toets
Bijeenkomst 1
Aantekeningen les
Empowerment is volgens Regenmortel (2002) een proces van
versterking waarbij individuen, organisaties en gemeenschap grip krijgen
op de eigen situatie en hun omgeving en dit bereiken via het verwerven
van controle, het aanscherpen van kritisch bewustzijn en het stimuleren
van participatie. Volgens Linders en Feringa (2014) betekent
empowerment de opdracht om voorwaarden te scheppen ten behoeve van
mensen die dat nodig hebben zodat zij kunnen participeren in de
samenleving.
Empowerment kent drie niveaus. Op microniveau draait het om power
from within: de innerlijke kracht van mensen om hun eigen kwaliteiten te
ontdekken en regie te nemen over hun leven. Op mesoniveau gaat het
om power with: de kracht die ontstaat in samenwerking met anderen,
zoals familie, buren of lotgenoten. Sociale steun vergroot de veerkracht.
Op macroniveau spreken we van power to: de mogelijkheid om invloed
uit te oefenen op maatschappelijke en politieke processen, bijvoorbeeld
door mee te praten over beleid of initiatieven in de wijk.
Het paradigma van empowerment is een denk- en handelingskader dat
kan worden ingezet om de positie van mensen in kwetsbare positie te
versterken. Soorten haltes:
- Halte 1: Empowerment als ‘Kritisch’ concept. Het verschuiven van
de balans van bepaald worden naar zelf bepalen.
- Halte 2: Empowerment geen vrijbrief voor geen zorg van de
samenleving. Zekere mate van afhankelijkheid die onvermijdelijk is,
moet juist erkenning krijgen. Extreme onafhankelijk leidt tot
isolement.
- Halte 3: Empowerment als tweezijdig proces. Echte empowerment
is niet alleen een innerlijke groei is, maar ook een maatschappelijke
beweging. Het gaat om het versterken van mensen van binnenuit én
in relatie tot hun omgeving.
- Halte 4: Empowerment binnen zorg en welzijn. Interacties met
gelijkwaardige. In empowerment staat het persoonlijke proces van
de cliënt centraal. Maar in de praktijk ligt de focus vaak op
interventies, methodieken en resultaten.
,Veerkracht als sociaal construct draait om het erkennen van onze
wederzijdse afhankelijkheid. Hoewel mensen vaak terughoudend zijn om
hulp te vragen vanwege een gevoel van verlies van autonomie
(vraagverlegenheid) ligt er juist kracht in verbondenheid. Sociaal
werkers ervaren het mobiliseren van het informele netwerk dan ook als
een uitdaging. Door de pedagogische civil society te stimuleren,
ontstaat er een collectieve basis waarin veerkracht gedeeld en versterkt
wordt.
Door empowerment kunnen bepaalde (kwetsbare) doelgroepen
veerkrachtiger worden.
Begrippen
Individualisering: het proces waarin mensen meer als individu in plaats
van als groep in de samenleving komen te staan.
Veerkracht: het vermogen van mensen en gemeenschappen om met
veranderingen om te gaan en het vermogen om daarbij gebruik te maken
van externe psychologische, sociale, culturele en fysieke hulpbronnen
(Ungar, 2011).
Prestatiesamenleving: een prestatiesamenleving is een samenleving
waarin mensen worden beoordeeld en gewaardeerd op basis van hun
prestaties en succes.
Sociale uitsluiting: sociale uitsluiting is een situatie waarin mensen
structureel worden buitengesloten van belangrijke aspecten van het
maatschappelijk leven, wat hun welzijn en deelname aan de samenleving
belemmert.
Neoliberalisme: het idee dat vrije markten en minimale
overheidsbemoeienis de beste manier zijn om economieën te laten
groeien. Het legt nadruk op privatisering, minder regels voor bedrijven, en
bezuinigingen op publieke uitgaven. Het idee is dat individuen zelf
verantwoordelijk zijn voor hun succes.
Meritocratisch ideaal: het idee dat mensen hun positie in de
samenleving moeten verdienen op basis van hun talenten, vaardigheden
en inspanningen, in plaats van door afkomst, rijkdom, of andere toevallige
factoren.
Literatuur
Sinds de jaren ’80 is er veel veranderd in de manier waarop zorg wordt
georganiseerd. Vroeger kregen mensen vooral hulp van instellingen, maar
tegenwoordig moeten ze zoveel mogelijk zelf doen en hulp zoeken in hun
eigen omgeving. Het idee hierachter is dat mensen sterk genoeg zijn om
hun problemen zelf aan te pakken. Maar dit werkt niet voor iedereen.
, Sommige mensen durven geen hulp te vragen, omdat ze bang zijn om als
zwak gezien te worden. Dit wordt ook wel de redzaamheid paradox
genoemd: hoe meer zelfstandigheid van mensen wordt verwacht, hoe
minder ze durven te vragen.
Sociale steun is heel belangrijk voor veerkracht. Mensen kunnen beter
omgaan met problemen als ze zich gesteund voelen. Toch wordt het
netwerk van familie en vrienden vaak gezien als een hulpmiddel om
kosten te besparen. Dat legt druk op relaties. Echte steun ontstaat pas als
er vertrouwen is en mensen elkaar vanuit gelijkwaardigheid helpen.
Bijeenkomst 2
Aantekeningen les
Boevink et al. (2008), hebben onderzocht wat mensen met een psychische
kwetsbaarheid essentieel vinden en verstaan onder de term
empowerment. Dit resulteerde in 8 domeinen van het
empowermentconcept.
1. Verbondenheid: erbij horen
2. Herstelwerk: hervinden van regie
3. Basisvoorwaarden: basisveiligheid en behoeften
4. Een steunende omgeving: vertrouwen en vrijheid
5. Goede hulp: tempo en behoeften
6. Ontluikend zelfgevoel: jezelf opnieuw leren kennen
7. Sociale zekerheid: vangnet van voorzieningen
8. Een betrokken leefgemeenschap: waardering en betrekking
Kwetsbaarheid verwijst naar situaties waarin het menselijk functioneren
wordt verstoord of belemmerd. Volgens de
Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) kan deze verstoring
plaatsvinden op drie niveaus: het eerste niveau is persoonlijk: het gaat om
de fysieke en psychische gezondheid van een individu. Het tweede niveau
betreft het handelen: de dagelijkse activiteiten en taken die iemand
uitvoert. Wanneer deze handelingen niet meer vanzelfsprekend zijn,
ontstaat er afhankelijkheid van anderen of van ondersteuning. Het derde
niveau richt zich op maatschappelijk anticiperen: het vermogen om deel te
nemen aan de samenleving en te reageren op sociale verwachtingen.