Wat is cognitieve psychologie?
Cognitieve psychologie
= mentale processen die instaan voor het verwerven, opslaan en
transformeren van informatie
Geschiedenis van de psychologie
Griekse filosofen
Plato:
- Geheugen is als een wastablet: als je iets herinnert is het nog steeds af
te lezen maar als je het vergeten bent dan is het wastablet besmeurd
- Geheugen is als een vogelkooi: als je iets herinnert heb je meteen de
juiste vogel/herinnering te pakken maar als je iets niet meteen weet
dan vergis je u van vogel/op het puntje van de tong
Aristoteles:
- Geheugen is afhankelijk van de verbindingen en associaties die we
vormen tussen gebeurtenissen, gevoelens of ideeën
- Contiguïteit is dus wat ons geheugen vormt: twee gebeurtenissen die
dicht op elkaar volgen en kort op elkaar afspelen
- Bv. Je linkt een gebeurtenis aan een gevoel: dokter aan bang
Introspectie= systematisch je eigen gedachten onderzoeken
Mnemonics = geheugensteuntjes, technieken om het onthouden van
informatie te verbeteren
Voorbeelden
- Methode van Loci: een omgeving die je heel goed kent als mentale toer
zien en zo iets onthouden -> plaatsmethode
- Kapstokwoorden: info associëren met steen, zee,…
- Acroniemen: woord met de beginletters, bv. ROGBIV
Nog meer filosofie
Decartes: rationalisme
- Ik denk dus ik ben/cogito ergo sum= het feit dat ik kan denken, wil
zeggen dat ik een levend wezen ben
- Dualisme= lichaam en geest (= immateriële substantie, verschillend
van de hersenen) werken apart maar zijn met elkaar verbonden via
pijnappelklier
- Kennis is aangeboren
Empirisme
- Kennis komt door ervaring
- Francis Bacon, John Locke
- Reactie tegen rationalisme
- Geest komt tot stand via sensorische processen: tabula rasa waarbij je
geboren bent met wit blad waarop alle gebeurtenissen worden
geschreven
- Associationisme: hogere orde kennis komt tot stand door associaties
van eenvoudige ideeën (bv. Hond en beet, dokter en ziekenhuis)
Niet enkel de filosofie heeft een veranderde tendens maar ook:
, - Systematische observatie: je laat uw keuzes niet enkel afhangen van 1
observatie of van 1 persoon (bv meerdere ondervragingen afleggen)
- Wetenschappelijke revoluties
- De kerk die minder macht krijgt
- Heliocentrisme: wij als aarde draaien rond alles en we zijn slecht een
deel van de melkweg (<-> geocentrisme)
- Afstamming mens die onderzocht werd door Darwin
- …
Eerste psychologisch laboratorium
Onderzoek werd gedaan door Wundt (structuralisme) - Leipzig
Psychologie wordt een wetenschappelijke discipline
Onderzoek gedaan via analytische introspectie
- Aan meerdere mensen vragen om eenzelfde proces te beschrijven met
zoveel mogelijk gevoelens
- Nadeel (eerder onbetrouwbaar): iedereen beschrijft anders
(uitgebreider, verwoording,..) + altijd tijd tussen ervaring en
beschrijving (vergeten speelt een rol!)
- Gevolg: objectieve metingen worden belangrijker
William James
- Amerikaanse student van WUndt die een laboratorium oprichtte
- 1842-1910
- “Principles of Psychology-stream of consciousness”
- Focust wordt verlegd naar hoe iets functioneert: functionalisme
(toegepast onderzoek)
Behaviorisme
Psychologie nog wetenschappelijker
Geest: niet te bestuderen
Gedrag: direct observeerbaar (<-> geest) en bestudeerd met methodes uit
natuurwetenschappen
Werd geïnspireerd door positivisme
Er zijn onafhankelijke en afhankelijke variabelen
- Effect van een stimulus op een respons
- S: onafhankelijke variabele, wordt gemanipuleerd -> stimulus
- R: afhankelijke variabele, wordt gemeten -> respons
John Watson
- Nurture: alle gedrag is het gevolg van eerdere ervaringen, aangeleerd
- Link met tabula rasa: gebeurtenissen komen op het witte blad
- Kleine albert: je kan een klein kind kneden tot hoe je wil en bang maken
van alles wat je wil door de juiste ervaringen
Klassieke conditionering
- Ongeconditioneerde stimulus/respons -> het gebeurt automatisch, een
natuurlijke associatie
- Geconditioneerde stimulus/respons -> aangeleerd
Operante conditionering: toekomstig gedrag wordt bepaald door gevolg
van eerder gedrag
- Door een straf of een beloning een bepaald gedrag minder of meer
laten voorkomen
Edward Thorndike
, - Puzzle box: kat in een puzzelbox zal de eerste keer niet op de
uitgangknop duwen maar bijten, krabben, miauwen,… en na enkele
keren zal ze meteen op de knop duwen want is een beloning
- Wet van het effect
Skinner (1904-1990)
- Skinner box: elke keer dat een rat op een pedaal duwt, krijgt het een
korreltje dus doet het sneller en sneller want leidt tot succes
- Complex gedrag kan nu ook aangeleerd worden, bv. Hond laten
apporteren
- Successieve benadering: uitstellen van de beloning tot je het
volledige gewenste gedrag hebt verkregen
Soorten:
Bekrachtingen: aanzet tot Straffen: stopzetten of reduceren
herhalen, stimuleren om iets meer van een bepaald gedrag
te doen
Positief: Negatief: Positief: Negatief:
aangename onaangename onaangename aangename
stimulus w stimulus w stimulus w stimulus w
aangeboden weggenomen aangeboden weggenomen
Snoepje als je goed opletten = Tik op de geen tv, geen
naar de les komt slagen zonder handen, punt af pauze bij
examen bij afwezigheid storend gedrag
Tolman
- Ook behaviorist maar minder extreem (andere eerder radicaal
behaviorisme)
- Mensen/dieren hebben doelen en mentale representaties
- Mentale mappen: rat in een doolhof maakt een map en kent elke keer
beter het doolhof, met een beloning gaat het nog sneller om de uitgang
te vinden
Behaviorisme wordt overgenomen door natuurwetenschappelijke methode
Informatieverwerkingsbenadering
Meeste cognitieve psychologen gingen hiervan uit
= iets waarnemen = reactie, actie
- Na het percipiëren moet je het onthouden en beslissen wat je ermee
gaat doen
- Serieel en bottum up (zonder het geel)
- Er zijn ook top-down processen: iets wat in ons geheugen zit zat ervoor
zorgen dat we iets anders zien
- Ook parallelle verwerking
, Cognitieve psychologie vandaag
4 verschillende benaderingen/stromingen
1. Experimentele cognitieve psychologie
correlationeel onderzoek (niet gelijk aan experimenteel)
verband tussen twee variabelen bepalen -> variabele = een kenmerk dat
kan veranderen en gemeten kan worden
correlatie geeft het verband tussen de variabelen
- voorbeeld van een correlatie: je bent groot dus je hebt een grotere
schoenmaat
correlatiecoëfficiënt: positief (stijgende trend), nul of negatief (dalende
trend)
gevaar van correlatie-onderzoek: geen causale relatie, oorzaak-gevolg
relatie is niet duidelijk (A->B)
Gevolg: overschakelen naar experimenteel onderzoek want daar wel
causaliteit
Experimenteel onderzoek
manipuleer één factor (=onafhankelijke variabele) en laat al de andere
variabelen constant (=controle variabele)
wat is het effect van de manipulatie op de afhankelijke variabele (= wat
gemeten wordt) ?
Voorbeeld: educatieve games een reductie voor wiskundeangst?
- 6-8 jarige kinderen
- Ene helft maakt oefeningen op papier en de andere helft met een
educatieve game (manipulatie)
- Na 3 weken opnieuw wiskundevaardigheid en wiskunde angst
(afhankelijke variabele) meten
- Doel: hypothese vertalen in een experiment
Operationalisatie = hoe gaan we de variabelen meten?
Vb. via vragenlijst, hartslag meten, …
Leidt tot causale verklaringen: A is de oorzaak van B
Soms niet mogelijk door ethische bezwaren
Vb. effecten van voeding testen op zwangere vrouwen is niet verantwoord
voor de baby want we weten niet wat de effecten zijn
Voor en nadelen psychogolisch onderzoek
Voorzichtig zijn met conclusies
Interne validiteit
- Was het onderzoek voldoende oke?
- is er binnen het onderzoek voldoende gecontroleerd?
- Was er geen storende variabele?
Externe (of ecologische) validiteit
- Kunnen de bevindingen gegeneraliseerd worden?
- In hoeverre geldt de vondst van het onderzoek ook buiten het
laboratorium?
Cognitieve psychologie
= mentale processen die instaan voor het verwerven, opslaan en
transformeren van informatie
Geschiedenis van de psychologie
Griekse filosofen
Plato:
- Geheugen is als een wastablet: als je iets herinnert is het nog steeds af
te lezen maar als je het vergeten bent dan is het wastablet besmeurd
- Geheugen is als een vogelkooi: als je iets herinnert heb je meteen de
juiste vogel/herinnering te pakken maar als je iets niet meteen weet
dan vergis je u van vogel/op het puntje van de tong
Aristoteles:
- Geheugen is afhankelijk van de verbindingen en associaties die we
vormen tussen gebeurtenissen, gevoelens of ideeën
- Contiguïteit is dus wat ons geheugen vormt: twee gebeurtenissen die
dicht op elkaar volgen en kort op elkaar afspelen
- Bv. Je linkt een gebeurtenis aan een gevoel: dokter aan bang
Introspectie= systematisch je eigen gedachten onderzoeken
Mnemonics = geheugensteuntjes, technieken om het onthouden van
informatie te verbeteren
Voorbeelden
- Methode van Loci: een omgeving die je heel goed kent als mentale toer
zien en zo iets onthouden -> plaatsmethode
- Kapstokwoorden: info associëren met steen, zee,…
- Acroniemen: woord met de beginletters, bv. ROGBIV
Nog meer filosofie
Decartes: rationalisme
- Ik denk dus ik ben/cogito ergo sum= het feit dat ik kan denken, wil
zeggen dat ik een levend wezen ben
- Dualisme= lichaam en geest (= immateriële substantie, verschillend
van de hersenen) werken apart maar zijn met elkaar verbonden via
pijnappelklier
- Kennis is aangeboren
Empirisme
- Kennis komt door ervaring
- Francis Bacon, John Locke
- Reactie tegen rationalisme
- Geest komt tot stand via sensorische processen: tabula rasa waarbij je
geboren bent met wit blad waarop alle gebeurtenissen worden
geschreven
- Associationisme: hogere orde kennis komt tot stand door associaties
van eenvoudige ideeën (bv. Hond en beet, dokter en ziekenhuis)
Niet enkel de filosofie heeft een veranderde tendens maar ook:
, - Systematische observatie: je laat uw keuzes niet enkel afhangen van 1
observatie of van 1 persoon (bv meerdere ondervragingen afleggen)
- Wetenschappelijke revoluties
- De kerk die minder macht krijgt
- Heliocentrisme: wij als aarde draaien rond alles en we zijn slecht een
deel van de melkweg (<-> geocentrisme)
- Afstamming mens die onderzocht werd door Darwin
- …
Eerste psychologisch laboratorium
Onderzoek werd gedaan door Wundt (structuralisme) - Leipzig
Psychologie wordt een wetenschappelijke discipline
Onderzoek gedaan via analytische introspectie
- Aan meerdere mensen vragen om eenzelfde proces te beschrijven met
zoveel mogelijk gevoelens
- Nadeel (eerder onbetrouwbaar): iedereen beschrijft anders
(uitgebreider, verwoording,..) + altijd tijd tussen ervaring en
beschrijving (vergeten speelt een rol!)
- Gevolg: objectieve metingen worden belangrijker
William James
- Amerikaanse student van WUndt die een laboratorium oprichtte
- 1842-1910
- “Principles of Psychology-stream of consciousness”
- Focust wordt verlegd naar hoe iets functioneert: functionalisme
(toegepast onderzoek)
Behaviorisme
Psychologie nog wetenschappelijker
Geest: niet te bestuderen
Gedrag: direct observeerbaar (<-> geest) en bestudeerd met methodes uit
natuurwetenschappen
Werd geïnspireerd door positivisme
Er zijn onafhankelijke en afhankelijke variabelen
- Effect van een stimulus op een respons
- S: onafhankelijke variabele, wordt gemanipuleerd -> stimulus
- R: afhankelijke variabele, wordt gemeten -> respons
John Watson
- Nurture: alle gedrag is het gevolg van eerdere ervaringen, aangeleerd
- Link met tabula rasa: gebeurtenissen komen op het witte blad
- Kleine albert: je kan een klein kind kneden tot hoe je wil en bang maken
van alles wat je wil door de juiste ervaringen
Klassieke conditionering
- Ongeconditioneerde stimulus/respons -> het gebeurt automatisch, een
natuurlijke associatie
- Geconditioneerde stimulus/respons -> aangeleerd
Operante conditionering: toekomstig gedrag wordt bepaald door gevolg
van eerder gedrag
- Door een straf of een beloning een bepaald gedrag minder of meer
laten voorkomen
Edward Thorndike
, - Puzzle box: kat in een puzzelbox zal de eerste keer niet op de
uitgangknop duwen maar bijten, krabben, miauwen,… en na enkele
keren zal ze meteen op de knop duwen want is een beloning
- Wet van het effect
Skinner (1904-1990)
- Skinner box: elke keer dat een rat op een pedaal duwt, krijgt het een
korreltje dus doet het sneller en sneller want leidt tot succes
- Complex gedrag kan nu ook aangeleerd worden, bv. Hond laten
apporteren
- Successieve benadering: uitstellen van de beloning tot je het
volledige gewenste gedrag hebt verkregen
Soorten:
Bekrachtingen: aanzet tot Straffen: stopzetten of reduceren
herhalen, stimuleren om iets meer van een bepaald gedrag
te doen
Positief: Negatief: Positief: Negatief:
aangename onaangename onaangename aangename
stimulus w stimulus w stimulus w stimulus w
aangeboden weggenomen aangeboden weggenomen
Snoepje als je goed opletten = Tik op de geen tv, geen
naar de les komt slagen zonder handen, punt af pauze bij
examen bij afwezigheid storend gedrag
Tolman
- Ook behaviorist maar minder extreem (andere eerder radicaal
behaviorisme)
- Mensen/dieren hebben doelen en mentale representaties
- Mentale mappen: rat in een doolhof maakt een map en kent elke keer
beter het doolhof, met een beloning gaat het nog sneller om de uitgang
te vinden
Behaviorisme wordt overgenomen door natuurwetenschappelijke methode
Informatieverwerkingsbenadering
Meeste cognitieve psychologen gingen hiervan uit
= iets waarnemen = reactie, actie
- Na het percipiëren moet je het onthouden en beslissen wat je ermee
gaat doen
- Serieel en bottum up (zonder het geel)
- Er zijn ook top-down processen: iets wat in ons geheugen zit zat ervoor
zorgen dat we iets anders zien
- Ook parallelle verwerking
, Cognitieve psychologie vandaag
4 verschillende benaderingen/stromingen
1. Experimentele cognitieve psychologie
correlationeel onderzoek (niet gelijk aan experimenteel)
verband tussen twee variabelen bepalen -> variabele = een kenmerk dat
kan veranderen en gemeten kan worden
correlatie geeft het verband tussen de variabelen
- voorbeeld van een correlatie: je bent groot dus je hebt een grotere
schoenmaat
correlatiecoëfficiënt: positief (stijgende trend), nul of negatief (dalende
trend)
gevaar van correlatie-onderzoek: geen causale relatie, oorzaak-gevolg
relatie is niet duidelijk (A->B)
Gevolg: overschakelen naar experimenteel onderzoek want daar wel
causaliteit
Experimenteel onderzoek
manipuleer één factor (=onafhankelijke variabele) en laat al de andere
variabelen constant (=controle variabele)
wat is het effect van de manipulatie op de afhankelijke variabele (= wat
gemeten wordt) ?
Voorbeeld: educatieve games een reductie voor wiskundeangst?
- 6-8 jarige kinderen
- Ene helft maakt oefeningen op papier en de andere helft met een
educatieve game (manipulatie)
- Na 3 weken opnieuw wiskundevaardigheid en wiskunde angst
(afhankelijke variabele) meten
- Doel: hypothese vertalen in een experiment
Operationalisatie = hoe gaan we de variabelen meten?
Vb. via vragenlijst, hartslag meten, …
Leidt tot causale verklaringen: A is de oorzaak van B
Soms niet mogelijk door ethische bezwaren
Vb. effecten van voeding testen op zwangere vrouwen is niet verantwoord
voor de baby want we weten niet wat de effecten zijn
Voor en nadelen psychogolisch onderzoek
Voorzichtig zijn met conclusies
Interne validiteit
- Was het onderzoek voldoende oke?
- is er binnen het onderzoek voldoende gecontroleerd?
- Was er geen storende variabele?
Externe (of ecologische) validiteit
- Kunnen de bevindingen gegeneraliseerd worden?
- In hoeverre geldt de vondst van het onderzoek ook buiten het
laboratorium?