100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Understanding Psychopathology (PSB3E-KP02)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
56
Geüpload op
08-01-2026
Geschreven in
2024/2025

Deze samenvatting geeft een duidelijk en gestructureerd overzicht van alle stof die is besproken tijdens de hoorcolleges van het vak Understanding psychopathology en een korte samenvatting van de artikelen. Wanneer je deze stof beheerst, zou dat een goede basis moeten zijn om het vak met een voldoende af te ronden. Succes alvast!

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
8 januari 2026
Aantal pagina's
56
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Understanding Psychopathology
--------------------------------------------------------------------- Week 1 ---------------------------------------------------------------------
College 1: For understanding mental disorders, ‘there is
nothing more practical than a good theory’ (13/11)
Stoornissen waar dit vak op focust:
●​ Angststoornissen en depressie
●​ ADHD en psychotische stoornissen
●​ Middelenmisbruik en eetstoornissen
---> Het vak focust zich op deze stoornissen, maar de perspectieven en voorbeelden
die worden gegeven zijn mogelijk ook toepasbaar op andere stoornissen.


Waarom zijn theorieën belangrijk?
●​ Het geeft betekenis aan/ maakt logica van losse feiten en observaties.
○​ Het helpt je vervolgens om vragen te beantwoorden.


A model of the development and maintenance of the FBC (feeling of being contaminated)(bij
CSA; childhood sexual abuse):
●​ Mensen met CSA ontwijken herinneringen of dingen die te maken hebben met het
misbruik, waardoor de herinneringen niet opgeslagen kunnen worden in het
autobiografisch geheugen en het trauma niet wordt verwerkt (het blijft).
●​ Oplossing voor het trauma via dit model (twee manieren):
○​ Cognitieve herstructurering → Een cliënt leert om negatieve, onrealistische
en irrationele gedachten te identificeren en deze te vervangen door
realistische en positievere gedachten.
■​ Bv: Bij iemand die last had van compulsief handen wassen na CSA
doen ze dit door bijvoorbeeld te vragen of de persoon wil opzoeken
hoe lang het duurt voor menselijke cellen om te vernieuwen.
Vervolgens kan ze kijken hoe vaak haar cellen zijn vernieuwd sinds ze
misbruikt is.
○​ Imagery modification (wijziging van de beelden) → Het creëren van effectieve
geheugen representaties.
■​ Bv: Probeer nu een plaatje te maken van hoe deze cellen schoon
worden (bv: uit een duikpak stappen en deze achterlaten).
■​ Vervolgens moet ze een week lang dit beeld zo zichtbaar en
bereikbaar mogelijk houden.
○​ Vervolgens moeten personen proberen om een week lang (tot de boost
sessie) in contact te komen met stimuli die ze normaal gesproken het
vervelende beeld geeft. Ze moeten dan het vervelende plaatje vervangen
voor de ‘imagery modification’.
●​ Exposure in vivo werkt hier niet, omdat je de mensen niet fysiek kunt blootstellen aan
het trauma. Wanneer het trauma wordt opgeroepen ontsnapt een persoon naar een
hogere schematische representatie. Hierdoor is het geen functionele exposure meer
(ze moeten een ‘healthy image’ hebben).

,Wat is een goede theorie?
●​ Noodzakelijk en wenselijk
○​ Externe criteria
■​ Het is consistent met bekende feiten (het is een samenvatting).
■​ Het moet testbaar en falsifieerbaar zijn
○​ Interne criteria
■​ Het moet interne consistentie laten zien (geen conflicterende
voorspellingen).
■​ Parsimony → Zo makkelijk mogelijk.
■​ Hoe minder aannames, hoe beter.

●​ Het moet de makkelijkste verklaring zijn.
●​ Het moet falsifieerbaar zijn (als alle data de theorie zal ondersteunen kan je er niks
mee).
●​ Het moet generaliseerbaar zijn (niet voor een persoon, maar voor een populatie).
●​ Het moet objectief zijn (je moet het kunnen testen).


Verschillende theorieën in de psychopathology:
●​ Complementary (additional) → Je kunt deze theorieën bij elkaar optellen en dan
verhoogd dat de kans op een stoornis (er is geen conflict tussen de theorieën en ze
kunnen elkaar zelfs helpen).
○​ Bv: Social anxiety disorder (mensen die enorm bezorgd zijn over de
evaluaties van anderen)
■​ Genetische theorie (bv: gedragsinhibitie; een kind dat op jonge leeftijd
al afstand houdt heeft een predictie voor SAD)
■​ Ontwikkelingspsychologische theorie (hechting; hogere kans op angst
voor anderen; door o.a. misinterpretatie van signalen)
■​ Associatieve leertheorie → Als je wel eens belachelijk wordt gemaakt
(gepest) kan je een negatieve ervaring krijgen met mensen. Op deze
manier zet deze negatieve sociale ervaring de verwachtingen laag,
waardoor ook het gedrag verandert.
●​ ‘Convertible’ (omzetbaar; veranderbaar) →
●​ Incompatible (onverenigbaar) → Er kan maar een theorie het beste zijn.
○​ Bv: Paniekstoornis
■​ Psychiatrische theorie → Gebaseerd op het feit dat als je CO2 toe laat
nemen in een rattenbrein, dit leidt tot hyperarousal in de Locus
Coeruleus. Deze toename in opwinding zou zorgen voor de paniek
symptomen. Er is dus een neurofysiologische fout die zorgt voor
mensen die hypergevoelig zijn.
●​ Suffocation-alarm theory (Klein) → Deze theorie verklaart
paniekaanvallen ‘s nachts. Er wordt gesteld dat sommige
mensen ‘s nachts even stoppen met ademen, waardoor de co2
niet goed wordt afgevoerd. Mensen die erg gevoelig zijn voor
CO2 lopen daardoor risico op een paniekaanval.

, ○​ Tegenover paniekstoornis staat hyperventilatie. Dit heeft dezelfde
symptomen, maar dit wordt juist opgelost door de CO2 te laten toenemen (er
is dus eerst te weinig CO2.
○​ Vervolgens kun je je dus afvragen of een paniekaanval (hoge C02
concentratie) wordt uitgelokt door hyperventilatie (A leidt tot B).
■​ Deze gevolgtrekking is bedenkelijk.
■​ De vraag is dus of hyperventilatie paniekstoornis verklaart.
○​ Er werd toen gekeken of een paniekaanval ook samengaat met een afname
van CO2, hier was geen verband te vinden, dus deze verklaring (theorie klopt
niet).
●​ Toen kwam David Clarke → Hij zei: ‘P wordt veroorzaakt door een catastrofale
misinterpretatie’. Er is een trigger stimulus (intern of extern), die een vicieuze cirkel in
gang zet.
○​ Deze cirkel gaat als volgt: Er is een fysieke sensatie, iemand maakt een
catastrofale misinterpretatie, dit zorgt ervoor dat mensen een gevaar
waarnemen, wat zorgt voor angst. Deze angst zorgt weer voor meer focus op
de fysieke sensatie, enz.
○​ Het is getest op drie manieren:
■​ Heart rate-feedback → De controlegroep voelde een normale hartslag
en de experimentele groep voelde een hartslag die omsloeg (mensen
moesten checken of hun hartslag goed ging). Bij de experimentele
groep kregen mensen met PD in de experimentele conditie ervaren
symptomen van een paniekaanval.
●​ Hier wordt gefocust op het fabriceren van fysieke sensaties.
■​ Info-lactate → De controlegroep kreeg ‘gewoon’ de lactaat (waardoor
CO2 toeneemt) en bij de experimentele groep werd mensen verteld
dat ze een bepaald gevoel konden ervaren (wat ze konden
verwachten) en dat dat normaal was. Mensen in de controlegroep met
PD ontwikkelden symptomen van een paniekaanval. Mensen in de
experimentele conditie kregen geen paniekaanval.
●​ Hier wordt ingegaan op de catastrofale misinterpretatie.
■​ CO2-knob → Hier kregen mensen een zuurstofmasker op met een
hoger CO2 gehalte dan in de normale lucht. De mensen in de
experimentele conditie kregen te horen dat ze wanneer ze zich niet
goed voelden een knop konden indrukken, waardoor ze weer zuurstof
kregen (uiteindelijk deed niemand dit). Mensen met PD in de
experimentele conditie ervaren geen paniekaanval en mensen in de
controleconditie wel. Deze mensen ervaren namelijk gevaar.
●​ Hier wordt gekeken naar het waargenomen gevaar.
■​ Een lunchzakje bij hyperventilatie zou je kunnen plaatsen bij
waargenomen gevaar. Het geeft mensen namelijk het gevoel dat ze
controle hebben/ er iets aan kunnen doen (net als bij de CO2-knop).
Alleen al als iemand een zakje bij zich draagt helpt dit tegen
hyperventilatie, omdat mensen dan controle ervaren.
■​ Clonidine helpt ook bij PD. Dit valt te verklaren doordat de
fysiologische symptomen minder worden. Het zorgt ervoor dat iemand
überhaupt geen angst kan ervaren (een soort diazepam).

, ■​ CO2 ballonnen zorgen bij mensen met PD ook voor een paniekaanval
en dit komt door de stimulus.
○​ Interventies focussen zich via CBT op misinterpretaties of via exposure (bv:
door CO2 ballon) op de stimulus (om te laten zien dat er niks gebeurt).
■​ Ontspanningstechnieken werken juist niet, omdat fysieke symptomen
dan veel erger kunnen lijken (als je erop focust).


Er zijn ook behandelmethoden die helemaal niet gebaseerd zijn op theorie! Bijvoorbeeld bij
antidepressiva. Het helpt en daarom is er een theorie gekomen dat serotonine belangrijk is
bij depressie, maar de serotonine niveaus zijn in werkelijkheid nooit gemeten.


Drug based conceptualisation vs. disease based explanation (zijn mentale stoornissen een
zietke?)
●​ Eerst was het zo dat een drug helpt tegen een symptoom, maar langzaamaan is het
zo geworden dat er een stoornis is en de drugs wordt de oplossing. Dus dit zou
betekenen dat de stoornis dus wordt veroorzaakt door een gebrek aan de drugs.
●​ Alcohol helpt mensen soms om iets losser te zijn, maar mensen zullen nooit zeggen
dat het als medicijn gebruikt kan worden.
●​ Neem het verschil tussen diabetes en depressie. Voor beide is een ‘medicijn’,
namelijk insuline en antidepressiva. Er is een belangrijk verschil tussen deze soorten
‘medicijnen’. Bij diabetes (biologisch) weten we precies wat er verkeerd gaat, deze
mensen kunnen zelf geen insuline meer maken, dus zorgt het medicijn voor een
nagemaakte insuline. Bij depressie weten we echter niet de precieze (biologische?)
oorzaak. De vraag is dus of we antidepressiva dus ook wel een echt medicijn kunnen
noemen. Het helpt wel, maar we weten niet precies hoe en waarvoor (en of dit het
beste is).


Latente variabelen → Wanneer we gedrag waarnemen verklaren we dat vaak aan de hand
van een onderliggende oorzaak of onderliggende capaciteit, de onderliggende constructen
zijn latente variabelen.
●​ Variabelen die je daadwerkelijk kunt meten.

Conclusie:
●​ Optimale interventies zijn technieken die worden afgeleid van optimale theorieën.
●​ Zonder (optimale) theorieën, is de therapie Hocus Pokus.
●​ Daarom
○​ Wees bewust van (let op voor) mensen die niet willen weten waarom hun
theorie werkt.
○​ Wees bewust van (let op voor) mensen die zich vasthouden aan theorieën die
geen empirische testen doorstaan.



Art. 1: ‘A cognitive approach to panic’ (Clark, 1986)
$10.75
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
sennevanzandwijk

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
sennevanzandwijk Rijksuniversiteit Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
3
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen