● Structurele verandering van de samenleving op basis van wetenschappelijke
vooruitgang en nieuwe ideeën, ten gevolge van de verschillende Industriële
Revoluties
● Probleemstelling: was I.R. weldaad voor iedereen?
1. Verstedelijking
● Bevolkingsgroei → 90% werkte op platteland → tekort aan
landbouwgronden → grootgrondbezitters verhoogden pachtprijzen →
landbouwers moesten meer produceren → schulden
● Huisnijverheid bracht ook niet meer veel op → oneerlijke
concurrentie met massaproductie
● Oplossing: landbouwers moesten ergens anders in loondienst →
migratiestroom naar industriecentra → verstedelijking
2. Proletarisering
● Grote armoede trad op → proletarisering
● Oplossing van proletarisering → sociale kwestie
● Huisvesting:
Ongezonde leefomstandigheden:
- gebrek aan hygiëne
- verspreiding ziektes → cholera
- 1 kamers woning
- dicht bij fabriek → geluidsoverlast en luchtvervuiling
- niet eigen woning
- geen privacy
● Arbeidsomstandigheden:
- Werkweek van 6 dagen was normaal
- lange werkdagen
- strenge arbeidsdiscipline
- ongezond en gevaarlijk werk
● Voeding:
- eentonig dieet, geen gezonde variatie
- lage loon → brood en vlees
- melk en suiker waren luxeproducten
1