8.1 Inleiding
Persoonsgebonden aftrekken zijn (art. 6.1 Wet IB)
- Uitgaven voor onderhoudsverplichtingen +
- Uitgaven voor specifieke zorgkosten +
- Weekenduitgaven voor gehandicapten +
- Aftrekbare giften +
- Het gedeelte van de persoonsgebonden aftrek van voorafgaande jaren dat niet
eerder in aanmerking is genomen +
Uitgaven vergoed door bijvoorbeeld werkgever of verzekeraar, zijn niet aftrekbaar (art. 6.1
lid 1 letter a Wet IB).
De aftrekken worden eerst in mindering gebracht op box 1 (art. 6.2 Wet IB).
Als dit hoger is dan het inkomen in box 1 mag het verschil worden afgetrokken van box 3 en
een eventueel restant van box 2.
Als het verzamelinkomen (box 1.2.3 inkomen) lager is dan de totale persoonsgebonden
aftrek, dan mag dit bedrag worden meegenomen naar het volgend jaar.
De beschikking tot vaststelling van de hoogte vd persoonsgebonden aftrek dient bij een voor
bezwaar vatbare beschikking te gebeuren (art. 6.2a Wet IB).
8.2 Tijdstip van aftrek
De uitgaven van de persoonsgebonden aftrek komen in aanmerking voor aftrek op het
tijdstip waarop zij (art. 6.40 Wet IB):
- Zijn betaald
- Zijn verrekend
- Ter beschikking zijn gesteld
- Rentedragend zijn geworden (geldt niet voor aftrekbare giften)
8.3 Uitgaven voor onderhoudsverplichtingen
De uitgaven tot voorziening van het levensonderhoud van personen van wie de
belastingplichtige (meestal) een persoonlijke band heeft (gehad).
(art. 6.3 Wet IB): Zestal uitkeringen (in geld) en verstrekking (in natura):
1. Periodieke uitkeringen op grond van een rechtstreeks uit het familierecht
voorvloeiend verplichting (alimentatie)
Dit zijn de alimentatie-uitkeringen. Betalingen die worden gedaan voor kinderen die bij de
ex-genoot verblijven, vallen hier niet onder.
- Veel voorkomende verstrekking is het ter beschikking stellen van een woning (art.
3.101 Wet IB). De waarde wordt gesteld op het eigenwoningforfait zoal dat berekend
wordt volgens (art. 3.112 Wet IB) zie ook (art. 6.3 lid 2 Wet IB)
, 2. Afkoopsommen die worden gedaan aan de gewezen echtgenoot
(afkoopsommen voor alimentatie)
Het in een keer afbetalen van de betalingsverplichting voor alimentatie. Dit wordt bereikt door
de contante waarde vd toekomstige alimentatie-uitkeringen in één keer te voldoen.
Dit is dan in één keer aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek.
3. Kosten van bijstand die op grond van participatiewet zijn verhaald
Gehuwden gaan scheiden, ex-partner die geen eigen inkomen heeft, kan bij de gemeente
een uitkering aanvragen op grond van de participatie wet. De gemeente kan dit in bepaalde
gevallen geheel of gedeeltelijk verhalen op ex-partner. Dit bedrag is vervolgens voor de ex
partner een aftrekbare onderhoudsverplichting
4. Bedragen die worden voldaan in verband met de verplichte verrekening van
pensioenrechten, lijfrente en andere inkomensvoorzieningen
Pensioen wordt bij echtgenote komt meestal aan beiden toe. Door scheiding zal dit
toekomstige inkomensverlies voor de andere ex-partner worden verrekend bij de scheiding.
De betaling kan in één keer of in de vorm van verhoogde alimentatie.
5. In rechte vorderbare periodieke uitkeringen tot vergoeding van schade door
derven van levensonderhoud
Bij het plegen van een onrechtmatige daad is de pleger verplicht om aan de nabestaande het
te derven levensonderhoud te vergoeden. Als de pleger van de onrechtmatige daad
verzekerd is zijn ze niet aftrekbaar. Uitkeringen aan bloed- of aanverwanten in de rechte lijn
of in de tweede graad van de zijlijn of personen die behoren tot het huishouden zijn
uitgesloten. (art. 6.4 lid 1 Wet IB).
6. In rechte vorderbare periodieke uitkeringen die berusten op dringende morele
verplichting tot voorziening in het onderhoud.
Als ex-samenwoners een dringende morele verplichting voelen om een soort alimentatie te
gaan betalen, kunnen de uitbetaalde bedragen in aftrek komen, mits deze zijn omgezet in
een juridische afdwingbare uitkering. Alle beperkingen bovenstaand zijn hier ook van
toepassing.
8.4 Uitgaven voor specifieke zorgkosten
Uitgaven specifieke zorgkosten (art. 6.16 t/m 6.20 Wet IB)
De kosten zijn gedaan door:
- De belastingplichtige zelf
- Zijn fiscale partner
- Zijn kinderen jonger dan 27 jaar
- Tot zijn huishouden behorende ernstige gehandicapte personen van 27 of ouder
- Inwonende zorgafhankelijke ouders, broer of zusters.
(art. 6.16 Wet IB en art. 20 Uitv.besl. IB) = ernstige gehandicapt en zorgafhankelijk toegelicht