Inleiding
Term Uitleg
Onderzoek dat gericht is op het verkrijgen van nieuwe inzichten of kennis over een
Kennisgericht praktijkonderzoek
praktijkprobleem. (= begrijpen waarom of hoe iets gebeurt)
Onderzoek dat gericht is op het ontwikkelen of verbeteren van een concreet product, methode
Ontwerponderzoek
of werkwijze in de praktijk.
Een wetenschappelijke uitspraak moet in principe weerlegd kunnen worden door feiten of
Weerlegbaarheid
onderzoek.
Wetenschappelijke uitspraken moeten duidelijk en nauwkeurig zijn, zowel in tijd/ruimte als in
Precisie formulering.
® Gebruik concrete termen (zoals percentages) i.p.v. vage woorden (zoals “laag”).
Verantwoording Als onderzoeker moet je uitleggen waarom je bepaalde keuzes maakt in je onderzoek.
Kwaliteitsvereisten in onderzoek
Term Uitleg
Onderzoeksbenadering die vertrekt van het idee dat er één objectieve werkelijkheid is die
Positivistische benadering
meetbaar is met feiten en cijfers. Het resultaat hiervan is kwantitatief onderzoek.
Benadering die ervan uitgaat dat kennis ontstaat uit interpretaties; werkelijkheid is subjectief
Constructivistische benadering
en afhankelijk van de sociale context. Het resultaat hiervan is kwalitatief onderzoek.
Onderzoek dat werkt met cijfermatige gegevens en gericht is op meten, tellen en statistische
Kwantitatief onderzoek
analyse.
Onderzoek dat gericht is op diepgaand begrip van ervaringen, motieven of processen via
Kwalitatief onderzoek
bijvoorbeeld interviews of observaties.
Kwaliteitscriteria binnen kwantitatief Standaarden om de wetenschappelijke waarde van onderzoek te beoordelen: interne validiteit,
onderzoek externe validiteit, betrouwbaarheid, en objectiviteit.
De mate waarin je effectief meet wat je wil meten; wordt beïnvloed door de kwaliteit van de
Interne validiteit
meetinstrumenten. (= waarheid)
Middelen die gebruikt worden om gegevens te verzamelen, zoals vragenlijsten, tests of
Onderzoeksinstrumenten
observatieschema’s.
Gebruik van meerdere bronnen, methoden of onderzoekers om de betrouwbaarheid en
Triangulatie
validiteit van het onderzoek te verhogen.
Brontriangulatie Data verzamelen via verschillende bronnen (bv. leerlingen, leerkrachten, ouders).
Methodische triangulatie Combinatie van meerdere onderzoeksmethoden (bv. interview én observatie).
Onderzoekerstriangulatie Samenwerken met meerdere onderzoekers om subjectiviteit te beperken.
De mate waarin onderzoeksresultaten generaliseerbaar zijn naar andere situaties, groepen of
Externe validiteit
contexten. (= toepasbaarheid)
Onderzoek is betrouwbaar als het bij herhaling dezelfde resultaten oplevert, ongeacht tijdstip
Betrouwbaar
of uitvoerder. (= consistentie)
Onvoorspelbare fouten die bij een meting kunnen optreden door tijdelijke omstandigheden of
Toevalsfouten
willekeurige invloeden.
Het op dezelfde manier uitvoeren van onderzoeksprocedures om toevalsfouten te beperken en
Standaardisering van procedures
betrouwbaarheid te verhogen.
De mate waarin persoonlijke vooroordelen van de onderzoeker geen invloed hebben op het
Objectiviteit
onderzoeksproces of de resultaten.
Kwaliteitscriteria binnen kwalitatief Normen om de kwaliteit van kwalitatief onderzoek te beoordelen, aangepast aan het
onderzoek interpretatieve karakter van deze benadering.
De mate waarin de onderzoeksresultaten overeenkomen met de ervaringen en interpretaties
Geloofwaardigheid – credibility
van de deelnemers.
Overdraagbaarheid – transferability De mate waarin resultaten bruikbaar zijn in andere, vergelijkbare situaties of contexten.
Bertrouwbaarheid in kwalitatieve zin – De consistentie en zorgvuldigheid van het onderzoeksproces; of het goed gedocumenteerd en
dependability logisch is opgebouwd.
De mate waarin de resultaten gebaseerd zijn op data en niet op vooroordelen of aannames van
Overtuigingskracht – confirmability
de onderzoeker.
, Oriënteren
Term Uitleg
De eerste fase van praktijkonderzoek waarin je onderzoekt waar je staat, het probleem verkent,
Oriëntatiefase de aanleiding en context in kaart brengt, en bepaalt welke vragen belangrijk zijn om verder te
onderzoeken.
Reden voor onderzoek vanuit jezelf, bijvoorbeeld nieuwsgierigheid of om te weten of een
Aanleiding op eigen initiatief
interventie werkt.
Probleem of vraagstuk dat de organisatie zelf aandraagt, bijvoorbeeld voor kwaliteitszorg of
Aanleiding vanuit de organisatie
innovatie.
Externe aanleidingen Invloeden van buitenaf, zoals beleidsveranderingen, gebruikersvragen of nieuwe wetgeving.
Handelingsverlegenheid Onzekerheid over hoe je een probleem in de praktijk moet aanpakken.
Dilemma of kwestie Situaties waarin je moet kiezen tussen verschillende opties zonder duidelijke juiste keuze.
Verbeterbehoefte Wens om iets in de praktijk te verbeteren of te veranderen.
Leer-of ontwikkelbehoefte Behoefte om nieuwe kennis of vaardigheden te verwerven.
Noodzaak om te controleren of bestaande kennis, zoals een beslissingsboom, klopt en
Behoefte om te toetsen of valideren
bruikbaar is.
Het in kaart brengen van de omgeving en omstandigheden waarin het praktijkprobleem zich
Contextanalyse
voordoet.
Breed onderzoek naar het praktijkprobleem om het beter te begrijpen en achterliggende
Verkennende probleemanalyse
oorzaken te vinden.
Verkenning in de breedte Open en creatieve manier van het bekijken van het probleem, met meerdere perspectieven.
Het raadplegen van theorieën en praktijkinformatie om beter zicht te krijgen op het probleem
Verkennende literatuurstudie
en mogelijke oplossingen.
Methode om een praktijkprobleem duidelijk te beschrijven aan de hand van vragen:
® Wat is het probleem?
® Wie heeft ermee te maken?
De 5W’s en H-methode ® Wanneer doet het zich voor?
® Waarom is het een probleem?
® Waar speelt het zich af?
® Hoe is het ontstaan?
Richten
Term Uitleg
De tweede fase van de onderzoekscyclus waarin je het praktijkprobleem nauwkeurig afbakent
Richten
en bepaalt wat je wel en niet onderzoekt.
Onderzoeksvraag Een duidelijke, specifieke vraag die je onderzoek stuurt en beantwoordt wat je wilt weten.
Het beoogde resultaat of de opbrengst van je onderzoek, meestal gericht op kennisverwerving
Onderzoeksdoel
of verbetering.
Verschillende soorten onderzoek met specifieke doelen, zoals definiëren, beschrijven,
Onderzoeksfuncties
vergelijken, evalueren, verklaren of ontwerpen.
Definiërend praktijkonderzoek Onderzoek dat verschillen en overeenkomsten in opvattingen of begrippen in kaart brengt.
Beschrijvend praktijkonderzoek Onderzoek dat onderzoekt hoe iets in de praktijk is zonder te verklaren waarom.
Onderzoek dat overeenkomsten en verschillen tussen situaties of theorie en praktijk
Vergelijkend praktijkonderzoek
onderzoekt.
Evaluerend praktijkonderzoek Onderzoek dat beoordeelt hoe goed iets functioneert of presteert.
Verklarend praktijkonderzoek Onderzoek dat probeert oorzaken of verbanden tussen verschijnselen te begrijpen.
Ontwerponderzoek Onderzoek gericht op het ontwikkelen, invoeren en testen van een verbetering in de praktijk.
Effectenladder Een methodisch kader om het ontwikkelingsniveau en effectiviteit van interventies te bepalen.
Belanghebbenden Personen of groepen die betrokken zijn bij of invloed hebben op het onderzoeksthema.
Kennisvragen Onderzoeksvragen die gericht zijn op het verkrijgen van informatie of inzichten.
Definiërende onderzoeksvragen Vragen die ophelderen wat mensen onder bepaalde begrippen verstaan.
Beschrijvende onderzoeksvragen Vragen die onderzoeken hoe iets eruitziet of functioneert.
Vergelijkende onderzoeksvragen Vragen die verschillen en overeenkomsten tussen groepen of situaties onderzoeken.
Evaluerende onderzoeksvragen Vragen die de beoordeling van een interventie of situatie onderzoeken.
Verklarende onderzoeksvragen Vragen die proberen te achterhalen waarom iets gebeurt.
Term Uitleg
Onderzoek dat gericht is op het verkrijgen van nieuwe inzichten of kennis over een
Kennisgericht praktijkonderzoek
praktijkprobleem. (= begrijpen waarom of hoe iets gebeurt)
Onderzoek dat gericht is op het ontwikkelen of verbeteren van een concreet product, methode
Ontwerponderzoek
of werkwijze in de praktijk.
Een wetenschappelijke uitspraak moet in principe weerlegd kunnen worden door feiten of
Weerlegbaarheid
onderzoek.
Wetenschappelijke uitspraken moeten duidelijk en nauwkeurig zijn, zowel in tijd/ruimte als in
Precisie formulering.
® Gebruik concrete termen (zoals percentages) i.p.v. vage woorden (zoals “laag”).
Verantwoording Als onderzoeker moet je uitleggen waarom je bepaalde keuzes maakt in je onderzoek.
Kwaliteitsvereisten in onderzoek
Term Uitleg
Onderzoeksbenadering die vertrekt van het idee dat er één objectieve werkelijkheid is die
Positivistische benadering
meetbaar is met feiten en cijfers. Het resultaat hiervan is kwantitatief onderzoek.
Benadering die ervan uitgaat dat kennis ontstaat uit interpretaties; werkelijkheid is subjectief
Constructivistische benadering
en afhankelijk van de sociale context. Het resultaat hiervan is kwalitatief onderzoek.
Onderzoek dat werkt met cijfermatige gegevens en gericht is op meten, tellen en statistische
Kwantitatief onderzoek
analyse.
Onderzoek dat gericht is op diepgaand begrip van ervaringen, motieven of processen via
Kwalitatief onderzoek
bijvoorbeeld interviews of observaties.
Kwaliteitscriteria binnen kwantitatief Standaarden om de wetenschappelijke waarde van onderzoek te beoordelen: interne validiteit,
onderzoek externe validiteit, betrouwbaarheid, en objectiviteit.
De mate waarin je effectief meet wat je wil meten; wordt beïnvloed door de kwaliteit van de
Interne validiteit
meetinstrumenten. (= waarheid)
Middelen die gebruikt worden om gegevens te verzamelen, zoals vragenlijsten, tests of
Onderzoeksinstrumenten
observatieschema’s.
Gebruik van meerdere bronnen, methoden of onderzoekers om de betrouwbaarheid en
Triangulatie
validiteit van het onderzoek te verhogen.
Brontriangulatie Data verzamelen via verschillende bronnen (bv. leerlingen, leerkrachten, ouders).
Methodische triangulatie Combinatie van meerdere onderzoeksmethoden (bv. interview én observatie).
Onderzoekerstriangulatie Samenwerken met meerdere onderzoekers om subjectiviteit te beperken.
De mate waarin onderzoeksresultaten generaliseerbaar zijn naar andere situaties, groepen of
Externe validiteit
contexten. (= toepasbaarheid)
Onderzoek is betrouwbaar als het bij herhaling dezelfde resultaten oplevert, ongeacht tijdstip
Betrouwbaar
of uitvoerder. (= consistentie)
Onvoorspelbare fouten die bij een meting kunnen optreden door tijdelijke omstandigheden of
Toevalsfouten
willekeurige invloeden.
Het op dezelfde manier uitvoeren van onderzoeksprocedures om toevalsfouten te beperken en
Standaardisering van procedures
betrouwbaarheid te verhogen.
De mate waarin persoonlijke vooroordelen van de onderzoeker geen invloed hebben op het
Objectiviteit
onderzoeksproces of de resultaten.
Kwaliteitscriteria binnen kwalitatief Normen om de kwaliteit van kwalitatief onderzoek te beoordelen, aangepast aan het
onderzoek interpretatieve karakter van deze benadering.
De mate waarin de onderzoeksresultaten overeenkomen met de ervaringen en interpretaties
Geloofwaardigheid – credibility
van de deelnemers.
Overdraagbaarheid – transferability De mate waarin resultaten bruikbaar zijn in andere, vergelijkbare situaties of contexten.
Bertrouwbaarheid in kwalitatieve zin – De consistentie en zorgvuldigheid van het onderzoeksproces; of het goed gedocumenteerd en
dependability logisch is opgebouwd.
De mate waarin de resultaten gebaseerd zijn op data en niet op vooroordelen of aannames van
Overtuigingskracht – confirmability
de onderzoeker.
, Oriënteren
Term Uitleg
De eerste fase van praktijkonderzoek waarin je onderzoekt waar je staat, het probleem verkent,
Oriëntatiefase de aanleiding en context in kaart brengt, en bepaalt welke vragen belangrijk zijn om verder te
onderzoeken.
Reden voor onderzoek vanuit jezelf, bijvoorbeeld nieuwsgierigheid of om te weten of een
Aanleiding op eigen initiatief
interventie werkt.
Probleem of vraagstuk dat de organisatie zelf aandraagt, bijvoorbeeld voor kwaliteitszorg of
Aanleiding vanuit de organisatie
innovatie.
Externe aanleidingen Invloeden van buitenaf, zoals beleidsveranderingen, gebruikersvragen of nieuwe wetgeving.
Handelingsverlegenheid Onzekerheid over hoe je een probleem in de praktijk moet aanpakken.
Dilemma of kwestie Situaties waarin je moet kiezen tussen verschillende opties zonder duidelijke juiste keuze.
Verbeterbehoefte Wens om iets in de praktijk te verbeteren of te veranderen.
Leer-of ontwikkelbehoefte Behoefte om nieuwe kennis of vaardigheden te verwerven.
Noodzaak om te controleren of bestaande kennis, zoals een beslissingsboom, klopt en
Behoefte om te toetsen of valideren
bruikbaar is.
Het in kaart brengen van de omgeving en omstandigheden waarin het praktijkprobleem zich
Contextanalyse
voordoet.
Breed onderzoek naar het praktijkprobleem om het beter te begrijpen en achterliggende
Verkennende probleemanalyse
oorzaken te vinden.
Verkenning in de breedte Open en creatieve manier van het bekijken van het probleem, met meerdere perspectieven.
Het raadplegen van theorieën en praktijkinformatie om beter zicht te krijgen op het probleem
Verkennende literatuurstudie
en mogelijke oplossingen.
Methode om een praktijkprobleem duidelijk te beschrijven aan de hand van vragen:
® Wat is het probleem?
® Wie heeft ermee te maken?
De 5W’s en H-methode ® Wanneer doet het zich voor?
® Waarom is het een probleem?
® Waar speelt het zich af?
® Hoe is het ontstaan?
Richten
Term Uitleg
De tweede fase van de onderzoekscyclus waarin je het praktijkprobleem nauwkeurig afbakent
Richten
en bepaalt wat je wel en niet onderzoekt.
Onderzoeksvraag Een duidelijke, specifieke vraag die je onderzoek stuurt en beantwoordt wat je wilt weten.
Het beoogde resultaat of de opbrengst van je onderzoek, meestal gericht op kennisverwerving
Onderzoeksdoel
of verbetering.
Verschillende soorten onderzoek met specifieke doelen, zoals definiëren, beschrijven,
Onderzoeksfuncties
vergelijken, evalueren, verklaren of ontwerpen.
Definiërend praktijkonderzoek Onderzoek dat verschillen en overeenkomsten in opvattingen of begrippen in kaart brengt.
Beschrijvend praktijkonderzoek Onderzoek dat onderzoekt hoe iets in de praktijk is zonder te verklaren waarom.
Onderzoek dat overeenkomsten en verschillen tussen situaties of theorie en praktijk
Vergelijkend praktijkonderzoek
onderzoekt.
Evaluerend praktijkonderzoek Onderzoek dat beoordeelt hoe goed iets functioneert of presteert.
Verklarend praktijkonderzoek Onderzoek dat probeert oorzaken of verbanden tussen verschijnselen te begrijpen.
Ontwerponderzoek Onderzoek gericht op het ontwikkelen, invoeren en testen van een verbetering in de praktijk.
Effectenladder Een methodisch kader om het ontwikkelingsniveau en effectiviteit van interventies te bepalen.
Belanghebbenden Personen of groepen die betrokken zijn bij of invloed hebben op het onderzoeksthema.
Kennisvragen Onderzoeksvragen die gericht zijn op het verkrijgen van informatie of inzichten.
Definiërende onderzoeksvragen Vragen die ophelderen wat mensen onder bepaalde begrippen verstaan.
Beschrijvende onderzoeksvragen Vragen die onderzoeken hoe iets eruitziet of functioneert.
Vergelijkende onderzoeksvragen Vragen die verschillen en overeenkomsten tussen groepen of situaties onderzoeken.
Evaluerende onderzoeksvragen Vragen die de beoordeling van een interventie of situatie onderzoeken.
Verklarende onderzoeksvragen Vragen die proberen te achterhalen waarom iets gebeurt.