Casus 1 40 (punten)
Boer Van der Vlas doet bij de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een
aanvraag voor een subsidie van € 40.000, - op grond van de Kaderwet EZK- en LNV-
subsidies voor een innovatief project waarmee hij de stikstofuitstoot op zijn, onder de rook
van Den Haag gelegen, landbouwbedrijf zou kunnen verminderen. Op dinsdag 2 april 2024
wijst de minister de aanvraag van Van der Vlas voor deze subsidie voor de helft toe. Een
fietskoerier van het milieubewuste ministerie reikt deze beslissing de volgende dag op het
landbouwbedrijf van Van der Vlas aan hem uit. Op woensdag 15 mei 2024 dient Van der Vlas
een bezwaarschrift in tegen het besluit.
a. Is het bezwaarschrift van Van der Vlas op tijd ingediend? (U kunt hierbij gebruik maken
van onderstaande kalender) 15 punten
April 2024
Nr. Ma Di Wo Do Vr Za Zo
14 1 2 3 4 5 6 7
15 8 9 10 11 12 13 14
16 15 16 17 18 19 20 21
17 22 23 24 25 26 27 28
18 29 30
Mei 2024
Nr. Ma Di Wo Do Vr Za Zo
18 1 2 3 4 5
19 6 7 8 9 10 11 12
20 13 14 15 16 17 18 19
21 20 21 22 23 24 25 26
22 27 28 29 30 31
Standaardantwoord
De termijn voor het indienen van bezwaar is 6 weken (art. 6:7 lid 1 Awb). De
bezwaartermijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de
voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (art. 6:8 lid 1 Awb). Op grond van art. 3:41
Awb geschiedt bekendmaking van een besluit dat tot één of meer belanghebbenden is
gericht, door toezending of uitreiking ervan. Het besluit is op woensdag 3 april 2024 aan
1
, Van der Vlas uitgereikt, dus de bezwaartermijn begint te lopen op donderdag 4 april
2024. De termijn eindigt 6 weken later op woensdag 15 mei 2024 (23.59u). Immers, een
week loopt van donderdag tot en met woensdag. Van der Vlas dient het bezwaarschrift
in op woensdag 15 mei 2024 en dat is dus op tijd. Nb. het goed bepalen van de
einddatum van de 6 weken termijn, 15 mei 2024, weegt zwaar mee bij de honorering.
Stel dat het bezwaar van Van der Vlas op tijd is ingediend. Het bezwaar leidt tot een
gedeeltelijke herroeping van het subsidiebesluit: de toegekende subsidie wordt verhoogd tot
€30.000,-. Van der Vlas is daarmee niet tevreden en gaat in beroep.
b. Bij welke rechterlijke instantie dient Van der Vlas beroep in te stellen? 10 punten
Standaardantwoord
Op grond van artikel 8:6, lid 1, Awb kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank,
tenzij een andere bestuursrechter bevoegd is ingevolge hoofdstuk 2 van de
Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak. Het besluit van de minister is genomen op
grond van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies. Omdat deze wet is opgenomen in art. 4
van de Bevoegdheidsregeling, moet tegen het besluit van de minister van LNV beroep
worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Op 12 februari 2025 zal de zitting plaatsvinden. Op 1 februari 2025 deelt Van der Vlas aan de
bestuursrechter en de minister mee dat hij als deskundige mevrouw Jaspers zal meenemen.
Mevrouw Jaspers heeft een aantal artikelen en een boek gepubliceerd waarin zij heeft betoogd
dat het met het stikstofprobleem in Nederland wel meevalt.
c. Geef gemotiveerd aan of de bestuursrechter mevrouw Jaspers op de zitting zal horen. 15
punten
Jaspers is tijdig aangemeld als bedoeld in artikel 8:60 lid 4 Awb (uiterlijk tien dagen van
tevoren). Of de bestuursrechter Jaspers zal horen, hangt echter verder af van artikel
8:63 tweede lid Awb: indien de bestuursrechter van oordeel is dat het horen
redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, kan hij hiervan
afzien. Het gaat er daarbij niet om of hetgeen de deskundige kan uitleggen al dan niet
bijdraagt aan de belangen/argumenten van Van der Vlas, maar of dit kan bijdragen aan
de beoordeling door de rechter van de zaak die voorligt. Het gaat er hier dan met name
om dat de expertise van Jaspers zich blijkens haar publicaties in algemene zin uitstrekt
over de ernst van het stikstofprobleem, maar dat dit niet relevant is voor de beoordeling
van de juistheid van de gedeeltelijke subsidieverlening voor een innovatieproject op een
landbouwbedrijf dat de stikstofuitstoot zou kunnen verminderen. In hoeverre stikstof
volgens deze ene deskundige in Nederland daadwerkelijk een probleem is, gaat in deze
rechtszaak en bij de beoordeling daarvan door de rechter niets toe- of afdoen aan de
wijze waarop hier de bestaande subsidieregels van de Kaderwet zullen worden
toegepast. De bestuursrechter zal daarom afzien van het horen van Jaspers.
2