SAMENVATTING SOCIAAL RECHT 2
H1: Het loon
1.1 Loonbeschermingswet en het begrip ‘loon’
1) Toepassingsgebied wetgeving
▪ Alle werkgevers en werknemers (privésector + openbare sector) = op degenen die arbeid
verrichten onder het gezag van een ander persoon + op diegenen die hen tewerkstellen
2) Het begrip ‘loon’
▪ Elk voordeel waarop WN recht heeft mbt de uitvoering/schorsing/beëindiging v/h dienstverband
▪ Het loon of de fooien in geld + de in geld waardeerbare voordelen waarop de WN als gevolg van
zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste v/d WG
▪ Ook loon: overloon voor overuren, contractuele vergoedingen en premies, PC, auto,…
3) Geen loon
▪ Vakantiegeld (door vakantiekassen aan arbeiders, in de overheidssector, vertrekvakantiegeld)
▪ Aanvullende vergoeding bij arbeidsongeval of beroepsziekte
▪ Aanvullende voordelen voor de verschillende sectoren van de sociale zekerheid
▪ Betalingen in geld of in aandelen of deelbewijzen van werknemers
1.2 Betaling van het loon
1) Wijze van betaling
▪ Loon in geld moet betaald worden “in de in België wettelijk gangbare munteenheid”, wanneer de
WN er zijn activiteit uitoefent (= sinds 2002 de Euro) + moet giraal betaald worden (10/2016)
▪ Volgende betalingswijzen
-> de postassignatie: schriftelijke betalingsopdracht aan de post die drie maanden geldig is
-> de circulaire cheque: door een bank uitgegeven en is betaalbaar bij de meeste financiële
instellingen in België, op naam en enkel door begunstigde geïnd, geen bankrekening nodig
-> de overschrijving op een bank-en postrekening van de werknemer
▪ Cash betaling (betaling in de hand) mag alleen nog maar voor zover die modaliteit is bepaald bij
een in een paritair orgaan gesloten cao of door een impliciet akkoord of een gebruik in de sector
-> kwitantie als bewijs van betaling + enkel aanvaard in sommige sectoren
2) Betaling in natura
▪ Betaling in goederen of diensten = enkel geoorloofd “als die wijze van betaling gebruikelijk is of
wenselijk wegens de aard van de betrokken bedrijfstak of het betrokken beroep”
▪ Voorwaarden: voorafgaandelijke schriftelijke schatting en kennisgeving, max. 1/5e van het totale
brutoloon, werkgever mag hierbij geen winst nastreven
▪ Beperking van wat naturaloon mag zijn
-> leveringen in verband met de persoonlijke behoeften van de werknemer (huisvesting,
verwarming en verlichting, voedsel gebruikt op de plaats waar de arbeid wordt verricht)
-> leveringen ivm de uitoefening v/h beroep (gereedschap, dienst- of werkkleding en onderhoud
ervan [als dit geen verplichting voor WG is], nodige materiaal [dat normaal ten laste is van WN])
▪ Naturaloon mag niet zijn: sterke drank, schadelijke producten voor de gezondheid v/d WN
1
,3) Plaats van betaling
▪ Indien uitzonderlijk uitbetaling van hand tot hand
-> uitbetaling op de plaats waar de arbeid wordt verricht of in de onmiddellijke nabijheid ervan
▪ Uitbetaling op een wijze dat WN zich niet tijdens een gewone rustdag moet verplaatsen
▪ Behalve voor de daarin tewerkgestelde werknemers, mag de uitbetaling in geen geval
geschieden: in een kantine, in een lokaal waar dranken, eetwaren of enigerlei waren worden
verkocht, in vermaakgelegenheden of in lokalen hieraan palend
4) Afrekening van het loon
▪ Bij elke definitieve betaling v/h loon moet een afrekening worden voorgelegd
▪ WN moet het loon in detail kennen: hoe werd het totaalbedrag berekend en welke wettelijke
inhoudingen zijn gebeurd = loonbrief of loonstrook
▪ Minimumgegevens loonbrief: identiteit WN/WG, loonperiode, gepresteerde dagen/uren,
samenstelling brutoloon, gedetailleerde bruto-netto berekening,…
5) Inhoudingen op het loon
▪ De inhoudingen volgens de belastingwetgeving, de wetgeving op de sociale zekerheid en de
wetgeving of cao betreffende bijkomende voordelen op het gebied van sociale zekerheid
▪ De geldboeten, opgelegd volgens het arbeidsreglement
▪ De schadevergoeding die de WN moet betalen indien hij door zware fout schade toebrengt
▪ De voorschotten in geld, verstrekt door de WG, bijv. aan arbeiders in het midden van de maand
▪ De gestelde borgsom, om het nakomen van de verplichtingen van de werknemer te waarborgen
▪ Het loon dat teveel werd betaald aan de WN tewerkgesteld met een glijdend uurrooster
▪ De facultatieve inhoudingen op het loon, naast de wettelijke inhoudingen: persoonlijke bijdrage
in een groepsverzekering, pensioensparen, sociaal fonds, maaltijdcheques,…
6) Maximum inhoudingen
▪ Behoudens de RSZ-bijdragen en de bedrijfsvoorheffing, mag het totaal van de inhoudingen niet
meer bedragen dan 1/5 van het loon in geld dat bij elke betaling verschuldigd is
▪ 1/5-regel is niet van toepassing bij: bedrog gepleegd door de WN, als de werknemer zelf vrijwillig
een einde maakte aan zijn contract
1.3 Tijdstip van betaling (enkel lezen)
1) Algemene bepalingen
▪ Betaling op vast bepaalde tijdstippen (min. 2x/maand met max. 16 dagen tussen)
▪ Een van de betalingen moet de definitieve afrekening zijn
▪ Uitzonderingen: loon voor bedienden (min. om de maand), commissieloon voor handels-
vertegenwoordigers en andere WN’s, bij aandelen in de winst, bij tarief-/taak-/akkoord-loon
2) Overuren en inhaalrust
▪ De werknemer die buiten het normale uurrooster werkt, heeft recht op
-> de recuperatie van de uren die hij buiten het normale uurrooster heeft gepresteerd
-> de betaling van een overloon voor bepaalde overuren
▪ Bij overschrijding v/d dag- of weekgrens
-> boven 9u/dag of 40u/week of boven vastgestelde lagere grenzen (in CAO)
▪ Niet elke overschrijding geeft recht op betaling van overloon
-> personen buiten toepassingsgebied v/d arbeidswet, glijdende uren, opeenvolgende
ploegenarbeid, continuarbeid, wisselend weekregime,…
2
, 3) Overloon
▪ Bedrag = 50% v/h ‘gewone’ loon en 100% voor overuren gepresteerd op zon- en feestdagen
-> overloon van 100% is dus niet standaard bij prestaties op zon- en feestdagen, enkel indien de
arbeid op die dagen van bijkomende aard is in vgl met de wekelijkse arbeidsduur
▪ Voor WN’s die per maand worden betaald: uurwaarde berekenen (maandloon/maanduurgem.)
-> uurgemiddelde constant wekelijkse arbeidsduur x52/12 = maandduurgemiddelde
▪ Het overloon moet zowel op het loon in geld als op de voordelen in natura worden berekend
▪ Uitbetaling van overloon in 2 etappes
-> overurentoeslag (50% of 100%) met de betaalperiode waarin overuren gepresteerd werden
-> gewoon loon met de betaalperiode waarin de inhaalrust werd genomen
▪ Gevallen waarin het overloon niet wordt betaald en enkel wordt gerecupereerd
-> bij cao (vooral ondernemingsniveau) of overurentoeslag in bijkomende inhaalrust omzetten
-> 1u overwerk = 1/2e uur rust bij 50% overurentoeslag en 1 uur rust bij 100% overurentoeslag
4) Opgelegde termijnen en verwijlinteresten
▪ Uitbetaling moet gebeuren op het tijdstip en binnen de termijnen die bij cao of AR zijn bepaald
▪ Deze bepalingen mogen echter de uitbetalingsdatum niet later vaststellen dan de 7de werkdag na
de arbeidsperiode waarop het loon betrekking heeft (indien geen CAO of AR: uiterlijk 4e)
▪ Sanctie: van rechtswege interest vanaf het tijdstip waarop het loon eisbaar is (5,75% in 2024)
▪ Uitbetaling loon bij einde v/d AO: nog verschuldigde loon moet worden uitbetaald uiterlijk op de
eerstvolgende betaaldag
1.4 Beslag en overdracht
1) Beslag
▪ Handeling waardoor een schuldeiser bedragen/effecten, die aan zijn schuldenaar toebehoren en
zich in de handen van een derde bevinden, geheel of gedeeltelijk onbeschikbaar maakt
▪ Bewarend beslag: ontneemt de eigendom van die bedragen niet van de schuldenaar maar
verhindert hem erover te beschikken (zodat schuldenaar dit niet kan wegsmokkelen/opdoen)
-> Werkgever moet loon plaatsen op intrestgevende rekening (is tijdelijke maatregel)
▪ Uitvoerend beslag: schuldeiser heeft een ‘uitvoerbare titel’ waardoor de WG verplicht is om het
voor beslag vatbare gedeelte van het nettoloon van de WN aan de schuldeiser over te maken
-> op basis van vonnis of authentieke akte (is een definitieve maatregel)
-> als WN de schulden weigert te betalen (dit is een vorm van derdenbeslag)
-> WG die weigert in te houden, is zelf verantwoordelijk voor het betalen v/d schulden
2) Overdracht
▪ WN zelf kent schuldeiser het recht toe om zijn vordering rechtstreeks op zijn loon te verhalen
▪ Handeling tot eigendomsoverdracht (meestal afgesloten om een schuld te waarborgen)
▪ Beslag/overdracht moet aan de WG betekend worden via deurwaarder/aangetekende brief
3) Voorwerp van beslag en overdracht (naast loon)
Vatbaar voor beslag Niet vatbaar voor beslag
Uitkeringen tot onderhoud Groeipakket (kindergeld)
Werkloosheidsuitkeringen Leefloon
Pensioenen Wezenpensioenen
Uitkeringen tgv arbeidsongeval/beroepsziekte/ Tegemoetkomingen aan mindervaliden, bedragen
arbeidsongeschiktheid/invaliditeit uitgekeerd als geneeskundige verstrekkingen
3
H1: Het loon
1.1 Loonbeschermingswet en het begrip ‘loon’
1) Toepassingsgebied wetgeving
▪ Alle werkgevers en werknemers (privésector + openbare sector) = op degenen die arbeid
verrichten onder het gezag van een ander persoon + op diegenen die hen tewerkstellen
2) Het begrip ‘loon’
▪ Elk voordeel waarop WN recht heeft mbt de uitvoering/schorsing/beëindiging v/h dienstverband
▪ Het loon of de fooien in geld + de in geld waardeerbare voordelen waarop de WN als gevolg van
zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste v/d WG
▪ Ook loon: overloon voor overuren, contractuele vergoedingen en premies, PC, auto,…
3) Geen loon
▪ Vakantiegeld (door vakantiekassen aan arbeiders, in de overheidssector, vertrekvakantiegeld)
▪ Aanvullende vergoeding bij arbeidsongeval of beroepsziekte
▪ Aanvullende voordelen voor de verschillende sectoren van de sociale zekerheid
▪ Betalingen in geld of in aandelen of deelbewijzen van werknemers
1.2 Betaling van het loon
1) Wijze van betaling
▪ Loon in geld moet betaald worden “in de in België wettelijk gangbare munteenheid”, wanneer de
WN er zijn activiteit uitoefent (= sinds 2002 de Euro) + moet giraal betaald worden (10/2016)
▪ Volgende betalingswijzen
-> de postassignatie: schriftelijke betalingsopdracht aan de post die drie maanden geldig is
-> de circulaire cheque: door een bank uitgegeven en is betaalbaar bij de meeste financiële
instellingen in België, op naam en enkel door begunstigde geïnd, geen bankrekening nodig
-> de overschrijving op een bank-en postrekening van de werknemer
▪ Cash betaling (betaling in de hand) mag alleen nog maar voor zover die modaliteit is bepaald bij
een in een paritair orgaan gesloten cao of door een impliciet akkoord of een gebruik in de sector
-> kwitantie als bewijs van betaling + enkel aanvaard in sommige sectoren
2) Betaling in natura
▪ Betaling in goederen of diensten = enkel geoorloofd “als die wijze van betaling gebruikelijk is of
wenselijk wegens de aard van de betrokken bedrijfstak of het betrokken beroep”
▪ Voorwaarden: voorafgaandelijke schriftelijke schatting en kennisgeving, max. 1/5e van het totale
brutoloon, werkgever mag hierbij geen winst nastreven
▪ Beperking van wat naturaloon mag zijn
-> leveringen in verband met de persoonlijke behoeften van de werknemer (huisvesting,
verwarming en verlichting, voedsel gebruikt op de plaats waar de arbeid wordt verricht)
-> leveringen ivm de uitoefening v/h beroep (gereedschap, dienst- of werkkleding en onderhoud
ervan [als dit geen verplichting voor WG is], nodige materiaal [dat normaal ten laste is van WN])
▪ Naturaloon mag niet zijn: sterke drank, schadelijke producten voor de gezondheid v/d WN
1
,3) Plaats van betaling
▪ Indien uitzonderlijk uitbetaling van hand tot hand
-> uitbetaling op de plaats waar de arbeid wordt verricht of in de onmiddellijke nabijheid ervan
▪ Uitbetaling op een wijze dat WN zich niet tijdens een gewone rustdag moet verplaatsen
▪ Behalve voor de daarin tewerkgestelde werknemers, mag de uitbetaling in geen geval
geschieden: in een kantine, in een lokaal waar dranken, eetwaren of enigerlei waren worden
verkocht, in vermaakgelegenheden of in lokalen hieraan palend
4) Afrekening van het loon
▪ Bij elke definitieve betaling v/h loon moet een afrekening worden voorgelegd
▪ WN moet het loon in detail kennen: hoe werd het totaalbedrag berekend en welke wettelijke
inhoudingen zijn gebeurd = loonbrief of loonstrook
▪ Minimumgegevens loonbrief: identiteit WN/WG, loonperiode, gepresteerde dagen/uren,
samenstelling brutoloon, gedetailleerde bruto-netto berekening,…
5) Inhoudingen op het loon
▪ De inhoudingen volgens de belastingwetgeving, de wetgeving op de sociale zekerheid en de
wetgeving of cao betreffende bijkomende voordelen op het gebied van sociale zekerheid
▪ De geldboeten, opgelegd volgens het arbeidsreglement
▪ De schadevergoeding die de WN moet betalen indien hij door zware fout schade toebrengt
▪ De voorschotten in geld, verstrekt door de WG, bijv. aan arbeiders in het midden van de maand
▪ De gestelde borgsom, om het nakomen van de verplichtingen van de werknemer te waarborgen
▪ Het loon dat teveel werd betaald aan de WN tewerkgesteld met een glijdend uurrooster
▪ De facultatieve inhoudingen op het loon, naast de wettelijke inhoudingen: persoonlijke bijdrage
in een groepsverzekering, pensioensparen, sociaal fonds, maaltijdcheques,…
6) Maximum inhoudingen
▪ Behoudens de RSZ-bijdragen en de bedrijfsvoorheffing, mag het totaal van de inhoudingen niet
meer bedragen dan 1/5 van het loon in geld dat bij elke betaling verschuldigd is
▪ 1/5-regel is niet van toepassing bij: bedrog gepleegd door de WN, als de werknemer zelf vrijwillig
een einde maakte aan zijn contract
1.3 Tijdstip van betaling (enkel lezen)
1) Algemene bepalingen
▪ Betaling op vast bepaalde tijdstippen (min. 2x/maand met max. 16 dagen tussen)
▪ Een van de betalingen moet de definitieve afrekening zijn
▪ Uitzonderingen: loon voor bedienden (min. om de maand), commissieloon voor handels-
vertegenwoordigers en andere WN’s, bij aandelen in de winst, bij tarief-/taak-/akkoord-loon
2) Overuren en inhaalrust
▪ De werknemer die buiten het normale uurrooster werkt, heeft recht op
-> de recuperatie van de uren die hij buiten het normale uurrooster heeft gepresteerd
-> de betaling van een overloon voor bepaalde overuren
▪ Bij overschrijding v/d dag- of weekgrens
-> boven 9u/dag of 40u/week of boven vastgestelde lagere grenzen (in CAO)
▪ Niet elke overschrijding geeft recht op betaling van overloon
-> personen buiten toepassingsgebied v/d arbeidswet, glijdende uren, opeenvolgende
ploegenarbeid, continuarbeid, wisselend weekregime,…
2
, 3) Overloon
▪ Bedrag = 50% v/h ‘gewone’ loon en 100% voor overuren gepresteerd op zon- en feestdagen
-> overloon van 100% is dus niet standaard bij prestaties op zon- en feestdagen, enkel indien de
arbeid op die dagen van bijkomende aard is in vgl met de wekelijkse arbeidsduur
▪ Voor WN’s die per maand worden betaald: uurwaarde berekenen (maandloon/maanduurgem.)
-> uurgemiddelde constant wekelijkse arbeidsduur x52/12 = maandduurgemiddelde
▪ Het overloon moet zowel op het loon in geld als op de voordelen in natura worden berekend
▪ Uitbetaling van overloon in 2 etappes
-> overurentoeslag (50% of 100%) met de betaalperiode waarin overuren gepresteerd werden
-> gewoon loon met de betaalperiode waarin de inhaalrust werd genomen
▪ Gevallen waarin het overloon niet wordt betaald en enkel wordt gerecupereerd
-> bij cao (vooral ondernemingsniveau) of overurentoeslag in bijkomende inhaalrust omzetten
-> 1u overwerk = 1/2e uur rust bij 50% overurentoeslag en 1 uur rust bij 100% overurentoeslag
4) Opgelegde termijnen en verwijlinteresten
▪ Uitbetaling moet gebeuren op het tijdstip en binnen de termijnen die bij cao of AR zijn bepaald
▪ Deze bepalingen mogen echter de uitbetalingsdatum niet later vaststellen dan de 7de werkdag na
de arbeidsperiode waarop het loon betrekking heeft (indien geen CAO of AR: uiterlijk 4e)
▪ Sanctie: van rechtswege interest vanaf het tijdstip waarop het loon eisbaar is (5,75% in 2024)
▪ Uitbetaling loon bij einde v/d AO: nog verschuldigde loon moet worden uitbetaald uiterlijk op de
eerstvolgende betaaldag
1.4 Beslag en overdracht
1) Beslag
▪ Handeling waardoor een schuldeiser bedragen/effecten, die aan zijn schuldenaar toebehoren en
zich in de handen van een derde bevinden, geheel of gedeeltelijk onbeschikbaar maakt
▪ Bewarend beslag: ontneemt de eigendom van die bedragen niet van de schuldenaar maar
verhindert hem erover te beschikken (zodat schuldenaar dit niet kan wegsmokkelen/opdoen)
-> Werkgever moet loon plaatsen op intrestgevende rekening (is tijdelijke maatregel)
▪ Uitvoerend beslag: schuldeiser heeft een ‘uitvoerbare titel’ waardoor de WG verplicht is om het
voor beslag vatbare gedeelte van het nettoloon van de WN aan de schuldeiser over te maken
-> op basis van vonnis of authentieke akte (is een definitieve maatregel)
-> als WN de schulden weigert te betalen (dit is een vorm van derdenbeslag)
-> WG die weigert in te houden, is zelf verantwoordelijk voor het betalen v/d schulden
2) Overdracht
▪ WN zelf kent schuldeiser het recht toe om zijn vordering rechtstreeks op zijn loon te verhalen
▪ Handeling tot eigendomsoverdracht (meestal afgesloten om een schuld te waarborgen)
▪ Beslag/overdracht moet aan de WG betekend worden via deurwaarder/aangetekende brief
3) Voorwerp van beslag en overdracht (naast loon)
Vatbaar voor beslag Niet vatbaar voor beslag
Uitkeringen tot onderhoud Groeipakket (kindergeld)
Werkloosheidsuitkeringen Leefloon
Pensioenen Wezenpensioenen
Uitkeringen tgv arbeidsongeval/beroepsziekte/ Tegemoetkomingen aan mindervaliden, bedragen
arbeidsongeschiktheid/invaliditeit uitgekeerd als geneeskundige verstrekkingen
3