucht moet totale gasdruk verminderd worden met de waterdampspanning: PI,x = FI,x ×
(Pb- PH2O)
▪ Pb= standaard barometerdruk= 760 mmHg of 101.3 kPa
▪ PH2O= waterdampspanning bij 37 °C en vochtigheidsgraad 100 % = 47 mmHg
1
,4. Samenstelling van “lucht” (zeeniveau)
5. Normale (ideale) long
Afbeelding 1)
P: Partieel druk
I: inspiratoir
= waarden van buiten kennen
= bij inademen 150mmHg O2 en 0 CO2
150 omdat het 21% is uit de omgeving, eig is 21% 160mmHg maar er gaat
een deeltje van de lucht waterdamp zijn om dat deze opgewarmd wordt
Correctie van waterdampspanning
Afbeelding 2)
Afbeelding 3:
2
,6. Partiele drukken…
▪ Wat is de PIO2 van het vochtige, ingeademde gas van een bergbeklimmer op de Mount Everest bij een
barometerdruk van 247 mmHg?
= 42 mmHg
▪ Wat is de PO2 in de buitenlucht wanneer de partiële waterdampspanning in de buitenlucht 10 mmHg bedraagt?
= 157,5 mmHg
6. Ademhalingssysteem
▪ Functie:
▪ in stand houden van adequate gaswisseling (O2, CO2; producten van metabolisme)
▪ Structuur:
▪ Ademhalingspomp
• Statische longvolumes: FRC, TLC, RV
Wat zijn omstandigheden waarin ons normaal adempatroon wordt verstoord?
7. Volume-tijd curve
TLC = totale longcapaciteit: wat er in je longen zit als je maximaal inademt -> 6-8 ltier
= geslachtsafhankelijk, leeftijdsafhankelijk
= kan je niet actief beïnvloeden
FRC = niveau waarop we ademen: functioneel residuele capaciteit (= hoeveelheid lucht na een normale uitademing)
= kan actief aangepast worden (bewust dieper inademen)
= onder invloed van emoties, angst, .. voor de rest redelijk stabiel
RV = residueel volume: wanneer je je lingen helemaal hebt leeggeblazen wat er dan nog in zit
= kan je niet actief beinvloeden
8. Ademhalingssysteem
• Functie:
o in stand houden van adequate gaswisseling (O2, CO2; producten van metabolisme)
• Structuur:
o Ademhalingspomp
▪ Statische longvolumes: FRC, TLC, RV
▪ Ademminuutvolume (V’E)
= ademfrequentie ´ teugvolume (5-150 L/min)
o Gaswisselingsorgaan: groot oppervlak (75 m2), dunne alveolo-capillaire wand (0.5 µm)
3
, 9. Anatomie algemeen
bovenste luchtwegen: tot luchtpijp (trachea)
= extra thoracaal
Onderste luchtwegen: alles onder trachea:
bronchioli, longblaasjes, …
= intra-thoracaal
10. Anatomie luchtwegen
Grote luchtwegen hebben hoefijzervormige
kraakbeenringen. Dieper in de luchtwegen neemt dit af en is
er toename van glad spierweefsel.
Rechterlong:
• 3 longkwabben
• 2 groeves of fissura
Linkerlong:
• 2 longkwabben
• 1 groeve of fissura
Blauwe ringen = hoefijzevormige kraakbeen ringen die de luchtpijn gaan verstevigen en beschermen
= moet beschermt worden tegen collaberen vd lucht pijp door alle mogelijke inpakt
Door te hoesten geven ze bv extra versteviging zodat de luchtpijp niet gaat collaberen
Blauwe kraakbeenringen nemen af, ze worden wat smaller, kraakbeen verdwijnt, id allerkleinste vinden we geen kraakbeen
meer vinden = enkel glad spierweefsel vinden we dan rondom de luchtwegen.
Luchtwegen vertakken stelsematig meer en meer
Door de vertakking kan je alle delen vh longweefsel
kunt bereiken.
Schematische weergave = long opgedeeld in
bepaalde segmetnen = voordeel dat wnr er een bep
segment minder goed geventileerd worden maar dat
dus andere delen nog steeds goed kunnen werken, je
gaat nooit een volledige zieke long krijgen.
Het gebeurt dat er in bep delen vd long ziektes zijn
opgetreden.
11. Pleura (vocht)
• Mechanische koppeling long-thorax
• Wrijving verminderen
• Verdeling negatieve druk rondom de long
• Bescherming (afvoer via lymfevocht)
4